We hebben 162 gasten online

Samenvatting VWO Feniks Hfst 1 Overzicht van de geschiedenis

Gepost in Tweede Fase 1e druk Overzicht gs

Tijd van Jagers en Boeren

tijdvak 1

Prehistorie - 3000 v C

Hoofdstuk 1: Van Vuistbijl tot sikkel

Oriëntatie

Het tijdvak

De Prehistorie van het Nabije Oosten staat centraal in dit hoofdstuk. Zonder archeologen zouden we maar weinig weten over de Tijd van Jagers en Boeren. Dit tijdperk wordt ook wel de Prehistorie (letterlijk voorgeschiedenis) genoemd. De Prehistorie van een gebied begint vanaf het moment dat er zich mensen bevinden en eindigt als deze mensen zelf het schrift gaan gebruiken. Dus in de Prehistorie hebben we geen schriftelijke bronnen. Archeologen proberen de Prehistorie te reconstrueren aan de hand van opgegraven vondsten.

Volgens de Deense archeoloog Christian Thomsen kan de de Prehistorie worden onderverdeeld in:

  • De Steentijd: ingedeeld in de Oude Steentijd(Paleolithicum), Midden Steentijd (Mesolithicum) en een nieuwe Steentijd(Neolithicum).
  • Bronstijd
  • IJzertijd

Soms wordt er een vondst gedaan die tot een verschuiving van de onderverdeling van de Prehistorie leidt: Zoals de vondst van Ötzi, de ijsman. Zie: Ötzi, de man uit het ijs .

Wanneer het over voorwerpen gaat die door de mens zijn gemaakt, spreken archeologen van 'artefacten'.

Het doel en de beoefening van de wetenschap archeologie is vanaf het midden van de 19e eeuw steeds veranderd. In de beginjaren legde men de nadruk op het opsporen, beschrijven en dateren van voorwerpen. Na de Tweede Wereldoorlog probeerde men met behulp van bodemvondsten ontwikkelingen(processen) uit het verleden in kaart te brengen en te verklaren. Men zou zelfs wetmatigheden moeten vaststellen. Tegenwoordig hebben archeologen meer belangstelling voor het individu uit het verleden. Men onderzoekt de unieke omstandigheden waaronder een persoon heeft geleefd en hoe die omstandigheden zijn leven hebben beïnvloed.

Net als historici gaan archeologen uit van een hypothese. Letterlijk 'vooronderstelling'. Een hypothese is het voorlopig antwoord op een onderzoeksvraag. Juist door nader onderzoek probeert men de hypothese te bevestigen. Zo wordt dan een hypothese een these: een bewezen feit. In dit hoofdstuk zal vaker worden gewerkt met het begrip hypothese

De kenmerken

De eerste mensen waren jagers-verzamelaars. Een permanente woonplaats hadden de mensen in bijna alle gevallen niet. Omdat ze een nomadisch bestaan leidden, hadden ze ook maar weinig bezit.

Een van de meest ingrijpende gebeurtenissen in de Prehistorie is de ontdekking van de landbouw. Deze gebeurtenis wordt ook wel de Neolithische Revolutie genoemd. Archeologen weten nog steeds niet waardoor, wanneer en waar precies de Neolithische Revolutie ontstond. Verschillende hypothesen hierover zijn in omloop.De gevolgen waren echter enorm. Mensen konden zich permanent vestigen en waren vrijwel verzekerd van voedsel. Daardoor groeide het aantal inwoners van de nederzettingen en sommige groeiden zelfs uit tot stedelijke gemeenschappen waardoor de samenleving steeds complexer en hiërarchischer werd. Men kon nu andere beroepen gaan uitoefenen zoals ambachtsman of architect.

Er ontstond ook verschil in rijkdom en macht tussen de mensen. In deze gemeenschappen werden regels, wetten en afspraken steeds belangrijker waardoor het schrift zich ontwikkelde. Dat betekende in die gebieden dus het einde van de prehistorie.

spijkerschrift

De drie kenmerken van het tijdvak de Prehistorie

  • De levenswijze van jagers en verzamelaars
  • Het ontstaan van de landbouw en landbouwsamenlevingen
  • Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
Kernbegrippen

 

 
Agrarisch Betrekking hebbend op de landbouw.
Cultuur Geheel van voortbrengselen van een gemeenschap.
Jagers-verzamelaars Groep mensen zonder vaste woonplaats die leeft van jacht en het verzamelen van gewassen.
Landbouwsamenleving Maatschappij waarin het natuurlijk milieu wordt aangepast ten behoeve van de productie van planten en dieren voor menselijk gebruik.
   

1.1 Een zwervend bestaan

Inleiding:

Archeologen proberen de cultuur van jagers-verzamelaars te reconstrueren aan de hand van zeldzame stenen artefacten die werden achtergelaten. Zie afbeelding werktuigen.

Tegenwoordig spelen voedsel en de oorsprong daarvan geen belangrijke en duidelijk zichtbare rol in onze hedendaagse samenleving. In de tijd van de jagers-verzamelaars was dat anders. In het Paleolithicum was de voedselvoorziening een dagtaak, waaraan iedereen meewerkte. Dat is nu niet meer zo. Maar voedsel is in iedere tijd heel belangrijk.

Wat is er dankzij archeologisch onderzoek bekend over de levenswijze van jagers-verzamelaars in het Nabije Oosten?

Paleantropologen zijn wetenschappers die onderzoek doen naar de oorsprong en ontwikkeling van mensachtigen en de mens. Zij nemen aan dat de eerste mensachtigen zes miljoen jaar geleden zijn ontstaan in Afrika en afstammen van de apen.

overzicht evolutie

In het hier bovenstaande overzicht zie je de voorlopers van de moderne mens

Dat noemt men de evolutietheorie. Volgens deze theorie leefden er in de Prehistorie verschillende geslachten van mensachtigen. Er stierven er uit maar andere ontwikkelden zich verder gedurende duizenden jaren. De mens behoort tot de soort van de Homo Sapiens, die ongeveer 200.000 jaar geleden in Afrika is ontstaan. Vanuit Afrika heeft de mens zich naar Europa en het Nabije Oosten verspreid. de oudste sporen van menselijke bewoning in het Nabije Oosten zijn ongeveer 1,4 miljoen jaar oud. De Neanderthalers zijn niet de directe voorlopers van de mens en zijn ongeveer 30.000 jaar geleden uitgestorven.

Tegenover de aanhangers van de evolutietheorie staan de creationisten. Dit zijn mensen die geloven dat de aarde en alles wat hierop leeft het gevolg is van een gecreëerde schepping. Deze schepping is volgens het creationisme het werk van God of van meerdere goden.

De Ohalo cultuur

In 1989 deed een team van Israëlische archeologen, werkend volgens deze methode, een ontdekking door het droogvallen van een gedeelte van het meer van Galilea. Men vond er een kamp van jagers-verzamelaars dat 20.000 jaar oud was en noemde het de Ohalo-cultuur. Men ging nu niet alleen de uiterlijke kenmerken van de Ohalo cultuur beschrijven maar probeerden aan de hand van opgravingen de leefwijze van deze mensen te reconstrueren en te verklaren.

Leefwijze

Ze leefden van het verzamelen van vruchten en noten én van de jacht en de visserij.De mensen van de Ohalo-cultuur woonden in ronde hutten (foto van Ohalo II kamp)

ohalo II kamp

en gebruikten vuurstenen werktuigen. Archeologen noemen dat soort nederzettingen open sites. Sommige andere culturen bewoonden ook grotten (cave sites). Men heeft nog niet kunne vaststellen uit hoeveel mensen de Ohalo-cultuur mort hebben bestaan.

gereconstrueerde hut

Gereconstrueerde hut van de Ohalo II vindplaats. Bron Universiteit van Haifa Faculty of Humanities Department of Archeology

Archeologen noemen de vorm waarin de jagers-verzamelaars samenleefden een band. Deze bestond uit ongeveer 100 man en was non-hiërarchisch. Ze jaagden in kleine groepen waarbij de groepsgrootte bepaald werd door de carrying capacity (draagkracht) van een gebied (tien vierkante kilometer per jager-verzamelaar). Was het gebied uitgeput dan stierf men van de honger of men trok verder naar een streek waar wel voldoende voedsel te vinden was. Sommige archeologen denken dat dit probleem ook wel werd 'opgelost' door het uitmoorden van een deel van de bevolking.

Nederzettingenpatroon

Soms lukt het archeologen zo'n patroon in kaart te brengen. Sommige culturen bouwden een basiskamp op en daarnaast kleinere kampen op zeer grote afstand van het basiskamp. Bij de Ohalo-cultuur ontdekten de archeologen iets opmerkelijks namelijk dat deze geen nomaden waren maar dat hun kamp het hele jaar bewoond was. De Ohalo-cultuur vormde dus een uitzondering op de levenswijze van andere groepen van jagers-verzamelaars. Dit valt te verklaren door de klimatologische en natuurlijke omstandigheden 20.000 jaar geleden. (De afbeelding toont graan van de zogenoemde vindplaats Ohalo II) Een groot gedeelte van Europa was toen bedekt door een ijslaag tijdens de Laatste IJstijd. In het Nabije Oosten waren er steppen waar veel graansoorten en andere eetbare gewassen groeiden. Daardoor kon men zich daar langer op één plaats vestigen.

Immateriële kenmerken

Met behulp van opgravingen kunnen de materiële kenmerken van een cultuur relatief eenvoudig worden vastgesteld. Immateriële kenmerken stuit natuurlijk op moeilijkheden. Men probeert die indirect uit vondsten af te leiden. Grafgiften bijvoorbeeld zou men kunnen interpreteren als een fysiek bewijs dat deze culturen in hiernamaals geloofden.

1.2 De ontdekking van de landbouw

Inleiding

Rond 11.000 voor Chr. waren jagen en verzamelen niet langer de belangrijkste manieren om in het levensonderhoud te voorzien. De mens ontdekte de landbouw en ging leven van akkerbouw en veeteelt. Het gebied waar dit als eerste gebeurde wordt de Vruchtbare Halve Maan genoemd. de gevolgen waren ingrijpend. In een landbouwsamenleving( = agrarische samenleving) leven de mensen permanent op een vaste plek. Wanneer de landbouwproductie overvloedig was, kon de bevolking aanzienlijk groeien.

Het belang van dit onderwerp.

De mens probeert al eeuwen de natuur naar zijn hand te zetten. Door de landbouw werden planten en dieren gedomesticeerd. Dat wil zeggen dat mensen zelf probeerden, door selectie en veredeling, betere beesten en producten te maken. Tegenwoordig doet men dat met genetische manipulatie(aanpassen van erfelijke eigenschappen).Denk bijvoorbeeld aan gewassen die men resistent heeft gemaakt tegen bepaalde ziekten.

Welke verklaring geven archeologen voor het ontstaan van de landbouw in het Nabije Oosten?

Neolitisch en sedentair

Omdat we uit de Prehistorie geen geschreven bronnen hebben, is het moeilijk de exacte oorzaak voor het ontstaan van de landbouw te weten te komen. De archeoloog Gordon Childe bedacht in 1928 de Oase theorie. Volgens Childe zorgde het einde van de Laatste IJstijd ervoor dat het in het Nabije Oosten zo droog werd, dat mensen en dieren naar plaatsen trokken waar water voorradig was zoals Oases en langs rivieren.

In het midden van de twintigste eeuw kwam er steeds meer kritiek op de Oase theorie omdat opgravingen bijvoorbeeld aantoonden dat de eerste landbouwnederzettingen zich meestal op berghellingen bevonden.

Archeologen veronderstellen dat in verschillende gebieden op de wereld, onafhankelijk van elkaar de landbouw tot ontwikkeling kwam. De archeoloog Lewis Binford ontwikkelde een model dat een algemene verklaring daarvoor zou moeten geven.Het onderzoek naar het ontstaan van de landbouw duurt dus voort.

Een van de meest recente verklaringen komt van professor Hillman. Hij vond tussen de voorwerpen van jagers-verzamelaars in Syrië tamme granen. Dat was een aanwijzing dat zij overgingen tot het verbouwen van graansoorten die zij voorheen in het wild vonden. Dat deden zij volgens Hilmann omdat 13.000 jaar geleden er een korte koudere en drogere periode was waardoor de wilde granen uitstierven. De mensen werden zodoende gedwongen om de granen zelf te verbouwen.

Het ontstaan van de landbouw had zulke grote gevolgen, dat Childe sprak van een Neolitische Revolutie(of landbouw revolutie). Na deze revolutie ontstond de Sedentaire revolutie(sedentair betekent: een vast woon of verblijfplaats). Men ging permanent ergens wonen.

Uit later onderzoek, zie de Ohalocultuur, bleek echter dat in het Nabije Oosten veel culturen van jagers-verzamelaars al een tamelijk permanente verblijfplaats hadden, voordat de landbouw werd doorgevoerd.

Rond 7500 voor Chr. leefden bijna alle culturen in het Nabije Oosten van de landbouw. Men leerde dieren te domesticeren en te fokken. Varkens, schapen en geiten zorgden niet alleen voor vlees maar ook voor producten als melk en wol. Rond 4000 voor Chr. werden na de uitvinding van de ploeg en het wiel dieren ook in de landbouw ingezet.

Rond 5000 voor Chr. voltrok de Neolitische Revolutie zich ook in West-Europa. In ons land vestigden zich tijdelijk omstreeks 5300 voor Chr. de eerste landbouwers in Zuid-Limburg. Sommige archeologen denken dat deze werd overgebracht door kolonisten omdat er onvoldoende landbouwgrond was om de gestegen bevolking te kunnen voeden.

De agrarische samenleving

De introductie van de landbouw had grote gevolgen voor de samenleving. Zo veranderde de grootte van de groepen mensen, de onderkomens en de werktuigen.

De vaste woonplaats droeg bij aan een grotere bevolkingsdichtheid, doordat het tijdsinterval tussen twee geboorten kleiner kon worden. Dat werd nu twee jaar terwijl het bij de jagers-verzamelaars vier was. Dit samen met het vermogen om meer mensen per hectare te voeden leidde tot een hogere populatiedichtheid.

Men woonde nu in stevige huizen en nieuwe huizen werden neergezet op restanten van vervallen onderkomens. Zo ging men letterlijk de hoogte in. Men spreekt dan ook van ruïneheuvels die men in het Arabisch Tell noemt. Voedsel dat men zelf niet nodig had werd geruild tegen bijvoorbeeld Obsidiaan, een zwart of grauw vulkanisch gras waar men pijlpunten, messen en andere werktuigen van kon maken. Die werktuigen worden overal bij opgravingen aangetroffen waaruit men de conclusie trekt dat er over grote afstand werd gehandeld.

Voor het eerst maakte men ook gebruiksvoorwerpen van aardewerk. Ook kwamen er nieuwe landbouwgereedschappen zoals de sikkel en de ploeg. De werktuigen werden steeds verfijnderVanwege deze veranderingen wordt deze periode ook wel de Nieuwe Steentijd of Neolithicum genoemd.

1.3 Mesopotamië: van grotten tot steden

Inleiding

Voor het eerst in de geschiedenis gaan de eerste mensen in stedelijke gemeenschappen wonen in Mesopotamië, dat het huidige Irak en delen van Syrië omvat. De naam Mesopothamië komt uit het Grieks en betekent 'tussen de rivieren'. Die rivieren zijn de Eufraat en de Tigris.

nabije oosten

Het belang van dit onderwerp

Bijna de helft van de wereldbevolking woont in steden. Leven in een stad heeft voordelen. Zo zijn er vaak veel meer voorzieningen aanwezig. Rond 3000 v Chr. woonde negentig procent van dit gebied, Soemerië in het zuiden van Mesopotamië, in steden. In sommige opzichten leken Uruk, Nippur op onze huidige steden.

Welke kenmerken hadden stedelijke gemeenschappen in Soemerië?

Het ontstaan van een beschaving

Aan de oevers van de Eufraat en de Tigris ontstond een van de eerste beschavingen. Een beschaving is een complexe samenleving waarin mensen in steden wonen. Stedelijk leven is alleen mogelijk als de landbouw een surplus(overschot) oplevert, zodat de stedelingen zich met andere zaken kunnen bezighouden. Hoe ontstaan nu grote beschavingen?. Een mogelijke verklaring zou klimaatverandering kunnen zijn.

Rond 5600 v. Chr. ontstonden in Soemerië (het zuiden van Mesopotamië)aan de oevers van de Eufraat en de Tigris de eerste dorpen. het klimaat was er erg heet; er viel nauwelijks neerslag. Toch was de landbouw er zeer succesvol doordat men overging tot et kunstmatig toevoeren van water. Dankzij de succesvolle irrigatielandbouw, groeide het aantal inwoners van de dorpen in het zuiden van Mesopotamië. Daarnaast trokken in het vierde millennium voor Chr. de Soemeriërs(een volk uit Midden-Azië) naar dit gebied. Ook kon men aan voorraadvorming gaan doen. Essentieel voor niet-producerende specialisten en voor de bewoners van de steden. Er ontstonden nu ook grote sociale verschillen en verkregen sommigen daardoor politieke macht.

Stedelijke samenlevingen in Soemerië

Rond 3500 v. Chr. spreken we van stedelijke samenlevingen of stadstaten. Soemerië telde er 30. Een stadstaat had gemiddeld 10.000 inwoners. Uruk(zie bovenstaand kaartje) had rond 3000 v. Chr. 50.000 'stedelingen', en was de grootste stadstaat. Je zult begrijpen dat zo'n samenleving ingewikkelder geworden was en dat er dus iemand leiding moest geven. In Soemerië ontstonden er daarom soms oorlogen tussen steden. Vorsten lieten steden daarom door middel van stadsmuren beveiligen(Zie afbeelding hier beneden. Je kunt duidelijk de stadsmuur zien).

De vier belangrijkste karakteristieken van de stedelijke gemeenschappen rond 3000 v. Chr. waren:

  • Een hiërarchische opbouw van de samenleving;
  • De aanwezigheid van een godsdienstig centrum;
  • De taakverdeling in de samenleving;
  • Het gebruik van het schrift.

Hiërarchische opbouw van de samenleving

Sociale piramide Opgebouwd naar machtsuitoefening van boven naar beneden
   
Koning en familie Men geloofde dat de koning de macht van de goden had gekregen. de koning zorgde ook voor de rechtspraak en was opperbevelhebber van het leger
Priesters Zorgden voor contact met de goden en daardoor hadden ze veel macht.
Ambachtslieden Klein gedeelte van de bevolking, werd wel steeds groter.
Boeren Grootste deel van de bevolking.
Slaven Vaak krijgsgevangenen.

Godsdienstig centrum

Elke Soemerische stad had in het centrum een ziggurat, een soort tempel. Dit was een hoog bouwwerk, via trappen kon je de top bereiken.(hoe hoger hoe dichter bij de goden). Hier werd de belangrijkste god van de stad vereerd.

marduk

De afbeelding laat goed zien hoe belangrijk zo'n tempel was

De ziggurat had naast de religieuze ook een economische functie. Rondom werden goederen verhandeld en moesten boeren een groot gedeelte van de oogst als belasting afstaan aan de vorst. In ruil daarvoor kreeg men bescherming en werd het irrigatiesysteem onderhouden. Er was sprake van redistributie(herverdeling): het ingeleverde graan werd door een bureaucratische organisatie 'uitbetaald' aan de priesters, de ambachtslieden en de koninklijke familie.

Taakverdeling in de samenleving

Door de grote opbrengst van de landbouw konden sommigen zich bezig gaan houden met andere werkzaamheden. Denk daarbij aan ambachtslieden, maar ook kunstenaars, priesters en natuurlijk nu ook schrijvers. Want er moest veel worden opgeschreven in de ingewikkelder samenleving. Schrijvers werden daarom heel belangrijk.

Schrift

spijkerschrift

Rond 3300 v. Chr. ontwikkelden de Soemeriërs het schrift. Dit schrift bestond in eerste instantie uit logogrammen: herkenbare afbeeldingen. ze werden hoofdzakelijk gebruikt voor het registreren van economische zaken. Uit die logogrammen ontwikkelden zich later echter klanktekens. Ëen teken stond voor een bepaalde klank. met klanktekens konden hele woorden en zinnen geschreven worden. Het Soemerische schrift wordt ook wel spijkerschrift genoemd, vanwege de vorm van de tekens. Men was nu in staat belangrijke zaken vast te leggen. Maar.. een klein gedeelte van de bevolking kon maar lezen en schrijven. Met de uitvinding van het schrift kwam een einde aan de Prehistorie voor het Nabije Oosten.

Zie voor Hoofdstuk 2 Samenvatting VWO Feniks Hfst 2 Overzicht van de geschiedenis