We hebben 329 gasten online

Hoofdstuk 1 CSE 2012-2013-2014 De VS en hun federale overheid

Gepost in V.S.

 vs 2012 758

Hoofdstuk 1 De Staatsinrichting van de Verenigde Staten

Thomas Jefferson rechtvaardigde in de Onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776 de koloniale opstand tegen het Britse Rijk als volgt `als een overheid haar macht overschreidt en de `onvervreembare rechten`van haar bevolking schendt, dan heeft de bevolking het recht om zich te verzetten en een nieuwe overheid in te stellen. Jefferson had hierbij duidelijk kennis van de Acte van Verlatinghe uit 1581 waarin de zeven Noordelijke gewesten Philips II duidelijk maakten dat ze hem niet meer als koning erkenden.

Na het uitroepen van onafhankelijkheid zochten de voormalige 13 Britse koloniën naar een geschikt politiek systeem. Dat was een moeizaam proces. Het grootste probleem was dat veel Amerikanen een afkeer hadden van een sterke centrale overheid. Zij gaven de voorkeur aan lokaal bestuur en wantrouwden politieke bemoeienis van buitenaf. Deze houding kwam voort uit ontevredenheid over de koloniale overheersing van het Britse Rijk.

Tot 1763 had Groot-Brittannië zich weinig bemoeid met de ontwikkeling van de Noord-Amerikaanse koloniën. Vanaf 1763 versterkte het Britse Rijk zijn greep op de koloniën. Engeland voerde in Europa dure oorlogen en om die te betalen legde men de koloniale bevolking nieuwe belastingen op. Dit namen de kolonisten niet en kwamen in opstand omdat ze moesten betalen maar niet vertegenwoordigd waren in het Engelese parlement ('no taxation without representation'). De onafhankelijkheidsverklaring ging letterlijk uit van soevereine staten. De meeste Amerikanen erkenden echter de noodzaak van samenwerking in een confederatie om bevoorbeeld defensie en de economie te coördineren, maar voor de rest lag de grootste macht bij de staten en niet bij de centrale overheid.

Het begin van de confederatie

De eerste poging tot een confederatie waren The Articles of Confederation van 1781, de eerste grondwet van de Verenigde Staten, waarbij het Congres bestond uit één kamer. Iedere staat had één zetel in het Congres. Er was nog geen sprake van een President en Hooggerechtshof en het Congres had geen macht of bevoegdheden om zijn eigen besluiten uit te voeren of zelf belastingen te innen. Met The Articles had men precies wat men wilde namelijk een zwak centraal bestuur dat volledig ondergeschikt was aan de deelstaten. Maar The Articles bleken in depraktijk onhaalbaar. Het Congres kon de schulden uit de onafhankelijkheidsoorlog niet betalen,bleek niet in staat het financieel economische verkeer en het buitenlands beleid te coordineren, laat staan voor defensie te zorgen. De directe aanleiding om The Articles te herzien vormde in 1787 een opstand die uitbrak op het platteland van Massachusetts.

Grondwet

De conferentie om The Articles te herzien vond plaats in Philadelphia in 1787, waar vijfenvijftig van de meest vooraanstaande, rijke en hoogopgeleide Amerikaanse intellectuelen bijeenkwamen om onder leiding van George Washington te onderhandelen over een nieuwpolitiek systeem voor de jonge natie. Uiteindelijk besloten deze Founding Fathers, zonder toestemming van de deelstaten The Aticles helemaal te schrappen en een nieuwe grondwet te schrijven.

De Amerikaanse grondwet is gebaseerd op de leer van de Trias Politica van de Franse filosoof Montesquieu die de macht verdeelt in een uitvoerende macht, wetgevende macht en rechtelijke macht. Door die verschillende machten elk aan aparte instanties toe te delen, ontstaat er een evenwicht en wordt voorkomen dat een instantie te machtig wordt.

De President heeft de uitvoerende macht, het Congres de wetgevende macht en het Hooggerechtshof de rechtelijke macht. Tevens zorgde de Amerikaaanse grondwet ook voor een verdeling van de macht tussen de centrale overheid en de staten. De grondwet gaat uit van federale staat waarin de afzonderlijke staten een grote mate van autonomie houden en de federale overheid verantwoordleijk is voor buitenandse zaken, defensie fianncièn en het economische verkeer tussen deelstaten. De grondwet werd in 1789 aangenomen.

De verdeling van de macht.

In de grondwet van de Verenigde Staten is voor het eerst de machtenscheiding geregeld zoals de Franse filosoof Montesquieu dit al voor zich zag: een deling van de macht in drie machten: Wetgevende, Uitvoerende en Rechtelijke macht. Centraal staat de leer van de Volkssoevereiniteit en niet meer de Godssoevereiniteit, de mens staat voortaan in het middelpunt en gezag komt niet meer van God maar van het verstand (rationaliteit). De Verenigde Staten zijn een federaal land. Als we hier spreken over de Staatsinrichting van de Verenigde Staten dan wordt bedoeld de staatsinrichting van de federatie.

federale staatsinrichting

Elke afzonderlijke staat heeft een parlement, een rechtelijke macht en een uitvoerende macht die in handen ligt van een gouverneur.

Aan het hoofd van de FEDERALE UITVOERENDE MACHT staat de PRESIDENT

  het witte huis

Het Witte Huis

De PRESIDENT heeft grote macht maar moet zich natuurlijk ook houden aan de grondwet.

presidentiele zegel

De PRESIDENT is:

1. Staatshoofd

2. Regeringsleider

3. Opperbevelhebber van de strijdkrachten (commander of chief)

4. Benoemt leden van het Hooggerechtshof (waardoor invloed op de rechtelijke macht)

5. Benoemt de belangrijkste ambtenaren

6. Heeft het recht van OPSCHORTEND VETO d.w.z. dat hij tijdelijk een wet kan tegenhouden. Die wet moet dan opnieuw worden ingediend en bij aanname moet de president de wet tekenen.

7. Partijleider van zijn partij

8. Wordt voor vier jaar gekozen en is een maal herkiesbaar (Roosevelt was de laatste die langer regeerde(1933-1945).

9. Recht van Presidentieel bevel (executive order).

Aan het hoofd van de FEDERALE WETGEVENDE MACHT staat het CONGRES

Het CONGRES bestaat uit DE SENAAT en het HUIS VAN AFGEVAARDIGDEN

  het Congressgebouw

Het Capitool vergaderplaats Congres te Washinghton DC

De SENAAT :

1. Bestaat uit 100 leden; 2 leden per staat, onafhankelijk van de grootte van een staat. De staat Alaska heeft 2 senatoren maar ook de staat Californie.

2. Senatoren worden voor 6 jaar gekozen.

3. Elke 2 jaar wordt 1/3 deel van de senaatszetels gekozen

4. Senatoren zijn onbeperkt herkiesbaar

5. De vice-president is voorzitter van de Senaat.

HUIS VAN AFGEVAARDIGDEN:

1. Bestaat uit 435 leden; Het aantal leden dat een staat mag afvaardigen is gerelateerd aan de bevolking van een staat. Met andere woorden de staat Alaska levert er 1 en de staat Californie 49. Dit kan in de tijd natuurlijk wisselen.

2. Leden van het Huis worden voor 4 jaar gekozen.

3. Elke 2 jaar wordt de helft van het aantal zetels gekozen.

4. Afgevaardigden zijn onbeperkt herkiesbaar.

Aan het hoofd van de FEDERALE RECHTELIJKE MACHT staat het HOOGGERECHTSHOF

  hoogerechtshof

HOOGGERECHTSHOF:

1. Bestaat uit 9 leden die opperrechter worden genoemd

2. De leden worden voor het leven benoemd door de president, na goedkeuring van de Senaat

3. Taak is alle wetten te toetsen aan de grondwet; het zogenaamde toetsingsrecht

In tegenstelling tot andere parlementaire systemen staat de uitvoerende macht van de Verenigde Staten los van het Congres. In de Amerikaanse geschiedenis is er vaak sprake geweeest van een verdeelde federale overheid: een president van één partij en de meerderheid in één of beide kamers van het Congres van een andere partij.

De president wordt indirect gekozen door het volk. De politiek partijen houden eerst voorverkiezingen in de verschillende staten om elk tot een presidentskandidaat te komen. Daarna worden er verkiezingen gehouden waarbij keizers in alle staten de president kiezen. Daarbij geldt het districtenstesel `the winner takes it all`.

De Senaat moet de presidentiële benoemingen van ministers, rechters en alle belangrijke ambtenaren goedkeuren. Ook vredesverdragen moeten door de Senaat worden goedgekeurden alleen het Congres kan de oorlog verklaren.

Impeachment procudure

Met een Impeament procedure kan het Congres een president uit zijn ambt zetten. Maar nog nooit is een president via een Impeament procedure afgezet. In de Watergateaffaire koos president Nixon eieren voor zijn geld en besloot af te treden voordat een Impeamentprocedure tegen hem werd gestart. De Impeamentprocedure is een duidelijk voorbeeld dat de cheks and balances tussen president en Congres werken.

Imperial Presidency

Ondanls de cheks and balances zorgde de groeiende rol van de VS in internationale aangelegenheden ervoor dat de president toch uitgroeide tot de spil van de Amerikaanse politiek. We spreken daarom ook van Imperial Presidency met betrekking tot zijn rol in de buitenlandse politiek. Alleen het Congres kan een land de oorlog verklaren, maar presidenten hebben herhaaldelijk Amerikaanse troepen naar gewapende conflicten gestuurd zonder toestemming van het Congres. Ze rechtvaardigden hun acties vanuit hun functie als opperbevelhebber van de strijdkrachten.

Het federale bestel

In het federaal bestel van de VS hebben de deelstaten veel meer autonomie dan provincies. Wat niet expliciet door federale wetgeving aan de federale overheid toebedeeld wordt, valt binnen de bevoegdheden van de staten. De staten hebben elk hun eigen grondwet, maar deze mogen niet in strijd zijn met de federale grondwet en federale wetgeving. Als voorbeeld kan de slavernij worden genoemd. Ten tijde van de Amerikanse burgeroorlog (1861-1865) was de slavernij in de zuidelijke staten legaal terwijl die in de noordelijke staten al was afgeschaft.

Amendementen (wijzigingen) op de Amerikaanse grondwet kunnen alleen worden aangenomen met zowel de goedkeuring van twee derde van de beide huizen van het Congres als met de instemming van de parlementen van driekwart van de deelstaten. Zo maakte het dertiende amendement een einde aan de slavernij en het negentiende amendement verleende vrouwen in alle staten het kiesrecht. De federale macht werd zo indirect dus toch vergroot. Dat deelstaten toch probeerden de federale wetgeving te omzeilen bleek in de zuidelijke staten waar men de zwarte bevolking probeerde te weren van de verkiezingen. Dat deed men door specifieke voorwaarden te stellen voor het inschrijven van kiezers in het kiesregeister.

Een tweepartijstelsel

De Amerikaanse politiek wordt sinds 1854 gedomineerd door twee grote partijen de Republikeinse en de Democratische. Beide partijen hebben behoudende en vooruitstrevende vleugels. Het is duidelijk dat deze partijen hede ten dage anders zijn dan in 1865.

 1860 de groei of the vs

Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog was de Republikeinse partij onder leiding van Lincoln tegen de uitbreiding van de slavernij in de westelijke territoria en uiteindelijk voor de afschaffing van de slavernij in de zuidelijke staten. Zij waren voorstander van `free labour`en kwamen na de burgeroorlog op voor de rechten van de zwarte bevolking en voor een actieve en krachtige federale overheid die de industrie beschemde door invoerrechten te heffen. De aanhang was vooral te vinden in de noordelijke staten en aan de westkust. In het zuiden had de partij weinig aanhang.

De Democraten daarintegen waren felle tegenstanders van een regulerende overheid en kwamen op voor de rechten van de afzonderlijke deelstaten. Ze waren voorstanders van de slavernij en vonden dat de slavernij ook in westelijke territoria legaal moest zijn. Hun aanhang was vooral te vinden onder de blanke bevolking van het zuiden, maar na de burgeroorlog ook onder de pioniers in het Westen en de immigranten in de steden.

Aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw veranderden de partijen echter van karakter. De Republikeinen werden conservatiever en vertegenwoordigden de bourgeoisie en het bedrijfsleven en toonde zich niet langer voorstander van gelijke rechten voor de zwarte bevolking. Tevens keerden ze zich tegen de instroom van immigranten die vanaf 1880 op gang kwam uit `ongewenste gebieden`zoals Zuid en Oost Europa. Op economisch gebied wezen de Republikeinen federaal overheidsingrepen af. Na het ontstaan van de verzorgingsstaat door de New Deal van Roosevelt streefden zij er naar om de economische regulering zo beperkt mogelijk te houden en sommige wetten zelfs terug te draaien. Hoewel de Republikeinen tegen te veel overheidsbemoeienis waren vonden ze regels op `moreel`gebied wel belangrijk zoals wetten tegen de prostitutie.

De democraten gingen zich het lot aantrekken van sociaal zwakke groepen en omarmden het idee van een overheid die actief was op economisch en sociaal gebied. Dat begon met de opkomst van het populisme in 1896 en werd verder vormgegeven door het progressieve beleid van president Wilson (1913 1921) en voortgezet door president Roosevelt die de grondslag legde met zijn New Deal van de Amerikaanse verzorgingsstaat. De democraten werden in de loop van de 2oe eeuw geassocieerd met de verzorgingsstaat en big government waarmee wordt bedoeld dat een overheid zich actief bemoeid met de economie en binnenlandse zaken, en die veel geld uitgeeft aan sociale programmma`s. Vanaf president Roosevelt werd de democratische partij steeds vooruitstrevender op het gebeid van gelijke rechten voor de zwarte bevolking. In 1964 verwierven zwarten onder president Johnson gelijke burgerrechten, waarna blanke zuiderlingen steeds meer op de Republiekeinse Partij gingen stemmen.

Zie voor Hoofdstuk 2 De periode 1865 1918 Hoofdstuk 2 CSE 2012-2013-2014 VS en hun federale overheid