We hebben 165 gasten online

Hfst 3 CSE Dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam Havo Feniks

Gepost in V.S.

Hoofdstuk 3: Noord- en Zuid-Vietnam: 1954 en 1963

vietnam veteraan postzegel vietnam monument vietnamoorlog helicopter
   

Deelvraag 3 Waarom kwam het opnieuw tot een oorlog in Vietnam?

Inleiding

De periode tussen 1954 en 1963 was een adempauze voor de Vietnamezen. Ho Chi Minh benuttte die pauze om de eigen macht te consolideren en om met Russische en Chinese steun het sociaaleconomische programma van de communistische partij uit te voeren. In het Zuiden werd de periode gebruikt om een levensvatbare niet-communistische natie te bouwen met Amerikaanse hulp.

De rustpauze was echter bedriegelijk want eind jaren vijftig besloot de Noord-Vietnamese partijleiding al actieve steun te verlenen aan groepen die zich in het Zuiden verzetten tegen het pro-Amerikaanse bewind.

Het belang van dit onderwerp

de indochinseoorlog en de toekomst van Zuidoost azie

New York Herald Tribune 20 november 1953

Vanaf 1954 werd in Noord-Vietnam een communistische en in het Zuiden een kapitalistische samenleving gevormd. Het Noorden kende slechts een partij: de communistische. Toch noemde Noord-Vietnam zich democratisch, omdat deze ene partij wel alle Vietnamezen vertegenwoordigde. In het Zuiden ontwikkelde zich een regiem dat werd gekenmerkt door corruptie en nepotisme. Washington greep niet in, uit angst de steun van het regime in Saigon te verliezen. De ontwikkelingen in beide delen van Vietnam laten zien wat er gebeurt wanneer een goed functionerend parlement ontbreekt. Het gewone volk betaalt dan de rekening.

3.1 Een interne en een externe revolutie

In oktober 1954 stroomden eenheden van de Vietminh de hoofdstad Hanoi binnen. De politieke macht in de Democratische republiek Vietnam kwam in handen van Ho Chi Minh en de Vietnamese Communistische Partij. Binnen de partij lag de macht bij een kleine groep mensen rond Ho. Ho was president van de republiek, generaal Giap was zowel minster van Defensie als vice-premier. Oppositie tegen de partijlijn was niet of nauwelijks mogelijk en er was geen persvrijheid. Ho Chi Minh genoot veel aanzien bij de bevolking. In 1954 werden alle Franse bedrijven genationaliseerd. Hierdoor ontstond er een enorme kapitaalvlucht naar het Zuiden. De meesten die zuidwaarts trokken waren katholieken, die vervolging vreesden door het 'goddeloze' communisme.

In de eerste jaren voerde Ho's regiem een 'interne revolutie' door. De partij lanceerde een landhervormingsprogramma. De landgoederen werden in het begin in handen gegeven van landloze en arme boeren. De rijstproductie steeg daardoor binnen twee jaar van 2,6 miljoen ton naar 4,2 miljoen ton. Maar het bewind radicaliseerde. Noord-Vietnam kreeg een planeconomie waarin voor een vrije markt geen plaats meer was. Net als in Mao's China trokken partijactivisten naar het platteland en dwongen onwillige boeren toe te treden tot collectieve boerderijen. Veel landeigenaars werden geëxecuteerd of verdwenen in gevangenschap. Gevolg: opstanden van boeren en een kapitaalvlucht.

In 1958 keerde de rust terug en kon Ho de collectivisering verder doorvoeren. In 1960 was achtenzestig procent van de boerenbevolking, in totaal dertien miljoen mensen, werkzaam op coöperatieve boerderijen. De grootschalige coöperatieve landbouw bracht weinig enthousiasme onder de boeren teweeg en er werd bovendien te weinig gemechaniseerd. Het gevaar van voedseltekorten en honger lag op de loer.

De industriële ontwikkeling van Noord-Vietnam kwam nauwelijks van de grond. In totaal werkten er maar een paar duizend mensen en droeg de industrie in 1954 maar voor slechts anderhalf procent bij aan het nationale inkomen. In 1961 lanceerde de partij een vijfjarenplan, dat voorzag in een snelle opbouw van de zware industrie. Noord-Vietnam bleef een arm, industrieel onderontwikkeld land en werd financieel en materieel gesteund door de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie. Noord-Vietnam nam ideologisch geen stelling in tussen Moskou en Peking en maakte profiteerde er zelfs van.

Noord-Vietnam voelde zich in de kou gezet toen geen van de deelnemers aan de Geneefse Conferentie zich sterk wilde maken voor de beloofde verkiezingen in 1956. De regering van Zuid-Vietnam had namelijk voorgesteld deze niet door te laten gaan. Volgens de prognoses zou de Vietminh de verkiezingen glansrijk winnen. Het was dus een kwestie van lijfsbehoud om de verkiezingen te saboteren..

De enige oplossing om een hereniging te bereiken was de gewapende strijd. Het regiem in Saigon moest ten val worden gebracht en de Amerikaanse aanwezigheid moest worden beëindigd. Dat zou men de externe revolutie kunnen noemen. De interne en de externe revolutie wogen voor Ho even zwaaar. In januari 1959 nam de top van de parij de beslissing om Noord-Vietnamese troepen in het Zuiden te laten infiltreren om het daar aanwezige verzet tegen de regering te helpen.

3.2 Het regime van Ngo Dinh Diem

Ten zuiden van de zeventiende breedtegraad werd met Amerikaanse steun een anticommunistische staat uit de grond gestampt. Hoofdstad werd Saigon, gelegen in de Mekongdelta. Ngo Dinh Diem, telg uit een bestuurlijke elite, was door de Fransen naar voren geschoven om de nieuwe regering te leiden. In 1954 werd Diem premier en een jaar later president. Diem was rooms-katholiek en koesterde zowel sterke anticommunistische als antikoloniale opvattingen. Diem bleek achteraf een foute keuze. Hij was een contactarme, achterdochtige heerser, die zichzelf grandioos overschatte.

De Amerikaanse politiek was gericht op Nation Building. Met veel geld en idealsime wilden Amerikaanse diplomaten een sterke, weerbare Zuid-Vietnamese natie uit de grond stampen, westers gezind met een eigen identiteit. Het land stond in de top vijf van door Amerika meest begunstigde landen. Aleen al tussen 1955 en 1960 pompte Amerika er zeven miljard dollar in. Niet onvoorwaardelijk want keer op keer drongen de Amerikanen er bij Diem op aan om haast te maken met de democratisering en de landbouwhervorming. Tevergeefs: want één procent van de bevolking bezat bijna de helft van de landbouwgrond. De meeste dollars verdwenen in de zakken van corrupte ambtenaren of werden gebruikt door Diems veiligheidsdienst. In wezen hield Amerika een dictatuur overeind. Oppositieparijen werden buiten de wet geplaatst en de pers stond onder censuur. Tussen 1955 en 1959 werden 12.000 mensen geëxecuteerd en verdwenen 50.000 anderen in concentratiekampen.

ngodinh diem op bezoek in Washinghton 1967

Diem op bezoek in Washington in 1957. Links president Eisenhower, daarnaast John Foster Dulles

Toch bleef de Amerikaanse regering achter Diem staan. Dit kwam voort uit het koudeoorlogsdenken van de jaren vijftig en zestig. Het was echter een fatale denkfout van Washington om de Vietminh te zien als een marionet van Mao of Chroesjstjov. Dat de Vietminh ook werd gedreven door nationalistische motieven, kon men niet begrijpen.

Diem begreep zijn waarde voor de Amerikaanse strategen. Zolang hij jacht maakte op echte of vermeende communisten handelde hij in overeenstemming met Amerika's buitenlandse politiek. De keuze voor Diem werd gemaakt bij gebrek aan beter. In Washington was men zich ervan bewust dat er buiten Diem niemand in Saigon was op wie Amerika kon bouwen. Diem was minder geïntresseerd in het doorvoren van noodzakelijke hervormingen, dan in het handhaven van zijn eigen machtspositie. Ook Washington zag wel dat de mooie droom van 'nation builing' in rook opging.

De Vietcong: inheems of import

Vanaf 1959 infiltreerden Noord-Vietnamese troepen in het Zuiden en deze kregen de opdracht voorlopig niet in actie te komen. Toch pleegden deze enkele aanslagen. De bedoeling van deze communistische terreur was, om nog grotere repressie van de kant van Diem uit te lokken, zodat de bevolking zich echt ook onderdrukt ging voelen. Gelijdelijk aan slaagden guerillagroepen erin om grote delen van het platteland van Zuid-Vietnam op hun hand te krijgen, met name in de Mekongdelta.

In 1960 besloot Hanoi een nieuwe organisatie in het Zuiden op te zetten, het Nationaal Bevrijdingsfront (NLF). Hierin werkten de diverse oppositiegroepen tegen Diem samen. Het NLF leek op de Vietminh uit de strijd tegen de Fransen. Behalve communisten zaten er vertegenwoordigers in van boeren, jongeren en religieuze groepen. Het NLF wilde de schijn ophouden dat het een Zuid Vietnamese organisatie was.

De gewapende arm van het NLF, het Volksbevrijdingsleger, werd door de Zuid-Vietnamezen en Amerikanen spoedig betiteld als Vietcong. Dit was een afkorting van ´Vietnamese communisten´.

Er zijn verschillende meningen over hoe men de Vietcong moest zien. Was de Vietcong een autonome Zuid Vietnamese verzetsbeweging, dan was er sprake van een burgeroorlog tussen Vietnamezen onderling. Dat was ook het standpunt van de antioorlogsbeweging in Amerika. Maar was de Vietcong een organisatie geleid door Hanoi dan was het conflict een oorlog tussen twee staten met Noord Vietnam als agressor en Zuid Vietnam als slachtoffer. Dat laatste nu was het standpunt van de Amerikaanse regering.

Pas jaren na de oorlog zou uit bronnenmateriaal blijken dat de Amerikaanse visie juist was. De Amerikaanse generaals en politici hadden gelijk dat de Vietcong Made in Hanoi was. Hun veronderstelling dat Hanoi het etiket Made in Moskou verdiende was niet juist, want de invloed van de Sovjet Unie en China op Noord Vietnam bleef beperkt.

De strategen van de Vietcong noemden de strijd een bevrijdingsoorlog. Eerst moest het platteland worden veroverd en daarna waren de steden aan de beurt. Dit concept van een lange guerillaoorlog was ontleend aan de ideeën van Mao.

Versterkte dorpen

Als antwoord op de toegenomen guerilla-activiteit introduceerde de regering in Saigon een plan om versterkte dorpen 'strategic hamlets' te bouwen. Vier miljoen boeren moesen verhuizen en Diem liet de boeren zelf betalen voor de aanleg van de dorpen, hoewel het bouwmateriaal gratis door de Amerikanen ter beschikking was gesteld. De boeren in de versterkte dorpen voelden zich ontworteld. De boeren sympatiseerden vaak met de communsiten, die een eerlijke verdeling van het land beloofden. Het project van de versterkte dorpen werkte averechts en riep juist verzet op.

Ook in de steden groeide het evrzet. Daar tekende radicale boedhisten, intellectuelen en communisten protest aan tegen de heerschappij van Diem en de Amerikaanse invloed. Hoewel Washington Diem financieel en materieel steunde, bleef het aantal Amerikanen in Vietnam nog beperkt. Onder president Eisenhower bevonden zich ongeveer 900 Amerikaanse adviseurs in Vietnam, Méér wilde Eisenhower niet doen.

3.3 De strijd ontbrandt 1961 - 1964

In 1961 werd Eisenhower opgevolgd door J.F.Kennedy. Kennedy omringde zich met een groep jonge, energieke academici ' the best and the brightist'. Zij deelden de overtuiging dat de wereld maakbaar was en dat zij die naar Amerikaans voorbeeld konden modelleren. Het waren mannen die onbaatzuchtig idealisme met arrogantie combineerden. Helaas hadden ze geen kaas gegeten van de ingewikkelde situatie in Zuidoost Aziè. De echte Azie-kenners waren in de tijd van McCarthy weggezuiverd. Zonder lang na te denken gingen zij ervan uit dat de dominotheorie van toepassing was op de situatie in Vietnam.

jfk briefing vietnam war

Persconferentie Vietnam oorlog door president Kennedy maart 1961

Kennedy was wijs genoeg om niet helemaal toe te geven aan de haviken onder zijn generaals die aandrongen op het inzetten van bommenwerpers in Vietnam. Wel besloot hij om in 1961 de groep Amerikaanse adviseurs uit te breiden tot zo´n tienduizend. Hij stuurde tevens gevechtshelicopters en geld. Daarnaast verleende hij goedkeuring aan geheime sabotageacties. In 1963 waren er zestienduizend Amerikanen in Vietnam. Zij hadden de opdracht om de Zuid Vietnamese regeringstroepen te adviseren. Deze adviseurs raakten echter steeds meer betrokken in gevechtshandelingen.

Kennedy had persoonlijk zijn twijfels over de dominotheorie. Hij verwachtte dat de Volksrepubliek China op korte termijn over een atoombom zou beschikken en dan Zuidoost Azie sowieso kon domineren. Net zomin als Eisenhower slaagde Kennedy er echter in om van Diem een volgzame marionet te maken.

Brandende monniken

In 1963 liepen de zaken in Vietnam uit de hand. Bij de slag om Ap Bac, een dorp in de Mekongdelta hield een Vietcongeenheid zich staande tegenover een veel grotere en bewapende strijdmacht.

Maar in de zomer van 1963 stak een boeddhistische monnik midden op straat in Saigon, zichzelf in brand uit protest tegen de onderdrukking van de boeddhistische religie door de katholieke Diem. Er zouden meer zelfverbrandingen volgen. Deze zelfverbrandingen toonden het failliet van het regime van Diem aan. Diems troepen gingen over tot gewelddadige invallen in tempels en heiligdommen en honderden geestelijken werden opgepakt.

zelfverbranding boeddhistische monnik

Dit was voor Amerika de druppel die de emmer deed overlopen. Vanuit het ministerie van Buitenlandse zaken in Washington, ging buiten medeweten van de president en de minister, een telegram naar de ambassadeur in Saigon met de mededeling om een couppoging niet te verijdelen. De ambassadeur gaf de opstandige generaals vervolgens een duidelijke hint dat de Verenigde Staten de coupplegers niets in de weg zou leggen. Op 1 november 1963 omsingelden de opstandige legereenheden het presidentiële paleis. Diem gaf zich over, maar werd door de miltiaren zonder pardon neergeschoten. Een militaire junta nam de macht over. Kennedy was ontsteld toen hij het nieuws vernam, maar erkende binnen een week het nieuwe bewind, dat hem beloofde de oorlog tegen de communisten voort te zetten. Amerika werd nu geheel verantwoordelijk voor de politieke en militaire leiding in Zuid Vietnam. Drie weken daarna werd president Kennedy op 22 november 1963 in Dallas vermoord. Na de moord op president Kennedy volgde zijn vice president L.B.Johnson hem direct op.

President Johnson rechts  ontmoet in 1968 Van Thieu

President Johnson (rechts) ontmoet Van Thieu in 1968

In Saigon volgde de staatsgrepen elkaar op totdat in 1965 de macht toeviel aan twee militairen: generaal Nguyen Van Thieu en luchtmaarschalk Nguyen Cao Ky. Thieu riep zich in 1967 uit tot president van Zuid Vietnam. Net als hun voorgangers voerden ze een autoritair corrupt bewind.

 Zie verder hoofdstuk 4 Hfst 4 CSE Dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam Havo Feniks