We hebben 134 gasten online

Feniks 2e fase Havo Hoofdstuk 5 2e dr Overzicht gs

Gepost in Tweede Fase 2e druk Overzicht gs

Hoofdstuk 5 Tijd van ontdekkers en hervormers

1500-1600 (zestiende eeuw)

tijdvak 5

Karel V

In 1492 was de Reconquista voltooid. Ferdinand en Isabella konden nu geld besteden om de ontdekkingsreizen te financieren. De kleinzoon van Ferdinand en Isabella zou door de Spaanse ontdekkingsreizen een enorm rijk erven. Karel werd in 1500 te Gent geboren. In 1515 werd hij heer der Nederlanden, een jaar later koning van Spanje en in 1519 werd hij tot keizer gekozen van het Heilige Roomse Rijk.

Erasmus leerde Karel V dat een rechtvaardig vorst als een vader voor zijn volk moest zorgen. Karel trok als een middeleeuwse koning door zijn rijk om zaken af te handelen en om de trouw van zijn ondergeschikten te controleren. Hij bemoeide zich persoonlijk met alle regeringsbesluiten.

Oriëntatie op het tijdvak

Karel de V regeerde in de eerste helft van de zestiende eeuw over een enorm rijk, waaronder de Nederlanden. Tijdens zijn regeerperiode zou hij te maken krijgen met grote veranderingen. De ontdekkingsreizen, de Kerkhervormingen en de Renaissance. Daardoor zou de kijk op de wereld en op de mens veranderen.

Karel V beschouwde het als zijn taak om het christendom te verdedigen tegen vijanden van zowel buiten als binnen zijn rijk. De religieuze tegenstellingen bedreigden de toch al zwakke eenheid in Karels gebieden. Karel koos ervoor het katholocisme te beschermen, omdat dit in zijn rijk de bindende factor was.

In Karels tijd veranderde de kunst en wetenschap. Kunstenaars gingen nu ook hun persoonlijke weergave van de werkelijkheid in hun werken tonen. Het is de tijd van de wedergeboorte van de Grieks-Romeinse cultuur, de Renaissance. Karel zag zichzelf als de opvolger van de Romeinse keizers. Hij slaagde er echter niet in de Fransen en deTurken definitief te verslaan en protestantse vorsten in het Heilige Roomse Rijk gingen steeds meer hun eigen gang.

De pogingen van Karel om zijn gebieden verder te centraliseren, werden tegengewerkt door steden, standen en landen die wilden vasthouden aan hun Middeleeuwse privileges. De vele door hem gevoerde oorlogen kosten veel geld, waardor de schuldenlast bleef stijgen. Zijnopvolger Filips II kon de kerkhervorming niet tegenhouden en zeven van de zeventien Nederlandse gewesten zouden zelfstandig verder gaan.

5.1 De wereld wordt groter

Kenmerkende aspecten

* Het begin van de Europse overzeese expansie.

* Het veranderde mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

De kern

De ontdekkingsreizigers van Spaanse en Portugese zeelieden brachten nieuwe landen in kaart en leiden tot een grotere kennis van de wereld. Nederland, Frankrijk en Engeland zouden hen volgen. Het was het begin van de kolonisatie van de wereld waardoor handelsnetwerken werden uitgebreid, maar voor de nieuw ontdekte beschavingen betekende het een directe bedreiging. Oorlogen zouden nu ook in de Nieuwe wereld worden uitgevochten en koloniale bezittingen bepaalden mede de status van de Europese vorsten. De uitbuiting van de Nieuwe wereld bepaalt tot op de dag van vandaag de economische ongelijkheid in de wereld.

Het belang van het onderwerp.

De verschillen tussen rijke en arme landen was er in die tijd niet. Hoe kon dat ontstaan? De kolonisatie die toen begon, heeft geleid tot een politieke en economische machtsverdeling, die eeuwenlang is blijven bestaan. Ook de culturele beinvloeding is nog tastbaar in alle voormalige koloniale landen aanwezig. Denk maar aan de taal en religie.

 Onderzoeksvraag

Welke motieven hadden de Spaanse ontdekkingsreizigers en welke gevolgen hadden hun ontdekkingsreizen?

Wereldbeeld rond 1450

 In de Late Middeleeuwen raakte het handelsnetwerk rond de Middenlandse Zee en Zwarte Zee verbonden met dat van de Hanze in het Noorden, rond de Noordzee en de Oostzee en kwam met in contact met Arabische en Noord-Afrikaanse handelaren. Door de Kruistochten waren er toenemende contacten met Arabieren die karavaanhandel dreven met Zuid- en Oost-Azië. Zo leerde men onbekende producten kennen als papier, buskruit en het kompas.

Aan het einde van de vijftiende eeuw was het wereldbeeld een stuk verbeterd. Als men verder dan Europa ging, dan bleken de landkaarten onduidelijker te zijn. Men dicusieerde al eerder over de vorm van de aarde en wetenschappers kende de ideeën van Ptolemeüs (87-150 n. Chr.) en vonden aanwijzigen voor de bolle kant van de aarde.

ptolomeus

De boekdrukkunst zorgde vanaf de vijftiende eeuw voor een snelle verspreiding van de wereldkaart van Ptolemaeus.

De Italiaan Toscanelli verwerkte gegevens in een nieuwe kaart, een kaart die Columbus gebruikte om naar het westen te varen, op zoek naar een zeeroute naar Indië.

Motieven om op reis te gaan

 * De mogelijkheid van handel drijven.

 * Men had als plicht het christendom over de wereld te verspreiden.

 * Koningen wilden hun macht en status vergroten.

 * De Portugese koning had een heel bijzonder reden: hij wilde priester Johannes vinden in Afrika, om met hem een verbond tegen de moslims te sluiten.

 * De Portugezen en Spanjaarden zagen de overzeese expansie als een gevolg op de Reconquista.

 Spanje volgt Portugal

In 1488 voer Bartolomeuz Dias als eerste om de Afrikaanse zuidpunt. Langs deze zeeweg bereikte Vasco da Gama in 1497 de westkust van India. Ze hielden de route geheim, en langs de route vestigden ze factorijen, versterkte forten met soldaten, en dreven handel met de lokale bevolking.

wereldkaart

In Spanje werd de Reconquista voltooid en Isabella en Ferdinand eisten dat al hun onderdanen katholiek zouden zijn. Dat leidde tot vervolgingen van de joden en honderdduizenden ontvluchtten Spanje. Ook Spanje ging zich op overzeese ontdekkingstochten richten.

 Columbus gebruikte de kaart van Toscanelli, omdat hij ervan overtuigd was dat er een westelijke route zou zijn. Met 3 karvelen, een nieuw model handelsschip dat geschikt was voor grote afstanden, begon Columbus in 1492 aan zijn tocht. Na vijf weken zette hij voet aan land in het Caribische gebied. Zie kaartje. Hij noemde de inwoners indianen, omdat hij dacht in Indië te zijn aangekomen. De naam Amerika is waarschijnlijk ontleend aan de latere ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci.

Ondergang van Azteken.

In navolging van Columbus reisden anderen naar de pas ontdekte gebieden. Hermán Cortes viel  in 1519 het gebied van de Azteken binnen. De Azteken bezaten een hoge ontwikkelde cultuur en waren oppermachtig in Midden-Amerika. Ze leefden in grote stede , zoals de hoofdstad Tenochtitlan. Deze zagen hem aanvankelijk aan voor hun god Quetzalcotl. Cortes joeg de Azteken angst aan met zijn wapens, paarden en honden. De leider van de Azteken, Montezuma, trachtte Cortés weg te houden uit Tenochtitlan, maar de Conquistadores wisten toch binnen te dringen en vonden er goud en sieraden. Toen Cortés een religieuze ceremonie wilde stoppen, liep het uit de hand en Montezuma sneuvelde. In 1521 gaven de Azteken zich over.

Spanje koloniseert Amerika

Als beloning van hun veroveringen kregen de Spaanse conquistadores van Karel V grote landgoederen, haciënda's, waarvan ze de opbrengsten mochten houden. De bewoners werden gedwongen in de goud-en zilvermijnen te werken, maar waren tegen het zware werk niet bestand. Ze stierven met miljoenen omdat ze niet bestand waren tegen de besmettelijke ziektes die de Spanjaarden meegebracht hadden. Bartolomé de Las Casas zette zich in voor een betere behandeling van de inheemse bevolking en stelde voor Afrikanse slaven in te zetten.. Zijn pleidooi leidde in 1542 tot de Nieuwe Wetten waarbij de oorspronkelijke bewoners rechten kregen en voor de Spaanse wet als volwaardige mensen telden.

 Karel de V gaf de kolonie in 1530 een eigen bestuur. Aan het hoofd kwam een onderkoning. De samenleving werd ingedeeld naar afkomst. Hierbij stonden de Europeanen bovenaan, mensen van gemengd bloed en inheemsen daaronder en slaven namen de laagste positie in. Wie geboren was in Spanje, kwam in aanmerking voor de hoogste banen.

Gevolgen van de kolonisatie

De gevolgen waren rampzalig voor de oorspronkelijke bewoners van Midden- en Zuid-Amerika. In sommige delen vanAmerika overleefde niet meer dan 10% van de bevolking. De culturele gevolgen waren enorm. Spaanse missionarissen probeerden de inwoners te bekeren, maar die hielden in het geheim hun oude goden in ere.

De handel op de Atlantische Oceaan ontwikkelde zich ten koste van die van de Middelllandse Zee. Er ontstond een driehoekshandel tussen Europa, Afrika en Amerika. Europa maakte de grootste winst en Spanje verbood andere landen handel te drijven, maar dat verbod werd ontdoken en men pleegde kaapvaart op de Spaanse zilvervloten.

5.2 Een nieuw mens- en wereldbeeld

Kenmerkende aspecten

* Het veranderende mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

* De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid

De kern

In de Middeleeuwen had het geloof grote invloed op kunst en wetenschap. Vanaf de veertiende eeuw lieten kunstenaars steeds meer hun eigen ideeën in hun werk zien en deden wetenschappers onderzoek op grond van kritische observaties. In beide gevallen was het erfgoed uit de klassieke Oudheid de inspriratiebron. Het leidde tot een nieuw mens- en wereldbeeld.

Het belang van het onderwerp.

De hernieuwde belangstelling in de Renaissance voor de klassieke Oudheid was de basis voor nieuwe opvattingen over kunst en wetenschap. Voor kunstenaars werd persoonlijke inspiratie belangrijker en wetenschappers gingen uit van de mens en zijn vermogen om met zijn verstand oplossingen te vinden voor maatschappelijke problemen. Men zocht de werkelijkheid niet meer bij God en het geloof.

Onderzoeksvraag

Hoe veranderden door Renaissance en humanisme de uitgangspunten van wetenschappers en kunstenaars?

Humanisme

Door hernieuwd contact met het Midden-Oosten en met Arabische wetenschappers bloeide de belangstelling op voor andere verklaringen van de  werkelijkheid dan de bijbelse. Wetenschappers wilden net als in de Oudheid met hun verstand de verschijnselen in de wereld om hen heen verklaren. Deze nieuwe manier van verklaren is humanisme genoemd, omdat hierbij de mens centraal staat.  Middel hierbij was het experiment, want hoewel de klassieke theoreën de basis vormden, werden deze niet kritiekloos gevolgd. De arts Vesalius, lijfarts van Karel V, gebruikte menselijke lichaamen, om conclusies te kunnen trekken. Om klassieke bronnen goed te kunnen begrijpen moest met behalve Latijn ook Grieks kennen. Erasmus kende naast Latijn en Grieks ook Hebreeuws.  Hij wilde een verantwoorde wetenschappelijke vertaling van de bijbel maken. Hij ontdekte dat er in de Vulgaat, een Latijnse vertaling van Hebreeuwse en Griekse teksten, talloze taalfouten zaten. Klopten de kerkelijke regels dan nog wel? Erasmus zette zo de eerste stap op weg naar kerkhervorming.

Renaissance

De herleving van de klassieke Oudheid werd zichtbaar doordat kunstenaars beelden of gebouwen in de stijl van de Oudheid, het ergfoed, gingen maken. De kunst beleefde een renaissance: een werdergeboorte. Deze begon in Italië al in de dertiende eeuw. Maar er was ook een verschil: de gezichten op de kunstwerken waren niet meer zo streng en ernstig, maar hadden individuele trekken en lieten emoties zien. Beroemdste renaissancekunstenaars zijn Michelangelo en Leonardi da Vinci.  Ze worden homo universalis, alleskunner, genoemd omdat ze zowel architect, beeldend kunstenaar als wetenschapper waren. In Italië was de stad Florence het centrum van de renaisancekunst.

Rome Migelangelo Fragment reatie van Adam

Michelangelo: fragment van de schepping van Adam in de Sixstijnse kapel

Een renaisance-schilder uit Nederland was Lucas van Leyden. Hij reisde door Europa en door Italië waar hij het werk van de grote renaissance kunstenaars leerde kennen. In 1521 ontmoette hij de Duitse schilder Albrecht Dürer. Onder diens leiding legde hij zich toe op het schilderen van mensen.

Het drieluik met Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden is de eerste in zijn soort in de Noordelijke Nederlanden. Christus bekleedt een centrale positie in de schildering, waar deze traditioneel werd ingenomen door Aartsengel Michael. Dit is een opvallende verandering die uit Italië afkomstig kan zijn. Ook de naakte lichamen op het middenpaneel kennen in de Noordelijke Nederlanden geen precedent. Lucas van Leyden bracht met dit werk de Italiaanse Renaissance naar Leiden. 

5.3 De kerkhervorming

Kenmerkend aspect

De protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.

De kern

Bij het ontstaan van de kerkhervorming speelde het humanisme een grote rol. Door de kritische vragen van de wetenschappers ontstond er twijfel aan de waarheden van de Kerk. Ook stoorden zich veel mensen aan de weelde en de slecht opgeleide lagere geestelijkheid. De Kerk reageerde met onderdrukking op de roep op hervorming, maar pakte ook door middel van de contra-reformatie ook de interne excessen aan. Maar de kerkhervorming markeerde toch het einde van de alleenheerschappij van de katholieke kerk.

Het belang van het onderwerp

Met het Oosters Schisma van 1054 was de christelijke kerk al in tweeën gedeeld. Door de hervorming raakte de christelijke Kerk nog meer verdeeld. Onverdraagzaamheid op religieus gebied heeft geleid tot onderdrukking en vele oorlogen in Europa. Bestudering van de kerkhervorming kan bijdragen aan wederzijds respect en begrip

Onderzoeksvraag

Waardoor ontstond de kerkhervorming en welke gevolgen had ze voor de religieuze en politieke situatie in Europa?

De katholieke kerk rond 1500

In de Middeleeuwen was de Kerk oppermachtig. Zij die zich aan die macht wilden onttrekken zoals de Kartharen in Frankrijk, werden als ketters beschouwd en uitgeroeid. Kloosterorden mochten alleen maar gesticht worden onder goedkeuring van de paus.

De paus was naast kerkelijk leider ook wereldlijk leider, vocht oorlogen uit en had veel politieke invloed. De paus leefde als een vorst, in een paleis en met een grote hofhouding. Dit stond ver af van de soberheid die het christendom verkondigde en leidde tot veel kritiek.

Inspiratie voor Luther: Johannes Hus

Johannes Hus bekritiseerde in Bohemen de verkoop van kerkelijke ambten, aflaten, de corruptie en de handel in relieken(overblijfselen of voorwerpen van heidenen). Hij predikte dat de Kerk afstand moest doen van alle macht en rijkdom en zo terugkeren naar de eenvoud die Jezus had verkondigd. Hus werd daarom door de paus, als ketter tot de dood op de brandstapel veroordeeld. Hij werd, net als Erasmus, een inspiratiebron voor Luther.

Luther: van hervorming naar splitsing

Monnik Luther, die rechten en thologie had gestudeerd, publiceerde in 1517 zijn 95 stellingen, tegen misstanden in de Kerk. Zijn ideeën werden door de pas uitgevonden drukpers snel verspreid. Hij richtte zich vooral tegen de aflatenhandel, de luxe van kerkgebouwen en het wereldlijke leven van de geestelijkheid. Net als Eurasmus had hij veel kritiek op de lage opleiding van de priesters. Luther wilde door hervorming of reformatie de fouten herstellen.

Hij zette in op drie ideeën:

* De mens kan alleen door Gods genade worden gered.

* De mens kan alleen door geloof tot God komen.

* De mens was alleen aan God verantwoording schuldig.

Hij wilde de rol van de priester kleiner maken en de bijbel vertalen in de volkstaal. Hij bekritiseerde de rituelen en tradities van de joden en keerde zich in een pamflet uit 1543 tegen hen. 

De paus was het natuurlijk niet met Luther eens en beschouwde hem als een ketter. Hij deed hem in de kerkelijke ban. Karel V steunde de paus omdat hij de eenheid in zijn rijk wilde bewaren. Luther werd echter gesteund doorverschillende vorsten in het Duitse Rijk. Oorspronkelijk bedoeld als kerkhervorming leidde de hervorming tot een kerksplitsing. In Duitsland leidde dat in 1524 tot de boerenoorlog waarbij boeren en lage adel eisten dat de vrijheden die hen waren afgenomen door de vorsten, werden hersteld. Maar Luther steunde de opstandelingen niet: hij vond dat het volk in geloofszaken moest luisteren naar zijn vorst.

Steeds meer steden en vorsten in het Duitse Rijk gingen over tot het lutheranisme. Maar er speelden ook minder nobele motieven een rol namelijk de bezittingen van de Kerk. Er ontstond een oorlog tussen de lutherse vorsten en de katholieke vorsten. In 1555 kwam op initiatief van Karels broer Ferdinand de Augsburgse Religievrede tot stand. Daarbij werd het protestantisme en het rooms-katholicisme gelijkberechtigd. Karel V beschouwde dat als een persoonlijke nederlaag en trad af als keizer.

 Calvijn verschilt van Luther

In Frankrijk kregen de ideeën van Calvijn veel aanhang. Calvijn ging uit van de predestinatieleer: al voor de geboorte staat vast of iemand na zijn dood in de hemel zal komen. 

Calvijns ideeën:

* De taak van de geestelijke is die van de leraar.

* In een kerkgebouw mocht niets de gelovige afleiden.

* Hij stelde regels op voor een nieuwe kerkorganisatie.

* Stelde een gemeenschapeplijke vergadering van vertegenwoordigers van kerkgementen in.

* Schafte de paus af.

* Het volk mocht een vorst, als deze zich niet hield aanGods regels, afzetten. Het is vooral deze opvatting waarop de Nederlanders zich baseerden, dat men in opstand mocht komen tegen Filips II.

In Frankrijk worden de aanhangers van Calvijn Hugenoten genoemd. Na een voortdurende strijd werd in 1598 het Edict van Nantes afgekondigd. Daarbij kreeg elke Fransman het recht op gewetensvrijheid. De Hugenoten mochten godsdienstoefeningen houden en kregen volledige burgerrechten.

Rooms-katholieke reactie

De katholieke kerk nam een aantal maatregelen, die we de contra-reformatie zijn gaan noemen.

* Het concilie van Trente(1545-1563) bevestigde het absolute gezag van de paus.

* De Vulgaat, de Latijnse Bijbelvertaling, bleef de officiële Bijbel.

* Alle tradities bleven bestaan

* De priesteropleiding werd verbeterd. Er werden hogere eisen gesteld aan de bekwaamheid en kennis. 

* Men bleef hard optreden tegen hervormers door middel van de Inquisite, de kerkelijke rechtbank.

* Oprichting pauselijke orde van de jezuïten.

5.4. Uit de Opstand een Republiek geboren

Kenmerkend aspect

Het conflict in de Nederlanden, dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

De kern

unificatie

De opstand van de zeventien gewesten leidde tot het ontstaan van de Republiek. Religeuze en politieke problemen leidden tot een opstand tegen de soevereine vorst Filips II. Zijn centralisatie-en uniformeringspolitiek zorgden voor spanningen. De strijd tegen de Spanjaarden was een strijd voor het behoud van oude privileges (particularisme) en bestuurlijke macht, maar ook van religeuze tolerantie. Een samenloop van omstandigheden gaf de zeven gewesten een bestuursvorm die in de zeventiende eeuw een uitzondering was: een republiek. Binnen de Republiek zou er een spanning blijven bestaan tussen het centrale landsbestuur en de gewesten.

Het belang van het onderwerp.

De Opstand die leidde tot de Republiek ging over godsdienstvrijheid, over bestuurlijke macht en de keuze tussen koninkrijk of republiek. Men zoch naar een manier van samenleven die alle inwoners recht zou doen. De VS zouden later de Republiek als voorbeeld nemen.

Onderzoeksvraag

Welke bestuurlijke, godsdienstige en economische oorzaken waren bij de Opstand in de Nederlanden het belangrijkst, en wat waren de gevolgen?

Een modern landsbestuur

De zeventien gewesten van de Nederlanden vormden geen eenheid. Wetten, taal en gewoontes verschilden per gewest. Economsiche verschillen waren er ook: in Vlaanderen, Brabant en Holland lagen rijke steden met een bloeiende nijverheid en handel, terwijl in het noorden en oosten vooral de landbouw voor de inkomsten zorgde. 

Karel V wilde de Nederlanden centraal vanuit Brussel besturen. Hij vond dat voor alle gewesten dezelfde regels moesten gaan gelden. Hij schiep drie raden:

  • Raad van Financiën: hierin bereidden edelen en juristen de beden(een soort belastingen) aan de Staten-Generaal voor; verder zorgde de raad voor een efficiënte belastinginning.

  • De Geheime Raad stelde nieuwe centrale wetten en regels op;

  • De Raad van State: hierin zetelden edelen en juristen die politieke adviezen gaven. 

In elk gewest stelde hij een stadhouder aan die de contactpersoon was tussende landsheer en het gebied. Elk gewest kende Gewestelijke Staten. Hierin overlegden de edelen en stadbestuurders van een gewest, in enkele gewesten ook geestelijken. In de Staten-Generaal bespraken gewestelijke vertegenwoordigers Karels beden. Karel stelde bewust edelen aaan als stadhouders.

Net als in het Duitse Rijk eiste Karel V dat zijn onderdanen katholiek waren en bleven. Hij vaardigde in 1550 een Plakkaat uit tegen hervormingsgezinden. Het plakkat werd al snel Bloedplakkaat genoemd door de strenge maatregelen tegen ketters. Filips II, die zijn vader in 1555 opvolgde, zette de politiek van zijn vader voort. Toen hij in 1559 naar Madrid vertrok, heersten er in de Nederlanden grote religieuze en bestuurlijke spanningen.

brandstapel ongelovigen

Aantallen protestanten die tussen 1559 en 1566 als ketters geëxecuteerd zijn in de Vlaamse steden Antwerpen, Brugge, Doornik, Duinkerken, Gent Hondschoote, Ieper, Kassel, Kortrijk, Oudenaarde, Rijsel, Ronse, St-Winoksbergen, Veurne en Wervik (Bron: De wording van Europa: de kracht van het geloof)

Willem van Oranje

Willem was luthers opgevoed, werd door Karel de V naar het hof in Brussel gehaald voor zijn opleiding. De verhouding tussen Filips II en Willem van Oranje, werd na diens ambstaanvaarding steeds slechter, karaterologisch waren ze erg verschillend. Bij zijn vertek naar Spanje stelde Filips zijn halfzus Margaretha van Parma aan als landvoogdes en kardinaal Granvelle als haar belangrijkste adviseur. De verwijdering nam daardoor verder toe en zijn loyaliteit veranderde in opstandigheid. Hij ging naar herstel streven van de oude rechten en beëindigen van de kettervervolgingen.

Het jaar 1566

beeldenstorm

 

De felle kettervervolgingen leidden in 1566 tot het Smeekschrift der Edelen, waarin ze Margaretha van Parma vroegen de ketters minder hard aan te pakken en met de Saten-Generaal te gaan praten over de financiële en godsdienstige problemen. Margaretha gaf toe aan het verzoek van de edelen. Maar Philips besliste anders: de ketterij moest worden onderdrukt. Opgezweept door de hagepreken drongen hervormers in 1566 kerken en kloosters binnen en vernielden alle religieuze versieringen.

Filips vond het optreden van Margaretha van Parma te zwak. Hij verving haar in 1567 door de hertog van Alva. Deze stelde de Raad van Beroerten in, om de aanstichters van de Beeldenstrom te straffen. 1.100 mensen werden ter dood veroordeeld en 9.000 mensen werden verbannen. De meeste, zo'n 60.000 mensen vluchtten weg uit de Nederlanden. De onrust nam nog toe toen Alva de tiende penning instelde, een belasting van 10 procent, bestemd voor de soldij van de Spaanse soldaten.

De Opstand

Willem van Ornaje verzette zich tegen de maatregelen van Alva en stak met een huurlingenleger de Maas over om het hart van Nederland te bevrijden. Zijn broers deden dat met huurlingen bij Heiligerlee. De acties leverden niets op uit angst voor Alava's leger durfde geen enkele stad haar poorten te openen. Uit geldgebrek moest Willem van Oranje zijn leger van huursoldaten ontbinden. Pas 4 jaar later, in 1572 kwam er door de Watergeuzen, door de inname van Den Briel een wending in de strijd. Vlissingen, Enhuizen en Dordrecht zouden volgen. Het werd een politieke opstand toen de Staten van Holland te Dordrecht bijeen kwamen. Dit mocht eigenlijk alleen op verzoek van de koning. De Staten besloten dat het gereformeerde geloof de officiële godsdienst zou zijn in de Nederlanden en stelden Willem als stadhouder van Holland en Zeeland aan.

Filips en Alva kozen voor de aanval

opstand

De Spaanse machthebber reageerde met een militaire tegenactie. Eerst succesvol Mechelen, Zutphen en Naarden werden veroverd, Haarlem en Alkmaar werden belegerd, maar na de mislukte belegering van Alkmaar (1573) trok het Spaanse leger zich steeds verder terug uit Holland, na het mislukte beleg van Leiden. Alva's poging om rust en orde te creëren, leek mislukt.

Omdat Spaanse militairen hun soldij (loon) niet kregen gingen ze over tot muiterijen en plunderingen (Spaanse Furie). Het kostte zo'n 7.000 Antwerpenaren het leven. In reactie kwam in Gent de Staten-Generaal bijeen. In de Pacificatie van Gent (1576) besloten de gewesten gezamenlijk op te trekken tegen de Spanjaarden en zou er in de Nederlanden godsdienstvrede gelden. 

Ontstaan van de Noordelijke Republiek 

dutch revolt

Enkele zuidelijke gewesten kozen toch weer de kant van Filips II en sloten zich aaneen in de Unie van Atrecht. De opstandige noordelijke gewesten vormden in 1579 de Unie van Utrecht. Men sprak af dat niemand in de Unie zou worden vervolgd vanwege zijn geloof. In de praktijk betekende dit dat het calvinisme de bevoorrechte kerk werd en alleen leden en vrienden van de gereformeerde kerk ambten konden bekleden. Elk gewest behield de eigen rechten, privileges en bestuur. Men werkte financieel samen en er kwam één gezamenlijk leger. Uit de Unie van Utrecht zou later de Republiek der Zeven Nederlanden ontstaan.

Filips afgezet, Willem vermoord

Filips deed Willem van Oranje in de ban en zette een prijs op zijn hoofd. Willem verdedigde de Opstand met zijn Apologie in 1580. Daaruit bleek dat hij de opvatting van Calvijn volgde dat als een vorst zich niet goed voor zijn 'kinderen' inzette, deze op zoek mochten gaan naar een andere vader. In 1581 zette de Saten-Generaal Filips af als vorst door middel van de Acte van Verlatinghe. In 1584 werd Willem van Oranje door Baltasar Gerards vermoord. Na de dood van Willem van Oranje zocht men vergeefs naar een nieuwe leider. In 1587 besloten de Staten-Generaal het Bestuur zelf te regelen en de Zeven Verenigde Nederlanden werden een Republiek. Uniek in Europa. De oorlog eindigde in 1648 met de Vrede van Münster, waarbij Spanje de onafhankelijkheid bevestigde. 

Zie verder hoofdstuk 6 Feniks 2e fase Havo Hoofdstuk 6 2e dr Overzicht gs