We hebben 257 gasten online

Havo Hoofdstuk 1 Verlichting en revolutie, 1780-1814

Gepost in Samenvatting 2e druk Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland Havo

Havo Hoofdstuk 2 Koning en parlement, 1814-1848Deelvraag: Welke stappen zijn tijdens de Verlichting, de Bataafse Republiek en de Franse tijd gezet op de weg naar een democratische rechtsstaat in Nederland?

1.1 De Republiek in de 18e eeuw

De republiek was een statenbond. In de Staten Generaal werden buitenlandse politiek en defensie geregeld. Voor alle overige zaken waren de gewesten zelfstandig. Limburg, Brabant en Zeeuws Vlaanderen werden bestuurd vanuit de Staten Generaal en werden Generaliteitslanden genoemd.

Het gewest Holland was het rijkste gewest en daardoor konden ze vaak in de Staten Generaal hun zin doordrijven.  Vergaderd werd er op het Binnenhof te Den Haag, dat was het politieke centrum van de Republiek. De stadhouder stond aan het hoofd van leger en vloot en had het recht regenten in de steden te benoemen. In de 18e eeuw werd het stadhouderschap erfelijk. In 1776 werd Willem V stadhouder. De Republiek was in de achttiende eeuw een standenmaatschappij. De politieke macht was in handen van de regenten. Zij waren niet gekozen maar oefenden bestuurlijke functies uit op grond van hun status. In de oostelijke gewesten maakte de adel nog de dienst uit.

Naast politieke ongelijkheid was er ook nog juridische ongelijkheid. Elk gewest had zijn eigen wetten en rechtspraak. Daarbij kwam dat het burgerschaap van een stad veel voordelen had. Woonde men een jaar in een stad dan was men vrij burger.

Op het platteland bestonden oude 'heerlijke rechten'. Dat hield in dat de adellijke heer de boeren allerlei verplichtingen op kon leggen. Naast ongelijkheid tussen de standen was er ook sprake van ongelijkheid tussen de seksen en sprake van religieuze ongelijkheid. Calvinisten mochten in het openbaar hun geloof belijden, katholieken niet (alleen in schuilkerken).

nederland 1780

Nederland in 1780

1.2 Verlichtingsideeën

De filosofische stroming van de Verlichting hechtte grote waarde aan het verstand. Daarvoor ontstond onder de gegoede burgerij in de achttiende eeuw steeds meer belangstelling. In plats van een geloof in God groeide het vertrouwen in de mogelijkheden die de mens heeft om zelf dingen te veranderen Wetenschappelijke ontdekkingen versterkten dit geloof in de mens.

Verlichte denkers gingen er van uit dat de mens zijn eigen geluk kon maken. Er kwam kritiek op het denkbeeld dat God de ongelijkheid tussen mensen had gemaakt. Hierdoor kwam de standenstaat onder druk te staan.

De Engelse filosoof John Locke (1632-1704) zei dat alle mensen van nature vrij en gelijk zijn. iedereen heeft daarom recht op bepaalde grondrechten zoals leven, vrijheid en bezit.

De Franse filosofen Montesquieu en Rousseau verzetten zich tegen het absolutisme van de Franse koning. Die koning ging ervan uit dat hij de vertegenwoordiger van God was op aarde en daarom het alleenrecht op het bestuur kon opeisen.

Montesquieu ging er van uit dat macht leidt tot corruptie. Vrijheid kon dan ook alleen gegarandeerd worden als er sprake was vaan een machtenscheiding tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Dit noemen we de trias politica.

Rousseau was van mening dat burgers alleen maar vrij zijn als ze zelf wetten maken. Hij ging daarom uit van de volkssoevereiniteit. Daarom had het volk het recht om de regering af te zetten als deze niet goed functioneert. 

Niet alleen in Engeland en Frankrijk drongen de nieuwe denkbeelden door maar ook in de Republiek. I een aantal steden werden genootschappen opgericht waarvan d eleden discussieerden over de nieuwe, 'verlichte' ideeën.

1.3 Economische crisis

Na de gouden eeuw in de zeventiende eeuw ging het in de achttiende eeuw minder goed omdat het aandeel in de wereldhandel terugliep. Oorzaak was voor al dat de Republiek geen eenheid was. Verder was de koopkracht afgenomen stagneerde de handel en de nijverheid en werden de leefomstandigheden in de steden steeds beroerder.

De bovenlaag van de bevolking, de regenten hadden daar geen last van en hielden als hechte groep de macht stevig in handen. Ze gingen  hun geld niet meer investeren in handel en nijverheid maar in plaats daarvan gingen zij beleggen in buitenlandse ondernemingen en de geld- en commissiehandel. Daarnaast lieten ze buitenhuizen bouwen bijvoorbeeld aan de Vecht.

Kooplieden, leden van de middenstand en kleine boeren kregen steeds meer kritiek en vonden het niet meer acceptabel dat het bestuur alleen door de regenten werd uitgeoefend. Ze haalden hun inspiratie  uit de verlichte denkbeelden en haalden deze ook uit het nieuws van de Amerikaanse vrijheidsoorlog (1776-1783). Die Amerikaanse revolutie was gebaseerd op de denkbeelden van de Verlichting. Dat moest in Europa ook mogelijk zijn.

1.4 Een opruiend geschrift

Men had in de Republiek ook kritiek op stadhouder Willem V. Deze bleek volstrekt ongeschikt voor zijn functie en liet zich vooral leiden door de opvattingen van zijn moeder en de hertog van Brunswijk. Daarnaast leefde hij als een monarch met een kostbare huishouding. Na het verlies van de Vierde Engelse Zeeoorlog in 1781 werd Willem V verweten dat hij de vloot had verwaarloosd. 

volk van nederland

In een anoniem pamflet 'Aan het volk van Nederland' werd een beroep gedaan om tegen de overheid in opstand te komen. Opmerkelijk want achteraf bleek dat het pamflet afkomstig was van Joan Derk van der Capellen van der Pol die zelf een edelman was, hij had tijdens zijn studie in Utrecht kennis genomen van de Verlichting. Hij werd een fel voorvechter van de democratische vernieuwing.

1.5  De Patriotten

Het pamflet was een aanzet tot een periode van heftige politieke strijd. Politieke voorstanders noemden zich patriotten ('vaderlandslievenden'). Deze stonden tegenover de prinsgezinden. Centraal stond het begrip volkssoevereiniteit. 

In veel steden werden vrijkorpsen opgericht door de patriotten om zich te verdedigen tegen het leger van stadhouder Willem V . Utrecht groeide uit tot het centrum van de patriottenbeweging. In Utrecht ontstond in 1786 de eerste democratische bestuursvorm.

1.6  Goejanverwellesluis

De strijd leidde eigenlijk tot een burgeroorlog in de gewesten,maar in veel steden en gewesten behielden de prinsgezinden de macht. Er was dus geen sprake van één nationale revolutie. Willem V was getrouwd met Wilhelmina, de zus van de  koning van Pruisen. Toen zij door patriottische militairen in Goejanverwellesluis werd tegengehouden riep ze haar broer te hulp. Willem Frederik II verklaarde daarop de oorlog aan de Staten van Holland en trok in 1787 de Republiek binnen. In reactie daarop vluchtten veel Patriotten naar Frankrijk en werd het gezag van Willem V hersteld.

 1.7  De eerste grondwet

nederland 1798

In Frankrijk leidde de nieuwe denkbeelden tot de Franse Revolutie in 1789. Frankrijk begon de revolutie in Europa te verspreiden en verklaarde de oorlog aan Engeland en de Republiek. Dat leidde in 1794 tot de inval in de Republiek. De Patriotten die eerder naar Frankrijk waren gevlucht keerden nu terug. Zij namen de macht over van de prinsgezinden regenten. Stadhouder Willem V vluchtte op 18 januari 1795 naar Engeland. In 1795 werd de Republiek door Frankrijk erkend als een onafhankelijke staat. Maar in de praktijk werd de Republiek van Frankrijk afhankelijk. 

bataafse republiekvlag bataafse republiek

In alle gewesten werden de 'Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger' afgekondigd.  Er kwam een definitieve scheiding van Kerk en Staat. Mannelijke staatsburgers die zich akkoord verklaarden met het beginsel van Volkssoevereiniteit kregen kiesrecht (armen werden uitgesloten). Uiteindelijk werd zo de Nationale Vergadering gekozen die op 1 maart 1796 bijeenkwam. Maar men werd het niet eens over de inhoud van de grondwet. Er was ook onenigheid over wie er stemrecht moest krijgen en welke staatsvorm er moest komen. Dat leidde tot een staatsgreep door de Franse troepen waardoor de voorstanders van de eenheidsstaat de macht in handen kregen.

In 1798 kwam de eerste grondwet tot stand, de  'Staatsregeling'. Uitgangspunten daarvan waren:

+ gelijkheid voor alle burgers;

+ scheiding van de machten in een wetgevend een uitvoerende macht;

+ de onafhankelijkheid van de rechtelijke macht.

Alle rechtsregels zouden in het hele land gelden. De Republiek was nu zowel een eenheidsstaat als een rechtsstaat. Dat had grote gevolgen: Steden verloren hun stadsrechten en op het platteland verloren de edelen hun 'heerlijke rechten'. 

Uitgesloten van het kiesrecht werden vrouwen, analfabeten en politieke tegenstanders. Daarnaast moesten kiezers financieel onafhankelijk zijn. De Staatsregeling werd in 1801, na een nieuwe staatsgreep buiten werking gesteld. In een nieuwe grondwet werd de positie van de Nationale Vergadering verzwakt waardoor de kortstondige 'democratie' eigenlijk voorbij was.

 1.8  Het Burgerlijk Wetboek

Inmiddels had in 1799 Napoleon door middel van een staatsgreep een dictatuur gevestigd en kroonde hij zichzelf in 1804 tot keizer. Hij verstevigde zijn greep op de Bataafse republiek en het bestuur daarvan kwam in 1805 in handen van raadspensionaris Rutger-Jan Schimmelpenninck. Door een wijziging in de grondwet hoefde hij zich niet meer te verantwoorden tegenover het parlement. De nieuwe grondwet droeg bij aan de ontwikkeling van Nederland tot een natiestaat: alle burgers waren voor de wet gelijk en het bestuur was centraal geregeld. De raadspensionaris kon besluiten van gewestelijke staten ongeldig verklaren. De invoering van een nationaal belastingstelsel, waardoor er een eind kwam aan de tolgrenzen bevorderde dat ook nog eens.

kon lodewijk napoleon

Koning Lodewijk Napoleon

In 1806 maakte Napoleon een definitief einde aan de Bataafse Republiek en ontstond het koninkrijk Holland onder leiding van de broer van Napoleon, Lodewijk Napoleon. Koning Lodewijk napoleon voerde veel van de plannen uit die door Schimmelpenninck al waren bedacht. 

# Er kwam een codificatie, nieuwe wetgeving voor het hele land;

# Rechters mochten voortaan alleen maar op grond van deskundigheid worden benoemd;

# het Rijksmuseum, Nationaal Archief en de Nationale  Koninklijke Bibliotheek werden opgericht.

Door zijn optreden bij nationale rampen, zoals de ontploffing van een kruitschip in Leiden, verkreeg hij van de bevolking veel sympathie. 

Napoleon zag dit argwanend aan en besloot in 2010 Nederland als provincie bij Frankrijk te voegen. Dat betekende dat hier de Franse wetgeving, de Code Civil werd ingevoerd. Hierbij werd in ons land het naamrecht en de burgerlijke stand ingevoerd. Ook werd bepaald dat rechtspraak voortaan openbaar zou zijn. De code Civil werd in 1838 vervangen door het Nederlandse Burgerlijk Wetboek.

 Zie voor Hoofdstuk 2