We hebben 155 gasten online

Samenvatting Havo Feniks Hfst 2 Overzicht van de geschiedenis

Gepost in Tweede Fase 1e druk Overzicht gs

Tijd van Grieken en Romeinen Oudheid 3000 v C - 500 n C

tijdvak 2

Oriëntatie

Hoofdstuk 2: Echt klassiek!

Oriëntatie

Het tijdvak

Cleopatra is bij bijna iedereen bekend. Maar niemand realiseert zich dat zij bij de Griekse, Egyptische en Romeinse geschiedenis hoort. De tijd die de Oudheid wordt genoemd.

Het grootste deel van Griekenland bestond uit zelfstandige stadstaten (poleis) omringd door bergen.

ancient greece

 

In tegenstelling tot Mespotamië en Egypte was Griekenland niet zo vruchtbaar. Door de stijging van de bevolking ontstond er een probleem: de voedselvoorziening was niet voldoende om al die monden te vullen. Nu kon men voedsel importeren maar de grootste oplossing was het feit dat men via expedities zich elders in het Middellandse Zeegebied ging vestigen om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Zo ontstonden overal Griekse stadstaten b.v. in het zuiden van Italië, Frankrijk en Spanje.

De kenmerken

In het oude Griekenland begonnen, in de zesde eeuw v. Chr., mensen kritisch na te denken over de wereld om hen heen. Kennis uit Mesopotamië en Egypte werd verder ontwikkeld. Dat was het begin van de filosofie en de wetenschap. Daarnaast dachten de Grieken na over de rol van de burger in de samenleving en werden ze de grondleggers van de democratie.

Hoewel de Grieken zich verspreidden over een groot gebied, bleef hun invloed aanvankelijk beperkt tot de kuststreken. Dat veranderde in 336 v. Chr. met Alexander de Grote, die zelfs het Perzische rijk veroverde.

Grieken gingen in de veroverde gebieden wonen en namen hun cultuur mee. Het verspreiden van de Griekse cultuur noemen we Hellinisme.

Een van de drie Hellinistische koninkrijken was Egypte. Daar heerste rond 50 v. Chr. Cleopatra, een Egyptische koningin van Griekse komaf. Toen was de rol van de Grieken echter al overgenomen door de Romeinen. Cleopatra probeerde haar koninkrijk overeind te houden tegenover de Romeinen. Het lukt haar door haar invloed op Caesar en Marcus Antonius, maar uiteindelijk verloor ze van keizer Augustus en besloot zichzelf door middel van een slang van het leven te beroven. Egypte werd het domein van de Romeinse keizers. Ook de andere Hellenistische rijken werden door de Romeinen veroverd. De Romeinen keken met bewondering naar de Griekse beeldende kunst en bouwkunst en namen deze over.

Door de Romeinse veroveringen kreeg de Grieks-Romeinse cultuur vanaf de eerste eeuw v. Chr voet aan de grond in het huidige Frankrijk, België en delen van Nederland, Engeland en Duitsland.

Na het vertrek van de Romeinen uit onze streken, bleven de oud Romeinse steden invloedrijk. Vaak vestigden zich bisschoppen in die steden. Zij verspreidden van daaruit het Christendom.

Vijf kenmerken van het tijdvak

  • De ontwikkeling van filosofie en wetenschap en het nadenken over de rol van de burger in de samenleving.
  • Klassieke vormen in beeldende kunst en architectuur.
  • De groei van het Romeinse Rijk, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde.
  • Het contact tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germanen van Noordwest Europa.
  • De ontwikkeling van de eerste monotheïstische godsdiensten: jodendom en christendom.
Kernbegrippen Het feit dat je burger bent met alle politieke en maatschappelijke rechten die daarbij horen.
Burgerschap Monotheïstische godsdienst, gesticht door de volgelingen van Jezus Christus
Christendom De oudste monotheïstische godsdienst. De levenswijze van de Joden werd bepaald door de afspraken die Jahweh, hun God, met hen gemaakt zou hebben.
Imperium Een groot rijk onder de heerschappij van een keizer of van één volk. In de Oudheid meestal hetzelfde als Imperium Romanum.
Jodendom De oudste monotheïstische godsdienst. De levenswijze van de Joden werd bepaald door de afspraken die Jahweh, hun God, met hen gemaakt zou hebben.
Klassiek De manier van uitbeelden - de 'vormentaal'- die door de Grieken in de periode 480-338 gebruikt is, werd vanaf de tweede eeuw v. Chr. als klassiek (maatgevend) beschouwd.
Monotheïsme Het geloof in slechts één God.
Politiek Oorspronkelijk: het leven als actief burger in een polis. Later betekende het: de manier waarop een stad(staat), een streek of een land wordt bestuurd.
Stadstaat (polis) Zelfstandige staat, bestaand uit een stad met omliggend gebied.
Wetenschap Wetenschap baseert theorieën op experimenten, waarnemingen en het gebruik van het verstand.

2.1 Denken over mens en natuur

Inleiding

Iedereen kreeg in de volksvergadering van Athene evenveel spreektijd. Dat werd geregeld door een klepsydra, een wateruurwerk. De Atheners vonden de democratie heel bijzonder. Ze dachten veel na over de wijze waarop ze het bestuur van hun stadstaat konden vormgeven.

Het belang van dit onderwerp

De Grieken legden de basis voor onze democratie en ons wetenschappelijk denken. Zij ontwikkelden daarbij een geheel nieuwe kritische denkwijze, los van geloof en goden. In dit hoofdstuk wordt stap voor stap vanaf de vijfde eeuw v. Chr. gevolgd hoe ze ontdekten hoe het menselijk lichaam werkt.

Hoe ontwikkelde zich bij de oude Grieken het kritische denken over wetenschap en maatschappij?

'Wij zijn juist een voorbeeld'

Alleen de vrije mannelijke Atheners die genoeg geld hadden om een wapenuitrusting te kopen en die konden vechten voor de stad mochten zich aanvankelijk Atheens burger noemen. Later werden ook andere mannen burger. Een burger mocht in Athene meebeslissen over de politiek, maar hij moest dan wel zelf in de volksvergadering aanwezig zijn en deelnemen aan de politieke besluitvorming (directe democratie). Niet in alle stadstaten was dat zo geregeld.

Pericles vond dat iedere burger actief moest zijn in de politiek. In 480 v. Chr. hadden de Grieken de Perzen verslagen. Athene was helemaal verwoest en Pericles startte een herbouwprogramma. De bouwpolitiek van Pericles (denk aan de Parthenon-tempel) leverde veel werk op en dat was een stimulans voor de Atheense economie. Omdat het economisch goed ging kon men dan ook geld en tijd vrijmaken om zich met politiek bezig te houden. Pericles was de eerste die burgers geld gaf als ze een openbare functie vervulden. Dankzij deze vergoeding konden ook arme burgers meedoen met de besluitvorming. In de praktijk waren de meeste burgers niet dagelijks met politiek bezig. De stadstaat Athene was ongeveer zo groot als de provincie Utrecht. Er is berekend dat minimaal een derde van de Atheense burgers wel eens in de jury, in de Raad van Vijfhonderd of in een commissie gezeten moet hebben. Het begrip politiek betekende oorspronkelijk dan ook: het functioneren van burgers in de polis (stadstaat).

Kwakzalvers, priesters of dokters?

Ook op natuurwetenschappelijk terrein kwam het kritisch denken centraal te staan. Zo maakte de medische wetenschap grote vorderingen. In de oudheid was dokter geen beschermd beroep, dus noemden zich veel mensen dokter zoals kruidenvrouwtjes of toverdokters. Ook kon je de nacht doorbrengen in een tempel om via een droom genezing te vinden. Daarnaast waren er enkele grote medische centra met artsen die meer verstand van medische zaken hadden maar voor veel mensen waren die niet in de buurt.

Artsenscholen

hippocratesDe medische wetenschap heeft zich vanaf ongeveer 600 v. Chr. razendsnel ontwikkeld. Dat gebeurde vooral in medische centra waar opleiding en onderzoek gecombineerd kon worden. Niet langer de goden maar natuurlijke oorzaken lagen ten grondslag aan de ziekten. Door nauwkeurige observatie konden (aankomende) artsen de symptomen van ziekten leren herkennen. Als een ziekte zich altijd op dezelfde manier ontwikkelde, dan kon je op den duur het ziekteverloop voorspellen en er tijdig op inspelen.

Een van de belangrijkste artsen (afbeelding) was Hippocrates (ca. 460-380). Hij was de leider van de beroemdste artsenschool, op het eiland Kos. Hippocrates wordt de vader van de medische wetenschap genoemd. Ieder arts legt ook de eed van Hippocrates af.

De vier temperamenten

Gezondheid hing volgens de Hippocratische geneeskunde samen met de juiste verhouding en menging (in het Latijn: temperamentum) van de vier lichaamsvochten: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Het lichaam hield deze balans zelf in de gaten. als het lichaam niet goed functioneerde dan kon de arts een handje helpen. Tot in de negentiende eeuw was de theorie van de vier temperamenten in de medische wetenschap algemeen geaccepteerd.

Gevangenen om in te snijden

Operaties werden bij de Grieken waarschijnlijk al uitgevoerd in de achtste eeuw v. Chr. De ontwikkeling van de chirurgie was nauw verbonden met de oorlogsvoering: pijlen moesten verwijderd worden, ledematen afgezet. In de meeste gevallen ging het dus om noodoperaties. De kennis die men geleidelijk aan opdeed, was vooral gebaseerd op systematisch wetenschappelijk onderzoek.

2.2 Echt klassiek

Deze paragraaf gaat over de voorbeeldfunctie die de Griekse cultuur gehad heeft en nog steeds heeft.

Als wij de naam klassiek gebruiken, dan heeft dat bijna altijd de bijklank 'tijdloos' of 'uitzonderlijk mooi of goed': het is een soort kwaliteitswerk. de periode 480-338 geldt als hét klassieke tijdperk van de Europese geschiedenis. De kunstwerken van die tijd gelden nog steeds als voorbeeld.

Hoe heeft de klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur zich ontwikkeld?

Verspreiding van de Griekse cultuur

Door de veroveringen van Alexander de Grote (356-323) werd de Griekse cultuur over een groot gebied verspreid. Van Iran tot de Zwarte zee en van Egypte tot Armenië werden de steden aangekleed met Griekse beeldhouwwerken. Vanaf het begin van de tweede eeuw v. Chr. begon Rome, als nieuwe grootmacht de Griekse gebieden te veroveren. De Romeinen beschouwden de bezittingen, maar ook de mensen uit het veroverde gebied als oorlogsbuit. Vaak werden de bewoners als slaaf aan de Romeinen verkocht. De enorme aanvoer van goedkope arbeidskrachten veranderde de hele Romeinse maatschappij. Bij de slaven zaten zeer ontwikkelde mensen: artsen, geleerden, leraren, schrijvers en kunstenaars. Ze brachten de Hellenistische cultuur en wetenschap de Romeinse maatschappij binnen. Militair hadden de Grieken weinig in te brengen maar des te meer op het gebied van kunst en wetenschap. Een deel van de materiële opbrengsten van het Romeinse imperialisme bestond uit beeldhouwwerken en andere kunstvoorwerpen.

Beeldhouwwerken werden eerst meegenomen om er mee te pronken later plaatste men ze in tempels. Maar in de loop van de tweede eeuw v. Chr. veranderde dit. Beelden werden nu bewust meegenomen om de huizen en tuinen van de veldheer en van zijn vrienden mee op te fleuren. Ook kwamen er nieuwe tempels, theaters, wegen en luxe landhuizen met grote tuinen naar Hellenistisch voorbeeld. In minder dat twee eeuwen was Rome van een Italiaanse (Romeinse) stad veranderd in een Hellenistische metropool.

Eerst nadoen - dan beter doen!

In het begin van de tweede eeuw v. Chr werden de Griekse vormen nog vrijwel letterlijk overgenomen door de Romeinen. Het bleef echter niet bij imiteren. De Romeinen voegden ook eigen elementen toe. De Romeinen hadden van de Grieken overgenomen dat een keizer op officiële portretten er uit zag hoe hij er moest uitzien, dan hoe hij er werkelijk uitzag. Typisch Romeins was dan weer de manier waarop ze werden afgebeeld: bijvoorbeeld als hoogste priester of als succesvolle legeraanvoerder.

Ook op het gebied van de architectuur zie je deze aanpassing. Griekse tempels hadden rondom trappen en waren van alle kanten toegankelijk. Italiaanse tempels stonden op een hoog podium met alleen trappen aan de voorkant. De Romeinen namen wel de vorm van de Griekse tempels over, maar hielden vast aan het podium. Ze ontwikkelden dus een Griekse tempel op een Italiaanse basis.

Beton en bogen

Twee belangrijkste Romeinse verbeteringen in de bouwkunst waren het beton en de boogconstructie. De Grieken werkten met zuilen. Die verbonden ze door middel van balken en op die balken legden ze een dak of een plafond. Doordat bij bogen de druk anders verdeeld is, kan de overspanning veel groter zijn. De Romeinen konden dus door middel van boogconstructies, gewelven of koepels grote ruimtes overdekken zonder dat de ruimte helemaal vol zuilen stond. Ook beton hielp daarbij. Dit mengsel van puin, kalk, vulkanisch zand en water was veel lichter dan natuursteen of baksteen en net zo sterk. De Romeinen pasten de combinatie van boogconstructie en beton op allerlei terreinen toe.

2.3 Imperium Romanum

Inleiding

De naam van Julius Caesar is onlosmakelijk verbonden met de uitbreiding van het Romeinse Rijk in West-Europa. Rond 100 na Chr. had het Romeinse Imperium (Rijk) zijn grootste omvang bereikt. met de Romeinse legers veroverde ook de Grieks-Romeinse cultuur Europa.

Het belang van dit onderwerp

De Europese cultuur steunt op drie pijlers:

  • De verworvenheden van de Industriële Revolutie
  • Het christendom
  • De klassieke cultuur

De invloed van de klassieke oudheid is niet alleen terug te vinden in onze taal, literatuur, beeldende kunst en architectuur, maar ook in onze normen en waarden en in de manier waarop we bestuurd (willen) worden.

Hoe verspreidde de klassieke cultuur zich door Europa?

Caesar

Caesar veroverde vanuit de Provence tussen 58 en 50 heel het Gallische gebied tot in België. Voor Caesar betekende de verovering van Gallië een enorme uitbreiding van zijn macht: de Kelten (Galliërs) waren rijk en de gevechten leverden Caesar en zijn soldaten een enorme oorlogsbuit op. Hoewel zijn roem steeg had hij door allerlei intriges geen mogelijkheid om zijn carrière in Rome voort te zetten. Dat leidde tot een burgeroorlog. In 45 v. Chr. slaagde hij erin om alle tegenstanders uit de weg te ruimen en werd dictator (alleenheerser) voor het leven. En dat was ongehoord omdat Rome juist een republiek was om te voorkomen dat één persoon te veel macht zou krijgen. Functies werden daarom door een even aantal mannen bekleed en slechts voor een beperkte tijd.

rome caesar

 Caesar werd uiteindelijk door senatoren in de senaat vermoord waarna een nieuwe reeks burgeroorlogen ontstond. Uiteindelijk kwam de stiefzoon van Caesar, Augustus, als overwinnaar naar voren. In zijn uitzonderlijk lange regering (ca 30 v. Chr.- 14 n. Chr.) slaagde Augustus erin de maatschappij weer op orde te brengen.

rome

 De Treveren

Dit was een Germaans - Keltische stam die volgens Caesar de sterkste ruiterij had van Gallië. Door het opdringen van de legers van Caesar ontstond er ruzie tussen twee stamleiders over welke houding men tegen de Romeinen moest innemen. Caesar manoeuvreerde zich in de positie van scheidsrechter, een strategie die hij wel vaker toepaste.

De Romeinen hadden de gewoonte om stamedelen die hen steunden, leider van de stam te maken. Doordat de overwonnen volken bestuurd werden door leiders van hun eigen volk, hadden de Romeinen relatief weinig eigen mensen nodig om hun grote imperium uit te breiden. Voor de plaatselijke bevolking veranderde er weinig.

Trier civitas

Onder Augustus werd het gebied van de Treveren met ongeveer zestig stammen tot een bestuurlijke eenheid (civitas) samengevoegd, Gallia Belgica, en kregen een gezamenlijke hoofdstad die diende als administratief centrum voor de hele streek. De civitates waren voor de Romeinen een belangrijk hulpmiddel bij het innen van belastingen in de overwinnen gebieden. Als hoofdstad van de civitas der Treveren werd Augusta Treveorum gesticht, de Latijnse naam voor Trier. In de eerste drie eeuwen na Chr. werd Trier steeds welvarender.

roman empire trajanus

 

Romanisering

De stedelijke elite in Trier bestond vrijwel geheel uit Treveren. Ze hadden een hoogontwikkelde beschaving. Toch ging men steeds meer van de Grieks-Romeinse cultuur overnemen. Sommige civitates werden zo sterk geromaniseerd dat ze nauwelijks meer van gebieden in Italië te onderscheiden waren. Uiteindelijk kon men ook het Romeins burgerrecht verkrijgen. Dat gaf allerlei voordelen. Men kon zelfs in de senaat komen.

Trier hoofdstad

De derde eeuw staat in de Romeinse geschiedenis bekend als een crisistijd.

  • Germaanse stammen drukten op de Rijn- en Donaugrens
  • Het geld werd minder waard
  • De prijzen stegen
  • De belastingen stegen mee
  • Veel wisselende keizers in Rome waardoor er onstabiliteit ontstond

De regeringsperiode van Diocletianes (284-305) bracht op een aantal punten verbetering. Hij breidde het leger uit, veranderde de grensverdediging door mobiele legers te vormen die snel konden ingrijpen als er een grensdoorbraak was. Ook besloot hij dat het grote rijk 4 hoofdsteden nodig had in plaats van één. Trier was een van die plaatsen en kon als een van de weinige steden in het westen ontkomen aan de economische neergang. Vanuit Trier werd heel West-Europa bestuurd. In 306 werd Constantjn de Grote in Trier tot keizer uitgeroepen, na een serie burgeroorlogen. Hij was de eerste keizer die het christendom toestond.

rom emp 400 ad

2.4 Romanisering aan de Rijngrens

Inleiding

De vondst in 1930 in Simpelveld van een gave natuurstenen kist uit het begin van de derde eeuw laat zien hoe ver in onze streken de romanisering was doorgedrongen. Men nam zelfs de Romeinse gebruiken van wonen en begraven over.

sarcofaag simpleveld

De sarcofaag van Simpelveld biedt een aardige inkijk in het interieur van een rijke villabewoner (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het belang van dit onderwerp

Volkeren die met elkaar in contact komen, nemen elementen van elkaars maatschappij over: economie, geloof en gebruiken. Daardoor zullen ze soms ingrijpend veranderen. Dit proces van culturele uitwisseling gaat continu door.

Hoe beïnvloedde de Romeinse cultuur de leefwijze van de mensen die woonden in het gebied van de Rijn en de Maas?

Volkeren aan de monding van Rijn en Maas

Voor de komst van de Romeinen werd ons land door Germaanse stammen bevolkt. De Cananefaten vochten samen met de Friezen en de Bataven rond 10 v. Chr. mee aan de zijde van de Romeinen tegen Germaanse buurstammen. De goede verstandhouding met de Romeinen duurde echter niet lang. In 28 na Chr. kwamen de Friezen met succes in opstand. De directe oorzak was een conflict over de grootte van de runderhuiden die de Friezen als belasting moesten betalen. Maar arrogante optreden van de Romeinen en de verplichting soldaten te leveren wogen veel zwaarder.

De Cananefaten weigerden in 41 troepen te leveren voor een expeditie naar Engeland en in 69, toen in Rome gevochten werd om de troon, kwamen ze zelfs in opstand. De opstand sloeg over op de trouwste bondgenoot, de Bataven, en is de geschiedenis ingegaan als de Bataafse Opstand. Onder leiding van Julius Civilis trokken de Bataven plunderend langs de Rijn. Na ingrijpen van keizer Vespasianus was de opstand snel voorbij. Een gevolg was dat de Romeinse hulptroepen geen dienst meer mochten doen in de streek waar ze vandaan kwamen.

Opgraving in Rijswijk

In het gebied van de Cananefaten (het tegenwoordige Rijswijk in Zuid-Holland) werd een grote plattelandsnederzetting blootgelegd. Aan de hand van vondsten kon ongeveer drie eeuwen plattelandsgeschiedenis worden gereconstrueerd. In de eerste eeuw was de nederzetting nog echt inheems. De contacten tussen de Romeinen en de Cananefaten waren uitsluitend militair. Men moest jonge mannen leveren voor de hulptroepen.

Forum Hadriani

In de tweede helft van de eerste eeuw waren de Romeinen druk bezig met het inrichten van de limes, de Romeinse Rijn-Donau-grens met forten op regelmatige afstand van elkaar. De tweede eeuw is een periode van rust en relatieve welvaart. De romanisering zette nu in gelet op de vondsten van aardewerk. Dat zal zeker te maken hebben gehad met de nabijheid van Forum Hadrani. Daar zijn de producten van de boerderijen verhandeld en kom men allerlei andere zaken kopen.

Villa Rustica

In het begin van de derde eeuw traden er ingrijpende veranderingen op in de nederzetting van de Cananefaten. De gebouwen werden verbeterd en verfraaid. de boerderijen zijn door verschillende families bewoond. In de derde eeuw is echter een huis het belangrijkst 'villa rustica'. Zo noemden de Romeinen een groot landbouwbedrijf met een aparte luxe villa op het terrein en gespecialiseerde landbouwtaken. Rond 270 eindigt de bewoning in Rijswijk. Archeologen gaan er van uit dat de herenboerderij verlaten is vanwege de slechte economische omstandigheden en de stijging van het grondwaterpeil. In Brabant en Limburg zijn veel voorbeelden van Villa Rustica opgegraven. Zie www.villarustica.nl voor de grootste villa die is opgegraven in Voerendaal.

2.5 Romeinen en Christenen

Inleiding.

Het christendom was aan het einde van de eerste eeuw al doorgedrongen tot het huishouden van de Romeinse keizer zoals blijkt uit opgravingen van een paleiscomplex.

Het belang van dit onderwerp

Meer dan 1000 jaar lang was Europa als vanzelfsprekend christelijk. Omdat Europa zijn invloed over de hele wereld uitbreidde, is het christendom een van de belangrijkste wereldreligies geworden. In de tijd van de Grieken en Romeinen was er polytheïsme (meergodendom) maar joden en christenen waren echter monotheïstisch (ze vereerden maar één God).

Waardoor was het monotheïstische christendom uiteindelijk succesvoller dan het traditionele polytheïsme?

Jezus Christus stierf als joodse jongenman in het jaar 33 aan het kruis. Volgens zijn aanhangers was hij de verlosser, de Messias. Hij zou de mensen redden van hun zonden en de harmonie tussen God en de mens herstellen. Zijn optreden, zijn boodschap en zijn groeiende aanhang onder het volk maakte de joodse hogepriesters ongerust. Ze waren bang dat ze de voorrechten die ze hadden verkregen van de Romeinen zouden verliezen. Ze waren bang dat de komst van Jezus de relatie met de Romeinen op het spel zou zetten. Jezus verkondigde namelijk het koninkrijk van God. Op voorstel van de joodse hogepriesters werd Jezus door de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus ter dood veroordeeld. Na zijn dood verspreiden veel van de aanhangers zich over de Hellenistische wereld (diaspora).

verbreiding christendom

Al in de eerste eeuw begon het christendom zich af te keren van het jodendom. Een van de verschillen was dat christenen anderen tot hun geloof wilden bekeren, het jodendom deed dat niet. In de tweede eeuw nam het aantal christenen onder de soldaten toe. Anders dan de Romeinse staatsgodsdienst richtte het christendom zich op individuele mensen en beloofde hen een beter leven na de dood. Vooral vrouwen, armen en slaven zagen iets in de boodschap van het christendom. De persoon van Christus, die met gewone mensen omging, maakte deze boodschap geloofwaardig. In de loop van de tweede eeuw werd de christelijke kerk beter en strakker georganiseerd. Aan het hoofd van een gemeente kwam een bisschop te staan, geholpen door een groeiend aantal priesters. In de derde eeuw was er al sprake van een echte geloofsgemeenschap. Doordat ook mensen uit de hogere lagen van de bevolking zich bij de christenen aansloten, kreeg men meer financiële armslag. Onder andere besteed aan christelijke naastenliefde.

Oorzaak van alle rampen

Om 64 na Chr. brak er in Rome een grote brand uit. Keizer Nero gaf de schuld aan de christenen en begon een felle christenvervolging. Er zouden er nog meer volgen in die eerste eeuw. Tot het midden van de derde eeuw kwamen daarna geen grootscheepse vervolgingen meer voor. Dat kwam door een bevel van keizer Trajanus (98-117) dat christenen niet meer actief mochten worden opgespoord. Vanaf de derde eeuw werd het christendom steeds meer gezien als een bedreiging van de samenleving. Vooral het feit dat christenen en joden weigerden te bidden voor de Romeinse staatsgoden en voor de keizer werd niet geaccepteerd. De verslechtering van de economische situatie werd gezien als het gevolg van de verwaarlozing van de traditionele goden. Toch hebben de vervolgingen de groei van het christendom niet kunnen stoppen.

'In dit teken zul je overwinnen'

Nadat keizer Constantijn in 312 zegevierde in de burgeroorlog besloot hij het verbod op het christendom op te heffen. Hij stelde het gelijk aan andere godsdiensten en gaf het in de praktijk zelfs een voorkeurpositie. Hoewel keizer Julianus (361-363) de voorkeurpositie afschafte, waardoor de christelijke kerken hun subsidies en voorrechten verloren, duurde zijn regering te kort om effect te hebben. In 394 verbood keizer Theodotius alle heidense handelingen en werd hetchristendom zelfs staatsgodsdienst.

Zie verder hoofdstuk 3 Samenvatting Havo Feniks Hfst 3 Overzicht van de Geschiedenis