We hebben 221 gasten online

Samenvatting Havo Feniks Hfst 7 Overzicht van de geschiedenis

Gepost in Tweede Fase 1e druk Overzicht gs

Tijd van Pruiken en Revoluties

tijdvak 7

Eeuw van de Verlichting en 18e eeuw 1700-1800

Oriëntatie

Hoofdstuk 7: Bepoederde pruiken, bruisende ideeën

Oriëntatie

Het tijdvak

Nederland heet in de achttiende eeuw de Tijd van Pruiken en Revoluties, of kortweg Pruikentijd. Waarom? Omdat de rijke mensen in die tijd vaak wit bepoederde pruiken droegen, zoals de toenmalige Franse mode voorschreef.

Niet alleen de kledingmode kwam uit Parijs. In Frankrijk, maar ook in Engeland bruiste het van de nieuwe, revolutionaire ideeën over de ideale maatschappij. In de salons in Parijs luisterden burgers naar hun favoriete filosofen, die de ene na de andere gedurfde stelling naar voren brachten.

Ook in de natuurwetenschappen kwamen allerlei nieuwe ontdekkingen voor. Vanaf het midden van de zeventiende eeuw deden wetenschappers in West-Europa spectaculaire ontdekkingen.

  • Gallileo Gallileï concludeerde met zijn geavanceerde telescopen dat de aarde slechts een speldenknopje in het heelal was. Hij kreeg last met de katholieke kerk, die hem dwong zijn stellingen te herroepen.
  • De Brit Isaac Newton toonde aan dat de zon, de maan en de aarde alle aan de zwaartekracht gehoorzaamde.
  • Ook op biologische en medisch terrein was de vooruitgang groot waardoor ziektes beter konden worden bestreden.
  • Allerlei uitvindingen werden toegepast in de mijnbouw, de industrie en het leger. Wetenschap en techniek bezorgden de Europese landen een steeds sterkere positie in de wereld.

De kenmerken.

atlantic slave tradeDe tijd van Pruiken en revoluties (1700-1800) vormden een aaneenschakeling van ingrijpende maatschappelijke en politieke veranderingen. Enkele Europese landen maakten de beslissende sprong naar beheersing van de wereldeconomie, met name Frankrijk en Groot-Brittannië.

 

  • Hun economische activiteiten breidden zich uit tot Azië, Afrika en Amerika;
  • Ze vestigden plantagekoloniën in de Carïbische Zee;
  • Ze leverden suiker, koffie tabak en andere producten aan Europa;
  • Slavenarbeid was er al. Maar in de achttiende eeuw breide dit zich fors uit tot een zeer winstgevende handel.

Aan het einde van de achttiende eeuw kwam er een menslievende beweging op die slavenhandel en slavernij op christelijke gronden afwees: het abolotionisme. Dit hield verband met de ideeën van de Verlichting die in de achttiende eeuw werden geformuleerd en verspreid:

  • Hun toekomstbeeld was optimistisch.
  • Wetenschappelijk onderzoek moest de plaats innemen van bijgeloof en traditie'.
  • Op basis van het rationalisme gingen filosofen en schrijvers zich afzetten tegen het aloude machts - en magiedenken;
  • De mensheid zou in staat worden gesteld een geordende samenleving van bewust levende, rationele burgers te vormen.

De verlichte ideeën bestreken veel terreinen: godsdienst, politiek, opvoeding en maatschappelijke verhoudingen.

Het Ancien Régime, het Oude Regime van het absolutisme, dat steunde op de standenstaat van de kerk en adel, was echter nog niet geheel verdwenen. Vorsten probeerden aan de macht te blijven door het koningschap een eigentijdse invulling te geven (verlicht despotisme) en de verlichte denkbeelden gedeeltelijk in praktijk te brengen door:

  • bevordering van het onderwijs;
  • het aantrekken van verlichte denkers;
  • het hervormen van de economie en wetgeving.

we the people

De bestaande ontevredenheid bij de burgerij konden ze echter op den duur niet meer negeren. In de Britse Koloniën in Amerika (1776) en vervolgens in Frankrijk (1789) braken er revoluties uit. De resultaten waren echter verschillend. De Amerikaanse revolutie leidde tot de stichting van de Verenigde Staten, met een democratische grondwet. De Franse revolutie liep - ondanks de leus 'Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap'- uit op een bloedig terreurbewind onder leiding van de Jacobijnen (geleid door Robespierre), gevolgd door de dictatuur van Napoleon, die heel Europa in oorlog zou storten. Napoleon werd in 1815 beslissend verslagen en tijdens de conferentie van Wenen werd de macht van de Europese vorsten in ere hersteld en bereikte men een machtsevenwicht.

De vier kenmerken van het tijdvak:

  • Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme;
  • Rationeel optimisme en ' verlicht denken' dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst politiek, economie en sociale verhoudingen;
  • Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen van het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme);
  • De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondrechten, grondwetten en staatsburgerschap
Kernbegrippen

 

 
Abolitionisten Streven naar afschaffing van de slavernij en de slavenhandel
Ancien Régime Benaming van de tijd vóór de Franse Revolutie, toen d e absolute vorsten regeerden.
Democratische revolutie Ommezwaai in het bestuur waarbij het volk steeds meer macht in handen kreeg ten koste van de macht van de vorst.
Grondrechten Vrijheidsrechten, die burgers bescherming geven tegen een oneerlijke behandeling door de overheid of door andere burgers.
Grondwet Constitutie, algemene staatsregeling. Wet waarin de belangrijkste staatsbeginselen van het bestuur van een staat zijn omschreven.
Plantagekolonie Overzees gebiedsdeel waar grote landbouwgebieden waren ingericht, waarop vaak slaven te werk werden gesteld.
Rationalisme Toepassen van de rede, het verstand.
Sociale verhoudingen De wisselwerking tussen de verschillende groepen in de samenleving
Staatsburgerschap Toestand waarin iemand burgerrechten in een staat heeft.
Transatlantische slavenhandel Koop en verkoop van mensen als bezit, waarin verschillende continenten betrokken zijn.
Verlicht absolutisme Als vorsten onder invloed van de Verlichting hun bestuur verbeterden, maar wel alle macht in handen hielden. ook wel verlicht despotisme genoemd.
Verlichting Verlicht denken. In de achttiend eeuw hadden steeds meer Europeanen kritiek op de staat en de samenleving. ze vinden dat mensen meer gebruik moesten maken van de rede, het gezond verstand. Meer vrijheid en gelijke rechten voor iedereen zouden bijdragen aan vooruitgang van de samenleving in haar geheel.

 7.1 Europa gaat buitengaats

De Middelburgse Commercie Compagnie was gespecialiseerd in slavenhandel. Met 43 slavenschepen ondernam men honderd reizen.

Het belang van dit onderwerp

Westerse landen spelen een hoofdrol in de wereldeconomie. dat is niet altijd zo geweest. pas na 1700 veroverden Europese landen hun koppositie, later gevolgd door de VS en Japan. De West-Europese landen hadden hun economische groei onder meer te danken aan hun koloniën overzee en de slaven die voor hen werkten.

Tegenwoordig wordt er gediscussieerd over de vraag hoe we met dit pijnlijke onderwerp uit het verleden om moeten gaan. Tegelijkertijd neemt het aantal verbindingen tussen staten en samenlevingen steeds verder toe. Dit noemen we globalisering.

globaliseringNiet iedereen is enthousiast over de globalisering. Antiglobalisten demonstreren tegen de nadelige effecten van het wereldwijde winststreven. Ze wijzen op de vernietiging van de natuur, kinderarbeid en de gloeiende kloof tussen arm en rijk. Volgens hen wordt Afrika leeggeroofd.

Op welke wijze veroverden de West-Europese zeemachten de heerschappij in de wereldhandel?

Wereldhandelsrijken.

In het kielzog van de ontdekkingsreizigers bouwden de Portugezen, Spanjaarden en Hollanders indrukwekkende handelsrijkenwic vlag op. Tussen Europa, Afrika en Amerika ontstond een bloeiende driehoekshandel, waarbij goederen en slaven van het ene continent naar het andere werden vervoerd. Deze handel werd volledig beheerst door monopolistische Europese compagnieën, waaronder de Nederlandse West-Indische Compagnie (WIC).

In de loop van de achttiende eeuw namen de Engelsen en Fransen een voorsprong in de internationale wereldhandel. In Midden- en Noord Amerika namen ze de positie over van Spanje en Portugal: op de eilanden van West-Indië, het noord oosten van Zuid-Amerika, het Caribische gebied en in het zuidoosten van Noord-Amerika. Men stichtte er plantagekoloniën waar (sub)tropische landbouwgewassen werden verbouwd voor de handel.

De plantagekoloniën waren sterk afhankelijk van de relatie met Europa, omdat men voor de export produceerde. Men verbouwde er suikerriet en tabak. Na 1800 kwam daar katoen bij. Als gevolg van de industriële revolutie ontstond er een snel groeiende vraag naar katoen.
Door de toenemende bevolking van Europa steeg de vraag naar tabak, suiker, koffie, cacao en katoen zeer sterk. Om aan die vraag te voldoen wilde men de plantages uitbreiden. Daarom keek men met toenemende belangstelling naar het onontgonnen westen van Amerika.

Slavenarbeid

Slavenarbeid vormde de basis van het plantagesysteem. Negentig procent van de slaven kwamen er te werken. Het klimaat, de tropische ziekten en het uitputtende werk op de plantages veroorzaakten grote sterfte.

Slavenarbeid vormde de basis van het plantagesysteem. Negentig procent van de slaven kwamen er te werken. Het klimaat, de tropische ziekten en het uitputtende werk op de plantages veroorzaakten grote sterfte.

Hoe de slaven werden behandeld lag aan:

  • de eigenaar;
  • de plaats waar ze werkten;
  • het product dat ze verbouwden.

In Noord-Amerika werden de meeste slaven in Britse koloniën ingezet bij de productie van katoen, tabak, rijst, maïs en suiker. Ondervoeding, mishandeling en ziekte waren heel gewoon. Seksueel misbruik van vrouwen kwam veel voor.

Rond 1770 leefde er een half miljoen slaven in de Britse koloniën in Amerika, ongeveer twintig procent van de bevolking. De meeste slaven bevonden zich in de zuidelijke koloniën.

Slavenhandel

Al in de zestiende eeuw hadden de Spanjaarden al ondervonden dat de indianen niet geschikt waren voor het zware werk op de plantages. Spanje begon er mee zwarte mensen uit Afrika te halen. De winstgevende handel zou tot in de negentiende eeuw voortduren. Het was big business. Vanuit de binnenlanden van Afrika werden talloze ongelukkige mensen aan elkaar vastgeketend en naar de kust gebracht. Daar werden ze door Afrikaanse vorsten verkocht aan de slavenhandelaars. De zeereis die vier tot acht weken duurde bracht hen naar de slavenmarkten waar ze door handelaren voor het tienvoudige werden verkocht. Het kapitaal dat verdiend werd met de slavenhandel vormde de basis voor de groei van de industriële revolutie in Engeland.

Tot eind negentiende eeuw zijn meer dan twaalf miljoen Afrikanen de Atlantisch Oceaan overgebracht als slachtoffer van de nederlandse slavenhandeltransatlantische slavenhandel. Zeventig procent van de inwoners van de Caraïbische eilanden was negerslaaf. De WIC heeft ongeveer 96.000 Afrikaanse slaven naar Latijns -Amerika vervoerd.

Abolitionisme

Onder invloed van het verlichtingsdenken veranderde ook de mening over slavernij en slavenhandel. Het abolitionisme kwam op voor de afschaffing van de slavernij, op basis van ideeën over gelijke rechten voor alle mensen en de mens als individu. Toch vonden velen dat gelijke rechten niet voor zwarte slaven gold. Het "All men are created equal' gold dus niet voor de onafhankelijke koloniën in de pas ontstane Verenigde Staten, alhoewel het in de grondwet stond.

Begin negentiende eeuw won het abolitionisme aan kracht. In 1807 besloot het Britse parlement tot wettelijke afschaffing van de slavenhandel tussen Engeland, Afrika en de Britse koloniën. De illegale handel ging echter nog geruime tijd door. In vele andere landen zou de afschaffing van de slavernij nog jaren duren.

proclamatie

Papiamentse versie van de proclamatie van de opheffing van de slavernij in de Nederlandse West-Indische koloniën van 1 juli 1863.

Oorlogen tussen de grootmachten

noord amerika 1763

In het midden van de achttiende eeuw raakten de Britten en de Fransen verzeild in een oorlog. Inzet was het bezit van de koloniën. Ook streefden beide landen naar de macht op zee. Franse en Britse huurlingenlegers raakten met elkaar slaags in Amerika. De huurlegers droegen kleurrijke uniformen en de gevechten leken op een schaakspel.

In 1759 veroverden de Britten de Canadese stad Québec. Vanaf dat moment was het gedaan met de Franse heerschappij over grote delen van Noord-Amerika. In dezelfde tijd namen de Fransen en de Britten ook in India de wapens tegen elkaar op. Frankrijk moest zich terugtrekken uit India. De basis voor het Britse Imperium was gelegd.

7.2 De wereld kan beter!

Inleiding

In het midden van de achttiende eeuw werkten geleerden in Parijs aan de uitgave van de eerste encyclopedie ter wereld. Zij denken dat meer kennis zal leiden tot een betere wereld. Het is ook een strijdschrift tegen de bestaande politieke en maatschappelijke vooroordelen. In 1759 besluit zelfs de Franse regering tot de openbare verbranding van de reeds verschenen delen van de encyclopedie. Maar de Verlichting is niet meer tegen te houden.

Het belang van dit onderwerp

  • In onze tijd willen mensen zelf bepalen hoe ze bestuurd worden;
  • Schending van mensenrechten wordt afgekeurd;
  • Tegenwoordig zijn er niet veel mensen die volhouden dat natuurrampen en ziekten de schuld zijn van een gebrek aan eerbied voor de goden;
  • We speuren met ons verstand naar verklaringen voor natuurverschijnselen;
  • En we zoeken praktische oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken.

De wortels van deze moderne opvattingen liggen voor een groot deel in de Verlichting. Verlichtingsfilosofen wezen de weg naar de moderne wetenschap. Ze wisten bovendien te verwoorden hoe een samenleving een democratie kan realiseren en de mensenrechten kan garanderen. Ook in recente discussies over godsdienstig fundamentalisme vormt de erfenis van de Verlichting een ijkpunt.

Hoe ondermijnden verlichtingsdenkbeelden het geloof in de bestaande orde?

Eind zeventiende en achttiende eeuw bloeide de Verlichting: een intellectuele en culturele beweging die zich over heel Europa verspreidde.

  • De Verlichting wilde een eind maken aan de geestelijke duisternis, die onder meer bleek uit godsdienstige onverdraagzaamheid, bijgeloof en heksenprocessen;
  • De Verlichting betekende een breuk in het westerse denken.

Vanaf de Middeleeuwen was de samenleving gebaseerd geweest op geloof, traditie en gezag. De mensen geloofden in een door God gegeven sociale orde. De macht van de koning werd met godsdienstige argumenten onderbouwd (het droit devin). Ook kerk en adel hadden grote invloed en strenge censuur van kerk en staat smoorde afwijkende meningen in de kiem. Veel schrijvers lieten daarom hun werk anoniem verschijnen.

In heel Europa raakte de bestaande orde in een openlijke strijd verwikkeld met verspreiders van nieuwe denkbeelden. Zoals de Nederlandse filosoof Baruch Spinoza die het bijgeloof bestreed. 'Wonderen zijn verzinsels. mensen moeten de natuur juist doorgronden en haar vaste wetten leren'.

Rationalisme

De verlichte denkbeelden waren gebaseerd op het rationalisme. Het Latijnse woord ratio betekent: het verstand, de rede. de aanhangers van het rationalisme geloofden dat het menselijk verstand op den duur in staat zou zijn om alle problemen op te lossen: ziekte, oorlog en onbekwaam bestuur. Als je er maar goed over nadacht, kon je alles begrijpen en verbeteren. Geen wonder dat men optimistisch werd.

Verdraagzaamheid

De verlichtingsfilosofen lanceerden heel wat nieuwe opvattingen:

  • Op het gebied van de godsdienst bepleitten zij meer verdraagzaamheid;
  • De bestaande staatskerken moesten worden afgeschaft;
  • Er mocht best gediscussieerd worden over heilige geschriften, zoals de Bijbel;
  • Ze pleitten voor een scheiding tussen Kerk en Staat. De kerk zou geen enkele politieke macht meer mogen uitoefenen.

De bekendste voorvechter van godsdienstige tolerantie was Voltaire. Hij was van mening dat de Kerk de mensen dom hield. Ook stelde hij rechtelijke dwalingen aan de kaak. tweemaal belandde hij voor zijn opvattingen in de Bastille, de staatsgevangenis van Parijs.

Hij had echter ook vele bewonderaars, waaronder de Pruisische koning Frederik II de Grote, die zijn koninkrijk bestuurde als een verlicht despoot.

Vrij en gelijk

De verlichtingsfilosofen pasten het verlichte denken toe op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek en sociale verhoudingen. Zij vonden dat mensen heel goed zelf, in onderling overleg, konden bepalen hoe ze bestuurd wilden worden. Zij stelden dat de mensen van nature vrij en aan elkaar gelijk zijn. Ze geloofden dat je mensen niet naar afkomst, huidskleur of sekse moet beoordelen, maar naar karakter. Elke mens is immers een individu. Dat was toen een uiterst revolutionaire gedachte in West Europa.

Volkssoevereiniteit en trias politica

De Fransman Montesquieu schreef in 1748 het boek 'De l'esprit des lois' ('Over de geest der wetten'), waarin hij stelde dat het niet juist was dat de koning alles in zijn eentje voor het zeggen had. Om diens macht tegen te gaan, bedacht hij de trias politica: leer van de driedeling van de staatsmachten. Deze hield in dat er een scheiding moest komen tussen de uitvoerende macht, de wetgevende macht en de rechtelijke macht. De Amerikaanse grondwet was de eerste grondwet waar de machten in de staat zo werden verdeeld. In westerse democratieën vond de scheiding van de machten overal toepassing.

De Fransman Jean-Jacques Rousseau ging nog een flinke stap verder. Hij vond dat mensen zulke instellingen niet nodig hadden. Rousseau geloofderousseau dat de mensheid was afgedwaald van haar oorspronkelijke, eenvoudige leefwijze. Hij schreef het boek 'Du contrat social' ('Over het maatschappelijk verdrag'). 'De mens wordt vrij geboren, maar verblijft overal in ketenen'. Daar moest een einde aan komen, vond hij. De algemene volkswil diende de bron van alle macht te worden. Ook de koning was hieraan ondergeschikt worden. Er stond geen hogere macht boven (de leer van de volkssoevereiniteit). Een koning die deze wil vertrapte, moest worden afgezet.

Verspreiding

Voltaire en Rousseau reisden veel rond om hun ideeën te verspreiden. In cafés koffiehuizen en salons kwamen mensen bij elkaar om er naar te luisteren. Filosofische verlichtingsideeën werden ook via brieven, romans en toneelstukken verspreid en kregen daardoor steeds meer aandacht. Zo openden de verlichtingsfilosofen de weg naar de moderne wetenschap en democratie. De Amerikaans en Franse Revoluties waren er een uitdrukking van.

7.3 Alles voor en niets dóór het volk

Inleiding

De Europese cultuur was in de achttiende eeuw zeer internationaal georiënteerd. Schrijvers, kunstenaars en geleerden reisden veel en waren graag geziene gasten aan vorstenhoven. Koning Frederik II van Pruisen werd toegejuicht als een modelvorst, maar in werkelijkheid was hij een machtspoliticus. Hij schreef met Voltaire en deze woonde zelfs drie jaar lang als eregast aan het Pruisische hof in Potsdam. Frederik II was een goed voorbeeld van een verlicht despoot. De Franse koningen hielden echter vast aan hun positie van absolute vorst binnen het Ancien Régime. De nieuwe tijdgeest was echter niet meer tegen te houden.

Het belang van dit onderwerp

Wat is de beste manier van besturen? Die vraag houdt de mensheid al eeuwenlang bezig. In onze tijd geldt in de westerse landen democratie als beste regeringsvorm. Maar niet overal 'werkt' een democratie even goed. In landen met een lage ontwikkelingsgraad of met sterke tegenstellingen is democratie ook wel eens uitgemond in chaos. Is in zo'n geval een lichte dictatuur te prefereren? In een dictatuur kan men tenminste slagvaardig optreden? Maar wie controleert de machthebbers dan? Hoe voorkom je machtsmisbruik? Deze vragen spelen nog steeds in sommige delen van de wereld.

Was verlicht despotisme een reëel alternatief voor het Ancien Régime?

Áprès nous le déluge' (na ons de zondvloed)

Frankrijk was onder Lodewijk XIV het voorbeeld van een absoluut geregeerd koninkrijk. Toen hij in 1715 stierf, volgde zijn piepjonge achterkleinzoon Lodewijk de XV hem op. Het Ancien Régime werd onder hem voortgezet (1715_1774).Dus behielden ook de Kerk en de adel hun voorrechten. Maar een staand leger, oorlogen en andere structurele problemen hadden tot een lege schatkist geleid. De boeren en de burgers moesten nu nog meer belasting betalen.

Lodewijk XV bleek niet geschikt als koning:

  • Hij trok geen talentvolle ministers aan;
  • Vermaakte zich vooral met de jacht, het gokspel en kostbare feesten;
  • Wijdde zich niet aan staatszaken en bekommerde zich nauwelijks om het land;
  • Zijn maîtresse Madame de Pompadour deed de uitspraakÁprès nous le déluge' (na ons de zondvloed), daarmee aangevend geen goede invloed te hebben op LodewijkXV.

Verlicht absolutisme

catherina de grote

Sommige vorsten probeerden de nieuwe denkbeelden van de verlichtingsfilosofen in praktijk te brengen. Zoals: Frederik II van Pruisen, keizer Jozef II van Oostenrijk en tsarina Catharina II van Rusland. Zij voerden veranderingen door die goed waren voor het volk:

  • Verbeterden het onderwijs;
  • Verbeterden het gevangenissysteem en schaften lijfstraffen af;

Maar van echte inspraak door het volk moesten ze niets hebben onder de leuze: 'Alles voor het volk, niets door het volk'.

Frederik II

pruisen 1740

Frederik II van Pruisen (bijnaam Frederik de Grote) regeerde van 1740-1786. Hij geldt als het voorbeeld van de verlicht despoot. Van zijn hof in Sanssouci te Potsdam maakte hij een verzamelplaats van kunst en cultuur. Hij trok filosofen aan, zoals Voltaire, en stelde zijn overwegend lutherse gebieden open voor mensen die vanwege hun geloof hun land moesten ontvluchten, zoals joden en hugenoten. Voltaire verbleef enkele jaren aan het hof van Frederik maar hun verhouding was een moeizame.

Fredrik II liet het bestaande recht optekenen, liet braakliggende gronden in cultuur brengen en liet een hypotheekbank voor boeren oprichten. Tegelijkertijd was hij ook een autoritair staatsman. Stelde strenge belastinginners aan en controleerde zijn onderdanen. Boeren en burgers werden zwaar belast, terwijl de edelen allerlei voorrechten bezaten. Hij was de meest oorlogszuchtige vorst van zijn tijd(zie kaartje). Hij wist zijn koninkrijk Pruisen vors uit te breiden ten koste van de buurlanden Oostenrijk en Polen.

Spanningen in de Republiek

De Republiek der zeven Provinciën was geen voorbeeld van een voortvarend bestuur. Het bleef een statenbond van autonome gewesten, die elk hun eigen wetten en regels hadden. De economische voorspoed leek voorbij. Onder het bewind van stadhouder Willem V (1751-1795) nam de kritiek op het bestuur toe:

  • Een onbekwaam bestuurder die zich alleen met zijn hobby's bezighield;
  • Verzamelde rondom zich een kliek van baantjesjagers en profiteurs;
  • Der handel verslechterde;
  • De Republiek verloor de vierde zeeoorlog tegen Engeland (1780-1784).

Onder invloed van de Verlichting en de Amerikaanse Revolutie ontstond bij de bevolking het verlangen naar democratie. In 1781 somde een illegaal pamflet, Aan het volk van Nederland, alle wandaden op. Het was van de hand van Joan Derk van der Capellen tot den Pol

Mislukte revolutie

In de jaren 1780 kwam er een revolutionaire beweging op gang: de Patriotten. Deze bestond uit echte democraten en regenten die niets van Willem V moesten hebben.

De patriotten wensten:

  • Herstel van de oude glorie van de Republiek;
  • Vonden dat stadhouder Willem V en zijn kliek het land naar de ondergang voerde;
  • Ze vormden milities die openlijk schietoefeningen hielden om het gezag uit de dagen;
  • Verantwoordelijkheid in stadsbesturen. En dat lukte ook in een aantal steden.

In 1787 bereikte de strijd tussen stadhouder Willem V en de Patriotten een hoogtepunt. patriotten hadden in een aantal steden al de macht gegrepen. De stadhouder was den Haag ontvlucht. De echtgenote van Willem V, Wilhelmina, was op weg naar den Haag om de prinsgezinden te steunen. Te Goejanverwellesluis werd ze tegengehouden. Zij riep nu haar broer, de koning van Pruisen te hulp. Deze stuurde een leger. De patriotten vluchtten toen naar Frankrijk waar ze in het kielzog van de Franse Revolutie uiteindelijk in 1795 weer in ons land zouden terugkeren bij de oprichting van de Bataafse republiek.

7.4 Burgers, te wapen!!

Inleiding

Uiteindelijk zou de Franse koning Loderwijk XVI van Frankrijk tijdens de Terreur worden onthoofd in januari 1793.

Het belang van dit onderwerp

Revoluties komen vandaag nog steeds voor. De verwachtingen voor een beter leven zijn hooggespannen, maar vaak gaat het toch mis. Nieuwe heersers zijn machtsbelust en passen zelfs terreur toe. Pas na lange tijd worden de mensenrechten gemeengoed. Veel mensen worden pas echt vrij na een volksopstand tegen de heerser. Ook de grondslag van de VS werd gelegd in een opstand tegen de Britse Koning.

Brachten de revoluties de verlichtingsidealen in praktijk?

De Amerikaanse Revolutie

Aan de oostkust van Noord-Amerika hadden zich in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw een paar miljoen kolonisten uit Europa gevestigd, voornamelijk onder Britse vlag. Er waren verschillende redenen waarom ze zich daar vestigden:

  • Vanwege godsdienstige redenen;
  • Vanwege politiek redenen;
  • Het verlangen naar een beter bestaan;
  • Uit avontuur.

Het gezag van de Engelse koning drukte aanvankelijk niet al te zwaar op de kolonisten. dat veranderde toen de Britse schatkist als gevolg van oorlogen leeg raakte en het moederland de kolonisten allerlei belastingen oplegde. De kolonisten waren verontwaardigd over deze maatregelen. vergeefs riepen ze om inspraak: 'No taxation without representation'.

dertien engelse kolonien

De dertien Engelse Koloniën 1624-1774

In 1775 kwam het tot een gewapend treffen tussen Amerikaanse opstandelingen en het Britse leger. De Amerikanen benoemden George Washington tot opperbevelhebber van een geïmproviseerd rebellenleger. De Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1775-1783) was daarmee een feit. Op juli 1776 werd de Onafhankelijkheidsverklaring aangenomen. Deze werd opgesteld door een verlicht staatsman uit Virginia, Thomas Jefferson. Het was voor het eerst dat verlichtingsideeën in een officieel staatsdocument werden verwoord. In 1781 gaven de Britten zich gewonnen. In 1783 werd een vredesverdrag gesloten dat de Noord-Amerikaanse koloniën de onafhankelijkheid garandeerde. Alleen Canada bleef Brits.

De Amerikaanse Constitutie

In 1787 kwamen de Founding Fathers, afgevaardigden van de dertien onafhankelijke staten, bijeen om een grondwet op te stellen. De VS werden een federatieve staat en een centraal bestuur. Ook werd de Trias Politica van Montesquieu ingevoerd. De uitvoerende macht kwam in handen van een president die voor 4 jaar werd gekozen. De wetgevende macht kwam in handen van het Congres, een parlement dat bestaat uit twee kamers: de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Het hoogste rechtelijke orgaan werd het Hooggerechtshof. Dat moest nieuwe wetten toetsen aan de grondwet. De grondwet werd nog aangevuld met de Bill of Rights, waarin elke staatsburger principiële grondrechten werden gegarandeerd zoals vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, rechtsbescherming, recht van petitie en vrij wapenbezit. De eerste democratische revolutie was een voorbeeld voor Europa.

small the expanding frontier

The expanding Frontier 1783- 1840

De Franse Revolutie

In Frankrijk heerste ontevredenheid over de standenmaatschappij (Ancien Regime). De adel en de geestelijkheid betaalden geen belasting en de bestuursbaantjes waren grotendeels in hun handen. De belastingen moesten betaald worden door de derde stand: de burgerij en de boerenbevolking. De burgerij stond buitenspel in het landsbestuur en dan was er nog het probleem van de staatsfinanciën. Er werd veel te veel uitgegeven. Koning Lodewijk XVI zocht een oplossing en riep in 1789 de Staten Generaal bijeen. Dit was een vergadering van de drie standen en was sinds 1614 niet meer bijeen geweest. Men kwam niet tot overeenstemming en in 1789 riep de derde stand zichzelf uit tot de Nationale Vergadering. De burgers wilden een nieuwe grondwet. De Franse revolutie was begonnen. Lodewijk XVI trok troepen samen rond Parijs, maar het volk bestormde op 14 juli 1789 de Bastille (een gevangenis) het gehate symbool van het absolutisme. Als een kaartenhuis stortte het Ancien Regime in elkaar. Een nieuwe elite van gegoede burgers kwam nu aan de macht. Meteen stelde deze de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.

Lodewijk XVI werd de gegijzelde van het volk. In 1791 probeerden hij en zijn vrouw te vluchten. Uiteindelijk werd hij wegens landverraad tot de guillotine veroordeeld. Maar hij niet alleen. Tijdens de Terreur werden duizenden terechtgesteld. De revolutie bloedde dood in een golf van terreur. napoleon maakte er een einde aan toen in hij 1799 de macht overnam. In 1806 kroonde hij zichzelf tot keizer en regeerde Frankrijk met absolute macht. Er leek weinig veranderd.

De Bataafs-Franse tijd

In 1795 deed een revolutieleger een inval in de Republiek. Stadhouder Willem V vluchtte naar Engeland en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen. De Republiek werd een speelbal van Frankrijk hoewel de patriotten blij waren met de veranderingen die werden doorgevoerd. Een grondwet, een parlement, godsdienstvrijheid, opheffing van tollen, eenheid van belastingen en een nationaal onderwijsstelsel. Maar de Fransen presenteerden wel de rekening. Door de staat van oorlog met Engeland en de invoering van het continentale stelsel leed de handel enorm. De VOC werd opgeheven en de koloniën gingen verloren aan Engeland.

Napoleon voerde een aantal hervormingen door:

  • Er kwamen nieuwe maten en gewichten;
  • De Code Napoleon (een nieuw wetboek) werd ingevoerd;
  • De burgerlijke stand werd ingevoerd

Periodisering Franse Tijd

  • Bataafse Republiek 1795-1806
  • Koninkrijk Nederland 1806-1810 onder koning Lodewijk Napoleon (broer van Napoleon)
  • Nederland provincie van Frankrijk 1810-1813

Napoleon leed zware verliezen in Rusland (1812) en Leipzig (1813) en vond in 1815 zijn Waterloo. Oranjegezinden vroegen de zoon van Willem V, Willem I, het koningschap op zich te nemen en deze werd als soeverein vorst ingehuldigd. De grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden bevatte elementen uit de Bataafs-Franse tijd, zoals gelijkheid voor de wet, godsdienstvrijheid en (beperkte) bevoegdheden voor de volksvertegenwoordiging. Koning Willem I ging regeren als een verlicht despoot.

Zie verder hoofdstuk 8 Samenvatting Havo Feniks Hfst 8 Overzicht van de geschiedenis