We hebben 166 gasten online

Vragen en antwoorden geschiedenis indelen Feniks

Gepost in Tweede Fase 1e druk Overzicht gs

      Hoe noemen wezaken die mensen zijn overkomen of zelf hebben bewerkstelligd

Feiten

2)Samenhangende gebeurtenissen met een duidelijk doel noemen we:

verschijnselen

 

3)Een tijdbalk is een middelom:

gebeurtenissen verschijnselen en ontwikkelingen op d e juiste plaats te zetten.

 

4)Erasmus was een ?

Humanist.

 

5)In welke tijd leefde Erasmus:

In de Vroegmoderne Tijd

 

6)Wat bedoelen we als we spreken over de Renaissance:

de hergeboorte van de klassieke cultuur.

 

7)Wanneer vond d e Renaissance plaats?

In de zestiende eeuw.

 

8)Met de Oudheid wordt bedoeld:

De Tijd van volkeren als de Soemeniërs, de Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen.

 

9)Welke tijd bedoelden latere generaties met de Klassieke Oudheid?

De oude Grieken hadden in de periode van 500-300 v Christus in de beeldende kunst, de architectuur, de letteren en het wetenschappelijke denken een niveau bereikt van blijvend ewaarde.

 

10)Luther en Erasmus waren tijdgenoten. Waren ze beide Humanist?

Nee, Luther was geen humanist maar een hervormer, christen, protesteerdetegen misbruiken in d e katholieke kerk

 

11)Met prehistorie bedoelen we :

de tijd vanaf het ontstaan van de mens tot het momentdat er geschreven bronnen zijn.

 

12)Welke twee opvattingen zijn er over het ontstaan van de mens?

Evolutietheorie en het scheppingsverhaal.

 

13)Welke verschilleden manieren zijn er om de geschiedenis in te delen:

Naar periode, naar maatschappijtype en naar tijdvak.

 

14)Wanneer begintd e historie:

als denken, emoties en geloof invoelbaar worden door geschreven bronnen.

 

15)Wanneer begint voor Nederland de historie?

Met de komst van de Romeinen.

 

16)Hoe ontstond de periode de Middeleeuwen:

Geleerden, schrijvers en kunstenaarskeken in de vijftiende en zestiende eeuw naar de Klassieke oudheid en concludeerden dat in de periode daarna het niveau op allerlei terreinen terug liep. En gaven daar de term Middeleeuwen aan.

 

17)Welke tijd ontstaat er na de Middeleeuwen?

De VroegmoderneTijd.

 

18)Welke eeuw wordt gezien als de eeuw van de Verlichting?

De achttiende eeuw.

 

19)Wat verstaan we onder de Verlichting?

De Verlichting was een periode waarin de mensen steeds meer zelf gingen nadenken over zaken die vroeger als vanzelfsprekend werden gehouden. Gebruik van het verstand (ratio) zou de mens verlossen van onwetendheid.

 

20)Wanneer werden veelvan de verlichtingsdenkbeelden in Frankrijk gerealiseerd?

Tijdens de Franse revolutie.

 

21)Vanaf wanneer spreken we van de Moderne Tijd?

Vanaf 1800.

 

22)Welke twee maatschappijtypen horen bij de Prehistorie?

Jagers en verzamelaarsen de agrarische samenleving.

 

23)We spreken ook over een agrarisch-urbane samenleving?

Wanneer ontstond deze en verdween deze weer . In de Romeinse Tijd ontstond deze en verdween door de Volksverhuizingen.

 

24)Hoe noemen we de tijd in de Middeleeuwen waarin de agrarisch-urbane samenleving terugkeerde.

De Tijd van Steden en Staten.

 

25)Waar ontstond het eerst een industriële samenleving en vanaf wanneer ?

In Engeland vanaf 1750.

 

26)Wat verstaan we onder de landbouwrevolutie?

De verandering van een samenleving gebaseerd op jagen en verzamelen naar een landouwmaatschappij met akkerbouw en veeteelt.

 

27)Wanneer vond de landbouwrevolutie in het Midden-Oosten plaats?

Dertienduizend jaar geleden.

 

28)Wanneer vond de landbouwrevolutie in Nederland plaats?

Door de Bandkeramiekers van 5300-4800 v. Chr. Zij waren de eerste boeren.

 

29)Welke revolutie markeert de overgang van de landbouwsamenleving naar een stedelijke maatschappij?

De stedelijke revolutie, ofwel urbane revolutie.

 

30)Wanneer ontstondende eerste Nederlandse steden?

Omstreeks 100 na Christus.

 

31)Welke revoluties kunnen worden onderscheiden?

1) Landbouwrevolutie2) Stedelijke revolutie ofwel urbane revolutie3) Industriële revolutie

 

32)Welke maatschappijtypen onderscheiden we?

1) Jagers en Verzamelaars samenleving2) Agrarische samenleving3) Agrarisch Urbane samenleving4) Industriële samenleving vanaf ongeveer 1750, voor het eerst in Engeland.

 

33)De Middeleeuwen kunnen in twee tijdvakken worden onderscheiden. Welke?

 

De Tijd van Monniken en Ridders van 500 tot 1000 voor Christus en de Tijd van Steden en Statenvan 1000 tot 1500.

 

34)In welke drie tijdvakken kan de Vroeg-Moderne Tijd worden verdeeld?

Van Ontdekkers en hervormers van 1500-1600, van Regenten en Vorsten van 1600 tot 1700 en tenslotte de Tijd van Pruiken en Revoluties van 1700 tot 1800. OF: 1) De renaissance, 2) De Gouden eeuw en 3) De Verlichting.

 

35)Waar valt de Tijd van Ontdekkers en Hervormers mee samen?

Met de Renaissance.

 

36)Hoe wordt de 19e eeuw ook wel genoemd?

De Tijd van Burgers en Stoommachines.

 

37)In welke twee tijdvakken wordt de twintigste eeuw verdeeld?

In de Tijd van de Wereldoorlogen en de Tijd van Televisie en Computer.

 

38)Welke vier tijdrekeningen zijn er?

De joodse, de Juliaanse, de christelijke en de islamitische jaartelling.

 

39)Wat verstaan we onder een primaire bron?

Een primaire bron is een bron uit de tijd van de gebeurtenis, bij voorkeur van een ooggetuige.

 

40)Wat verstaan we onder een secundaire bron?

Een secundaire bron is een bron uit een latere tijd over een vroegere gebeurtenis of persoon.

 

41)Hoe kunnen persoonlijke beweegredenen ook wel genoemd?

Motieven.

 

42)Wat wordt verstaan onder tijd- en plaatsgebondenheid?

De mening van een persoon worden mede bepaald door de tijd waarin deze leeft en de achtergrond van een persoon (opleiding, afkomst en politieke ontwikkeling).