We hebben 356 gasten online

Samenvatting Havo feniks Hfst 5 Overzicht van de geschiedenis

Gepost in Tweede Fase 1e druk Overzicht gs

Tijd van Ontdekkers en Hervormers

tijdvak 5

Renaissancetijd en 16e eeuw 1500-1600

Oriëntatie

Hoofdstuk 5: Een nieuwe wereld

Oriëntatie

De tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600) staat bekend als een tijdvak van veranderingen, een nieuwe Tijd of Vroegmoderne Tijd.

  • Bestaande ideeën over geloof en leven werden bekritiseerd;
  • Landkaarten moesten opnieuw getekend worden;
  • Schilders gingen perspectief gebruiken en beeldden menselijke emoties uit;
  • Kerkhervormers wezen op misstoestanden in de rooms-katholieke kerk en op de slecht opgeleide geestelijken;
  • De hervormers splitsen zich af van de rooms- katholieke ‘moederkerk’.

De religieuze tegenstellingen vermengden zich met economische tegenslagen en politieke conflicten. Oorlogen kwamen in de zestiende eeuw vaak voor. Dat stond in schril contrast met de hoogtepunten in de kunst. Vanuit Italië ontwikkelden kunstenaars een stijl die teruggreep op de Klassieke Oudheid maar ook vernieuwend doordat het individu centraal stond.

Ook de wetenschap heroriënteerde zich. In de Middeleeuwen vormde het geloof de basis van het denken. Nu werd de eigen waarneming de basis van het inzicht, waardoor de wetenschap een nieuwe impuls kreeg.

Voor Europa veranderde:

  • De contacten met de wereld buiten Europa groeiden;
  • De zoektocht naar de zeeroute naar Indië leidde tot nieuwe, overzeese betrekkingen;
  • Het Amerikaanse continent wordt dor Spanje in kaart gebracht en in bezit genomen;
  • De Portugezen hadden de hegemonie in Azië maar moesten hun plaats aan de Nederlanders en Engelsen afstaan.

De kenmerken

Waarom gingen Columbus, Vasco da Gama en Magelhães op reis?

  • Om het geloof te verspreiden;
  • De politieke macht te vergroten;
  • Lucratieve handelsmogelijkheden;
  • Nieuwsgierigheid;
  • De drang naar avontuur.

Doordat de Spaanse koning de reis van Columbus had betaald maakte zijn ontdekkingen Spanje tot de heerser over een wereldrijk.

In West-Europa verspreidden de ideeën van de kerkhervormers zich snel. De katholieke kerk verloor het monopolie op het geloofsleven. De protestantse kerk kreeg veel aanhang.

In de Nederlanden vermengde de religieuze strijd zich met een politiek conflict. Karel de V en diens zoon Filips II streefden naar centralisatie en dat leidde bij de adel en de steden tot verzet.

De adel eiste van Filips II:

  • Dat hij rekening hield met hun voorrechten;
  • De hervormers moesten minder hard worden aangepakt.

Filips II weigerde en een tachtigjarige oorlog volgde die zou leiden tot het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Veranderingen voltrokken zich ook in de kunst en de wetenschap. Een frisse nieuwsgierige blik leidde tot nieuwe inzichten in het menselijk lichaam en in de astronomie. Vooral Italiaanse kunstenaars waren toonaangevend. De individuele expressie werd de maat der dingen.

De vijf kenmerken van het tijdvak:

  • Het begin van de overzeese expansie.
  • Het veranderde mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
  • De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de Klassieke Oudheid.
  • De protestantse Reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
  • Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.
Kernbegrippen:  
Erfgoed Cultuurgoed dat is overgeleverd uit eerdere tijden.
Katholicisme Rondom de Kerk van Rome opgezette geloofsrichting, waarbij de paus als aardse plaatsvervanger van Christus wordt gezien.
Kerkhervorming/Reformatie Protestbeweging tegen misbruiken verkeerde manier van geloven binnen de katholieke kerk.
Protestantisme Verzamelnaam van verschillende geloofsrichtingen die hun oorsprong kennen in het protesteren tegen misbruiken binnen de katholieke kerk.
Renaissance Cultuurstroming die de mens als individu centraal stelt en de Klassieke Oudheid als voorbeeld heeft.
Wereldbeeld Voorstelling omtrent de werkelijkheid van de wereld.

5.1 Ontdekkers legden de wereld open

Inleiding

In de vijftiende eeuw legden Portugese zeevaarders de basis van de Europese expansie. Een eeuw later gevolgd door Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers. Vanuit Portugal trokken Bartholomeus Diaz, Vasco da Gama en Diogo Cào de wijde wereld in. Spaanse vorsten financierden d eontdekkingsreis van Columbus, die in 1492 Amerika ontdekte.

Het belang van dit onderwerp

Aan gebeurtenissen liggen vaak meerdere motieven ten grondslag. een belangrijke drijfeer voor de ontdekkingsreizigers was het geloof te verspreiden. daarnaast waren er ook andere motieven (zie hierboven).

De gevolgen waren niet altijs zoals verwacht. toeval speelde vaak een rol. Zo belandde de Portugese ontdekkingsreiziger Cabral door onbekende zeestromingen op de Braziliaanse kust, terwijl hij eigenlijk op weg was naar Indië. Het leidde wel tot het koloniale bezit van Portugal. Ook nu kan de toevalsfactor grote effecten hebben en lopen zaken niet zoals vooraf bedacht.

Welke redenen waren er om op ontdekkingsreis te gaan?

Hendrik de Zeevaarder: stuurman aan wal

D e Portugese prins Hendrik de Zeevaarder (1394-1460) heeft veel betekend voor de Europese overzeese expansie. In Sagres, Zuid Portugal, richtte hij een onderzoekscentrum op. De scheepsbouwtechniek werd in Sagres verder ontwikkeld. Hier werden de ontdekkingsplannen gemaakt.

Door de verovering in 1415 van het moslimbolwerk Ceuta op de Marrokaanse kust, kwam Hendrik in contact met handelaren uit Timboektoe (Mali). Hun verhalen brachten hem op het idee langs de onbekende kusten van Afrika te zeilen. Een voor die tijd revolutionaire gedachte, omdat men zich de verschrikkelijkste voorstellingen maakte over wat er 'in het zuiden' te vinden was.

Hendrik zette door. Hij wilde niet alleen de Portugese handel vergroten, maar hij hoopte ook het christelijke koninkrijk van de mythische priester Jan ergens 'achter de Arabische wereld' te vinden.

De Azoren en later ook de Canarische eilanden en Madeira werden door de Portugezen in bezit genomen. Ze gebruikten deze eilanden als uitvalsbasis voor hun verdere tochten. Dankzij de aanwijzingen van Portugese zeelieden werden betere schepen gebouwd. De nieuwe standaard op zee werd het karveel, een schip dat wendbaarder was en meer lading kon vervoeren.

In 1482 kwam Johan II aan de macht in Portugal. Drie jaar daarna plaatste Diogo Cão de Portugese vlag op de kust van Angola. In 1488, voer Bartholomeus Diaz als eerste langs de Kaap de Goede Hoop.

Toevalstreffer of berekenende gok?

columbus

Portret van Columbus geschilderd door Sebastiano del Piombo, 13 jaar na diens dood.

Het bekendste voorbeeld van Europese expansie beruste eigenlijk op een vergissing. In 1492 'ontdekte' Columbus Amerika tijdens zijn zoektocht naar een zeeroute naar Indië. Hij besefte niet dat hij beland was op een nieuw continent. Voor zijn reis had hij wel zeekaarten bestudeerd en leerde hij de oceaanwinden- en stromingen kennen. Hij baseerde zijn inzichten op de toen beschikbare geografische kennis.

Carreira da India

In 1497 vertrok de Portugees Vasco da Gama uit Lissabon om langs de door Bartholomeus Diaz ontdekte Kaap de Goede Hoop de weg naar Indië te vinden. In 1498 wist hij Indië (het huidige India) te bereiken. Daar bulkte de plaatselijke markt van de specerijen. De Portugezen beschikten echter niet over goede ruilmiddelen om ze te kunnen kopen. Ook weigerden de lokale handelaren nieuwe concurrenten toe te laten tot hun winstgevende handelsnetwerk. De retourvaart kostte velen het leven. Toch zagen de Portugezen de reis als een succes, want de 16.000 km lange route lag nu open.

Om optimaal te kunnen profiteren waren de Portugezen bereid met geweld de handel van de moslims over te nemen. In 1500 ging Pedro Cabral scheep om India op te eisen. Hij landde echter op de Braziliaanse kust, bracht deze in kaart en nam het land in bezit. In India dwong hij vorstendommen aan de Malabarkust tot het tekenen van handelsverdragen. In 1502 keerde Cabral met veel specerijen terug in Lissabon.

wereldkaart

Magalhães

portugese nederzettingenEen van de Spaanse expedities werd geleid door de Portugees Magalhães. Hij concludeerde dat er een zuidelijke doorgang moest zijn van de Atlantische naar de Stille Oceaan. In 1519 vertrok Magalhães met vijs schepen en 250 manschappen uit het Spaanse Sevilla. En het lukte hem.

De tocht over de Stille Ocean duurde lang. Op de Filippijnen sneuvelde Magalhàes in een gevecht met lokale heersers die hij tot het katholicisme wilde bekeren. In 1521 bereikte de vloot van Magalhães uiteindelijk de Molukken. Volgestouwd met specerijen voer men via de Afrikaanse kust terug naar Spanje. Slechte één boot met achttien mannen keerde terug in Sevilla. Spanje trok daaruit de conclusie dat men zich moest richtten op Amerika.

5.2 Een nieuwe kennisdrager: de atlas

Inleiding

Niet langer was het geloof de bron van al het weten. In de zestiende eeuw werden eigen onderzoek en waarnemingen steeds belangrijker. Waarheidsgetrouwe wetenschap nam de plaats in van traditionele, symbolistische wetenschap. Geleerden kwamen tot de conclusie dat de wereld anders in elkaar stak dan eerder gedacht werd. Het bestaande wereldbeeld moest worden aangepast. In deze paragraaf bekijken we de nieuwe wetenschappelijke benadering aan de hand van de ontwikkeling van de cartografie, het maken van kaarten.

Het belang van dit onderwerp

Onze huidige onafhankelijke en kritische wetenschap is gericht op het verwerven van nieuwe inzichten. Zonder kritische blik op reeds bestaande ideeën en theorieën komt de wetenschap niet verder. in de zestiende eeuw werd de basis gelegd voor het moderne onderzoek.

Hoe veranderde de kennisverwerving in de zestiende eeuw?

Nieuwe kaarten

De ontdekkingen van Columbus en Magelhães werden vastgelegd door middel van kaarten. Deze werden in een atlas vastgelegd. De kaarten werden steeds nauwkeuriger. Waren ze eind vijftiende eeuw nog voornamelijk gebaseerd op de inzichten van geleerden uit de Oudheid, eind zestiende eeuw werden ze getekend op basis van controleerbare feiten.

TO-kaart

In de Middeleeuwen bestonden er twee soorten kaarten. De eerste was de zogeheten 'zonale kaart' die de aarde verdeelde in zeven zones: bevroren, gematigd, heet, een evenaar en weer terug naar bevroren.

De andere was de TO-kaart. de ronde aarde werd op deze kaart door een waterstelsel, gevormd door de to kaartletter T, in drie landdelen opgesplitst. Boven de horizontale lijn van de T lag Azië, links van de verticale lijn Europa en rechts daarvan Afrika. Jeruzalem als centrum lag bovenaan op de kaart. Europa lag linksonder. Met de werkelijkheid had de kaart niets te maken. Het was een weergaven van mythes, legendes en religieuze informatie.

Ptolemaeus, Arabieren en Grieken

De Arabieren beschikten in de Middeleeuwen over een beter beeld hoe de wereld er uit zag Zij bezaten kaarten uit de Oudheid die wel gebaseerd waren op geografische feiten. Een vooraanstaand geleerde uit de Oudheid was Ptolemaeus, een astronoom, wiskundige en geograaf. Hij schreef de 'Geographia', waarin hij belangrijke maatstaven voor het maken van ene kaart schetste: de Coördinaten voor de plaatsaanduiding en de bolle vorm van de aarde. In 1154 werd het werd het werk van Ptolemaeus door de befaamde geleerde Al Idris gebruikt om een wereldkaart samen te stellen. Al Idris had veel door Europa gereisd en wist daardoor hoe dit continent er uit zag.

ptolomeus

De boekdrukkunst zorgde vanaf de vijftiende eeuw voor een snelle verspreiding van de wereldkaart van Ptolemaeus.

Land en zeekaarten

De kaarten in de Middeleeuwen dienden verschillende doelen. Bijvoorbeeld voor pelgrims. Vanaf de dertiende eeuw gebruikten zeevaarders portolankaarten. Deze kaarten bevatten instructies voor schippers. Kusten stonden duidelijk aangegeven. de binnenlanden waren minder nauwkeurig afgebeeld. Nieuw ontdekte gebieden werden snel ingetekend als men wist waar ze zich bevonden.

De nieuwe kennis van kustlijnen en zeeroutes kreeg namelijk de status van commercieel of staatsgeheim. En dus verwerkte men nieuwe gegevens soms niet. Het koste immers veel geld om expedities uit te zenden en de opbrengst van de pas ontdekte gebieden waren enorm. Doorbrieven van kennis stond daarom gelijk aan landvoorraad en werd bestraft met de doodstraf.

Amerika in kaart gebracht

Het concept van de portolaankaart bleek uiteindelijk het meest bruikbaar voor de wereldkaart. Steeds nauwkeuriger werden de nieuw ontdekte gebieden op de kaarten verwerkt. Een goed voorbeeld daarvan is de kaart die Juan de la Cosa rond 1500 verspreidde. Hij reisde als kapitein mee met Columbus en verbleef lange tijd in de Caraïben en verkende de kust van Zuid-Amerika.

amerika

 De la Cosa gaf het gebied dat Columbus ontdekte nog geen naam. De naamgever werd Amerigo Vespucci. Vespucci maakte verschillende ontdekkingsreizen die hij in Mondus novus ('Over de nieuwe wereld') in een beeldende stijl beschreef. Zijn reizen brachten hem bijna tot aan het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika. Zo raakte hij ervan overtuigd dat Amerika een apart continent was.

In 1507 maakte Martin Waldseemüller een nieuwe wereldkaart. Het nieuwe gebied besloot hij de voornaam van Vespucci te geven: terra Americi.

waldseemuller

5.3 Erasmus en het Humanisme

Inleiding

Erasmus was een geleerde die vaak de draak stak met heilige huisjes. deze spot was wel gebaseerd op intensieve studie. Erasmus wilde de mensen leren op zichzelf te vertrouwen. ze moesten beslissingen nemen op basis van kennis die ze zelf hadden verworven. Zo konden ze de verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen leven.

Erasmus is de belangrijkste vertegenwoordiger van het Humanisme. deze wijsgerige stroming met het accent op het individu was in de zestiende eeuw van grote invloed.

Het belang van dit onderwerp

De wortels van het individualisme liggen in de tijd van Erasmus. Toen ontstond de tendens op op te komen voor het eigen ik. echter: het geloof in God en de hop in de hemel te komen waren nog springlevend. mensen bekommerden zich hevig om d egrens tussen geloof en wetenschap.

Waarom was Erasmus een humanist bij uitstek?

Humanisme en Renaissance

De termen Humanisme en Renaissance verwijzen naar een stroming die eind veertiende eeuw in de steden van Noordwest-Italië ontstond. Deze benadrukte de individualiteit van de mens en de schoonheid van het leven en het menselijk lichaam en borduurde voort op het erfgoed van de Klassieke Oudheid. De gedachtewereld was niet langer georiënteerd op het hiernamaals, zoals in de Middeleeuwen.

De Renaissance verwijst naar de artistieke kant van de stroming. Kunstenaars als Giotto, Leonardo da Vinci, Michelangelo en Rafaël zochten naar de individuele expressie van hun modellen en bekwaamden zich in het perspectief. Zij beperkten zich niet tot één discipline, maar legden zich ook toe op de bouwkunst, wetenschap en techniek. In de Renaissance bleef de kunstenaar niet langer anoniem.

Het Humanisme belichaamt de literaire en filosofische kant. Grondlegger is de Italiaan Francesco Petrarca (1304-1374). In zijn dichtwerk is de schoonheid (van de natuur en de liefde) zijn thema. Het sonnet kreeg door hem zijn vaste vorm. Voor Petrarca betekende het Humanisme een geestelijke vrijheid, waarmee de mens zich onafhankelijker van de kerk kon opstellen. Humanisten kenden een grote waarde toe aan de verstandelijke, zedelijke en godsdienstige vermogens van de ontwikkelde en goed opgevoede mens. De ideeën van de humamisten werden door reizende geleerden, studenten en kunstenaars en via de boekdrukkunst razendsnel door Europa verspreid. Zo raakten zij minder afhankelijk van de uitleg van een priester en kwamen zij steeds kritischer te staan tegenover kerkelijke regels. alleen al daarom was het Humanisme een belangrijke voedingsbodem voor de latere kerkhervorming.

Erasmus: van Rotterdam tot ver in Europa

erasmus Desiderius Erasmus (circa 1466-1536) uit Rotterdam was de belangrijkste humanist van het Noorden. Hij werd in heel Europa bekend vanwege zijn wijsheid, gebaseerd op talenkennis, kennis van klassieke schrijvers en kritisch bijbelonderzoek. Erasmus is vooral bekend door zijn 'Lof der Zotheid'. Hierin leverde hij kritiek op allerlei maatschappelijke en kerkelijke misstanden.

Ook wees Erasmus op de fouten in de Vulgaat: de Latijnse tekst die al sinds 400 gold als de officiële vertaling van de Bijbel. Door te wijzen op de fouten in de Vulgaat, bewees Erasmus dat de kerk niet onfeilbaar was. Erasmus ging daarom de originele bronnen vertalen. In 1516 zag zijn vertaling van het Nieuwe Testament het licht.

Daarnaast stimuleerde hij dat de Bijbel in de landstaal werd uitgegeven. Door zelf de Bijbel te bestuderen, zou de mens zijn geloof beter leren begrijpen. Hier tegenover stond de redenering van de kerk: de paus was de vertegenwoordiger op aarde; alleen hij en zijn geestelijken konden de Bijbel uitleggen.

Bedreigingen voor het christendom

Erasmus uitte zware kritiek op de katholieke kerk, meende dat het christendom bedreigd werd door drie zaken:

  • de bestudering van de Oudheid zou leidden tot een terugval in een modern heidendom;
  • hij was bang voor het 'judaïsme' (jodendom). De joden kenden in hun godsdienst veel waarde toe aan ceremonies en rituelen en Erasmus vreesde dat de christenen dit te veel hadden overgenomen;
  • hij was bang dat er een scheuring zou ontstaan binnen de kerk, met alle gevolgen van dien: ontwrichting van de samenleving en burgeroorlogen.

Erasmus wilde niet dat het christendom uiteen zou vallen. Hij pleitte voor verdraagzaamheid en zocht naar een manier van geloven die vooral praktisch was.

Erasmus en de Hervorming

In de zestiende eeuw groeide de kritiek op de katholieke kerk. Een van de voornaamste critici was de theoloog Maarten Luther, die leefde van 1483-1546. In 1517 publiceerde hij 95 stellingen, waarin hij tal van punten van het katholicisme bekritiseerde. Hij vond het een slechte zaak dat veel geestelijken in luxe leefden, terwijl het volk arm was. Luther was tegen de verkoop van de zogeheten 'aflaten' door de kerk. Door het kopen van een aflaat kregen katholieken kwijtschelding van straffen die na de vergeving van zonden nog moesten worden ondergaan.

De kerk bleef echter doof voor zijn opmerkingen. Luther restte niets anders dan te breken met de rooms-katholieke kerk. Hiermee gaf hij het startsein tot de Hervorming (ook wel Reformatie genoemd).

Tot ontzetting van Erasmus maakten grote groepen mensen zich los van de katholieke kerk om het geloof op een nieuwe manier te belijden. In 1524 publiceerde Erasmus een geschrift, gericht tegen Luther, waarin hij het opnam voor de vrije wil. Voor Erasmus was het zonneklaar dat de mens de hemel kon verdienen via goed geloof en goede werken. Hij bleef trouw aan de katholieke kerk.

5.4 Calvijn en de Reformatie

In de zestiende eeuw groeide de kritiek op de katholieke kerk. Door het optreden van Luther scheurde de kerk. Calvijn trok nog verdergaande consequenties uit de bestudering van de Bijbel dan Luther. Hij brak resoluut met het katholieke verleden en legde de basis voor een nieuwe kerkorganisatie. de katholieke kerk liet het er echter niet bij zitten en startte een tegen beweging. deze Contrareformatie zorgde voor het aanwakkeren van de religieuze tegenstellingen en leidde uiteindelijk tot godsdienstoorlogen.

Het belang van dit onderwerp

In Nederland kennen we tegenwoordig scheiding van kerk en staat. Dit wordt beschouwd als een belangrijke bouwsteen van onze democratie. Toch bestond doe scheiding niet tot in de achttiende eeuw.

In de zestiende eeuw wist de calvinistische kerk zich te ontwikkelen tot een belangrijke machtsfactor die in hoge mate het doen en laten van de regering beïnvloedde. Om te kunnen bepalen wat de waarde is van de scheiding tussen de kerk en de staat, is het zinvol de onderzoeken hoe een geloofsrichting als die van Calvijn erin slaagde de staat haar wil op te leggen.

Op welke manier gaf Calvijn vorm aan de kerkhervormingen?

 Zo'n twintig jaar na Luther veroorzaakte Johannes Calvijn (1509-1564, zie afbeelding links)een tweede radicale 

calvijn hervormingsgolf. Binnen de Reformatie ontstonden toen diverse stromingen. samen vormden deze het Protestantisme. Calvijn studeerde in zijn geboorteland Frankrijk rechten en filosofie en raakte beïnvloed door het humanisme. Hij ging Grieks studeren om de bronnen uit de Oudheid beter te kunnen begrijpen.

In 1536 beschreef Calvijn zijn geloofsovertuiging in het boek Christianae religionis institutio ('Onderricht in het christendom'). De mens kon God niet doorgronden. de gelovige moest God accepteren. Hij diende God door zijn werk, door eenvoud en soberheid en door zijn medemens bij te staan. Calvijn meende dat de verlossing van de mens voorbeschikt was. Een aantal mensen was gepredestineerd (voorbestemd) voor het hemelse paradijs. Gelovigen moesten hopen dat ze werden uitverkoren. Als je de verleidingen kon weerstaan en je vroom wist te gedragen, kon dat betekenen dat je tot de uitverkorenen behoorde.

Calvijn vond dat de Bijbel in de landstaal moest worden uitgelegd tijdens de preek. Alles wat afleidde van wat God wilde moest worden uitgebannen. Uitbundige kleuren en muziek ontbraken in de kerkdienst, voorgangers kleedden zich zwart en heiligenbeelden verdwenen.

Calvijn in Genève

Calvijn belandde in 1536 in Genève waar de burgers hem vroegen te helpen de orde te bewaren, nadat ze de katholieke geestelijken hadden weggestuurd. Hij werd de drijvende kracht achter de hervorming van het kerkelijke leven in de stad.

Calvijn paste zijn ideeën toe op Genève. Paus en bisschoppen werden geweerd en Calvijn waarschuwde tegen volksinspraak. Dat zou maar leiden tot een bestuur dat de grillen van het volk moest uitvoeren. Een elite, de kerkenraad, moest de gelovigen leidden. De kerkenraad (of consistorie) bestond uit ouderlingen, diakenen, doctoren en predikanten, allen mannen. Hierboven stond de synode. met de consistories koos de synode de predikanten. De doctoren organiseerden het volksonderwijs en de diakenen de financiën en verzorgden zieken en armen. De Calvinistische leer was strikt; overtreders riskeerden een verbanning uit de stad

De doorbreking van de kerkelijke Hiërarchie suggureert dat het volk meer te zeggen had. Dat was echter niet het geval. Al schafte Calvijn de bisschop en Paus af, de gewone kerkgangers waren niet de baas.

Kerk en Staat

In tegenstelling tot Luther, weigerde Calvijn te erkennen dat de kerk ondergeschikt was aan de wereldlijke staat. Integendeel: de christenen moesten de staat de wet voorschrijven. In Genève werden Calvijns ideeën werkelijkheid. de calvinistische kerk domineerde het openbare leven. Genève werd een protestants Rome.

In Calvijns ideeën over de verhouding tussen staat en kerk is het belangrijk dat wanneer een vorst ingaat tegen de bijbelse richtlijnen, de onderdanen het recht hebben zich af te keren van de vorst. Rond 1555 bereikte het calvinisme de Nederlanden. Het idee dat men tegen een onrechtvaardige vorst in opstand mocht komen, kreeg hier concrete gevolgen.

Contrareformatie

De reformatie leidde tot een katholieke tegenactie: de Contrareformatie. de paus belegde het Concilie van Trente: een grote kerkvergadering, waarin de katholieken bespraken hoe ze op de Hervorming moesten reageren.

reformatie en contrareformatie

 In reactie op de Reformatie kwam de kerk tegemoet aan een aantal kritiekpunten van de Hervormers.

  • Er kwamen betere opleidingen voor geestelijken;
  • Het celibaat werd opnieuw vastgesteld;
  • De Vulgaat bleef de Bijbelvertaling;
  • Het Latijn bleef de taal van de mis;
  • Gelovigen mochten geen eigen geloofsinterpretatie hebben;
  • Katholieken moesten het kerkelijk gezag blijven volgen;
  • De Bijbel en de katholieke traditie bleven de bronnen van het geloof;
  • Het vereren van Maria, beelden, relieken en pelgrimage werden beschouwd als vrome daden en werden dus goedgekeurd.

In landen met katholieke vorsten werden de maatregelen van de Contrareformatie streng nageleefd (Zie kaart).

5.5 De Opstand

Door een anonieme kunstenaar werd Filips II afgebeeld als een duivel en Alva als de belichaming van het kwaad. In Nederlandse ogen stond de Spaanse machthebber de politieke en religieuze ontwikkelingen hier in de weg. De katholieke Filips II had weinig op met de calvinisten, maar die weigerden hun overtuiging af te leggen toen hij dat eiste. Filips was in hun ogen een slechte vorst, die volgens hun calvinistische overtuiging mocht worden afgezet.

Ook de steden en de adel wilden af van de Spanjaarden en de Centralisatiedwang van Karel V en Filips II. De protestmotieven van deze groepen vermengden zich in de Opstand: het verzet van de Nederlanden tegen Spanje. Dit leidde tot de geboorte van de Nederlandse staat.

Het belang van dit onderwerp

De Opstand laat zien dat een supermogendheid, want dat was Spanje destijds, niet per definitie haar wil kon opleggen. De Nederlanden slaagden erin om zich aan de Spaanse machthebbers te ontworstelen.

Om te begrijpen hoe Nederland en de Nederlandse manier van besturen ontstaan zijn, is het nuttig om te weten hoe de Opstand tegen Spanje verliep. Die leidde tot een republiek met een zekere mate van tolerantie en politieke inspraak voor verschillende bevolkingsgroepen.

Welke factoren leidden tot de onafhankelijkheid van de Nederlandse gewesten?

Bestuurssysteem onder spanning

unificatieKarel V en zijn opvolger Filips II wilden de Nederlanden centraal vanuit Brussel besturen. Hij vond dat voor alle gewesten dezelfde regels moesten gaan gelden. Hij schiep drie bestuursinstellingen:

  • Raad van Financiën: hierin bereidden edelen en juristen de beden (een soort belastingen) aan de Staten generaal voor; verder zorgde de raad voor een efficiënte belastinginning
  • De Geheime Raad stelde nieuwe wetten en regels op;
  • De Raad van State: hierin zetelden edelen en juristen die politieke adviezen gaven.

De hoge adel verloor steeds meer terrein aan geschoolde juristen. Zo kwam de rechtspraak in handen van juristen, waardoor de adel aanzien en inkomsten verloor. Die juristen waren; beter opgeleid; waren trouwer omdat ze en loon kregen; bij ongehoorzaamheid konden ze worden ontslagen.

De spanning tussen de Spaanse heer en de Nederlandse gewesten is de strijd tussen het centralisatiestreven van de 'moderne vorst' en het particularisme: de wens van de gewesten de middeleeuwse voorrechten te behouden. Karel de V en zijn zoon Filips II vonden dat de privileges moesten verdwijnen. De gewesten echter probeerden hun eigen belangen zoveel mogelijk te verdedigen.

Om zijn ambities te bereiken had Filips II de gewesten wel nodig om belastingen te kunnen innen. belastingen kon hij alleen innen na onderhandelingen met de gewesten. De gewesten eisten, in ruil voor belastingen, privileges en bestuursinvloed. de belastingen werden betaald in de vorm van accijnzen op bier, graan en vlees. Belasting op handelswinsten of in- en uitvoerrechten bestonden niet.

Bloedplakkaat

Vanuit Brussel moest Margaretha van Parma, Filips halfzus, als landvoogdes de Nederlanden leiden. Vijf problemen moest ze het hoofd bieden:

  • De adel was ontevreden over de veranderingen in het bestuur;
  • De harde aanpak van de hervormers wekte weerstand. Karel V had in 1550 een 'bloedplakkaat' uitgevaardigd waarbij elke hervormer met de doodstraf werd bestraft;
  • De kerkelijke herindeling van de bisdommen die werd doorgevoerd. Filips bepaalde wie bisschop werd. Als aartsbisschop (leider van de bisschoppen) benoemde hij Granvelle.
  • Het Smeekschrift der edelen waarin ze Margaretha vroegen de vervolgingen te matigen en advies en instemming van de Staten Generaal te vragen.
  • Filips vertrok naar Spanje. Het feit dat hij niet persoonlijk aanwezig was droeg bij tot de escalatie van de problemen.

brandstapel ongelovigen

 Aantallen protestanten die tussen 1559 en 1566 als ketters geëxecuteerd zijn in de Vlaamse steden Antwerpen, Brugge, Doornik, Duinkerken, Gent Hondschoote, Ieper, Kassel, Kortrijk, Oudenaarde, Rijsel, Ronse, St-Winoksbergen, Veurne en Wervik (Bron: De wording van Europa: de kracht van het geloof)

Beeldenstorm

Margaretha van Parma stemde aanvankelijk in met het smeekschrift. De kettervervolgers moesten gematigder optreden. De gereformeerden keerden terug en gingen Hagepreken houden. Hierin droegen predikanten hun gereformeerde boodschap uit voor steeds grotere groepen gelovigen.

Opgezweept door hagenpredikers drong men kloosters en kerken binnen waar beeldenstormmen beelden en schilderijen vernielde. de Beeldenstorm woedde in de Nederlanden.

De eerste actie vond plaats in Steenvoorde (augustus 1566, Vlaanderen). Binnen enkel dagen verspreidde de Beeldenstorm zich zeer snel.

In het Noorden waren het geen rondtrekkende groepen die de kerken zuiverden. Daar werden de acties geleid door predikanten, overheidsdienaren of edellieden.

Deelnemers van de Beeldenstorm kwamen uit alle lagen van de bevolking. Totaal onverwachts was de Beeldenstorm echter niet. In Schotland, Frankrijk en de Duitse gebieden waren al eerder kerken gezuiverd.

De landvoogdes spande zich, samen met de hoge edelen als Oranje, Egmond en Horne, succesvol in om een volksopstand te voorkomen. Filips II verving Margaretha door de hertog van Alva, die strenge maatregelen doorvoerde. Hij richtte een speciale rechtbank op de Raad van Beroerten. Deze zorgde voor 1.100 terechtstellingen en 9.000 personen werden bij verstek veroordeeld en 60.000 mensen vluchtten uit de Nederlanden. De graven Egmond en Hoorne werden op de Grote markt van Brussel onthoofd.

Het leger dat Alva meebracht werd beschouwd als een bezettingsmacht. Om dat leger en het bestuur te bekostigen kwam Alva met het plan om de tiende penning in te voeren: een omzetbelasting van tien procent op de verkoop van roerende goederen. Uiteindelijk werd de tiende penning niet ingevoerd maar zette wel veel kwaad bloed in de Nederlanden.

Georganiseerd verzet

w v oranjeWillem van Oranje verzamelde in 1568 huurlingen, waarmee hij Alva en zijn Spaanse troepen trachtte te verdrijven. De gewapende opstand tegen Spanje was een feit. Willem van Oranje keerde zich niet tegen de koning of de wet, maar tegen de slechte uitvoerder van de wet, Alva. Hij pleitte voor herstel van de Nederlandse vrijheid en religieuze tolerantie. De inval van 1568 mislukte en Alva sloeg hard terug.

In 1572 zorgden de Watergeuzen, en bont gezelschap van ballingen en avonturiers, voor een nieuwe fase in de strijd. Zij namen bij toeval Den Briel in, waarna Vlissingen, Enkhuizen en Dordrecht volgden. De belangrijkste waterwegen raakten in handen van de opstandelingen. In Dordrecht kwam de Hollandse Statenvergadering illegaal bijeen. Er was sprake van een revolutionaire daad. Afgesproken werd dat het calvinisme de publieke kerk werd. Willem van Oranje werd stadhouder.

De Spaanse machthebber reageerde met een militaire tegenactie. Eerst succesvol maar na de mislukte belegering van Alkmaar (1573) trok het Spaanse leger zich steeds verder terug uit Holland. Alva's poging om rust en orde te creëren, leek mislukt.

Omdat Spaanse militairen hun soldij (loon) niet kregen gingen ze over tot muiterijen en plunderingen (Spaanse Furie). Het kostte zo'n 7.000 Antwerpenaren het leven, In reactie kwam in gent de Staten-Generaal bijeen. In de pacificatie van Gent (1576) besloten de gewesten gezamenlijk op te trekken tegen de Spanjaarden. Over het geloof volgde geen definitieve afspraak. Wel bepaalde men dat Holland en Zeeland het alleenrecht aan het calvinisme toekwam en dat elders de katholieke kerk het alleenrecht kreeg.

Ontstaan van de noordelijke Republiek

De eenheid van de Nederlanden duurde niet lang. De katholieke zuidelijke gewesten werden uit het bondgenootschap weggelokt door de Spaanse opstandlandvoogd met de belofte dat hun oude privileges gehandhaafd bleven. Zij sloten sloten de Unie van Atrecht in 1579.

De zeven noordelijke gewesten zich aaneen in de Unie van Utrecht. Men sprak af dat niemand in de Unie zou worden vervolgd vanwege zijn geloof. In de praktijk betekende dit dat het calvinisme de bevoorrechte kerk werd. Elk gewest behield de eigen rechten, privileges en bestuur. Men werkte financieel samen en er kwam één gezamenlijk leger.

Filips II reageerde door Willem van Oranje in de ban te doen, te beschuldigen van hoogverraad en hem vogelvrij te verklaren.

Willem van Oranje verdedigde de Opstand in de Apologie (= rechtvaardiging): de vorst moest er zijn voor de onderdanen en niet andersom.

dutch revoltAls de vorst zich niet inzette voor zijn 'kinderen', moesten die op zoek naar een nieuwe 'vader'. Die boodschapviel kon op steun rekenen van de Staten-Generaal. Met het (Acte) Plakkaat van Verlatinghe in 1581 zwoeren ze Filips II af als vorst. De eerste kandidaat Willem van oranje werd echter in 1584 vermoord. Tot 1587 zochten de opstandige gewesten tevergeefs naar een nieuwe koning. Zoals uit de kaartjes te zien is wisten de Spanjaarden grote delen van de Nederlanden te veroveren. Tot 1588 leek de situatie hopeloos. Maar toen een Spaanse oorlogsvloot (de Armada) tegen Engeland een schadelijke nederlaag leed konden de opstandige gewesten orde op zaken stellen. In 1588 kwam de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tot stand met de Staten-Generaal als hoogste gezag.

In de Republiek heerste er een zekere mate van tolerantie en godsdienstvrijheid. de gewesten behielden hun eigen gezag, alleen op het gebied van defensie en buitenlandse politiek was er samenwerking. Uit de Republiek zou later het huidige Nederland ontstaan.

Zie verder hoofdstuk 6 Samenvatting Havo Feniks Hfst 6 Overzicht van de geschiedenis