We hebben 114 gasten online

VWO Feniks 2e fase Hoofdstuk 1 2e dr Overzicht gs

Gepost in Tweede Fase 2e druk Overzicht gs

Hoofdstuk 1 Tijd van jagers en boeren tot 3000 v. Chr.

tijdvak 1

Neanderthalers

tussen 125.000 en 30.000 v. Chr. leefden er Neanderthalers in Europa, Azië en delen van Afrika. Ze zijn de voorlopers van de moderne mens. Schriiftelijke bronnen zijn er nooit over hen aangetroffen. Neanderthalers leken niet op apen, waren sociaal en overleefden in moeilijke omstandigheden. Neanderthalers konden symbolisch denken, dat wil zeggen dat ze voorwerpen ook een andere functie konden geven dan de meest voor de hand liggende.

Oriëntatie op het tijdvak

Het tijdvak waarin Neanderthalers leefden is de Tijd van jagers en boeren. Ze leefden van wat ze aan voedsel in de natuur vonden. Deze periode van het tijdvak noemen we oude Steentijd of Paleolihicum. Na uitvinding van de landbouw en veeteelt spreken we van de nieuwe Steentijd of het Neolithicum. Men bleef nu op een vast plek wonen. Zo ontstonden uiteindelijk dorpen en steden.

spijkerschrift

Lastig is een algemene regel te geven voor de prehistorie, omdat deze voor elk gebied verschillend is. In dit geschiedenisboek beeindigen we de prehistorie omstreeks 3000 v. Chr. omdat men toen in Irak het spijkerschrift ging gebruiken.

1.1 Van jagers-verzamelaars naar boeren

Kenmerkende aspecten

* De levenswijze van jagers-verzamelaars

* Ontstaan van landbouw, landbouwsamenlevingen

De kern

Een van de grootste veranderingen in de geschiedenis is de uitvinding van de landbouw. Mensen konden daardoor zelf eetbare gewassen gaan verbouwen. Voor het eerst ontdekten mensen dat rond 11.000 v. Chr. in het Midden-Oosten. Het zou nog duizenden jaren duren voordat de agrarische leefwijze de belangrijkste leefwijze in de prehistorie werd. Toch spreken we over de Neolitische Revolutie of landbouwrevolutie.

Perspectief

De mens probeert altijd al de natuur naar zijn hand te zetten. Tegenwoordig wordt daarbij genetische manipulatie toegepast om de productie te verhogen.

Onderzoeksvraag

Welke gevolgen had de Neolitische Revolutie voor de leefwijze van de mensen in de Tijd van jagers en boeren ? 

De eerste mensen

 Paleantropologen zijn wetenschappers die onderzoek doen naar de oorsprong en ontwikkeling van mensachtigen en de mens. Zij nemen aan dat de eerste mensachtigen ruim drie miljoen jaar geleden zijn ontstaan in Afrika . Deze opvatting is een onderdeel van de evolutietheorie.

overzicht evolutie

In het hier bovenstaande overzicht zie je de voorlopers van de moderne mens

Tegenover de aanhangers van de evolutietheorie staan de creationisten. Dit zijn mensen die geloven dat de aarde en alles wat hierop leeft het gevolg is van een gecreëerde schepping. Deze schepping is volgens het creationisme het werk van God of van meerdere goden.

Leefwijze van jagers-verzamelaars

De eerste mensen leefden als  jagers-verzamelaars. In het Paleolithicum  of Oude Steentijd (naar de stenen werktuigen die men gebruikte) was de voedselvoorziening een dagtaak, waaraan iedereen meewerkte. Dat is nu niet meer zo. Maar voedsel is in iedere tijd heel belangrijk. Met behulp van opgravingen kunnen de materiële kenmerken van een cultuur relatief eenvoudig worden vastgesteld. Immateriële kenmerken stuit natuurlijk op moeilijkheden. Men probeert die indirect uit vondsten af te leiden. Grafgiften bijvoorbeeld zou men kunnen interpreteren als een fysiek bewijs dat deze culturen in hiernamaals geloofden.

Overgang naar landbouw

In 1989 deed een team van Israëlische archeologen, een sensationele ontdekking door het droogvallen van een gedeelte van het meer van Galilea. Men vond er een kamp van jagers-verzamelaars dat 20.000 jaar oud was en noemde het de Ohalo-cultuur. Men ging nu niet alleen de uiterlijke kenmerken van de Ohalo cultuur beschrijven maar probeerden aan de hand van opgravingen de leefwijze van deze mensen te reconstrueren en te verklaren. Bij de Ohalo-cultuur ontdekten de archeologen iets opmerkelijks namelijk dat deze geen nomaden waren maar dat hun kamp het hele jaar bewoond was. De Ohalo-cultuur vormde dus een uitzondering op de levenswijze van andere groepen van jagers-verzamelaars. Dit valt te verklaren door de klimatologische en natuurlijke omstandigheden 20.000 jaar geleden. 

Ook de Natufiërs, die rond 12.000 in het Midden-Oosten leefden, kenden al permanente bewoning.Rond 11.000 voor Chr. waren jagen en verzamelen niet langer de belangrijkste manieren om in het levensonderhoud te voorzien. Waarschijnlijk waren de Natufiërs de eerste mensen die de landbouw ontdekten en gingen leven van akkerbouw en veeteelt. Het gebied waar dit als eerste gebeurde wordt de Vruchtbare Halve Maan genoemd. de gevolgen waren ingrijpend. In een landbouwsamenleving( = agrarische samenleving) leven de mensen permanent op een vaste plek. Wanneer de landbouwproductie overvloedig was, kon de bevolking aanzienlijk groeien. Het ontstaan van de landbouw had zulke grote gevolgen, dat men spreekt over een Neolitische Revolutie(of landbouw revolutie). 

Rond 5000 voor Chr. voltrok de Neolitische Revolutie zich ook in West-Europa. In ons land vestigden zich tijdelijk omstreeks 5300 voor Chr. de eerste landbouwers in Zuid-Limburg. Sommige archeologen denken dat deze werd overgebracht door kolonisten omdat er onvoldoende landbouwgrond was om de gestegen bevolking te kunnen voeden.

De landbouwsamenleving

De gevolgen waren enorm. Mensen konden zich permanent vestigen (sedentair) en waren vrijwel verzekerd van voedsel. Daardoor groeide het aantal inwoners van de nederzettingen en sommige groeiden zelfs uit tot stedelijke gemeenschappen waardoor de samenleving steeds complexer en hiërarchischer werd. Men kon nu andere beroepen gaan uitoefenen zoals ambachtsman of architect.

Er ontstond ook verschil in rijkdom en macht tussen de mensen. In deze gemeenschappen werden regels, wetten en afspraken steeds belangrijker waardoor het schrift zich ontwikkelde. Dat betekende in die gebieden dus het einde van de prehistorie.

1.2 Oude beschavingen, steden en staten

Kenmerkend aspect

Ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

De kern

Na de Neolitische Revolutie werden sommige nederzettingen in het Midden-Oosten steeds groter. De eerste steden ontstonden in Mesopotamië, een gebied dat het huidige Irak wen delen van Syrië en Iran omvat rond de Eufraat en de Tigris. We spreken van een rivierdalcultuur.

nabije oosten

Ook in Egypte, China en India is daar sprake van. Door de grote veranderingen in de samenleving ging met het schrift gebruiken en kwam er een einde aan de prehistorie in die gebieden.

Perspectief

De helft van de wereldbevolking woont in steden en die ontwikkeling kwam vooral op gang door de industriële revolutie in de 18e en 19e eeuw en zet zich verder voort.

Onderzoeksvraag

Welke kenmerken hadden de stedelijke gemeenschappen in Mesopotamië?

Het succes van de irrigatielandbouw

Rond 6500 v. Chr. ontstonden in Soemerië (het zuiden van Mesopotamië)aan de oevers van de Eufraat en de Tigris de eerste dorpen. het klimaat was er erg heet; er viel nauwelijks neerslag. Toch was de landbouw er zeer succesvol doordat men overging tot het kunstmatig toevoeren van water. Dankzij de succesvolle irrigatielandbouw,( er werd 50% meer geoogst dan in gebieden waar men afhankelijk was van de regen) groeide het aantal inwoners van de dorpen in het zuiden van Mesopotamië. Daarnaast trokken in het vierde millennium voor Chr. de Soemeriërs(een volk uit Midden-Azië) naar dit gebied. Ook kon men aan voorraadvorming gaan doen. Essentieel voor niet-producerende specialisten en voor de bewoners van de steden. Er ontstonden nu ook grote sociale verschillen en verkregen sommigen daardoor politieke macht.Door de grote opbrengst van de landbouw konden sommigen zich bezig gaan houden met andere werkzaamheden. Denk daarbij aan ambachtslieden, maar ook kunstenaars, priesters en natuurlijk nu ook schrijvers. Want er moest veel worden opgeschreven in de ingewikkelder samenleving. Schrijvers werden daarom heel belangrijk. Zo'n samenleving was ingewikkelder geworden en iemand moest leiding  geven. In Soemerië ontstonden er daarom soms oorlogen tussen steden. Vorsten lieten steden daarom door middel van stadsmuren beveiligen(Zie afbeelding hier beneden. Je kunt duidelijk de stadsmuur zien).

marduk

 

 Stadstaten in Mesopotamië

Rond 3500 v. Chr. spreken we van stedelijke samenlevingen of stadstaten. Soemerië telde er 30. Een stadstaat had gemiddeld 10.000 inwoners. Uruk(zie bovenstaand kaartje) had rond 3000 v. Chr. 50.000 'stedelingen', en was de grootste stadstaat. 

De vier belangrijkste karakteristieken van de stedelijke gemeenschappen waren:

  • Een hiërarchische opbouw van de samenleving;
  • De aanwezigheid van een godsdienstig centrum;
  • De taakverdeling in de samenleving;
  • Het gebruik van het schrift.

Hiërarchische opbouw van de samenleving

Sociale piramide Opgebouwd naar machtsuitoefening van boven naar beneden
   
Koning en familie Men geloofde dat de koning de macht van de goden had gekregen. de koning zorgde ook voor de rechtspraak en was opperbevelhebber van het leger
Priesters Zorgden voor contact met de goden en daardoor hadden ze veel macht.
Ambachtslieden Klein gedeelte van de bevolking, werd wel steeds groter.
Boeren Grootste deel van de bevolking.
Slaven Vaak krijgsgevangenen.

De Soemeriërs kenden een polytheïstsiche godsdienst, dat wil zeggen dat ze verschillende goden tegelijkertijd aanbaden.

Elke Soemerische stad had in het centrum een ziggurat, een soort tempel. (zie afbeelding hierboven).  Dit was een hoog bouwwerk, via trappen kon je de top bereiken.(hoe hoger hoe dichter bij de goden). Hier werd de belangrijkste god van de stad vereerd.

De ziggurat had naast de religieuze ook een economische functie. Rondom werden goederen verhandeld en moesten boeren een groot gedeelte van de oogst als belasting afstaan aan de vorst. In ruil daarvoor kreeg men bescherming en werd het irrigatiesysteem onderhouden. Er was sprake van redistributie(herverdeling): het ingeleverde graan werd door een bureaucratische organisatie 'uitbetaald' aan de priesters, de ambachtslieden en de koninklijke familie.

spijkerschrift

Rond 3300 v. Chr. ontwikkelden de Soemeriërs het schrift. Dit schrift bestond in eerste instantie uit logogrammen: herkenbare afbeeldingen. ze werden hoofdzakelijk gebruikt voor het registreren van economische zaken. Uit die logogrammen ontwikkelden zich later echter klanktekens. Ëen teken stond voor een bepaalde klank. Met klanktekens konden hele woorden en zinnen geschreven worden. Het Soemerische schrift wordt ook wel spijkerschrift genoemd, vanwege de vorm van de tekens. Men was nu in staat belangrijke zaken vast te leggen. Maar.. een klein gedeelte van de bevolking kon maar lezen en schrijven. Met de uitvinding van het schrift kwam een einde aan de Prehistorie voor het Nabije Oosten.

Van beschaving naar staat

De stedelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten worden ook wel oude beschavingen genoemd. Het Engelse woord civilsation  is weer afgeleid van het Latijnse civitas (stad)

Met het begrip beschaving wil men aangeven dat deze gemeenschappen waren uitgegroeid tot complexe en hoog ontwikkelde culturen.

1.3 Egypte, revolutie in een natiestaat

Kenmerkende aspecten

* Ontstaan van landbouw, landbouwsamenlevingen

* Ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

De kern

Het leven in Egypte voltrok zich eeuwenlang volgens een vast patroon. Evenals Mesopotamië was er in Egypte een rivierdalcultuur. Een Farao, zo werd de leider van Egypte genoemd, Achnaton (1351-1336)  ontketende rond 1350 v. Chr. een ware revolutie. Hij ging over van het Polytheïsme naar het monotheïsme, met als enige god Aton, die werd afgebeeld als een zonneschijf. Achnaton liet als begin van een nieuwe tijd een compleet nieuwe hoofdstad voor Egypte bouwen. De Tijd van jagers en boeren loopt tot 3000 v. Chr.. Toch wordt in dit hoofdstuk de oude Egyptenaren besproken, omdat veel kenmerken van de Tijd van jagers en boeren bij hun geschiedenis passen.

Perspectief

Volgens de egyptoloog Toby Wilkinson werd door de eenwording van Egypte onder leiding van Narmer (ca 3000 v. Chr.) Egypte de eerste natiestaat in de geschiedenis. In Europa zou dat pas voor het eerst gebeuren in de Tijd van steden en staten (1000-1500). En pas in de 19e eeuw - de Tijd van burgers en stoommachines - zou men van echte Europese naties kunnen spreken.

In Egypte zorgden vooral religie en het bestuur van de farao voor eenheidsvorming. Het monotheïsme onder Achnaton duurde maar kort, maar gelijktijdig met de joden die ook één god vereerden.  

Onderzoeksvraag

Welke kenmerken van een stedelijke samenleving en van een natiestaat herken je in Achetaton en in de regeerperiode van farao Achnaton?

Eenheid in het oude Egypte

Vanaf 5000 v. Chr vestigden zich de eerste boeren in kleine nederzettingen in het Nijldal. Ze maakte gebruik van de overstromingen van de Nijl  en legden een irrigatiesysteem aan.  Egypte waarover Herodutus sprak als 'een geschenk van de Nijl'. Miljoenen mensen zouden daardoor er kunnen leven. Het was de leider van Egypte, farao genoemd, die opperrechter, wetgever, bestuurder en legeraanvoerder was. Maar één van zijn belangrijkste taken was het aanleggen en beheren van het irrigatiesysteem.

kaart egypte

Rond 2950 voor Christus kreeg Narmer, de leider van Boven-Egypte, na een oorlog ook de macht over Beneden-Egypte waardoor Egypte nu één staat vormde. Het faraoschap was erfelijk. Farao regeerden vanuit Memphis of Thebe, de hoofdsteden. Sommige historici beschouwen Egypte als de eerste natiestaat.

De Egyptenaren waren monetheïstisch en rond 2000 v. Chr was Amon, de zonnegod, een van de belangrijkste goden. Maar daarnaast waren er vele andere goden die in aparte tempels werden vereerd, waarvan de priesters veel macht hadden gekregen. Regelmatig was er sprake van onderlinge rivaliteit waardoor de positie van de farao zou kunnen verzwakken. De verering van maar één god zou de farao meer macht kunnen geven en d eeenheid vergrote. Amenhoep IV waagde die stap.

De ketterkoning

1n 1353 v. Chr. werd Amenhotep IV de nieuwe farao van Egypte. Hij zou voor een revolutie zorgen. Hij voerde een aantal radicale veranderingen door, vermoedelijk om de macht van de Amon-priesters terug te dringen. Al snel nadat hij farao was geworden schonk hij steeds meer aandacht aan een vrij onbekende godheid: Aton, de god van de zonneschijf. Amenhotep verbood uiteindelijk het aanbidden van alle andere Egyptische goden en wees Aton aan als enige godheid,  veranderde zijn naam in Achnaton en Egypte had nu een minotheïstisch systeem. 

Daarnaast ging hij over tot het stichten van een nieuwe hoofdstad, Achetaton, midden in Egypte en tussen Thebe en en Memphis.  Daarnaast vond er een wijziging plaats in de stijk waarin d efarao en zijn familieleden zich lieten afbeelden. Van het traditionel stijfe beeld werden de afbeeldingen van Achnaton en zijn vrouw gevoeliger en verfijnder, met als opvallende kenmerken hun langgerekte schedels en vingers.

De oude orde hersteld

Na de dood van Achnaton in 1336 v. Chr. verdween langzaam de verering van Aton en werd Amon weer de belangrijkste godheid, naast vele andere Egyptische goden. Achetatan raakte in verval. Zijn negenjarige zoon Toetanchaton volgde zijn vader op en veranderde zijn naam in Toetanchamon.

toetanchamon

Zie verder Feniks 2e fase Vwo Hoofdstuk 2 2e dr