We hebben 136 gasten online

Samenvatting VWO Feniks Hfst 7 Overzicht van de geschiedenis

Gepost in Tweede Fase 1e druk Overzicht gs

Tijd van Pruiken en Revoluties

tijdvak 7

Eeuw van de Verlichting en 18e eeuw 1700-1800

Hoofdstuk 7: Stoffige pruiken, bruisende ideeën

Oriëntatie

Het tijdvak

De achttiende eeuw is de eeuw van de Franse Revolutie, van slavenhandel, van Amerikaanse onafhankelijkheid, van Voltaire, van het verlicht absolutisme, van patriotten en van de Encyclopédie, maar het tijdvak heet: Pruiken en Revoluties (revolutie betekent: ingrijpende hervorming).In 1776 in Amerika en in 1789 in Frankrijk grepen nieuwe groepen mensen de macht.

Veranderingen waren er ook op intellectueel gebied: de opkomst van de 'Verlichting' en nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen in Europa en Amerika.

De benaming 'pruiken' komt van rijke burgers ,die in navolging van de Franse mode, hun eigen haren bedekten met bepoederde pruiken. De pruik werd tijdens de Franse revolutie het symbool van machtsmisbruik en privileges; het niet dragen van de pruik werd een daad van verzet voor de aanhangers van de democratische revolutie.

In Frankrijk, maar ook in Engeland bruiste het van de ideeën over de ideale maatschappij. Men luisterde in salons naar favoriete filosofen, die de ene na de andere gedurfde stelling naar voren brachten.

Ook in de natuurwetenschappen vond deze ontwikkeling plaats. De Italiaan Gallileo Galileï concludeerde met behulp van zijn geavanceerde telescopen dat de aarde slechts een speldenknopje in het heelal was. Hij kreeg last met de katholieke kerk, die hem dwong zijn stellingen te herroepen. Isaac Newton toonde aan dat de zon en de maan en de aarde alle aan de zwaartekracht gehoorzamen. In 1783 steeg in het Franse Metz de eerste luchtballon op. Ook op biologisch en medisch terrein was de vooruitgang groot. Allerlei uitvindingen werden toegepast in de mijnbouw, de industrie en het leger. Wetenschap en techniek bezorgden de Europese landen een steeds sterkere positie in de wereld.

De kenmerken

De tijd van Pruiken en revoluties (1700-1800) vormden een aaneenschakeling van ingrijpende maatschappelijke en politieke veranderingen. Europese landen gingen over tot versteviging van hun machtspositie en uitbreiding van hun rijkdom. Daarbij hadden ze weinig medelijden met de volken waarmee ze in aanraking kwamen. Dit werd vooral duidelijk door de exploitatie van de plantagekoloniën op het continent Amerika. De oostkust en de Caraïbische eilanden werden leveranciers van suiker, koffie tabak en andere producten. Om de winstgevendheid te vergroten maakte men gebruik van de slavenhandel. De Engelsen, Fransen en Nederlanders verdienden fors geld aan deze driehoekshandel.

In de loop van de achttiende eeuw ontstond er steeds meer kritiek op de slavenhandel en werd er een beweging opgericht die streefde naar afschaffing ervan: het abolitionisme. Dit abolitionisme kwam, deels, voort uit de ideeën van de Verlichting, die met name in Frankrijk voor een intellectuele revolutie zorgden.

De ideeën van de Verlichting waren gebaseerd op het rationalisme (het geloof in het menselijk verstand):

  • Filosofen en schrijvers gingen zich afzetten tegen het oude machts- en magiedenken.
  • Hun toekomstbeeld was optimistisch.
  • Wetenschappelijk onderzoek moest de plaats innemen van bijgeloof en traditie'.

Het Ancien Régime, het Oude Regime van het absolutisme, dat steunde op de standenstaat van de kerk en adel, was echter nog niet geheel verdwenen. Vorsten probeerden aan de macht te blijven door het koningschap een eigentijdse invulling te geven (verlicht despotisme) en de verlichte denkbeelden gedeeltelijk in praktijk te brengen door:

  • bevordering van het onderwijs;
  • het aantrekken van verlichte denkers;
  • het hervormen van de economie en wetgeving.

we the people

 De bestaande ontevredenheid bij de burgerij konden ze echter op den duur niet meer negeren. In de Britse Koloniën in Amerika (1776) en vervolgens in Frankrijk (1789) braken er revoluties uit. De resultaten waren echter verschillend. De Amerikaanse revolutie leidde tot de stichting van de Verenigde Staten, met een democratische grondwet. De Franse revolutie liep - ondanks de leus 'Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap'- uit op een bloedig terreurbewind onder leiding van de Jacobijnen (geleid door Robespierre), gevolgd door de dictatuur van Napoleon, die heel Europa in oorlog zou storten. Napoleon werd in 1815 beslissend verslagen en tijdens de conferentie van Wenen werd de macht van de Europese vorsten in ere hersteld en bereikte men een machtsevenwicht. Was er dan helemaal niets veranderd?

De vier kenmerken van het tijdvak:

  • Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme;
  • Rationeel optimisme en ' verlicht denken' dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst politiek, economie en sociale verhoudingen;
  • Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen van het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme);
  • De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondrechten, grondwetten en staatsburgerschap.

Kernbegrippen

Abolitionisme: Streven naar afschaffing van de slavernij en de slavenhandel.

Ancien Régime: Benaming van de tijd vóór de Franse Revolutie, toen d e absolute vorsten regeerden.

Democratische revolutie: Ommezwaai in het bestuur waarbij het volk steeds meer macht in handen kreeg ten koste van de macht van de vorst.

Grondrechten: Vrijheidsrechten, die burgers bescherming geven tegen een oneerlijke behandeling door de overheid of door andere burgers.

Grondwet: Constitutie, algemene staatsregeling. Wet waarin de belangrijkste staatsbeginselen van het bestuur van een staat zijn omschreven.

Plantagekolonie: Overzees gebiedsdeel waar grote landbouwgebieden waren ingericht, waarop vaak slaven te werk werden gesteld.

Rationalisme: Toepassen van de rede, het verstand.

Sociale verhoudingen: De wisselwerking tussen de verschillende groepen in de samenleving.

Staatsburgerschap: Toestand waarin iemand burgerrechten in een staat heeft

Transatlantische slavenhandel: Koop en verkoop van mensen als bezit, waarin verschillende continenten betrokken zijn.

Verlicht absolutisme: Als vorsten onder invloed van de Verlichting hun bestuur verbeterden, maar wel alle macht in handen hielden. ook wel verlicht despotisme genoemd.

Verlichting: Verlicht denken. In de achttiend eeuw hadden steeds meer Europeanen kritiek op de staat en de samenleving. ze vinden dat mensen meer gebruik moesten maken van de rede, het gezond verstand. Meer vrijheid en gelijke rechten voor iedereen zouden bijdragen aan vooruitgang van de samenleving in haar geheel.

7.1 Europa gaat buitengaats

Inleiding

In de achttiende eeuw voeren Europese handelsschepen de hele wereld over op zoek naar winstgevende producten. De netwerken die zo ontstonden, bestreken vaak verschillende werelddelen, zoals de driehoekshandel tussen Europa, Afrika en Amerika. Er werd gehandeld in koffie, suiker thee, specerijen, bont en slaven. De slaven kwamen terecht op de plantages van de Caraïben en de zuidelijke Amerikaanse staten.

Het belang van dit onderwerp

globaliseringDe handelsnetwerken die in de achttiende eeuw ontstonden, hebben zich inmiddels sterk uitgebreid en verdicht. Dit verschijnsel noemen we globalisering. Voorheen domineerden de Europese handelaren de handelsnetwerken, tegenwoordig is Europa in sterke mate economisch afhankelijk van de andere klant van de wereld. De niet-westerse handelspartners eisen hun rechtmatige plaats op de internationale markt op.

Op welke wijze veroverden de West-Europese zeemachten de heerschappij in de wereldhandel en wat waren de gevolgen?

Wereldhandelsrijken.

In het kielzog van de ontdekkingsreizigers bouwden de Portugezen, Spanjaarden en Hollanders indrukwekkende handelsrijken op. Tussen Europa, wic vlagAfrika en Amerika ontstond een bloeiende driehoekshandel, waarbij goederen en slaven van het ene continent naar het andere werden vervoerd. Deze handel werd volledig beheerst door monopolistische Europese compagnieën, waaronder de Nederlandse West-Indische Compagnie (WIC).

In de loop van de achttiende eeuw namen de Engelsen en Fransen een voorsprong in de internationale wereldhandel. In Midden- en Noord Amerika namen ze de positie over van Spanje en Portugal: op de eilanden van West-Indië, het noord oosten van Zuid-Amerika, het 

atlantic slave tradeCaribische gebied en in het zuidoosten van Noord-Amerika. Men stichtte er plantagekoloniën waar (sub)tropische landbouwgewassen werden verbouwd voor de handel..

 

De plantagekoloniën waren sterk afhankelijk van de relatie met Europa, omdat men voor de export produceerde. Men verbouwde er suikerriet en tabak. Na 1800 kwam daar katoen bij. Als gevolg van de industriële revolutie ontstond er een snel groeiende vraag naar katoen. 

Door de toenemende bevolking van Europa steeg de vraag naar tabak, suiker, koffie, cacao en katoen zeer sterk. Om aan die vraag te voldoen wilde men de plantages uitbreiden. Daarom keek men met toenemende belangstelling naar het onontgonnen westen van Amerika.

Slavenarbeid

Slavenarbeid vormde de basis van het plantagesysteem. Negentig procent van de slaven kwamen er te werken. Het klimaat, de tropische ziekten en het uitputtende werk op de plantages veroorzaakten grote sterfte.

Hoe de slaven werden behandeld lag aan:

  • de eigenaar;
  • de plaats waar ze werkten;
  • het product dat ze verbouwden.

In Noord-Amerika werden de meeste slaven in Britse koloniën ingezet bij de productie van katoen, tabak, rijst, maïs en suiker. Ondervoeding, mishandeling en ziekte waren heel gewoon. Seksueel misbruik van vrouwen kwam veel voor.

Rond 1770 leefde er een half miljoen slaven in de Britse koloniën in Amerika, ongeveer twintig procent van de bevolking. De meeste slaven bevonden zich in de zuidelijke koloniën.

Slavenhandel

Al in de zestiende eeuw hadden de Spanjaarden al ondervonden dat de indianen niet geschikt waren voor het zware werk op de plantages. Spanje nederlandse slavenhandelbegon er mee zwarte mensen uit Afrika te halen. De winstgevende handel zou tot in de negentiende eeuw voortduren. Het was big business. Vanuit de binnenlanden van Afrika werden talloze ongelukkige mensen aan elkaar vastgeketend en naar de kust gebracht. Daar werden ze door Afrikaanse vorsten verkocht aan de slavenhandelaars. De zeereis die vier tot acht weken duurde bracht hen naar de slavenmarkten waar ze door handelaren voor het tienvoudige werden verkocht. Het kapitaal dat verdiend werd met de slavenhandel vormde de basis voor de groei van de industriële revolutie in Engeland.

Tot eind negentiende eeuw zijn meer dan twaalf miljoen Afrikanen de Atlantisch Oceaan overgebracht als slachtoffer van de transatlantische slavenhandel. zeventig procent van de inwoners van de Caraïbische eilanden was negerslaaf. De WIC heeft ongeveer 96.000 Afrikaanse slaven naar Latijns -Amerika vervoerd.

Abolitionisme

Onder invloed van het verlichtingsdenken veranderde ook de mening over slavernij en slavenhandel. Het abolitionisme kwam op voor de afschaffing van de slavernij, op basis van ideeën over gelijke rechten voor alle mensen en de mens als individu. Toch vonden velen dat gelijke rechten niet voor zwarte slaven gold. Het "Alle men are created equal' gold dus niet voor de onafhankelijke koloniën in de pas ontstane Verenigde Staten, alhoewel het in de grondwet stond.

Begin negentiende eeuw won het abolitionisme aan kracht. In 1807 besloot het Britse parlement tot wettelijke afschaffing van de slavenhandel tussen Engeland, Afrika en de Britse koloniën. De illegale handel ging echter nog geruime tijd door. In vele andere landen zou de afschaffing van de slavernij nog jaren duren.

proclamatie

 

Papiamentse versie van de proclamatie van de opheffing van de slavernij in de Nederlandse West-Indische koloniën van 1 juli 1863.

7.2 De wereld kan beter!

Inleiding

Terwijl aan de andere kant van de oceaan slaven zwoegden op de plantages, raakte men in West Europa in de ban van een nieuwe, intellectuele stroming: de Verlichting. De voorstanders van de nieuwe verlichtingsideeën meenden dat de inrichting van de samenleving aan een grondige herziening toe was. Ze benadrukten de individualiteit en gelijkwaardigheid van mensen.

Het belang van dit onderwerp

  • In onze tijd willen mensen zelf bepalen hoe ze bestuurd worden;
  • Schending van mensenrechten wordt afgekeurd;
  • Tegenwoordig zijn er niet veel mensen die volhouden dat natuurrampen en ziekten de schuld zijn van een gebrek aan eerbied voor de goden;
  • We speuren met ons verstand naar verklaringen voor natuurverschijnselen;
  • En we zoeken praktische oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken.

In hoeverre ondermijnden verlichtingsdenkbeelden de bestaande orde?

Verlichting

Eind zeventiende en achttiende eeuw bloeide de Verlichting: een intellectuele en culturele beweging die zich over heel Europa verspreidde.

  • De Verlichting wilde een eind maken aan de geestelijke duisternis, die onder meer bleek uit godsdienstige onverdraagzaamheid, bijgeloof en heksenprocessen;
  • De Verlichting betekende een breuk in het westerse denken.

Vanaf de Middeleeuwen was de samenleving gebaseerd geweest op geloof, traditie en gezag. De mensen geloofden in een door God gegeven sociale orde. De macht van de koning werd met godsdienstige argumenten onderbouwd (het droit devin). Ook kerk en adel hadden grote invloed en strenge censuur van kerk en staat smoorde afwijkende meningen in de kiem.

Veel schrijvers lieten daarom hun werk anoniem verschijnen. In Parijs werkten geleerden, onder leiding van Diderot aan de uitgave van de eerste encyclopedie ter wereld. Ze geloofden dat meer kennis zou leiden tot een betere wereld. Schrijvers als Voltaire, Rousseau en Montesquieu leverden er bijdragen voor. Het is ook een strijdschrift tegen de bestaande politieke en maatschappelijke vooroordelen. In 1759 besluit zelfs de Franse regering tot de openbare verbranding van de reeds verschenen delen van de encyclopedie.

Rationalisme

De verlichte denkbeelden waren gebaseerd op het rationalisme. Het Latijnse woord ratio betekent: het verstand, de rede. de aanhangers van het rationalisme geloofden dat het menselijk verstand op den duur in staat zou zijn om alle problemen op te lossen: ziekte, oorlog en onbekwaam bestuur. Als je er maar goed over nadacht, kon je alles begrijpen en verbeteren. Geen wonder dat men optimistisch werd.

De verlichtingsfilosofen lanceerden heel wat nieuwe opvattingen:

  • Op het gebied van de godsdienst bepleitten zij meer verdraagzaamheid;
  • De bestaande staatskerken moesten worden afgeschaft;
  • Er mocht best gediscussieerd worden over heilige geschriften, zoals de Bijbel;
  • Ze pleitten voor een scheiding tussen Kerk en Staat. de kerk zou geen enkele politieke macht meer mogen uitoefenen.

Ook de Nederlandse filosoof Baruch Spinoza bestreed het bijgeloof.

De bekendste voorvechter van godsdienstige tolerantie was Voltaire. Hij was van mening dat de Kerk de mensen dom hield. Ook stelde hij rechtelijke dwalingen aan de kaak. tweemaal belandde hij voor zijn opvattingen in de Bastille, de staatsgevangenis van Parijs.

Hij had echter ook vele bewonderaars, waaronder de Pruisische koning Frederik II de Grote, die zijn koninkrijk bestuurde als een verlicht despoot.

Vrij en gelijk

De verlichtingsfilosofen pasten het verlichte denken toe op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek en sociale verhoudingen. Zij vonden dat mensen heel goed zelf, in onderling overleg, konden bepalen hoe ze bestuurd wilden worden. Zij stelden dat de mensen van nature vrij en aan elkaar gelijk zijn. Ze geloofden dat je mensen niet naar afkomst, huidskleur of sekse moet beoordelen, maar naar karakter.

burkeEr waren echter ook filosofen die helemaal niet zo'n optimistisch mens- en wereldbeeld hadden, zoals Edmund Burke (1729-1797). Zijn bekendste boek is ' Reflections on the Revolution in France', waarin hij korte metten maakte met het idee dat de Franse Revolutie een positieve gebeurtenis was. Volgens Burke was de maatschappij een complex geheel van door de eeuwen heen gegroeide instellingen en regels. Hij zag de samenleving als een continu veranderd organisme, dat niet door een kleine groep revolutionairen aan banden gelegd kon worden. Ieder lid van de samenleving was een erfgenaam van voorgaande generaties en bovendien een onvolmaakte erfgenaam. Burke geloofde niet in de goedheid van de mens. Tegenwoordig vinden de ideeën van Burke vooral weerklank onder aanhangers van het conservatisme.

Volkssoevereiniteit en trias politica

In deze tijd kwam het absolutisme onder vuur te liggen. Niet voor het eerst want in de zeventiende eeuw had de Engelsman John Locke (1632-1704) geschreven dat mensen samen een maatschappij vormen, als een sociaal contract dat op vrijwillige basis gesloten wordt. Dat was geen contract tussen regering en geregeerden, maar tussen vrije mensen onderling, op basis van gelijkwaardigheid. Het volk staat deze vrijheid niet af aan de regering, de soevereiniteit berust volgens Locke nog steeds bij het volk. Een volk mag dus een regering die in gebreke blijft af zetten. Dat was in de zeventiende eeuw nog geen voor de hand liggende gedachte. Locke heeft echter grote invloed gehad op denkers van de achttiende eeuw. Zo lieten de Founding Fathers van Amerika, de grondwet van de jonge republiek opstelden, zich door hem inspireren.

De Fransman Montesquieu schreef in 1748 het boek 'De l'esprit des lois' ('Over de geest der wetten'), waarin hij stelde dat het niet juist was dat de koning alles in zijn eentje voor het zeggen had. Om diens macht tegen te gaan, bedacht hij de trias politica: leer van de driedeling van de staatsmachten. Deze hield in dat er een scheiding moest komen tussen de uitvoerende macht, de wetgevende macht en de rechtelijke macht. De Amerikaanse grondwet was de eerste grondwet waar de machten in de staat zo werden verdeeld. In westerse democratieën vond de scheiding van de machten overal toepassing.

De Fransman Jean-Jacques Rousseau ging nog een flinke stap verder. Hij vond dat mensen zulke instellingen niet nodig hadden. Rousseau geloofde

rousseaudat de mensheid was afgedwaald van haar oorspronkelijke, eenvoudige leefwijze. Hij schreef het boek 'Du contrat social' ('Over het maatschappelijk verdrag'). 'De mens wordt vrij geboren, maar verblijft overal in ketenen'. Daar moest een einde aan komen, vond hij. De algemene volkswil diende de bron van alle macht te worden. Ook de koning was hieraan ondergeschikt worden. Er stond geen hogere macht boven (de leer van de volkssoevereiniteit). Een koning die deze wil vertrapte, moest worden afgezet.

De denkbeelden van Montesquieu en Rousseau vormden een frontale aanval op het principe van de droit devin (koning baseert zijn macht op God, Godsoevereiniteit).

Opvoeding

Verlichtingsfilosofen schreven ook over opvoeding, een geliefd gespreksonderwerp in de chique kringen van die tijd.

  • Locke: iedereen is bij zijn geboorte een 'onbeschreven' blad en goede eigenschappen konden via onderwijs en opvoeding worden aangeleerd;
  • Rousseau: de mens was van nature goed. Het was de omgeving die een slechte invloed had. Hij pleitte voor een vrije opvoeding, liefst ongebonden in de vrije natuur.

Roussaeu schreef ook een roman: Emile. met zijn nadruk op het gevoelsleven week hij af van het rationalisme van veel van zijn tijdgenoten. Geen wonder dat men Rousseau ook wel plaats aan het begin van de Romantiek, een stroming die zich juist verzette tegen de klinische intellectualiteit van het rationalisme.

Verspreiding

Voltaire en Rousseau reisden veel rond om hun ideeën te verspreiden. In cafés koffiehuizen en salons kwamen mensen bij elkaar om er naar te luisteren. Filosofische verlichtingsideeën werden ook via brieven, romans en toneelstukken verspreid en kregen daardoor steeds meer aandacht. Zo openden de verlichtingsfilosofen de weg naar de moderne wetenschap en democratie. De Amerikaans en Franse Revoluties waren er een uitdrukking van.

7.3 Alles voor en niets dóór het volk

Inleiding

De Europese cultuur was in de achttiende eeuw zeer internationaal georiënteerd. Schrijvers, kunstenaars en geleerden reisden veel en waren graag geziene gasten aan vorstenhoven. Koning Frederik II van Pruisen werd toegejuicht als een modelvorst, maar in werkelijkheid was hij een machtspoliticus. Hij schreef met Voltaire en deze woonde zelfs drie jaar lang als eregast aan het Pruisische hof in Potsdam.

Het belang van dit onderwerp

Wat is de beste manier van besturen? Die vraag houdt de mensheid al eeuwenlang bezig. In onze tijd geldt in de westerse landen democratie als beste regeringsvorm. Maar niet overal 'werkt' een democratie even goed. In landen met een lage ontwikkelingsgraad of met sterke tegenstellingen is democratie ook wel eens uitgemond in chaos. Is in zo'n geval een lichte dictatuur te prefereren? In een dictatuur kan men tenminste slagvaardig optreden? Maar wie controleert de machthebbers dan? Hoe voorkom je machtsmisbruik? Deze vragen spelen nog steeds in sommige delen van de wereld.

Was verlicht despotisme een reëel alternatief voor het Ancien Régime?

Áprès nous le déluge' (na ons de zondvloed)

Frankrijk was onder Lodewijk XIV het voorbeeld van een absoluut geregeerd koninkrijk. Toen hij in 1715 stierf, volgde zijn piepjonge achterkleinzoon Lodewijk de XV hem op. Het Ancien Régime werd onder hem voortgezet (1715_1774).Dus behielden ook de Kerk en de adel hun voorrechten. Maar een staand leger, oorlogen en andere structurele problemen hadden tot een lege schatkist geleid. De boeren en de burgers moesten nu nog meer belasting betalen.

Lodewijk XV bleek niet geschikt als koning:

  • Hij trok geen talentvolle ministers aan;
  • Vermaakte zich vooral met de jacht, het gokspel en kostbare feesten;
  • Wijdde zich niet aan staatszaken en bekommerde zich nauwelijks om het land;
  • Zijn maîtresse Madame de Pompadour deed de uitspraakÁprès nous le déluge' (na ons de zondvloed), daarmee aangevend geen goede invloed te hebben op LodewijkXV.

Verlicht absolutisme

catherina de grote

Sommige vorsten probeerden de nieuwe denkbeelden van de verlichtingsfilosofen in praktijk te brengen. Zoals: Frederik II van Pruisen, keizer Jozef II van Oostenrijk en tsarina Catharina II van Rusland. Zij voerden veranderingen door die goed waren voor het volk:

  • Verbeterden het onderwijs;
  • Verbeterden het gevangenissysteem en schaften lijfstraffen af;

Maar van echte inspraak door het volk moesten ze niets hebben onder de leuze: 'Alles voor het volk, niets door het volk'.

De verlichte despoten ontleenden hun gezag niet meer uitsluitend aan de goddelijke wil (droit divin), maar ook aan de denkbeeldige overeenkomst met de onderdanen. Zij zagen zichzelf als zaakwaarnemers van het volk. In het verlicht absolutisme stond niet de persoon van de vorst voorop, maar het gezag van de staat.

Frederik II

pruisen 1740

Frederik II van Pruisen (bijnaam Frederik de Grote) regeerde van 1740-1786. Hij geldt als het voorbeeld van de verlicht despoot. Van zijn hof in Sanssouci te Potsdam maakte hij een verzamelplaats van kunst en cultuur. Hij trok filosofen aan, zoals Voltaire, en stelde zijn overwegend lutherse gebieden open voor mensen die vanwege hun geloof hun land moesten ontvluchten, zoals joden en hugenoten. Voltaire verbleef enkele jaren aan het hof van Frederik maar hun verhouding was een moeizame.

Fredrik II liet het bestaande recht optekenen, liet braakliggende gronden in cultuur brengen en liet een hypotheekbank voor boeren oprichten. Tegelijkertijd was hij ook een autoritair staatsman. Stelde strenge belastinginners aan en controleerde zijn onderdanen. Boeren en burgers werden zwaar belast, terwijl de edelen allerlei voorrechten bezaten. Hij was de meest oorlogszuchtige vorst van zijn tijd(zie kaartje). Hij wist zijn koninkrijk Pruisen vors uit te breiden ten koste van de buurlanden Oostenrijk en Polen.

Spanningen in de Republiek

De Republiek der zeven Provinciën was geen voorbeeld van een voortvarend bestuur. Het bleef een statenbond van autonome gewesten, die elk hun eigen wetten en regels hadden. De economische voorspoed leek voorbij. Onder het bewind van stadhouder Willem V (1751-1795) nam de kritiek op het bestuur toe:

  • Een onbekwaam bestuurder die zich alleen met zijn hobby's bezighield;
  • Verzamelde rondom zich een kliek van baantjesjagers en profiteurs;
  • Der handel verslechterde;
  • De Republiek verloor de vierde zeeoorlog tegen Engeland (1780-1784).

Onder invloed van de Verlichting en de Amerikaanse Revolutie ontstond bij de bevolking het verlangen naar democratie. In 1781 somde een illegaal pamflet, Aan het volk van Nederland, alle wandaden op. Het was van de hand van Joan Derk van der Capellen tot den Pol

Mislukte revolutie

In de jaren 1780 kwam er een revolutionaire beweging op gang: de Patriotten. Deze bestond uit echte democraten en regenten die niets van Willem V moesten hebben.

De patriotten wensten:

  • Herstel van de oude glorie van de Republiek;
  • Vonden dat stadhouder Willem V en zijn kliek het land naar de ondergang voerde;
  • Ze vormden milities die openlijk schietoefeningen hielden om het gezag uit de dagen;
  • Verantwoordelijkheid in stadsbesturen. En dat lukte ook in een aantal steden.

In 1787 bereikte de strijd tussen stadhouder Willem V en de Patriotten een hoogtepunt. patriotten hadden in een aantal steden al de macht gegrepen. De stadhouder was den Haag ontvlucht. De echtgenote van Willem V, Wilhelmina, was op weg naar den Haag om de prinsgezinden te steunen. Te Goejanverwellesluis werd ze tegengehouden. Zij riep nu haar broer, de koning van Pruisen te hulp. Deze stuurde een leger. De patriotten vluchtten toen naar Frankrijk waar ze in het kielzog van de Franse Revolutie uiteindelijk in 1795 weer in ons land zouden terugkeren bij de oprichting van de Bataafse republiek.

7.4 Burgers, te wapen!!

Inleiding

De dertien Engelse koloniën aan de Oostkust van Amerika strijden voor de onafhankelijkheid, los van Engeland. George Washington was de aanvoerder van dat leger. Voor het eerst in de geschiedenis zouden de denkbeelden van de Verlichting in een grondwet worden vastgelegd.

Het belang van dit onderwerp

Revoluties komen vandaag nog steeds voor. De verwachtingen voor een beter leven zijn hooggespannen, maar vaak gaat het toch mis. Nieuwe heersers zijn machtsbelust en passen zelfs terreur toe. Pas na lange tijd worden de mensenrechten gemeengoed. Veel mensen worden pas echt vrij na een volksopstand tegen de heerser. Ook de grondslag van de VS werd gelegd in een opstand tegen de Britse Koning.

In hoeverre brachten de revoluties de verlichtingsidealen in praktijk?

De Amerikaanse koloniën

dertien engelse kolonien

De dertien Engelse Koloniën 1624-1774

Aan de oostkust van Noord-Amerika hadden zich in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw een paar miljoen kolonisten uit Europa gevestigd, voornamelijk onder Britse vlag. Er waren verschillende redenen waarom ze zich daar vestigden:

  • Vanwege godsdienstige redenen;
  • Vanwege politiek redenen;
  • Het verlangen naar een beter bestaan;
  • Uit avontuur.

De koloniën kenden een redelijke mate van zelfbestuur, via door de kolonisten gekozen volksvertegenwoordigers in de koloniën. De meeste koloniën hadden een koninklijke gouverneur. Deze had vergaande bevoegdheden en keek meer naar de Britse belangen dan naar de belangen van de lokale bevolking.

De Britse koning George III beschouwde de Amerikaanse koloniën als zijn persoonlijk eigendom. Tussen 1754 en 1763 was Groot-Brittannië verwikkeld in een dure oorlog tegen de Fransen in Amerika. de Engelsen wonnen, maar tegen een hoge prijs. de nationale schuld bedroeg na afloop bijna 170 miljoen pond. De kosten van deze oorlog en van het beschermen van de koloniale grenzen zouden door de dertien koloniën moeten worden opgebracht. De belastingen werden fors verhoogd, maar dit stuitte op grote bezwaren van de kolonisten.

De grootste ergernis was dat de kolonisten nog niet eens in het moederland vertegenwoordigd waren in het parlement, waar de besteding van de belastingen werd bepaald. Hun leus werd : No taxation without representation'.

In het begin ging het de kolonisten niet om de onafhankelijkheid maar zij eisten in de eerste plaats lagere belastingen, grotere autonomie en inspraak in beslissingen die van invloed waren op de handel en wandel van de Amerikaanse koloniën.

De Boston Tea Party

In 1773 werd de Tea Act ingevoerd. Deze wet hield in dat de Britse East India Compagny haar thee tegen lage prijzen af kon zetten in Amerika. dat was bedoeld om grootschalige smokkel tegen te gaan, maar werd in Amerika gezien als een poging om de kolonie verder uit te melken. In december 1773 werden door rebellen (patriots) thee ter waarde van 10.000 Britse ponden in Boston van een schip gehaald en in het water gegooid. De Britse regering was woedend en vaardigde een zeer strenge wetten uit, waarbij onder meer de haven van Boston werd afgesloten voor alle handelsverkeer. De kolonisten richten milities op.

Het begin van de strijd

Op 19 april 1775 kwam het tot een gewapend treffen tussen kolonisten en het Britse leger bij het plaatsje Concord. Het werd een kleine overwinning voor de kolonisten. Hoewel van weinig strategisch belang, was deze eerste schermutseling het begin van de Onafhankelijkheidsoorlog.

De milities gingen op in een Amerikaans rebellenleger onder leiding van George Washington. In de ogen van koning George III was dit duidelijk een daad van landverraad en wilde hij niet onderhandelen. Een groot Brits leger, aangevuld met 20.000 Duitse huurlingen, werd naar de koloniën gestuurd. De Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1775-1783) was daarmee een feit.

Op 4 juli 1776 werd de Onafhankelijkheidsverklaring aangenomen. Opstellers ervan waren Thomas Jefferson, John Adams en Bejamin Franklin. Het was voor het eerst dat verlichtingsideeën in een officieel staatsdocument werden verwoord. In het eerste deel wordt de opstand gerechtvaardigd door te verwijzen naar het universele recht van een volk om een goed bestuur te eisen. Dit was al eerder door de Britse filosoof John Locke verwoord.

Vrijheidsoorlog

In het begin stonden de kolonisten voor een onmogelijke opgave. de Britse strategie was om de noordelijke koloniën van de zuidelijke te scheiden en ze een voor een te veroveren. Dat leek te slagen, maar:

  • De Britse bevelhebbers werkten onvoldoende samen;
  • De Amerikanen sloten een bondgenootschap met de Fransen, die zo een eigen redenen hadden om tegen de Britten te vechten.

De Britten richten zich toen weer op het zuidelijke koloniën, aanvankelijk met succes. De Britten wisten echter hun sterke positie niet te handhaven. In 1781 vond bij Yorktown de beslissende slag plaats, die werd gewonnen door het Amerikaanse leger onder aanvoering van George Washington.

De Amerikaanse Constitutie

In 1787 kwamen de Founding Fathers, afgevaardigden van de dertien onafhankelijke staten, bijeen om een grondwet op te stellen. De VS werden een federatieve staat en een centraal bestuur. Ook werd de Trias Politica van Montesquieu ingevoerd. De uitvoerende macht kwam in handen van een president die voor 4 jaar werd gekozen. De wetgevende macht kwam in handen van het Congres, een parlement dat bestaat uit twee kamers: de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Het hoogste rechtelijke orgaan werd het Hooggerechtshof. Dat moest nieuwe wetten toetsen aan de grondwet. De grondwet werd nog aangevuld met de Bill of Rights, waarin elke staatsburger principiële grondrechten werden gegarandeerd zoals vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, rechtsbescherming, recht van petitie en vrij wapenbezit. De eerste democratische revolutie was een voorbeeld voor Europa.

De Franse Revolutie

In Frankrijk heerste ontevredenheid over de standenmaatschappij (Ancien Regime). De adel en de geestelijkheid betaalden geen belasting en de bestuursbaantjes waren grotendeels in hun handen. De belastingen moesten betaald worden door de derde stand: de burgerij en de boerenbevolking. De burgerij stond buitenspel in het landsbestuur en dan was er nog het probleem van de staatsfinanciën. Er werd veel te veel uitgegeven. Koning Lodewijk XVI zocht een oplossing en riep in 1789 de Staten Generaal bijeen. Dit was een vergadering van de drie standen en was sinds 1614 niet meer bijeen geweest. Men kwam niet tot overeenstemming en in 1789 riep de derde stand zichzelf uit tot de Nationale Vergadering. De burgers wilden een nieuwe grondwet. De Franse revolutie was begonnen. Lodewijk XVI trok troepen samen rond Parijs, maar het volk bestormde op 14 juli 1789 de Bastille (een gevangenis) het gehate symbool van het absolutisme. Als een kaartenhuis stortte het Ancien Regime in elkaar. Een nieuwe elite van gegoede burgers kwam nu aan de macht. Meteen stelde deze de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.

Lodewijk XVI werd de gegijzelde van het volk. In 1791 probeerden hij en zijn vrouw te vluchten. Uiteindelijk werd hij wegens landverraad tot de guillotine veroordeeld. Maar hij niet alleen. Tijdens de Terreur werden duizenden terechtgesteld. De revolutie bloedde dood in een golf van terreur. napoleon maakte er een einde aan toen in hij 1799 de macht overnam. In 1806 kroonde hij zichzelf tot keizer en regeerde Frankrijk met absolute macht. Er leek weinig veranderd.

De Bataafs-Franse tijd

In 1795 deed een revolutieleger een inval in de Republiek. Stadhouder Willem V vluchtte naar Engeland en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen. De Republiek werd een speelbal van Frankrijk hoewel de patriotten blij waren met de veranderingen die werden doorgevoerd. Een grondwet, een parlement, godsdienstvrijheid, opheffing van tollen, eenheid van belastingen en een nationaal onderwijsstelsel.

Maar de Fransen presenteerden wel de rekening. Door de staat van oorlog met Engeland en de invoering van het continentale stelsel leed de handel enorm. De VOC werd opgeheven en de koloniën gingen verloren aan Engeland.

Napoleon voerde een aantal hervormingen door:

  • Er kwamen nieuwe maten en gewichten;
  • De Code Napoleon (een nieuw wetboek) werd ingevoerd;
  • De burgerlijke stand werd ingevoerd

Periodisering Franse Tijd

  • Bataafse Republiek 1795-1806
  • Koninkrijk Nederland 1806-1810 onder koning Lodewijk Napoleon (broer van Napoleon)
  • Nederland provincie van Frankrijk 1810-1813

Napoleon leed zware verliezen in Rusland (1812) en Leipzig (1813) en vond in 1815 zijn Waterloo. Oranjegezinden vroegen de zoon van Willem V, Willem I, het koningschap op zich te nemen en deze werd als soeverein vorst ingehuldigd. De grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden bevatte elementen uit de Bataafs-Franse tijd, zoals gelijkheid voor de wet, godsdienstvrijheid en (beperkte) bevoegdheden voor de volksvertegenwoordiging. Koning Willem I ging regeren als een verlicht despoot.

Zie voor hoofdstuk 8 Samenvatting VWO Feniks Hfst 8 Overzicht van de geschiedenis