We hebben 435 gasten online

Samenvatting Havo Feniks Hfst 6 Overzicht van de geschiedenis

Gepost in Tweede Fase 1e druk Overzicht gs

Gouden Eeuw en 17e eeuw

tijdvak 6

1600-1700

Oriëntatie

Hoofdstuk 6: De Republiek in Europa

Oriëntatie

Het tijdvak

In Nederland wordt de zeventiende eeuw vaak de Gouden Eeuw genoemd. Die naam is echter pas in de negentiende eeuw ontstaan uit bewondering voor die tijd. De Zeventiende eeuw was in de ogen van velen een tijd van grote welvaart.

1648

Voor de Gouden eeuw kenen we ook de benaming Tijd van Regenten en Vorsten, omdat het de regenten en vorsten waren die in de zeventiende eeuw de dienst uit maakten. In deze periode wilden de Europese koningen de middeleeuwse macht van steden en gewesten breken. Een voorbeeld is de Spaanse koning Filips II. Hij was ook Heer der Nederlanden en streefde naar centralisatie, maar dat liep op een mislukking uit. In andere landen zoals Frankrijk onder Lodewijk XIV lukte dat wel. De Nederlandse gewesten kwamen in opstand en tachtig jaar later in 1648 kwam er een nieuwe staat te voorschijn.

De Republiek der Verenigde Nederlanden was bij haar ontstaan (1848) een statenbond: een samenwerkingsverband van grotendeels zelfstandige gewesten waarbij de soevereiniteit berustte bij de Staten generaal. In de gewesten van de Republiek was het een kleine bovenlaag van rijke burgers die de macht uitoefende. Deze burgers werden regenten genoemd. In de steden waren veel bestuurlijke banen erfelijk. Welvarende families legden onderling in 'contracten' vast welke banen naar welke families gingen.

De Kenmerken

De Nederlandse Opstand resulteerde in 1648 in het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Er was geen gecentraliseerd bestuur. In andere Europese landen was dit juist wel het geval.

Een koning zoals Lodewijk XIV vond dat hij zijn macht van God had gekregen, dat noemen we Godsoevereiniteit. Als heerser duldde hij geen tegenspraak en inspraak van anderen. Dit noemen we absolutisme.

Niet alleen de bestuursvorm van de Republiek en de rijkdom wekte wrevel op. Amsterdam was het handelscentrum van Europa geworden. Hollandse kooplieden hadden de rol van de Spanjaarden en de Portugezen overgenomen. En er was een wereldeconomie ontstaan, waarbij verschillende werelddelen in toenemende mate economisch met Europa verbonden werden. De kooplieden investeerden in de overzeese handel om zoveel mogelijk winst te maken. Dit handelskapitalisme leidde tot een felle concurrentie maar de Hollandse kooplieden trokken aan het langste eind.

Ze bouwden enorme huizen en bestelden schilderijen bij beroemde schilders als Johannes Vermeer, Rembrandt van Rijn of Jan Steen. De Republiek was heel tolerant ook voor andersdenkenden. Veel mocht er worden gezegd en geschreven. Daarom besloten filosofen , die om hun ideeën uit hun eigen vaderland moesten vertrekken, De Engelsman Locke en de Fransman Descartes, zich in de Republiek te vestigen. Veel buitenlandse geleerden lieten hun boeken in de Republiek drukken en uitgeven. samen met Nederlandse geleerden, zoals Spinoza, Huygens en van Leeuwenhoek, zorgden zij voor en doorbraak in het kritische denken: de wetenschappelijke revolutie.

De vier kenmerken van het tijdvak

  • Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie;
  • Het streven van vorsten naar absolute macht;
  • De wetenschappelijke revolutie;
  • De bijzonder plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Kernbegrippen

 

 
Absolutisme Staatsvorm waarbij de koning alle macht in handen heeft en alleen aan God verantwoording hoeft af te leggen.
Economie De financiële middelen, de handel en de industrie van een land.
Handelskapitalisme Vroege vorm van kapitalisme, waarbij de kooplieden een centrale rol speelden. Zij kochten producten op en verkochten die door met winst. de winsten investeerden zij.
Kapitalisme Economisch systeem met als belangrijke kenmerken winststreven, privé-bezit en vrije concurrentie.
Wereldeconomie Vanaf de ontdekkingsreizigers breidden Europese handelaren hun werkterrein uit tot de hele wereld. Producten uit alle werelddelen werden uitgewisseld.
Wetenschappelijke revolutie Wetenschappelijke ontwikkeling die tot een ander beeld van de werkelijkheid leidt. Kenmerken van de wetenschappelijke revolutie van de zeventiende eeuw: observeren, experimenteren en redeneren.

6.1 Concurrenten op zee

Inleiding

Hoorn was na Amsterdam een van de belangrijkste plaatsen van de Republiek. Van hieruit vertrok onder andere Willem Ysbrantsz. Bontekoe in 1618 naar Java. Hij beschreef zijn avonturen in 'Journael van de Oost-Indische Reyse'. In de twintigste eeuw schreef Johan Fabricius het daarop geïnspireerde jeugdboek: De scheepsjongens van Bontekoe (onlangs verfilmd).

Het belang van dit onderwerp

De jonge Republiek gold als schatrijk en de kooplieden werkten volgens het principe van het kapitalisme, die niet veel verschilden van moderne economische uitgangspunten. Investeringen moesten snel veel winst opleveren. Producenten en handelaren concurreerden met anderen op een enorm werkterrein, de wereldmarkt. Hun markt was de wereldmarkt vooral door de oprichting van de VOC. Maar de VOC was echter maar een klein onderdeel van de economie van de Republiek en de soms enorme winsten werden behaald ten koste van de dood van duizenden zeelui en de lage prijzen die in Azië voor de producten werden betaald.

Hoe is de economische groei van de Republiek te verklaren?

Amsterdam die grote stad

Amsterdam was met 115.000 inwoners in de tweede helft van de zestiende eeuw, voor toenmalige begrippen een wereldstad. Na 1585 groeide Amsterdam uit tot de grootste Europese haven. eerder was dat Antwerpen. Nadat de stad door de Spanjaarden in 1585 was veroverd verlieten Vlaamse handelaren en bankiers de stad en vestigden zich in het noorden. Na 1585 groeide Amsterdam snel. Handelaren uit heel Europa brachten hun goederen hier naar de stapelmarkt, waar ze werden opgeslagen om later doorverkocht te worden. Er waren 259 handelaren die meer dan honderdduizend gulden bezaten.

De bloei van de Hollandse economie valt te verklaren vanuit de opkomst van het handelskapitalisme. Anders dan in de middeleeuwen was 'woeker' het maken van winst niet langer een zonde. Ook onderlinge concurrentie werd acceptabel.

Van kustvaart naar grote vaart

De Portugezen en de Spanjaarden hadden de wereldzeeën verkend en in het spoor van Da Gama en Columbus stuurden Kooplieden schepen uit om de Indische rijkdommen te halen. De kapitalen die werden verdiend met de kustvaart, vooral de haringsvangst en graanhandel, werden geïnvesteerd in de grote vaart: verre expedities in de hoop spectaculaire winsten te behalen. Tot het einde van de zestiende eeuw bekleedden de Portugezen vrijwel een monopoliepositie in de Europese specerijenhandel.

Door hun zwakke organisatie en beperkte vloot (per jaar voeren er slechts vijf schepen naar Indië) konden ze evenwel niet voldoen aan de Europese vraag naar peper, waardoor de prijzen enorm stegen.

In 1595 vertrok een kleine vloot onder leiding van Cornelis de Houtman naar Azië. Veertien maanden later bereikte deze Java. De zogenaamde 'Eerste Schipvaart' werd een ramp. Van de 249 manschappen overleefden er slechts 87 de tocht.

oprichtingsactie voc

 De officiële oprichtingsakte van de VOC met lakzegel.(Klik op de afbeelding) In het octrooi legden de Staten generaal de uitzonderlijke rechten van de handelscompagnie vast.

Op aandringen van de overheid besloot een aantal kooplieden tot samenwerking om de moordende concurrentie een halt toe te roepen en om de risico's te spreiden. In 1602 werd de Verenigde Oostindische Compagnie opgericht(De Britten hadden al in 1600 de East India Company opgericht en de Fransen richtten pas in 1645 de Compagnie d' Orient op). Al die Compagnieën kregen van hun regeringen een handelsmonopolie, mochten zelfstandig verdragen sluiten en bezaten het recht om factorijen, handelsposten en militaire versterkingen aan te leggen.

Kapers op de kust

De Nederlanders leverden felle strijd met de Portugezen en daarna vooral met Engeland. rond 1650 beschikte de VOC over ruim tweeduizend schepen en had het dertigduizend mensen op de loonlijst. Pas in de tweede helft van de zeventiende eeuw wisten de Britten de VOC naar de tweede plaats te drijven, doordat ze de handel in Chinese thee overnamen. Vooral de kooplieden van de Banda-eilanden weigerden het VOC-monopolie te erkennen. Uiteindelijk besloot Jan Pietrsz.Coen namens de Compagnie een strafexpeditie te organiseren om het monopolie af te dwingen. met veel geweld werden de Bandanezen onderworpen. Er vielen vele duizenden doden en overlevenden werden naar Batavia weggevoerd.

Wat de Hollanders niet begrepen was, dat de Bandanezen zich niet blijvend konden binden aan één handelspartner. Hun land bracht weinig meer op dan nootmuskaat en foelie en daarom waren zij voor hun eerste levensbehoeften volledig afhankelijk van import. Als de prijzen die ze ontvingen voor specerijen daalden, kwam de import van de primaire levensbenodigdheden in gevaar. Om die reden wilden ze baas blijven in eigen huis.

6.2 Kritische Geesten

Inleiding

Hoewel leerplicht in de gouden eeuw niet bestond har iedere stad een school. Klassen bestonden nog niet: alle leerlingen zaten in één lokaal. Er was nog geen centrale overheid die zich met het onderwijs bemoeide. de meeste scholen werden gecontroleerd door de stedelijke en kerkelijke autoriteiten. Vervolgonderwijs was slechts voor enkelen weggelegd. veel kinderen waren enige jaren naar school geweest en konden in ieder geval lezen. Minder kinderen waren de kunst van het schrijven machtig.

Het belang van dit onderwerp

De kinderen die in de gouden eeuw onderwijs hadden gevolgd konden rekenen op een behoorlijke matschappelijke functie. Scholing zorgde voor kritische geesten en die heeft elke samenleving nodig. de Republiek beschikte in de zeventiende eeuw over een ongewoon aantal kritische geesten, die op vele gebieden actief waren: op het terrein van de, theologie, natuurkunde en cartografie.

Welke invloed had het vrije klimaat op de wetenschap?

In de Gouden eeuw bestonden verschillende soorten vervolgonderwijs. Kinderen uit de kleine burgerij gingen naar de "Franse school', die enigszins vergelijkbaar is met de huidige vmbo.

De 'Latijnse school' was bestemd voor de elite. Hier werden Latijn, Grieks, filosofie, godsdienst en welsprekendheid gegeven. het taalonderwijs bestond grotendeels uit grammatica. Daarnaast las men geschiedenisboeken, Latijnse en Griekse schrijvers en Bijbelteksten. Wie de 'Latijnse school' voltooide, kon naar een universiteit.

De Latijnse school in Deventer heeft in de geschiedenis van het onderwijs in Nederland een bijzondere plaats ingenomen. Dat heeft zij vooral te danken aan een van haar bekendste rectoren, Alexander Hegius. Hij is het geweest die op de Latijnse school de aanzet heeft gegeven tot een algemene verbetering van het onderwijs. Zijn vriendschap met de Groningse humanist Rudolf Agricola, had hem in aanraking gebracht met de humanistische onderwijsidealen. Sinds de komst van Hegius op de Latijnse school in 1483 is in Deventer een groot aantal klassieke werken gedrukt. Bovendien introduceerde Hegius een "nieuwe" taal op de school: het Grieks. Daarmee was de Latijnse school in Deventer de eerste Noord-Europese school waar jongens deze taal konden leren.

Veel (later) bekend geworden humanisten hebben hun schooljaren op de Latijnse school in Deventer doorgebracht. Geert Grote, rector Alexander Hegius, Thomas a Kempis en de latere (enige Nederlandse) paus Adrianus VI. De bekendste oudleerling is zonder twijfel Desiderius Erasmus, die in het raam boven de voordeur is afgebeeld.

Op 3 oktober 1574 leden de Spanjaarden een gevoelige nederlaag bij Leiden. De leider van de Opstand Willem van Oranje, bood de stad uit dankbaarheid een universiteit aan. Willem van Oranje had een afkeer van godsdienstige dwang en in een brief schreef hij een universiteit op te willen oprichten tot ‘een vast stuensel ende onderhoudt der vryheyt’..

Op 8 februari 1575 werd de eerste universiteit in de Verenigde Nederlanden gesticht.
Willem van Oranje financierde de universiteit met de bezittingen van de katholieke abdij van Egmond die hij in 1573 samen met het kasteel van Egmond had laten verwoesten door de Geuzen.
De universiteit was eerst gehuisvest in het Sint Barbara klooster en het Faliede Bagijnhof aan het Rapenburg. Vanaf 1581 huisvest de universiteit zich in het klooster van de dominicaanse Witte Nonnen. Dit gebouw doet tegenwoordig dienst als Academiegebouw van de universiteit.

Leiden ontwikkelde zich tot een kenniscentrum en trok velen uit het buitenland. de voertaal op de universiteit was Latijn. De meeste buitenlandse studenten waren Engels. Tussen 1701 en 1838 waren er in totaal 1919 studenten, waarvan 659 uit Engeland kwamen. de meerderheid koos voor de medische wetenschap, daarnaast studeerde men ook rechten of theologie.

Grote geesten

hugo de groot

Hugo de Groot was een van hen. Hij oefende een enorme invloed uit op het internationale recht. Hij kwam op het idee van, vrije internationale wateren, ook pleitte hij voor een internationale moraal voor staten. Boven soevereine staten zou een onafhankelijk belang staan dat zwaarder woog' humaniteit boven soevereiniteit'.

Portret van Hugo Grotius door Michiel Mierevelt (1631). Het schilderij bevindt zich in het Vredespaleis in Den Haag

De Leidse student Jan Zwammerdam ontplooide zich op een ander gebied. Met behulp van een nieuw instrument, de microscoop, legde hij zich toe op het ontleden van insecten, waaronder de luis. Hij toonde als eerste aan dat insecten van gedaante konden veranderen. het manuscript van Swammerdams werk, de Bybel der Nature', raakte na zijn dood zoek, maar werd door de beroemde medicus Herman Boerhave gevonden en alsnog gepubliceerd.

De koopman Antonie van Leeuwenhoek (zie afbeelding rechts) was een tijdgenoot van Zammerdam. Rond 1670 maakte hij zijn eerste microscoop, waarmee hij het onzichtbare zichtbaar maakte. Op zijn zoektocht ontdekte hij als eerste de bacteriën en de rode bloedlichaampjes.

De wetenschappers van de zeventiende eeuw ontketenden een wetenschappelijke revolutie, een omwenteling in het kijken naar de natuur. Zij lieten zich niet leiden door oude ideeën, maar wilden door middel van waarneming en experiment verschijnselen verklaren.

Itinerario

De wetenschappelijke kennis was van groot betekenis voor de handel. De landkaarten van de cartografen werden preciezer. Een enorme internationale invloed had Jan Huygens van Linschoten. Deze Hollander werkte in dienst van de Portugezen. Hij voer op hun schepen mee. Terug in Holland schreef hij een reisverslag, de Ltinerario', waarin al zijn kennis over het Verre Oosten was opgenomen. Het werd een standaardwerk, onmisbaar voor elke schipper op weg naar Azië. Cornelis de Houtman zou er in 159 dankbaar gebruik van maken. Buitenlands vertalingen van de Ltinerario verschenen snel, de eerste Engelse al in 1598.

Title page of the first Latin edition of: Jan Huygen van Linschoten. Navigatio ac Itinerarium Iohannis Hugonis Linscotani .... Hagae-Comitis [The Hague] : ex officina Alberti Henrici, 1599. [Marsden Collection G1/16]

6.3 Om de macht in Europa

Inleiding

Prins Maurits was de machtigste man van de Nederlanden en samen met zijn broer Frederik Hendrik zou hij het werk van Willem van Oranje voortzetten. Maurits was een militaire strateeg en Frederik Hendrik werd de stedenbedwinger genoemd.

Het belang van dit onderwerp

De zeventiende eeuw was meer dan een periode van kunstenaars, wetenschappers en rijke handelaren. Voor de mensen van de Gouden Eeuw was een oorlog bijna een normaal verschijnsel. De leiders van de Europese landen zagen oorlog als een middel om politieke problemen op te lossen.

Hoe losten landen in de zeventiende eeuw internationale problemen op?

Stadhouders en koningen

Het hoogste bestuur van de Republiek der Nederlanden werd gevormd door de Staten-Generaal. Hier werden beslissingen genomen die belangrijk waren voor de gewesten. Ieder gewest afzonderlijk kende zijn Gewestelijke Staten. De steden tenslotte werd bestuurd door de vroedschappen. In het bestuur van de Republiek nam de stadhouder een belangrijke plaats in. In de tijd van Karel V (1515-1555) was een stadhouder de plaatsvervanger van de vorst in het gewest. Tijdens de Opstand tegen Spanje begonnen de gewesten zelf eigen stadhouders te benoemen, die de taak kregen het verzet te leiden. Het waren afstammelingen van Willem van Oranje.

Na de Opstand bleven de stadhouders in functie. Daarnaast hadden zij het recht om in de steden vroedschapsleden te benoemen. de stadhouders Wilem II en Willem III vonden eigenlijk dat zij het recht hadden op soevereine(koninklijke) macht. Willem II wilde van de Republiek een monarchie maken met een sterk gecentraliseerd bestuur. Zijn vroegtijdige dood voorkwam dat zijn plannen werkelijkheid werden. Als gevolg van zijn beleid raakte de Republiek verdeeld in twee vijandige kampen: de 'Staatsgezinden''en de 'Prinsgezinden'.

In de tijd van zijn zoon. Willem III, nam de kritiek op het stadhouderschap verder toe. Deze was gehuwd met Maria Stuart, een Engelse prinses en vanaf 1689 regeerden Willem III en Maria Stuart als koning en koningin van Engeland. Willem III bleef ook stadhouder.

Elders in Europa zaten koningen vast op de troon en vonden hun macht als vanzelfsprekend. We spreken van de tijd van het absolutisme. Lodewijk XIV had als titel le roi Soleil 'de Zonnegod".Alle macht kwam dus aan de koning toe, die zijn macht van God zelf zou hebben gekregen(godsoevereiniteit). Lodewijk de XIV wilde die macht zelfs uitbreiden in heel Europa. Maar zijn tegenstanders waaronder de Britse koning en de Nederlandse stadhouder wilden dat voorkomen.

Op cultureel gebied lukte het Lodewijk XIV wel om Europa te 'veroveren'. De bouwstijl, de taal en de muziek werd door de Fransen beïnvloed..

Oorlog en diplomatie.

De Europese vosten probeerden hun macht uit te breiden met diplomatieke, militaire en economische middelen.

  • Op diplomatiek gebied probeerde men verdragen te sluiten;
  • De kinderen probeerde men uit te huwelijken aan andere vorstenhoven.
  • Oorlog behoorde tot de vaste beleidsinstrumenten van een vorst.
  • Groot Brittannië, Frankrijk, Keulen en Münster verklaarden in 1672 de oorlog aan de Republiek. Admiraal de Ruyter voorkwam een invasie vanuit de Noordzee. Door geldgebrek moest Engeland al afhaken in 1674. Frankrijk echter boekte op het land overwinningen. In drie weken tijd werden Overijssel, Gelderland, en Utrecht bezet door Franse legers. de Fransen hadden een leger van 120.000 man en de Republiek maar een leger van 20.000 man.

kaart 1672

"Door de roode lijn zijn de Gewesten door den vijand bemagtigd aangewezen."

Onleend aan: G. Mees, Historische atlas van Noord-Nederland, van de XVI eeuw tot op heden. Kaart IV, Noord-Nederland in 1648. De gevestigde Republiek de Vereenigde Nederlanden. Rotterdam, 1865

  • De opmars van de Fransen naar Holland kon worden voorkomen doordat de in 1672 benoemde stadhouder Willem III het gebied tussen de Zuiderzee en de rivieren onder water zette. Daardoor overleefde de Republiek het rampjaar 1672. Willem III zag kans bondgenootschappen te sluiten met Brandenburg, Spanje, en de Duitse keizer. Maar pas in 1678 kon de vrede van Nijmegen worden gesloten.

Een economisch wapen

De Europese koningen probeerde de eigen economie te ebschermen door middel van het Mercantilisme, ook wel Colbertisme genoemd. Hierbij probeerde Colbert de macht van Frankrijk te vergroten door de import van buitenlandse producten met hoge tariefmuren te beperken. Doel ervan was een positieve handelsbalans.

In Groot Brittannië werd in 1651 de Akte van navigatie van kracht. Voortaan mochten producten uit andere Europese landen alleen ingevoerd worden op Britse schepen. Deze wet beperkte de vrijheid op zee, zoals bepleit door Hugo de Groot in zijn Mare Liberum. De Akte van Navigatie had tot gevolg dat het voor de reders uit de Republiek onmogelijk werd rechtstreeks handel te drijven met Engeland.

6.4 Een land apart

Inleiding

Veel Hollandse kooplieden lieten huizen inrichten volgens de stijl van het Hollands classicisme. Veel van die huizen zijn in Amsterdam bewaard gebleven. Zo ook de Hollandse koopman Jan Hartman. Hij liet op zolder een rooms Katholieke kerk inrichten: 'Onze Lieve Heer op solder'.

Het belang van dit onderwerp

De Republiek stond in Europa bekend als tolerant. Economische vluchtelingen trokken naar de Republiek. Ook mensen die vluchtten vanwege hun geloof, zoals protestanten uit de zuidelijke Nederlanden en de Franse Hugenoten.

Katholieken en Joden werden in de Republiek geduld, maar hoe vrij waren ze in werkelijkheid? Hoe groot was de tolerantie? Terugkijkend lijkt de Gouden eeuw soms verdacht veel op nu.

In welke opzichten en in hoeverre nam de Republiek in Europa een aparte plaats in?

Economisch

De Gouden eeuw , de zeventiende eeuw was een periode van grote welvaart. In de Republiek heerste een enorme economische bedrijvigheid. Visserij, scheepvaart, handel en nijverheid verschaften aan duizenden mensen werk en een goed inkomen. Nieuwkomers hadden het toch niet makkelijk. En er waren ook veel armen die van de 'bedeling', aalmoezen, moesten leven. Voor hen waren er alleen maar de mindere baantjes

Gereformeerden en katholieken

De Nederlandse Opstand was onder meer een strijd van protestantse opstandelingen tegen een katholieke overheerser. In de Republiek was de gereformeerde kerk bevoorrecht, maar het was geen staatskerk. Katholieken mochten tegen betaling godsdienstige bijeenkomsten houden, als het maar onopvallend was.

De overwegend katholieke gebieden(de Generaliteitslanden Noord-Brabant, Zeeuws Vlaanderen en Limburg)waren pas laat bij de Republiek gekomen en werden rechtstreeks bestuurd door de Staten-Generaal. Wel werden katholieke kerken omgebouwd tot protestantse kerken.

Er zijn verschillende oorzaken voor de betrekkelijke tolerantie:

  • De Opstand was ooit begonnen, omdat Filips II de protestanten wreed vervolgde. Nu hetzelfde beleid voeren ten opzichte van de katholieken, zou de geest van de Opstand bezoedelen.
  • Veertig procent van de bevolking was katholiek; vervolging zou tot een burgeroorlog hebben geleid.
  • De gewesten hadden gewestelijke vrijheden. Iedere stad en gewest kende eigen rechtsregels.
  • De machtige kooplieden voelden er niets voor andersdenkenden te vervolgen. Velen bezochten wel trouw de wekelijkse kerkdienst en lieten hun kinderen dopen, maar werden geen lid van de gereformeerde kerk.

Meer dan de helft van de gelovigen behoorde tot deze groep, die werd aangeduid met 'liefhebbers van de gereformeerde religie'.

De grote vluchtelingenark

De republiek was in de Gouden Eeuw een toevluchtsoord voor talloze vreemdelingen. Na de val van Antwerpen kwamen honderdduizenden Vlamingen naar het Noorden. Zij brachten geld en kennis mee en vestigden zich vooral in de steden en leverden een bijdrage aan de bloei van de Republiek. In het begin van de zeventiende eeuw volgden duizenden Portugese Joden, die uit hun land waren verjaagd. In 1685 werden de Franse protestanten, de Hugenoten gedwongen katholiek te worden. Ruim 50.000 Hugenoten kwamen naar de Nederlanden. Rond 1700 was een kwart van de inwoners van Amsterdam Frans. Veel Franse Hugenoten waren werkzaam in het boekenvak. Zij publiceerden veel boeken die in het buitenland op een zwarte lijst stonden.

hugenotenvlucht

Afkeer van vreemdelingen en wantrouwen ten opzichte van wat men niet kende, was de mensen uit de Gouden Eeuw niet vreemd.

Kunst voor jonge meisjes of oude

schama overvloed en onbehagen

Buitenlandse kunstenaars schilderden veel voor vorsten en pausen. Hun kunst, de Barok, moest op weelderige wijze de machtige positie van de opdrachtgevers benadrukken. In de Republiek werken kunstenaars vaker voor de vrije markt. Hun werk werd gekocht door stedelijke overheden, rijke handelaren en gewone burgers. Deze groepen hadden meer belangstelling voor landschappen, stadsgezichten, bijbelse taferelen of gewone burgers in hun huizen. Een buitenlander schreef over dit Hollands realisme: 'Het is de kunst voor jonge meisjes of oude.

Zie verder hoofdstuk 7 Samenvatting Havo Feniks Hfst 7 Overzicht van de geschiedenis