We hebben 199 gasten online

Hfst 4 CSE Dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam Havo Feniks

Gepost in V.S.

Hoofdstuk 4: Een supermacht verliest een oorlog 1964-1973

vietnam veteraan postzegel vietnam monument vietnamoorlog helicopter
   

Deelvraag 4: Waardoor bleef een militaire oerwinning voor de Verenigde Staten in de oorlog in Vietnam uit?

Inleiding

In de korte regeerperiode van president J.F.Kennedy leek de wereld te balanceren op de rand van een 3e wereldoorlog. Dat kwam door 2 oorzaken:

- In 1961 werd de Berlijnse muur gebouwd;

- in 1962 bleek dat de Sovjet-Unie op Cuba raketten had geplaatst met kernkoppen.

Uiteindelijk haalde de wereld opgelucht adem toen de VS en de SU overeenstemming bereikten over het terugtrekken van die raketten. Dat had als gevolg dat in 1963 er een verdrag werd gesloten dat bovengrondse kernproeven verbood en de grootmachten inzagen dat men met elkaar verder moest. Er was echter een probleem: Vietnam.

Nadat Chroesjstjov in 1964 werd afgezet en opgevolgd door Leonid Brezjnev werd de lijn van ontspanning, vreedzame co-existentie, weer doorbroken en ontstond er een hardere lijn.

Het belang van dit onderwerp

De strijd in Vietnam groeide onder Kennedy en Johnson uit tot een regelrechte oorlog die bijna 10 jaar zou duren. Uiteindelijk zou Amerika het land verlaten. Van een militair verlies was geen sprake. Maar de Verenigde Staten waren niet in staat geweest de oorlog te winnen en dit bleek even erg als verliezen. De vergelijking dringt zich op met de oorlog in Irak waar ondanks een militair overwicht de Amerikanen zich vergisten in de ontstane situatie na de bezetting van Irak.

4.1 Uitgangspunten van de Amerikaanse strategie.

De nieuwe Amerikaanse prersident Johnson stond voor de zware taak het beleid van zijn voorganger voort te zetten. In de ogen van de Kennedy's was Johnson een ruwe boer uit Texas. Omgekeerd had Johnson een hekel aan de sfeer van rijkdom en glamour rond de Kennedy's. Zijn kwaliteit lag in zijn sociaal gevoel en door zijn lange ervaring als parlementariër kon hij goed omgaan met lastige Congresleden.

Johnson tichtte zijn beleid op twee binnenlandse problemen: de armoede en de rassenproblematiek. Daartoe lanceerde hij in 1964 zijn programma , de Great Society. Voor deze War on Poverty zouden veel miljoenen dollars nodig zijn. De Vietnamoorlog moest zo snel mogelijk beëindigd worden om geld vrij te maken voor de Great Society. Daarvoor had Johnson echter ook de medewerking nodig van de Republikeinen in het Congres, maar juist die waren fel anti-communistisch.

Drie opties

In theorie hadden Johnson en zijn raadgevers de keuze uit drie mogelijkheden:

1) Ze konden zich terugtrekken uit Vietnam;

2) Ze konden nuclaire middelen inzetten;

3) Ze konden gevechtseenheden naar Zuid-Vietnam sturen.

De eerste oplossing was niet reëel. Bondgenoten zouden zich afvragen wat Amerikaanse veiligheidsgaranties dan nog waard waren. Ook de tweede optie viel af in verband met het risico van een allesvernietigende atoomoorlog. Bleef over het sturen van militaire eenheden naar Vietnam. De beleidsmakers stelden daarvoor enkele uitgangspunten op:

- Er moesten zo weinig mogelijk Amerikaanse slachtoffers vallen;

- De oorlog moest worden gevoerd met conventionele middelen;

- Het oorlogsgebied diende zich te beperken tot Vietnam.

Het Pentagon ging er echter van uit dat de oorlog in korte tijd zou kunnen worden beslist gezien de militaire macht van de VS. Men voorzag een beperkte oorlog (limited war) en wilde dat bereiken door:

- Het bombarderen van Noord-Vietnamese doelen, omdat van daaruit de gureilla-acties van de Vietcong geleid werden;

- Amerikaanse troepen zouden de bevoorradingslijnen naar het Zuiden blokkeren ter hoogte van de zeventiende breedtegraad;

- Rusland en China moesten buiten de oorlog worden gehouden;

- Het Noordelijk deel van Vietnam, dat aan China grensde, zou niet worden gebombardeerd.

Amerikaanse beleidsmakers waren zo zeker van hun zaak dat zij geen alternatieve strategieën ontwikkelden voor het geval het toch mis zou lopen.

De Tonkinresolutie

Op 2 augustus 1964 voerden Noord-Vietnamese patrouilleboten een mislukte torpedoaanval uit op het Amerikaanse fregat Maddox in de Golf van Tonkin. Het schip was bezig met een geheime operatie binnen de Noord-Vietnamese territoriale wateren. Johnson gaf opdracht Noord-Vietnamese doelen te bombarderen. Na het bericht van een tweede aanval, waarvan later is bewezen dat die nooit heeft plaatsgevonden, riep Johnson het Congres bijeen. Dit incident is de geschiedenis ingegaan als het Tonkinincident en leidde tot het aannemen in het Congres van de Tonkinresolutie. Deze Tonkinresolutie betekende in de praktijk dat president Johnson alle vrijheid kreeg om 'alle nodige maatregelen te nemen om aanvallen tegen tegen Amerikaanse krijgsmacht af te slaan en verdere agressie in Vietnam te voorkomen'. In feite kreeg Johnson een blanco cheque en zou naar aanleiding van het Tonkinincident Vietnam het toneel worden van een echte oorlog.

4.2 Falende strategie

Eind 1964 besloot de Noord-Vietnamese regering om de strijd in het Zuiden op te voeren. Drie Noord-Vietnamese regimenten vertrokken naar Zuid-Vietnam. Noord-Vietnam droeg dus ook bij aan de escalatie van de oorlog.

great society

In november 1964 won Johnson met een grote meerderheid de presidentsverkiezingen. Hij vertrouwde er nu op dat hij zowel de Great Society kon realiseren en de Vietnamoorlog kon winnen. De toegenomen communistische activiteit in Zuid-Vietnam zorgde echter voor een nieuwe situatie. Begin 1965 vond een guerilla-aanval plaats op een militaire basis, waarbij negen Amerikanen om het leven kwamen. Johnson voelde zich gedwongen een passend antwoord te geven en gaf opdracht tot een luchtaanval op de belangrijkste Noord-Vietnamese troepenbasis. Waardoor de strijd escaleerde. Johnson besloot vervolgens tot de operatie Rolling Thunder, een langdurig bombardement op Noord-Vietnam waarbij ook Hanoi en Haipong in juni 1965 werden gebombardeerd door B52 bommenwerpers.

Ook Zuid-Vietnamese dorpen die in handen waren van de Vietcong, werden door de Amerikanen gebombardeerd. Johnson bleef zich echter afvragen: 'Zijn we aan een karwei begonnen dat we binnen drie jaar kunnen afmaken"? Is er een uitweg"?. Maar in het openbaar bleef hij de oorlog verdedigen.

De bombardementen hadden eigelijk weinig effect, omdat Noord-Vietnam weinig industrie van betekenis had. Bovendien groeide het verzet tegen de Amerikanen sterk. Ho Chi Minh wilde de Amerikanen bezighouden en uitputten tot de publieke opinie in de VS zich tegen haar eigen regering zou keren en Johnson gedwongen zou zijn soldaten terug te roepen.

Zuid-Vietnam 'geamerikaniseerd'

generaal westmoreland en president johnson

Opperbevelhebber Westmoreland en president Johnson

In Zuid-Vietnam bleef de Vietcong aanvallen uitvoeren. Het Zuid-Vietnamese leger stond in het voorjaar van 1965 op de rand van instorten. William Westmoreland, de Amerikaanse opperbevelhebber in Vietnam, deed een dringend appel op Washington om grondtroepen te sturen. In maart 1965 gingen de eerste grondtroepen in Da Nang aan land. Binnen twee maanden zouden het er 75.000 zijn en in 1969 zou dat aantal opgelopen zijn naar 542.000. Zo werd de Vietnamese samenleving voor een groot deel 'geamerikaniseerd'.

overzicht deelname vs troepen vietnamoorlog

Het Zuid-Vietnamse leger verichtte vooral ondersteunende taken. Tot woede van president Thieu werd zijn legerleiding nauwelijks betrokken in de besluitvorming. De verliezen van het Zuid-Vietnamese leger waren groot. Een kwart miljoen Zuid-Vietnamezen sneuvelde: bijna vijf maal zoveel dan het aantal Amerikanen dat omkwam.

Search -and-destroyoperaties

De oorlog was geen gewone oorlog. er waren geen duidelijke frontlijnen, doordat de Vietcong verspreid zat over vrijwel heel Zuid-Vietnam. Om de Vietcong op te sporen voerden de Amerikanen zogenaamde search-and-destroyoperaties uit. Speciale eenheden werden per helicopter in een gebied gedropt en begonnen de omgeving uit te kammen. Maar de Vietcongsoldaten trokken zich na een aanval terug in tunnelcomplexen en waren vrijwel ongrijpbaar. Omdat de Amerikanen niet zeker waren van de steun van de bevolking, arresteerden zij iedereen die mogelijkerwijs 'Charlie' - zoals de Amerikane Vietcongstrijders noemden - zou kunen helpen. Vaak werden huizen of dorpen in brand gestoken om te beletten dat de Vietcong onderdak en voedsel kreeg. Dat was het werk van de Zippo Squads, eenheden die vernoemd waren naar een aanstekermerk Zippo.

De talloze serach-and- destroyacties leidden echter tot niets. De soldaten gingen na een treffen terug naar hun basis en de guerilla-strijders keerden terug naar de dorpen. Het duurde jaren voordat de Amerikaanse legerleidng toegaf dat zij de vijand zo niet kon verslaan.

De oorlog veroorzaakte een enorme vluchtelingenstroom. Bijna vier miljoen mesen stroomden Saigon en andere 'veilige' steden binnen. deze gedwongen urbanisatie kwam de Amerikaanse strategen overgens niet slecht uit. Op deze manier zou de vijand immers zijn schuilplaatsen onder de plattelandsbevolking kwijtraken.

De Ho-Chi-Minhroute

De vitale aanvoerroute voor de communistische gurillastrijders in Zuid-Vietnam was de Ho-Chi-Minhroute. Een netwerk van paadjes liep van Noord-Vietnam door de jungle van Laos en Cambodja naar de hooglanden van Zuid-Vietnam. Meer dan tienduizend kilometer lang. Men vervoerde te voet of per fiets, ter paard of per vrachtwagen wapens, ammuntie en rijst naar het Zuiden. In de loop van de oorlog werd de route versterkt met werk- en opslagplaatsen , barakken en opslagplaatsen. Een legertje specialisten , waaronder veel vrouwen, was voortdurend in de weer om het wegenstelsel te onderhouden.

ho chi minhroute

De vindingrijke Vo Nguyen Giap liet zich niet verleiden tot grootschalige veldslagen, maar voerde een guerillaoorlog. Deze oorlog vertoonde een asymmetrisch patroon. Amerikaanse en Zuid-Vietnamese troepen zetten tanks en vliegtuigen in, vooral om het aantal slachtoffers te beperken. Maar doordat de kleine, onzichbare Vietcongtroepen zich in de jungle en de tunnels konden schuilhouden, waren zij moeilijk te lokaliseren. De Vietcong beheerste het Zuid-Vietnamese platteland, de Amerikanen de stedelijke kernen. Overdag hield de Vietcongstrijder zich schuil; s'nachts kwam hij tevoorschijn.

'Agent Orange'en napalm.

Een omstrden wapen was het ontbladeringsmiddel Agent Orange. Als vliegtuigen het uitstrooiden, verloren bomen hun blad, zodat de guerillabasis vanuit de lucht zichbaar werden en een gemakkelijk doelwit vormden. Jarenlang veroorzaakte het gif echter nog belangrijke lichamelijke misvormingen bij baby's en was de vis en de kip die de Vietnamezen aten vergiftigd.

Berucht was ook napalm, een geleiachtige brandstof die lijkt op brandende benzine. Napalm werd met brandbommen afgeworpen. Op de huid van het slachtoffer bleef de brandende naplam plakken en kon niet gedoofd worden. De oorlogsfoto's van jeugdige slachtoffers - met flarden van hun huid nog hangend aan hun lichaam - wekten grote afschuw.

phan thi kim puc 8 juni 1972

4.3 Steun van bondgenoten

De bombardementen op Noord-Vietnam veroorzakten grote schade aan het irregatiesysteem in de delta van de Rode Rivier en raakte de voedselvoorziening direct. Omdat de Noord-Vietnamese mannen bijna allemaal als soldaat dienden daalde de voedselproductie. China stuurde naast technici ook grote rijstzendingen zodat hongersnood voorkomen kon worden. Noord-Vietnam kreeg ook hulp uit het buitenland zoals b.v ook van het Nederlandse Medisch Comité Nederland-Vietnam. Ook leverden Moskou en Peking wapens. Waaronder luchtafweergeschut. In 1967 waren er al meer dan negenhonderd Amerikaanse toestellen mee neergehaald. In totaal leverden Rusland en China voor ruim twee miljard dollar hulp aan Hanoi.

4.4 Het einde van de Amerikaanse interventie

khe san 1 feb 1968

In januari 1968 belegerden tachtigduizend Noord-Vietnamezen een Amerikaanse legerbasis in het uiterste noorden van Zuid-Vietnam, Khe Sanh. De basis was omsingeld waardoor de enige bevoorradingsroute door de lucht was. Elke dag werden er zo'n vijfduizend bommen afgeworpen om de Noord-Vietnamezen te verdrijven. Een kracht van vijfmaal de atoombom op Hiroshima. De Noord-Vietnamezen verloren tienduizend man, de Amerikanen vijhonderd. Maar het beleg van Khe San bleek een afleidingsmanoeuvre te zijn. Amerikaanse miltairen waren uit de steden gelokt en op 31 januari 1968 lanceerden de communisten het zogenaamde Tetoffensief. Men viel massaal de steden en de Amerikaanse legerbasis aan. De hoop van Hanoi dat het Tetoffensief tot een spontane opstand van de bevolking zou leiden, kwam niet uit. Maar de publieke opinie in de VS sloeg wel om. Het Tetoffensief maakte duidelijk dat een snelle overwinning in Vietnam niet te verwachten viel. Ook de beelden die het publiek dagelijks via de televisie en de kranten onder ogen kreeg, misten hun uitwerking niet.

Toen op 16 maart 1968 luitenant William Callery opdracht gaf de bevolking van My Lai te doden, hoewel er geen Vietcong aanwezig was, schokte dat Amerika. Hij werd er uiteindelijk voor veroordeeld tot levenslang, maar de president verleende hem gratie. Het voorval toonde overduidelijk aan dat gewone soldaten in bijzondere omstandigheden kunnen veranderen in moordlustge wezens.

Wisseling van de wacht

President Johnson stelde zich in 1968 niet meer beschikbaar voor een nieuwe ambstperiode en op 31 maart 1968 kondigde hij een bevriezing van de troepensterkte en een beperking van de bombardementen aan. Het tetoffensief had duidelijk gemaakt dat niemand de oorlog kon winnen. Onderhandelingen leken de enige manier om de oorlog te beëindigen. In mei 1968 begonnen in Parijs verkennende besprekeingen tussen delegaties uit Washington en Hanoi.

Richard Milhouse Nixon behaalde tijden de presidentverkiezingen de overwinning. Hij was een vervente anti-communist en was begin jaren vijftig lid geweest van de onderzoekssenaatscommissie McCarthy. Hij beloofde herstel vam law and order in eigen land. Nixon streefde naar een 'eervolle vrede' in Vietnam. Hij wilde dat doen door de Amerikaanse troepen uit Vietnam terug te trekken en een Vietnamisering door te voeren. Vietnamese troepen moesten de plaats gaan innemen van de Amerikanen.

Terwijl hij de grondtroepen terugtrok, liet Nixon Noord-Vietnam zwaar bombarderen. Zijn doel was Hanoi zover te krijgen dat het alle claims op Zuid-Vietnam zou opgeven, dat zou voor Nixon peace with honour betekenen. Zonder toestemming van het Congres breidde Nixon echter de oorlog uit tot Laos en Cambodja, door in die landen de Ho-Chi-Minhroute te bombarderen. Dat leidde tot nieuwe protesten van de antioorlogsbeweging met name aan de Amerikaanse universiteiten. Dat leidde zelfs tot de dood van 4 studenten op de campus van de Kent State University.

Het Congres besloot eindelijk tot actie over te gaan en besloot de Tonkinresulutie uit 1964 weer in te trekken. De president zou voortaan eerst parlementaire toestemming moeten vragen voor zijn beleid.

Vredesbesprekingen in Parijs

In 1969 werden opnieuw vredesbesprekingen gehouden in Parijs. Er waren vier partijen: de VS, Zuid-Vietnam, Noord-Vietnam en de Vietcong. Washington eiste van de Noord-Vietnamezen dat zij hun troepen uit Zuid-Vietnam zouden terugtrekken en ook in de toekomst afzagen van elke bemoeinis met Zuid-Vietnam. Hanoi eistte terugtrekking van alle buitenlandse troepen.

Een ander struikelblok vormden de verkiezingen. Noord Vietnam eiste echter de hereniging van het land. Bovendien wilde Hanoi pas onderhandelen als de bombardementen stopten.

Met de verkiezingen van 1972 in het vooruitzicht wilde Nixon een snel resultaat dat tot een eerzame vrede zou leiden. Tijdens de Parijse vredesonderhandelingen liet de veiligheidsadviseur, Henry Kissinger, tegenover de Noord-Vietnames Le Duc Tho doorschemeren dat hij bereid was de eis van wederzijdse troepenterugtrekking te laten vallen. Hij kwam met een voorstel voor een onmiddelijk staakt-het-vuren, waarbij Amerika zijn posities over zou dragen aan Zuid-Vietnam.

Nixon had echter nog een troefkaart in handen: verbeterde relaties met Moskou en Beiijng zouden de onderhandelingen vlot kunen trekken. Het idee om het Vietnamese vraagstuk te koppelen (to link) aan verbeterde betrekkingen met Moskou en Beijing werd linkstrategie genoemd.

In 1971 trok een Amerikaans tafeltennisteam door China en werd overal enthousiast ontvangen. Naar aanleiding daarvan ontstond de zogenaamde Pingpongdiplomatie. Kissinger bereidde de komst voor van Nixon naar de Volksrepubliek. In februari 1972 bezocht Nixon de Volksrepubliek en in 1978 ontstonden er tussen de twee landen volledige diplomatieke betrekkingen.

De vredesbesprekingen in Parijs werden in juli 1972 hervat. In oktober stemde Noord-Vietnam in met de Amerikaanse eis om de regering van Thieu te laten zitten. Kissenger beloofde van zijn kant een volledige Amerikaanse terugtrekking na het ingaan van de wapenstilstand. Op 7 november 1972 werd Nixon beloond met een enorme verkiezingsoverwinning. Thieu was echter niet tevreden. Nixon wilde Thieu over de streep trekken door te bewijzen dat Amerika deze bondgenoot niet in de steek zou laten. Hij gaf opdracht de vredesbesprekingen af te breken.

b 52 bommenwerpers

Op 19 december gaf hij opdracht tot zware bombardementen op Noord-Vietnam, die elf dagen aanhielden. Ze gingen de geschiedenis in als de 'Kerstbombardementen' en lokten internationaal hevige protesten uit.

Op 29 december 1972 begon in Parijs een nieuwe ronde vredesbesprekingen. Thieu kreeg van Nixon de toezegging dat hij extra miliatair materiaal zou krijgen. Op 27 januari 1973 kon een vredesverdrag worden ondertekend. Deze Parijse Akkoorden kwamen vrijwel geheel overeen met de Geneefse Akkoorden uit 1954. Twee maanden na de ondertekening verliet de laatse Amerikaanse soldaat Vietnam.

nguyen en nixon

Thieu en Nixon

Het broze bouwwerk stort in

Van een eervolle vrede zoals Nixon die had beloofd, was nauwelijks sprake. De oorlog ging gewoon door. Zowel het regime in Saigon, als de Vietcong en de Noord-Vietnamezen waren niet bereid met elkaar te praten over gebiedsafbakening of verkiezingen. Eind 1974 forceerde Hanoi een doorbraak. de overwinning volgde in april 1975 en de Noord-Vietnamese troepen namen geassisteerd door de Vietcong, heel Zuid-Vietnam in bezit. Saigon viel op 30 april. Thieu vluchtte samen met duizenden aanhangers het land uit.

overwinnaar ho chi minh

Het enige waar Washington nog toe bereid was, was het organiseren van een luchtbrug om westerlingen te evacueren. Tachtig helicopters brachten in enkele uren, en vele chaotische taferelen, vele duizenden vluchtelingen in veiligheid. Vietnam was verenigd, onafhankelijk en communistisch. Alles waar Amerika voor had gevochten, was verloren. Meer dan 58.000 Amerikaanse soldaten waren gesneuveld en drie miljoen Vietnamezen gedood in de langste oorlog van de twintigste eeuw. De kosten beliepen bijna 150 miljard dollar en alles was voor niets geweest. De Vietnamoorlog bracht de eerste nederlaag in de geschiedenis van de VS, hetgeen nog jarenlang traumatisch zou doorwerken.

De beide delen van Vietnam gingen op 2 juli 1976 officieel samen in de Socialistische republiek Vietnam. De naam van Saigon werd veranderd in Ho-Chi-Minhstad.

Zie voor hoofdstuk 5 Hfst 5 CSE Dekolonisatie en Koude Oorlog in Vietnam Havo Feniks