We hebben 195 gasten online

Samenvatting Havo Feniks Hfst 3 Overzicht van de Geschiedenis

Gepost in Tweede Fase 1e druk Overzicht gs

Tijd van Monniken en Ridders

tijdvak 3

Vroege Middeleeuwen 500 - 1000

Oriëntatie

Hoofdstuk 3: Van Mohammed tot Karel de Grote

Oriëntatie

Traditioneel wordt er gezegd dat er in 476 een einde kwam aan het West-Romeinse Rijk en dat de Middeleeuwen begonnen. De term 'Middeleeuwen' is pas zo'n duizend jaar later in gebruik genomen, toen men vond dat er na de val van Rome in 476 door de menselijke beschaving weinig bijzonders meer was voortgebracht. Dit sombere en neerbuigende beeld is bijgesteld.

1) De overgang van het Romeinse Rijk naar Middeleeuwen is niet zo duidelijk af te bakenen in de tijd. Dat is meer een geleidelijk proces geweest.

2) In de Middeleeuwen hebben zich veel ontwikkelingen voortgedaan die grote invloed hebben gehad op de vorming van Europa en zijn cultuur.

In dit hoofdstuk gaat het om de Vroege Middeleeuwen van 500 tot 1000. Dit is de tijd van Monniken en Ridders. Het begin van die tijd wordt gekenmerkt door grootschalige invasies van stammen die voornamelijk uit Noord- en Oost-Europa naar het zuiden en westen trokken. Deze volksverhuizingen waren al tijdens het Romeinse Rijk begonnen.

invasies in het rom rijk

 Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk ontstond er een zelfvoorzienende agrarische samenleving van kleine gemeenschappen die vooral voor zichzelf produceerden. Door een terugval in technisch niveau waren de landbouwopbrengsten lager dan voorheen en kon het gemiddelde boerengezin maar nauwelijks rondkomen. De handel en het Romeinse geldstelsel stortten in, er kwam ruilhandel op kleine schaal voor in de plaats.

franken 500 ad

 Rond 500 vestigden zich rondtrekkende stammen en ontstonden er koninkrijken, zoals dat van de Frankische koning Clovis. In de achtste eeuw groeide het gebied van de Franken in West-Europa uit tot een groot koninkrijk. Dit rijk stond onder leiding van Karel de Grote (742-816). In 800 werd Karel de Grote door de paus tot keizer gekroond.

De kenmerken

Inmiddels had zich in veel streken het hofstelsel ontwikkeld, waar de boeren in horigheid aan de grond van hun heer waren gebonden. de koning bestuurde zijn land via leenmannen, die hun trouw beloond zagen met een stuk grond dat zij in leen kregen. er ontstond een bestuurslaag van feodale heren, zoals graven, die streefden naar onafhankelijkheid van hun vorst. Langzaam ontwikkelde zich een complex feodaal systeem van leenheren, hun leenmannen en de horigen. Dat systeem zou eeuwen in Europa blijven bestaan.

De Kerk ging in de loop van de Vroege Middeleeuwen een steeds grotere rol spelen. Er werden kloostergemeenschappen gesticht waar mannen en vrouwen zich wijden aan het christelijke geloof. Vanuit die kloosters, vooral in Engeland en Ierland , verspreiden men het geloof en legden met christelijke teksten vast in versierde handschriften.

In de zevende eeuw ontstond er in het Midden-Oosten een nieuw geloof, de islam, gesticht door de profeet Mohammed. In korte tijd verspreidde de religie zich over grote delen van het Midden-Oosten, Noord Afrika en europa. In 732 werden de moslims in Frankrijk tot staan gebracht. Karel de Grote vocht in Noord-Spanje tegen de moslims, maar het grootste deel van Spanje bleef nog eeuwenlang Arabisch-islamitisch.

Kenmerken van het tijdvak

  • Het ontstaan van hofstelsel en horigheid
  • Het ontstaan van een feodaal systeem
  • Verspreiding van het christendom in Europa
  • Ontstaan en de verspreiding van de islam
Kernbegrippen  
Agrarisch-urbane samenleving Een samenleving waarin het grootste gedeelte van de bevolking op het platteland leeft en in de landbouw werkzaam is. In de weinige steden die er zijn is het bestuur gevestigd en komen diverse handelsstromen samen.
Autarkie Ook: zelfvoorziening. Een autarkische samenleving kan zelf in alle behoeften voorzien en is dus niet afhankelijk van de toevoer van producten van buitenaf.
Feodalisme Ook leenstelsel. Een systeem van leenheren die grond in leen geven aan leenmannen, die in tuil daarvoor trouw en ondersteuning beloven.
Hofstelsel Een systeem waarbij de grond eigendom is van een landheer en bewerkt wordt door pachters en horige boeren.
Horigen/horigheid Vaak onderdeel van het hofstelsel. Boeren zijn aan hun land gebonden. Zij worden horigen genoemd.
Islam Letterlijk: onderwerping. De religie die is gesticht door de profeet Mohammed, met Allah als enige God.
Zelfvoorzienend Zie bij autarkie

3.1 Hofstelsel en horigheid

Inleiding

Na de volksverhuizingen waren er in de zesde eeuw koninkrijken ontstaan, die in politieke, sociale en economische structuur nauwelijks vergelijkbaar waren met het oude Romeinse Rijk. Dit waren agrarische samenlevingen, die voor een groot deel zelfvoorzienend waren, met enkele steden. De bevolking leefde voor het grootste deel in kleine boerengemeenschappen op grote landgoederen. Hier ontwikkelde zich het hofstelsel, met boeren die in horigheid aan het land geborgen waren.

Het belang van het onderwerp

Door:

  • Het verdwijnen van het Romeinse gezag en
  • Invasies van vreemde stammen

ontstond toenemende onzekerheid. Mensen sloegen op de vlucht, op zoek naar voedsel en veiligheid.

Welke ontwikkelingen speelden een rol bij het ontstaan van een hofstelsel met horigheid in West-Europa?

Het Hofstelsel

Door het uiteenvallen van het Romeinse Rijk stortte ook de geldeconomie in. Men viel terug op lokale handel, die steeds meer ruilhandel werd. De steden vervielen, op enkele na, en daardoor verdween ook het bestuurscentrum en een plaats om te handelen. De Vroege Middeleeuwen zijn vooral een agrarische samenleving, waarin de steden slechts een kleine rol speelden. De meeste boerenfamilies leefden op grote landgoederen en waren afhankelijk van hun landheer. Deze was vaak leenman van de koning, die de grond in leen had gekregen als beloning voor zijn militaire en/of bestuurlijke diensten. Vrijwel iedereen was betrokken bij de productie van voedsel. In de loop van de Middeleeuwen ontwikkelde zich op de landgoederen van de leenmannen het zogenoemde Hofstelsel. Het was een zeer complex sociaal-economisch systeem met grote regionale verschillen.

Het tweeledig domein

De organisatie van een landgoed verschilde sterk per regio. Het systeem van een tweeledig domein kwam vooral in Noord-Europa voor. Het landgoed werd in tweeën verdeeld. Een deel werd door de eigenaar zelf beheerd, meestal via een rentmeester. Dit deel was het vroonland. Het centrum hiervan werd gevormd door een hoofdhoeve: het woonhuis van de heer. Bij de hoofdhoeve stonden allerlei werkplaatsen en opslagplaatsen met bijvoorbeeld een molen, smederij, een weverij, een bierbrouwerij en een wijn- of oliepers. Verder was het vroonland onderverdeeld in bouwland, weideland en onontgonnen grond, zoals bos of hei. De rest van het landgoed bestond uit hoevenland. Het was verdeeld over verschillende boerderijen, waarvan grootte en aantal verschilden per landgoed

Vrijen en horigen

In de boerengemeenschappen waren vrijen en horigen. Vrijen betekende: 'vrije mannen'. Zij waren vrij in de letterlijke betekenis van het woord. Zij pachtten land en zij voldeden hun pacht meestal door een gedeelte van de oogst af te staan of diensten te verrichten op het vroonland. Vanwege hun vrije status mochten zij deelnemen aan de rechtsprekende vergaderingen en konden zij gebruik maken van de onontgonnen gronden. Er waren ook plichten waarvan de heervaart(dienstplicht) het zwaarste was. Voor de arme vrijen kon dat een zware plicht zijn omdat ze geen geld hadden om goede wapens te bekostigen. En de akkers niet bewerken had ook zo zijn bezwaren. Daarom stonden in de zevende en achtste eeuw steeds meer vrijen hun status af om zich onder de bescherming van een lokale heer te stellen. Hieruit ontwikkelde zich de steeds groter wordende groep horigen. De horigen raakten in de loop van de tijd gebonden aan de grond. Ze moesten een deel van hun arbeidstijd afstaan aan de heer.

Naarmate het grondgebied vaker door erfopvolging overging van vader op zoon, werden de boeren beschouwd als 'inbegrepen'. Zij waren juridisch geen slaven, maar hadden niet het recht om zomaar ergens anders naar toe te gaan. De landgoederen ontwikkelden zich tot autarkische leefgemeenschappen, die nog maar weinig contact hadden met de buitenwereld.

De palts van Karel de Grote

Koningen hadden hun eigen landgoederen: de kroondomeinen. Zij bestuurden hun rijk niet vanuit één plek, maar reisden met hun hofhouding langs hun domeinen. Dit had twee redenen:

  • zo konden ze het reilen en zeilen in hun grote rijk beter in de gaten houden
  • zo wentelden ze de last van de grote hofhouding af op verschillende verblijfplaatsen

Om niet één deel van het grondgebied volledig uit te putten, trok de koning dus van domein naar domein.

karolingische rijk

legenda

Zoals je kunt zien liet Karel de Grote een aantal palts bouwen bijvoorbeeld in Aken en Nijmegen. In deze burchten verbleef hij met zijn hofhouding. tegen het einde van zijn leven verbleef Karel met name in zijn palts in Aken. Daar is hij ook gestorven.

3.2 Leenheren en leenmannen

Inleiding

Karel kon zijn rijk onmogelijk alleen besturen en was afhankelijk van soldaten te paard tijdens zijn talloze oorlogen. Om hen te belonen bouwde hij het leenstelsel verder uit. Dit stelsel groeide onder zijn opvolgers uit tot een van de belangrijkste kenmerken van de hele Middeleeuwen: de feodaliteit. Dit systeem, bedoeld om de vorst te ondersteunen, werd echter al snel een oorzaak van de verzwakking van de macht van de vorst.

Het belang van dit onderwerp

Tijdens de Vroege Middeleeuwen ontwikkelden zich het leenstelsel en de standensamenleving. In een standensamenleving wordt status bepaald door afkomst, familie en bezit. Hoe hoger de stand waartoe je behoort, hoe meer politieke macht je hebt. Het vasthouden van die macht vereist een slimme tactiek tegenover degenen die onder en boven je staan.

Welke ontwikkelingen leidden tot de feodaliteit als kenmerkend systeem voor de Middeleeuwen?

Nieuwe heersers

In de loop van de vijfde eeuw was het Romeins bestuur steeds minder effectief geworden door binnenvallende Germaanse stammen die op een aantal plaatsen het gezag overnamen. Vanaf het einde van de vijfde eeuw kregen de Franken de overhand in het gebied dat later ook Frankrijk ging heten. Het is opvallend dat de Frankische vorsten geen nieuwe politieke structuur oplegden aan de bevolking. Soms paste men iets aan. Een van de belangrijkste Frankische invloeden was de Salische Wet, een verzameling zeer oude Frankische regels over onder meer diefstal, geweld en moord.

Voor wat hoort wat

De koningen steunden op hun ridders. Deze waren begonnen als vrije mannen die zich een paard konden veroorloven. Hoewel veldslagen met infanterie (voetvolk) werden uitgevochten, werd de cavalerie(ruiterij) steeds belangrijker op het slagveld. In ruil voor de steun van de ridders beloofde de koning kostbaarheden, wapens, functies of met land die ze in leen kregen. Zo'n ridder werd dan een leenman. Met een eed van trouw beloofde hij zijn leenheer met raad en daad bij te staan. Hieruit ontwikkelde zich het leenstelsel.

Karel de Grote maakte gebruik van graven om zijn rijk te besturen. Er waren markgraven en zendgraven.

De zendgraven:

  • Trokken door het koninkrijk om de lokale heren te controleren
  • Maakten wetten voor de koning en zagen toe op de naleving
  • Hielden zich bezig met rechtspraak en andere bestuurlijke zaken

De marktgraven:

  • Waren verantwoordelijk voor de bescherming van de grenzen
  • Kregen een territorium toegewezen dat ze moesten verdedigen tegen mogelijke invallers. Bijvoorbeeld de Deense grensmark of de Spaanse grensmark (zie kaartje).

Feodaliteit

Ten tijde van Karel deGrote werd het leenstelsel uitgebreider en complexer omdat hij steeds afhankelijker werd van de steun van de ridders om zijn grote rijk in stand te houden.

  • De leenman legde de eed van trouw niet langer af als voorwaarde voor een leen, maar het leen werd een voorwaarde voor de eed van trouw
  • De verhouding tussen leenman en leenheer werd steeds minder persoonlijk
  • Het leen werd vanaf de negende eeuw steeds meer erfelijk
  • Dat leidde ertoe dat de koning in conflict kon komen met zijn leenman, die gesteund kon worden door andere leenmannen

Het complexe geheel van verhoudingen tussen leenheer, leenmannen en hun leengoederen wordt feodaliteit of feodalisme genoemd.

Rollo de Noorman.

invallen noormannen

Invallen van de Noormannen (Vikingen) in de Lage Landen

Na de dood van Karel de Grote in 814 viel zijn rijk uiteen. Het werd in 843 verdeeld onder zijn drie kleinzonen. Veel leenmannen probeerden hun grondgebied te vergroten. Een van hen was Rollo de Noorman, die zich blijvend gevestigd had. Hij plunderde Walcheren en verscheen in het gebied van de Friezen. Met zijn mannen nam hij het kustgebied van Normandië in en vestigde zich daar. De zwakke Frankische koning zag zich genoodzaakt Rollo tot hertog te benoemen. Rollo was leenman van de koning maar ging zijn eigen gang.

3.3 Christendom in Europa

Inleiding

De periode 500-100 markeert het begin van wat we een 'Europees-christelijke'cultuur zouden kunnen noemen. Na de doop van Clovis ging de kerk een steeds grotere rol spelen en Ierse en Engelse monniken, waaronder Willbrord, missioneerden op het Europese vasteland. De kerk speelde ook een grote rol in het bestuur van Europa en door vele schenkingen groeiden kerken en kloosters uit tot grootgrondbezitters, die deel uitmaakten van het feodale systeem.

Het belang van dit onderwerp

De Rooms-katholieke Kerk zou een stevig stempel drukken op de culturele, maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkeling van West-Europa.

Hoe werden in de Vroege Middeleeuwen de fundamenten gelegd voor een Europees-christelijke cultuur?

Religie is politiek

Na de val van het Romeinse Rijk in West-Europa waren de steden machtscentra geworden van de rooms-katholieke bisschoppen. de vorsten en edelen oefenden hun gezag uit vanaf hun landgoederen. Al vroeg werd duidelijk dat koning en kerk elkaar nodig hadden. De paus zond missionarissen die tot taak kregen plaatselijke heersers en edelen te dopen. De bevolking volgde dat wel. Clovis was de eerste Frankische koning die zich liet dopen omdat hij de voordelen daarvan inzag. Het christendom kon dankzij Clovis bekering uitgroeien tot de leidende godsdienst van Europa.

Monniken en missionarissen

Gelovigen hadden behoefte zich uit de wereld terug te trekken en stichtten een klooster. Er kwamen steeds meer kloosters. Bekend werd vooral de regel van Benedictus. De belangrijkste principes waren: het celibaat, armoede en gehoorzaamheid. Paus Gregorius I de Grote (590-604) bevorderde door het sturen van Ierse monniken de uitbreiding van het geloof.

Willibrord

In 690 kwam Willibrord vanuit Ierland naar het vasteland en ging naar Noord-Nederland. Willibrord deed zijn werk vanuit Utrecht. de lokale adel stond wel positief tegenover de nieuwe godsdienst. Voor Willibrord leek het ook gunstig als de edellieden zich bekeerden, want dan kon hij een kerk of klooster op hun grond stichten.

Karolingische Renaissance?

De kloosters speelden een belangrijke rol in het ontstaan van de Europees-christelijke cultuur doordat via de kloosters

  • Het christelijk geloof werd verspreid
  • Ze de hoeders waren van de klassieke cultuur

Geestelijken waren vaak de enigen die konden lezen en schrijven en in de kloosters legde men zich toe op het kopiëren van oude handschriften. En juist onder Karel de Grote nam dit sterk toe. Daarom noemen we dat de Karolingische Renaissance. Historici discussieerden wel erover of dat wel een echte Renaissance genoemd kon worden.

3.4 Islam en Europa

Inleiding

De opvolgers van Mohammed verspreidden de islam tot ver in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Bij de slag bij Potiers in 732 werden de grenzen tussen islam en christendom bepaald. De Islam bleef wel aanwezig in het Middellandse Zeegebied. De islamitische cultuur zou veel invloed uitoefenen op de ontwikkelingen in Europa.

Het belang van dit onderwerp

De islam is een van de grootste religies ter wereld. De islam heeft in de vroege Middeleeuwen belangrijke sporen nagelaten in de economische en wetenschappelijke ontwikkelingen van christelijk Europa. Europeanen hebben meer overgenomen van de Arabieren dan andersom. Botsingen in die tijd gingen vooral over invloedsferen en veel minder over religie.

Hoe verliepen de eerste contacten tussen de islam en christelijk Europa?

Begin van de islam

De wortels van de islam liggen in Mekka waar Mohammed rond 570 werd geboren. Hij kwam in aanraking met het jodendom en christendom. De meeste Arabische stammen hingen in die tijd nog een polytheïstische religie aan. Volgens de leer van de Islam kreeg Mohammed in 610 een openbaring van Allah. Deze droeg Mohammed op zijn woorden op te schrijven. Zo ontstond de Koran. Mohammed werd de profeet van Allah. In 622 moesten Mohammed en zijn volgelingen vluchten uit Mekka. Met deze gebeurtenis, de 'hedsjra', begint de islamitische jaartelling. Mohammed kom uiteindelijk terugkeren naar Mekka. Nu de belangrijkste stad in de islamitische wereld. In 632, toen Mohammed stierf, was de Islam de voornaamste godsdienst op het Arabisch schiereiland.

Geen eenheid

Er ontstonden binnen de islam diverse stromingen en verschillende rijken. Een gebied dat veroverd was door Arabische moslims, werd een kalifaat genoemd. Er ontstonden concurrerende dynastieën bijvoorbeeld de Omayyaden en de Abasieden. Het ernstigste conflict ontstond binnen de islam wie de ware opvolging van Mohammed was. Er ontstonden twee stromingen de soennieten en de sji'ieten. Het was niet alleen een bestuurlijke kwestie maar politiek en religieus leiderschap gingen hand in hand.

Uitbreiding

Met name onder aanvoering van de Omayyaden bereikte de islam een leidende positie en werd het een religieuze, politieke en culturele factor van belang. Moslims zagen het als een plicht hun geloof te verspreiden men noemde dat de jihad. Het islamitische grondgebied breidde fors uit door:

  • de religieuze veroveringsdrift
  • de aantrekkingskracht van de islam

De Arabische moslims werden de nieuwe elite in de veroverde gebieden. Tegenover anderen stelde men zich tolerant op en joden en christenen mochten hun geloof behouden maar moesten extra belasting betalen. Ze hadden de zogenaamde dhimmi-status. Dat hield in:

  • hun religie werd erkend
  • mochten niet trouwen met islamitische burgers
  • moesten wonen in aparte wijken

Veel mensen voelden zich aangetrokken tot de islam door de duidelijkheid van de regels en de belofte van een beter leven in het hiernamaals.

De islam in Europa

reconquista

In 711 stak een moslimleger de Straat van Gibralter over en veroverde delen van Spanje en trokken Frankrijk binnen. Bij Poitiers in 732 werden ze echter door Karel Martel verslagen. De moslims bleven wel aanwezig in Spanje onder leiding van de Omayyaden. Steden als Granada, Sevilla en Córdoba werden centra van Arabisch-islamitische cultuur en wetenschap. De bibliotheek van Cordoba had meer dan 400.000 boeken: meer dan alle bibliotheken in Europa op dat moment bij elkaar.

De kaliefen slaagden er niet in dit gebied te behouden en vanaf de elfde eeuw begonnen de noordelijke christenen aan een herovering van Spanje, die tot 1492 zou duren: de Reconquista.

ontwikkeling spanje

Hoe belangrijk was Poitiers?

Poitiers werd synoniem met de vermeende superioriteit van het christendom: het werd steeds meer het symbool van de redding van Europa. Het ging bij deze veldslag echter in de eerste plaats om het vergroten dan wel verstevigen van de eigen macht en pas in tweede instantie om de uitbreiding van het geloof. Karel Martel wilde vooral zijn eigen machtsgebied in stand houden.

Wetenschap en cultuur

De islamistische wetenschap bereikte een hoogtepunt in de negende en tiende eeuw. De Arabieren hadden veel belangstelling voor de filosofische en natuurwetenschappelijke geschriften van de oude Grieken. Die vertaalden ze in het Arabisch. In Spanje werden de Arabische teksten weer omgezet in het Latijn, de taal die door Europese wetenschappers gebruikt werd. Islamitische geleerden deden belangrijk onderzoek in de anatomie en astronomie. Door de uitvinding van het astrolabium, een werktuig dat helpt bij de plaatsbepaling op zee, hebben ze de scheepvaart een grote impuls gegeven. Ook de medische wetenschap stond op een veel hoger peil.

Zie verder hoofdstuk 4 Samenvatting Havo Feniks Hfst 4 Overzicht van de Geschiedenis