We hebben 125 gasten online

Havo Hoofdstuk 2 Koning en parlement, 1814-1848

Gepost in Samenvatting 2e druk Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland Havo

Havo Hoofdstuk 3 Naar een parlementaire democratie,1848-1914Deelvragen:

- Door welke gebeurtenissen werd de ontwikkeling naar een democratische rechtsstaat bevorderd tijdens het koningschap van Willem I en Willem II?

- Welke gebeurtenissen werkten vertragend voor de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat.

2.1 Oranje boven!

Napoleons veldtocht in Rusland liep uit op een fiasco en vooraanstaande Oranjegezinde Nederlanders ondernamen actie om een buitenlandse bezetting te voorkomen. Onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp werd een proclamatie verspreid met als titel Oranje Boven! Men vroeg de zoon van de stadhouder Willem V of hij de soevereine macht op zich wilde nemen.

Deze wilde dat wel doen en nadat hij in Nederland was aangekomen vormde hij een commissie die een grondwet moest opstellen, waarbij hij aangaf dat de voornaamste vernieuwingen uit de Frans-Bataafse tijd gehandhaafd moesten worden. Een terugkeer naar gewestelijke zelfstandigheid was daarbij uitgesloten. Nederland bleef een eenheidsstaat. Ook de belastingwet en de onderwijswet werd gehandhaafd.

Nadat het ontwerp van grondwet op 29 maart in de Nieuwe Kerk in Amsterdam door een Grote Vergadering van Notabelen werd aangenomen werd Willem door de Vergadering van Notabelen ingehuldigd als soeverein vorst. Op 30 maart 1814 legde hij als koning Willem I in Amsterdam de eed op de grondwet af. Zo was Nederland nu een constitutionele monarchie. De positie van de koning was daarmee vastgelegd en deze diende zich aan de grondwet te houden. Voortaan zou het staatshoofd in Amsterdam (als hoofdstad) worden beëdigd en ingehuldigd.

2.2 Bij Koninklijk Besluit

Nadat Napoleon definitief was verslagen werd tijdens het Wener Congres in 1815 België bij Nederland gevoegd. Dit als buffer tegen Frankrijk. De nieuwe staat zou een eenheidsstaat zijn, met vrijheid van godsdienst en een scheiding tussen kerk en staat. Er kwam ook een nieuwe grondwet, maar wat daarbij opviel was de grote macht van de koning. De Staten-Generaal werd gesplitst in een Eerste Kamer een een Tweede Kamer. De leden van de Eerste Kamer werden door de koning benoemd en bestond uit leden van de adel. Ook de Tweede Kamer was geen echte volksvertegenwoordiging omdat de samenstelling ervan plaatsvond via de provinciebesturen, waar alleen rijke mensen zitting in konden nemen, die de leden van de Tweede Kamer kozen. We noemen dat getrapte verkiezingen. 

koning willem I

Koning Willem I

Het parlement had dus onder koning Willem I weinig macht, maar leden van de Tweede kamer hadden wel het recht van initiatief: zij konden wetsvoorstellen doen, maar de koning kon die naast zich neerleggen. De koning kon een Koninklijk Besluit nemen, waardoor buiten de beide kamers om hij besluiten kon nemen. De koning benoemde ministers naar eigen inzicht en waren alleen aan hem verantwoording schuldig. De koning bepaalde de buitenlandse politiek, het beleid ten aanzien van de koloniën en het bestuur over het leger en de vloot. Hij oefende ook invloed uit op de benoeming van rechters.

Er was dus geen sprake van een scheiding der machten (trias politica) en het begrip volkssoevereiniteit stelde dus niet veel voor. Dit paste in de periode van restauratie na de val van Napoleon.

2.3 De grondwetswijziging van 1840.

Na 1830 kreeg Willem I steeds meer kritiek. In België kwam men in 1830 in opstand tegen zijn gezag en wilde men onafhankelijkheid. Het duurde tot 1839 toen Willem I zich uiteindelijk neerlegde bij de onafhankelijkheid van België. Door de Belgische afscheiding was er een nieuwe grondwet noodzakelijk. 

nederland 1830

In Tweede Kamer dwong de koning akkoord te gaan met twee aanpassingen:

- ministers werden voortaan strafrechtelijk verantwoordelijk. De Hoge Raad zou bij vervolging als rechtbank gelden.

- Iedere wet zou voortaan ook moeten worden voorzien van de handtekening van de verantwoordelijke minister. We noemen dat het contraseign.

Voor Willem I was dat onacceptabel. Hij wilde als enige de wetten ondertekenen. Hij trad af en Willem II volgde hem op. 

willem II

Koning Willem I.

 2.4 Op weg naar een nieuwe grondwet

Willem II had nog steeds grote invloed op het landsbestuur. Onder invloed  van economische tegenspoed (misoogsten in de landbouw door de aardappelziekte) werden levensmiddelen duurder en ontstonden er onrusten in de grote Nederlandse steden. In kleine kranten, lilliputters genaamd, werd opgeroepen zich te organiseren en werd kiesrecht geëist voor iedereen. Overal in Europa ontstonden in 1848 opstanden tegen de monarchie en Willem II dacht dat ook in ons land een opstand zou uitbreken. Hij koos ervoor om zelf het initiatief te nemen tot het maken van een nieuwe grondwet en verzocht de liberale voorman Johan Rudolf Thorbecke een nieuwe grondwet te schrijven.

thorbecke

Thorbecke

2.5 De grondwet van 1848

Deze grondwet wordt beschouwd als het begin van het parlementaire stelsel in ons land. De belangrijkste wijzigingen waren:

- De koning werd onschendbaar en de ministers werden verantwoording verschuldigd aan het parlement.

- De Raad van State was voortaan een adviesorgaan van de hele regering (koning en ministers). In naam bleef de koning voorzitter van de Raad van State, maar de dagelijkse leiding beruste bij de vice-voorzitter.

- Het Parlement kreeg meer rechten: het recht van amendement (recht om veranderingen aan te brengen in een wetsontwerp) het recht van interpellatie en het recht van enquête.

- Voortaan zou de Tweede Kamer, de gemeenteraden en de Provinciale Staten rechtstreeks door de kiesgerechtigde burgers worden gekozen. De leden van de Eerste Kamer zouden via getrapte verkiezingen door de leden van de Provinciale Staten worden gekozen.

- De burgerrechten werden uitgebreid. Er kwam vrijheid van drukpers, meningsuiting, vrijheid van vereniging en vergadering, vrijheid van godsdienst. Scheiding van kerk en staat. Het briefgeheim en de vrijheid van onderwijs werd in de grondwet opgenomen.

Maar omdat er nog sprake was van censuskiesrecht was er nog geen echte democratie. dat kwam omdat de liberalen van mening waren dat het kiesrecht beperkt moest blijven tot burgers die intellectueel, geestelijk en economisch zelfstandig een goede keuze konden maken, Criterium om dat vast te stellen was de belasting die men betaalde.

Thorbecke diende ook een nieuwe Gemeentewet een een Provincie wet in, een staatsstructuur die vandaag de dag nog steeds bestaat. Koning Willem II overleed begin 1849 en werd opgevolgd door Willem III.

2.6 Thorbecke en de klassieke rechtsstaat

 Thorbecke kan gezien worden als de grootste Nederlandse staatsman van de negentiende eeuw en zou driemaal minister-president worden. Hij had het niet gemakkelijk in een bestuurlijk nog conservatief land. Het gedachtegoed van Thorbecke was gegrond in het liberalisme. Liberalen vonden dat de burger voor zichzelf verantwoordelijk was en dat de overheid zich zo min mogelijk met de samenleving diende te bemoeien. De overheid diende zich te beperken tot een aantal basiszaken, zoals defensie, handhaving van de openbare orde, onderwijs, rechtspraak en het onderhoud van wegen.

Het idee van de rechtspraak in die tijd legde dus sterk de nadruk op de klassieke grondrechten die de burger moesten beschermen tegen overheidsbemoeienis. Het gelijkheidsbeginsel was minder belangrijk. We noemen dat een klassieke rechtsstaat. Tegenstanders ervan spraken echter over een nachtwakersstaat. Thorbecke vond dat vrijheid gebonden was aan regels en daarom ook moesten de bevoegdheden van de staat   worden vastgelegd. Door de nieuwe grondwet kreeg de burgerij het voor het zeggen en de arbeiders hadden nog geen enkele politieke invloed.

Zie verder hoofdstuk 3