We hebben 132 gasten online

VWO Feniks 2e fase Hoofdstuk 5 2e dr Overzicht gs

Gepost in Tweede Fase 2e druk Overzicht gs

Hoofdstuk 5 Tijd van ontdekkers en hervormers

1500-1600 (zestiende eeuw)

tijdvak 5

Beeldenstorm

Rond 1520 predikten in de Brabantse landen van Overmaas(tenzuidoosten van Maastricht) enkele Lutherse predikanten dat het persoonlijke geloof belangrijker was dan de ceremonies in de kerk. Alleen God kon de zonden vergeven, geen aflatenhandel. Hun preken trokken nog weinig toehoorders. 45 jaar later in 1565 was dat geheel anders. Geinspireerd door Calvijn haalden de predikanten fel uit naar de katholieke kerk en steeds meer mensen waren aanwezig. Een van die predikanten was Franciscus Junius die gestudeerd had aan de universiteit van Bourges in Frankrijk en daar de ideeën van Calvijn had leren kennen. Hij was zeer tegen de verering van de heiligen. Toen dan ook in West-Vlaanderen de Beeldenstorm uitbarstte was dat ook aanleidng om de beelden in de Landen van Overmaas te vernielen.

Oriëntatie op het tijdvak

Filips II, zag de Beeldenstorm als majesteitsschennis. Afwijkingen van het katholicisme moesten hard worden aangepakt. De door hem naar de Nederlanden gestuurde hertog van Alva trad hard op en richtte de Raad van Beroerten op die meer dan tienduizend mensen veroordeelde en honderden ter dood liet brengen. Ondanks dat duurde het verzet voort en zou via de Opstand de Republiek der Zeven provinciën ontstaan. In de Tijd van de Ontdekkers en Hervormers vonden felle debatten plaats over geloofszaken. Het waren vooral Calvijn en Luther die daarin voorop gingen.

Door de ontdekkingsreizen veranderde het wereldbeeld van de Europeanen. Columbus was de voorbode van de Spaanse ontdekkingen in Amerika. De Spanjaarden veroorzaakten door hun komst grote problemen. De oorlogen en ziekten betekenden het einde van de inheemse bevolking. Nieuwe arbeidskrachten uit Afrika werden op de plantages te werk gesteld.

Vasco da Gama voer in 1498 om Afrika heen en bereikte als eerste de Indische Oceaan. Velen zouden hem nog volgen nu de weg er naar toe open lag. 

Maar de zestiende eeuw was toch ook de tijd van de Renaissance, de herleving van de Klassieke cultuur. Eerst in Italië en daarna in de rest van Noordwest-Europa.

5.1 De wereld wordt groter

Kenmerkende aspecten

* Het begin van de Europse overzeese expansie.

* Het veranderde mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

De kern

Al voor 1500 ontdekten de Spaanse en Portugese zeelieden nieuwe zeeroutes, ze voeren langs de kust van Afrika naar Indië en namen specerijen mee naar Europa. Columbus wilde westwaarts Indië bereiken en ontdekte Amerika. Cartograven brachten de nieuwe zeeroutes en de ontdekte gebieden in kaart.  Het was het begin van de kolonisatie van de wereld waardoor handelsnetwerken werden uitgebreid, maar voor de nieuw ontdekte beschavingen betekende het een directe bedreiging. Koloniaal bezit gaf de Europse vorsten macht, aanzien en rijkdom door het goud en zilver uit Zuid-Amerika. Door de toename van de geldhoeveelheid leidde dit tot inflatie in Europa.

Perspectief

Het verschil tussen arm en rijk in de wereld is ontstaan door de ontdekkingsreizen en de kolonisatie van de Europese landen. De economische uitbuiting vanaf die tijd heeft de deling tussen arme en rijke landen bevorderd. De koloniale geschiedenis verklaart ook de culturele beïnvloeding

 Onderzoeksvraag.

Welke motieven hadden de Spaanse ontdekkingsreizigers en welke gevolgen hadden hun ontdekkingsreizen?

Wereldbeeld rond 1450

 In de Late Middeleeuwen raakte het handelsnetwerk rond de Middenlandse Zee en Zwarte Zee verbonden met dat van de Hanze in het Noorden, rond de Noordzee en de Oostzee en kwam met in contact met Arabische en Noord-Afrikaanse handelaren. Door de Kruistochten waren er toenemende contacten met Arabieren die karavaanhandel dreven met Zuid- en Oost-Azië. Zo leerde men onbekende producten kennen als papier, buskruit en het kompas.

Aan het einde van de vijftiende eeuw was het wereldbeeld een stuk verbeterd. Als men verder dan Europa ging, dan bleken de landkaarten onduidelijker te zijn. Men dicusieerde al eerder over de vorm van de aarde en wetenschappers kende de ideeën van Ptolemeüs (87-150 n. Chr.) en vonden aanwijzigen voor de bolle kant van de aarde.

ptolomeus

De boekdrukkunst zorgde vanaf de vijftiende eeuw voor een snelle verspreiding van de wereldkaart van Ptolemaeus.

De Italiaan Toscanelli verwerkte gegevens in een nieuwe kaart, een kaart die Columbus gebruikte om naar het westen te varen, op zoek naar een zeeroute naar Indië.

Portugezen gaan op ondekkingsreis

De Portugezen organiseerden als eersten ontdekkingsreizen langs de noordwestkust van Afrika. Doel: concureren met de Arabische handelaren. Zowel de Portugezen als de Spanjaarden maakten bij hun reizen gebruik van het Karveel. Dit scheepstype - met een hoge boeg en de zeilen horizontaal en dwars op de mast - was heel geschikt voor reizen op open zee

In 1488 voer Bartolomeuz Dias als eerste om de Afrikaanse zuidpunt. Langs deze zeeweg bereikte Vasco da Gama in 1497 de westkust van India. Ze hielden de route geheim, en langs de route vestigden ze factorijen, versterkte forten met soldaten, en dreven handel met de lokale bevolking. hetw as eenw instgevende , maar ookzeer riskante handel. Van de 114 vertrokken schepen keerden er slechts 55 terug. De Portugezen wilden de Reconquista ook op Afrikaansegebied voortzetten. Men dacht te kunnen samenwerken tegen de molsims met priester Johannes. Bij nader inzien bestond deze echter niet. Portugal veroverde en koloniseerde in Azië geen gebieden, omdat het daarvoor te weinig mensen had.

wereldkaart

 Spanje volgt Portugal

In Spanje werd de Reconquista voltooid, Granada was op de moslims veroverd,  Isabella en Ferdinand richtten nu hun aandacht op overzeese ontdekkingstochten. Ze stelden Columbus geld ter beschikking om met drie karvelen naar het westen te zeilen.

 Columbus gebruikte de kaart van Toscanelli, omdat hij ervan overtuigd was dat er een westelijke route zou zijn. Met 3 karvelen, een nieuw model handelsschip dat geschikt was voor grote afstanden, begon Columbus in 1492 aan zijn tocht. Na vijf weken zette hij voet aan land in het Caribische gebied. Zie kaartje. Hij noemde de inwoners indianen, omdat hij dacht in Indië te zijn aangekomen. De naam Amerika is waarschijnlijk ontleend aan de latere ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci. Deze ontekte dat Columbus niet de westelijke zeeroute naar Indië had ontdekt, maar een Nieuwe Wereld had ontdekt. Het was Magelhaes die om een verboinding tussen de Atlantische Oceaan en Indische Oceaan te zoeken en daar in slaagde. Zie kaartje. Magelhaes sneuvelde op de Filipijnen en uiteindelijk kwam slechts één schip terug. De Spanjaarden besloten zich voortaan op Amerika te richtten.

Azteken en Inca's

In navolging van Columbus reisden anderen naar de pas ontdekte gebieden. Hermán Cortes viel  in 1519 het gebied van de Azteken binnen. De Azteken bezaten een hoge ontwikkelde cultuur en waren oppermachtig in Midden-Amerika. De boeren gebruikten een uitgebreid irrigatiesysteem en legden tegen berghellingen terassen voor hun akkers aan. Ze verbouwden zoete aardappelen, mais, avocado's en tomaten.

Ze leefden in grote steden, zoals de hoofdstad Tenochtitlan. Deze zagen hem aanvankelijk aan voor hun god Quetzalcotl. Cortes joeg de Azteken angst aan met zijn wapens, paarden en honden. De leider van de Azteken, Montezuma, trachtte Cortés weg te houden uit Tenochtitlan, maar de Conquistadores wisten toch binnen te dringen en vonden er goud en sieraden. Toen Cortés een religieuze ceremonie wilde stoppen, liep het uit de hand en Montezuma sneuvelde. In 1521 gaven de Azteken zich over.

Bij de inca's was de grond min of meer gemeenschappelijk bezit. De priesters kregen een gedeelte van de oogst en een ander deel ging naar de Incakeizer, ambtenaren en soldaten. Het overschot werd opgeslagen voor slechtere tijden.

Spanje koloniseert Amerika

Als beloning van hun veroveringen kregen de Spaanse conquistadores van Karel V grote landgoederen, haciënda's, waarvan ze de opbrengsten mochten houden. De bewoners werden gedwongen in de goud-en zilvermijnen te werken, maar waren tegen het zware werk niet bestand. Ze stierven met miljoenen omdat ze niet bestand waren tegen de besmettelijke ziektes die de Spanjaarden meegebracht hadden. De Spanjaaarden voerden een juridisch systeem in de encomieda, dit hield in dat een Spanjaard een aantal Indianen onder zijn bevel kreeg, om ze te onderrichten in het katholieke geloof, in ruil voor een stuk land in Amerika. In de praktijk betekende dat de mensen gedwongen werden zware arbeid te verrichtten. In 1513 keurde de Spaanse koningen oorlog tegen 'ongehoorzame' inheemsen goed: verzette men zich dan kon men tot slaaf worden gemaakt.

Bartolomé de Las Casas zette zich in voor een betere behandeling van de inheemse bevolking en stelde voor Afrikanse slaven in te zetten. Zijn pleidooi leidde in 1542 tot de Nieuwe Wetten waarbij de oorspronkelijke bewoners rechten kregen en voor de Spaanse wet als volwaardige mensen telden.

Gevolgen voor Europa

De handelsstromen naae Europa veranderden. Er ontstond een handelsdriehoek tussen Europa, Afrika en Amerika.

Europa: leverde wapens.

Afrika: leverde de benodigde zwarte slaven.

Amerika: leverde Koffie, Cacao, Katoen, Tabak, Suiker en de aardappel die in de achttiende eeuw voor de Europeanen volksvoedsel werd.

De handel op de Atlantische Oceaan ontwikkelde zich ten koste van die van de Middelllandse Zee. Europa maakte de grootste winst en Spanje verbood andere landen handel te drijven, maar dat verbod werd ontdoken en men pleegde kaapvaart op de Spaanse zilvervloten. De toevloed van goud en zilver naar Europa had ingrijpende gevolgen. Het geld verloor daardoor aan waarde.

Handelaren en ondernemers maakten grote winsten. Het waren de dagloners en handwerkers die last hadden van de inflatie, de prijzen van levensmiddelen en goederen stegen, terwijl hun lonen daarbij achterbleven.

5.2 Een nieuw mens- en wereldbeeld

Kenmerkende aspecten

* Het veranderende mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

* De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid

De kern

In de Middeleeuwen had het geloof grote invloed op kunst en wetenschap. Vanaf de veertiende eeuw lieten kunstenaars steeds meer hun eigen ideeën in hun werk zien en deden wetenschappers onderzoek op grond van kritische observaties. In beide gevallen was het erfgoed uit de klassieke Oudheid de inspriratiebron. Benadrukt werd de individualiteit en het verstand van de mens. Het leidde tot een nieuw mens- en wereldbeeld.

Perspectief

De hernieuwde belangstelling in de Renaissance voor de klassieke Oudheid was de basis voor nieuwe opvattingen over kunst en wetenschap. Voor kunstenaars werd persoonlijke inspiratie belangrijker en wetenschappers gingen uit van de mens en zijn vermogen om met zijn verstand oplossingen te vinden voor maatschappelijke problemen. Men zocht de werkelijkheid niet meer bij God en het geloof.

Onderzoeksvraag

Hoe veranderden door Renaissance en humanisme de uitgangspunten van wetenschappers en kunstenaars?

 Renaissance

In de Middeleuwen was veel kennis in het christelijke westen verloren gegaan door de houding van de kerk. Door de kruistochten en de handel waren chistenenin contact egkomen met Arabische wetenschappers en leerden zo opnieuw kennis te nemen van de wetenschap. De rationele benadering van de wereld sloeg aan: eerst in het noorden van Italië en daarna in de rest van Italië en in West-Europa. De zelfbewuste en welvarende burgerij in Italië wilde zich losmaken van de kerkelijke invloed. Er kwam belangstelling voor geschriften uit de Oudheid en kreeg verder een impuls doordat de Turken Constantinopel in 1453 binennvielen en veel rijke burgers naar Italië vluchtten en namen daarbij hun klassieke idealen en denkbeelden mee. Zo ontstond een herleving van de klassieke Oudheid doordat kunstenaars beelden of gebouwen in de stijl van de Oudheid, het ergfoed, gingen maken. De kunst beleefde een renaissance: een werdergeboorte. Deze begon in Italië al in de dertiende eeuw. Maar er was ook een verschil: de gezichten op de kunstwerken waren niet meer zo streng en ernstig, maar hadden individuele trekken en lieten emoties zien. Beroemdste renaissancekunstenaars zijn Michelangelo en Leonardi da Vinci.  Ze worden homo universalis, alleskunner, genoemd omdat ze zowel architect, beeldend kunstenaar als wetenschapper waren. In Italië was de stad Florence het centrum van de renaisancekunst.

Rome Migelangelo Fragment reatie van Adam

Michelangelo: fragment van de schepping van Adam in de Sixstijnse kapel

Humanisme

Door hernieuwd contact met het Midden-Oosten en met Arabische wetenschappers bloeide de belangstelling op voor andere verklaringen van de  werkelijkheid dan de bijbelse. Wetenschappers wilden net als in de Oudheid met hun verstand de verschijnselen in de wereld om hen heen verklaren. Deze nieuwe manier van verklaren is humanisme genoemd, omdat hierbij de mens centraal staat. Om klassieke bronnen goed te kunnen begrijpen moest met behalve Latijn ook Grieks kennen. De Nederlandse humanist Erasmus kende naast Latijn en Grieks ook Hebreeuws.  Hij wilde een verantwoorde wetenschappelijke vertaling van de bijbel maken. Hij ontdekte dat er in de Vulgaat, een Latijnse vertaling van Hebreeuwse en Griekse teksten, talloze taalfouten zaten. Klopten de kerkelijke regels dan nog wel? Erasmus zette zo de eerste stap op weg naar kerkhervorming.

Een nieuw mens-en wereldbeeld

Humanistsich onderzoek vernieuwde het geestelijke en godsdienstige mensbeeld. Middel hierbij was het experiment, want hoewel de klassieke theoreën de basis vormden, werden deze niet kritiekloos gevolgd. De arts Vesalius, lijfarts van Karel V, gebruikte menselijke lichamen, om conclusies te kunnen trekken

Ook het wereldbeeld verbeterde doordat cartograven zoals Mercator en Ortelius de nieuwe kennis van de ontdekkingsreizigers in beeld brachten op kaarten en globes. Daarnaast werd het overzicht van mensenrassen en dier- en plantsoorten completer. De studie over andere volkeneren legde de basis voor de antropologische wetenschap. Maar nog steeds zag de kerk het als een bedreiging omdat wetenschappers als Kepler en Gallilei in staat bleken de ideeën van Copernicus wetenschappelijk te onderbouwen waardoor de kerk vasthield aan de opvatting dat de aarde het middelpunt vormde van ons zonnenstelsel en niet de zon. De geleerden lieten zich daar niet door beïnvloeden en gingen hun eigen weg en legden de basis voor de Wetenschappelijke revolutie in de eeuw die zou volgen.

5.3 De kerkhervorming

Kenmerkend aspect

De protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.

De kern

Bij het ontstaan van de kerkhervorming speelde het humanisme een grote rol. Door de kritische vragen van de wetenschappers ontstond er twijfel aan de waarheden van de Kerk. Ook stoorden zich veel mensen aan de weelde en de slecht opgeleide lagere geestelijkheid. De Kerk reageerde met onderdrukking op de roep op hervorming, maar pakte ook door middel van de contra-reformatie ook de interne excessen aan. Maar de kerkhervorming markeerde toch het einde van de alleenheerschappij van de katholieke kerk.

Perspectief

Met het Oosters Schisma van 1054 was de christelijke kerk al in tweeën gedeeld. Door de hervorming raakte de christelijke Kerk nog meer verdeeld. Onverdraagzaamheid op religieus gebied heeft geleid tot onderdrukking en vele oorlogen in Europa. Bestudering van de kerkhervorming kan bijdragen aan wederzijds respect en begrip

Onderzoeksvraag

Waardoor ontstond de kerkhervorming en welke gevolgen had ze voor de religieuze en politieke situatie in Europa?

Een traditie van hervormingen

De invloed op het dagelijks leven in de Middeleeuwen door de Kerk was enorm. De Kerk bepaalde het ritme van het leven. Zij die van de kerkelijke leer afweken werden als ketters beoordeeld en vervolgd. Er waren  al eerder mensen geweest die aangaven terug te willen gaan naar de kern van het geloof.

In Engeland in de veertiende eeuw: John Wycliffe, die ervoor pleitte om de bijbel te nemen als enige bron van het geloof. Werd ter dood veroodeeld maar kon ontkomen

In Tsjechië was het John Hus die stelde dat niet de paus, maar alleen Christus aan het hoofd van de kerk stond, kritiseerde de verkoop van kerkelijke ambten, corruptie en aflatenhandel en pleitte net als Erasmus voor een Bijbel in de volkstaal. Hij werd terechtgesteld

In Zutphen, Zwolle, Deventer en Kampen was het Geert Grote (1340-1384),  die met zijn beweging Moderne Devotie streefde naar een eenvoudig en sober leven, met een diepe persoonlijke geloofsbeleving. 

De katholieke kerk rond 1500

In de Middeleeuwen was de Kerk oppermachtig. Zij die zich aan die macht wilden onttrekken werden als ketters beschouwd en uitgeroeid. Kloosterorden mochten alleen maar gesticht worden onder goedkeuring van de paus.

De paus was naast kerkelijk leider ook wereldlijk leider, vocht oorlogen uit en had veel politieke invloed. De paus leefde als een vorst, in een paleis en met een grote hofhouding. Dit stond ver af van de soberheid die het christendom verkondigde en leidde tot veel kritiek. Het lukte niet meer om de kritiek monddood te maken.

 Van hervorming naar kerksplitsing

Monnik Luther, die rechten en thologie had gestudeerd,liet zich inspireren door de opvattingen avn Wycliffe, Hus en Erasmus. Hij  publiceerde in 1517 zijn 95 stellingen, tegen misstanden in de Kerk. Zijn ideeën werden door de pas uitgevonden drukpers snel verspreid. Hij richtte zich vooral tegen de aflatenhandel, de luxe van kerkgebouwen en het wereldlijke leven van de geestelijkheid. Net als Eurasmus had hij veel kritiek op de lage opleiding van de priesters.  Erasmus is de katholieke kerk trouw gebleven en hij wilde dat zijn kritiek zou leiden tot interne verbetering van de kerk

Luther wilde door hervorming of reformatie de fouten herstellen.

Hij zette in op drie ideeën:

* De mens kan alleen door Gods genade worden gered.

* De mens kan alleen door geloof tot God komen.

* De mens was alleen aan God verantwoording schuldig.

Hij wilde de rol van de priester kleiner maken en de bijbel vertalen in de volkstaal. Hij bekritiseerde de rituelen en tradities van de joden en keerde zich in een pamflet uit 1543 tegen hen. 

De paus was het natuurlijk niet met Luther eens en beschouwde hem als een ketter. en begon in 1518 een ketterproces tegen hem.  Hij deed hem in de kerkelijke ban. 

Maatschappelijke gevolgen

Karel V steunde de paus omdat hij de eenheid in zijn rijk wilde bewaren. Luther werd echter gesteund doorverschillende vorsten in het Duitse Rijk. Oorspronkelijk bedoeld als kerkhervorming leidde de hervorming tot een kerksplitsing. In Duitsland leidde dat in 1524 tot de boerenoorlog waarbij boeren en lage adel eisten dat de vrijheden die hen waren afgenomen door de vorsten, werden hersteld. Maar Luther steunde de opstandelingen niet: hij vond dat het volk in geloofszaken moest luisteren naar zijn vorst.

Steeds meer steden en vorsten in het Duitse Rijk gingen over tot het lutheranisme. Maar er speelden ook minder nobele motieven een rol namelijk de bezittingen van de Kerk. Er ontstond een oorlog tussen de lutherse vorsten en de katholieke vorsten. In 1555 kwam op initiatief van Karels broer Ferdinand de Augsburgse Religievrede tot stand. Daarbij werd het protestantisme en het rooms-katholicisme gelijkberechtigd. Karel V beschouwde dat als een persoonlijke nederlaag en trad af als keizer.

 Calvijn verschilt van Luther

In Frankrijk kregen de ideeën van Calvijn veel aanhang. Calvijn ging uit van de predestinatieleer: al voor de geboorte staat vast of iemand na zijn dood in de hemel zal komen. 

Calvijns ideeën:

* De taak van de geestelijke is die van de leraar.

* In een kerkgebouw mocht niets de gelovige afleiden.

* Hij stelde regels op voor een nieuwe kerkorganisatie.

* Stelde een gemeenschapeplijke vergadering van vertegenwoordigers van kerkgementen in.

* Schafte de paus af.

* Het volk mocht een vorst, als deze zich niet hield aanGods regels, afzetten. Het is vooral deze opvatting waarop de Nederlanders zich baseerden, dat men in opstand mocht komen tegen Filips II.

In Frankrijk worden de aanhangers van Calvijn Hugenoten genoemd. Na een voortdurende strijd werd in 1598 het Edict van Nantes afgekondigd. Daarbij kreeg elke Fransman het recht op gewetensvrijheid. De Hugenoten mochten godsdienstoefeningen houden en kregen volledige burgerrechten.

Rooms-katholieke reactie

De katholieke kerk nam een aantal maatregelen, die we de contra-reformatie zijn gaan noemen.

* Het concilie van Trente(1545-1563) bevestigde het absolute gezag van de paus.

* De Vulgaat, de Latijnse Bijbelvertaling, bleef de officiële Bijbel.

* Alle tradities bleven bestaan

* De priesteropleiding werd verbeterd. Er werden hogere eisen gesteld aan de bekwaamheid en kennis. 

* Men bleef hard optreden tegen hervormers door middel van de Inquisite, de kerkelijke rechtbank.

* Oprichting pauselijke orde van de jezuïten.

5.4. Uit de Opstand een Republiek geboren

De Kern 

Het conflict in de Nederlanden, dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

unificatie

De opstand van de zeventien gewesten leidde tot het ontstaan van de Republiek. Religeuze en politieke problemen leidden tot een opstand tegen de soevereine vorst Filips II. Zijn centralisatie-en uniformeringspolitiek zorgden voor spanningen. De strijd tegen de Spanjaarden was een strijd voor het behoud van oude privileges (particularisme) en bestuurlijke macht, maar ook van religeuze tolerantie. Een samenloop van omstandigheden gaf de zeven gewesten een bestuursvorm die in de zeventiende eeuw een uitzondering was: een republiek. Binnen de Republiek zou er een spanning blijven bestaan tussen het centrale landsbestuur en de gewesten.

Perspectief

Door oorlog en opstanden kunnen er nieuwe staten ontstaan of kan de staatsinrichting van een land veranderen. Voorbeelden daarvan de ontwikkelingen in Oost-Europa, na de val van het communisme, en de ontwikkelingen in de Arabische landen. Mag de internationale gemeenschap ingrijpen om het proces of herstel van democrtaie te bevorderen?

De Opstand die leidde tot de Republiek ging over godsdienstvrijheid, over bestuurlijke macht en de keuze tussen koninkrijk of republiek. Men zoch naar een manier van samenleven die alle inwoners recht zou doen. De VS zouden later de Republiek als voorbeeld nemen.

Onderzoeksvraag

Welke bestuurlijke, godsdienstige en economische oorzaken waren bij de Opstand in de Nederlanden het belangrijkst, en wat waren de gevolgen?

Het rijk van Karel V

In 1492 was de Reconquista voltooid. Ferdinand en Isabella konden nu geld besteden om de ontdekkingsreizen te financieren. De kleinzoon van Ferdinand en Isabella zou door de Spaanse ontdekkingsreizen een enorm rijk erven. Karel werd in 1500 te Gent geboren. In 1515 werd hij heer der Nederlanden, een jaar later koning van Spanje en in 1519 werd hij tot keizer gekozen van het Heilige Roomse Rijk.Karel V beschouwde het als zijn taak om het christendom te verdedigen tegen vijanden van zowel buiten als binnen zijn rijk. De religieuze tegenstellingen bedreigden de toch al zwakke eenheid in Karels gebieden. Karel koos ervoor het katholocisme te beschermen, omdat dit in zijn rijk de bindende factor was.

Nederlanden: eenheid en centralisatie

Nadat Karel erin was geslaagd de Nerderlanden in bezit te krijgen maakte hij de zeventien gewesten los van het heilige Roomse Rijk. De gewesten hadden daarin een 'Kreits 'gevormd - de aanduideing van eengroep nationale staten - namelijk de 'Bourgondische Kreits'of 'Bourgondische Kring'. Karel trachtte van de zeventien gewesten van de Nederlanden een eenheid te maken, doro het bestuur te centraliseren, de oude privileges op te heffen en in alle gewesten dezelfde regels te laten gelden. 

Karel V wilde de Nederlanden centraal vanuit Brussel besturen. Hij vond dat voor alle gewesten dezelfde regels moesten gaan gelden. Hij schiep drie raden:

  • Raad van Financiën: hierin bereidden edelen en juristen de beden(een soort belastingen) aan de Staten-Generaal voor; verder zorgde de raad voor een efficiënte belastinginning.

  • De Geheime Raad stelde nieuwe centrale wetten en regels op;

  • De Raad van State: hierin zetelden edelen en juristen die politieke adviezen gaven. 

Bij benoemingen voor bestuurlijke functies kregen geschoolde juristen de voorkeur boven edelen: kwaliteit ging boven afkomst. In elk gewest stelde hij een stadhouder aan die de contactpersoon was tussen de landsheer en het gebied. Elk gewest kende Gewestelijke Staten. Hierin overlegden de edelen en stadbestuurders van een gewest, in enkele gewesten ook geestelijken. In de Staten-Generaal bespraken gewestelijke vertegenwoordigers Karels beden. 

Net als in het Duitse Rijk eiste Karel V dat zijn onderdanen katholiek waren en bleven. Hij vaardigde in 1550 een Plakkaat uit tegen hervormingsgezinden. Het plakkat werd al snel Bloedplakkaat genoemd door de strenge maatregelen tegen ketters. Daarnaast was er sprake van corruptie van ambtenaren en de voortdurende oorlogen kostten Karel veel geld. Zijn slechte gezondheid - hij had jicht en maagproblemen deden Karel uiteindelijk mede beslissen in 1555 zijn ambt neer te leggenn. 

Groeiend verzet

Filips II, die zijn vader in 1555 opvolgde, zette de politiek van zijn vader voort. Toen hij in 1559 naar Madrid vertrok, heersten er in de Nederlanden grote religieuze en bestuurlijke spanningen omdat de steden en gewesten wilden vasthouden aan hun privileges. De landvoogdes Margaretha van Parma luisterde alleen naar haar adviseur Granvelle en passeerde daarmee de hoge edelen in de Raad van State, zoals bij de inrichting van de nieuwe bisdommen.De drie hoogste edelen, Ornaje, Egmont en Hoorne verenigden zich in de  'Liga der Groten' en eisten dat Granvelle zou opstappen. 

Ook onder de lage adel groeide het verzet. Maar ook onder het gewone volk groeide de opstandigheid door de toenemende slechte economische omstandigheden (steeds hogere belastingen en gedeeltelijke mislukking van oogsten)

brandstapel ongelovigen

Aantallen protestanten die tussen 1559 en 1566 als ketters geëxecuteerd zijn in de Vlaamse steden Antwerpen, Brugge, Doornik, Duinkerken, Gent Hondschoote, Ieper, Kassel, Kortrijk, Oudenaarde, Rijsel, Ronse, St-Winoksbergen, Veurne en Wervik (Bron: De wording van Europa: de kracht van het geloof)

De felle kettervervolgingen leidden in 1566 tot het Smeekschrift der Edelen, waarin ze Margaretha van Parma vroegen de ketters minder hard aan te pakken, het Bloedplakkaat buiten werking te stellen en d einquisitie op te heffen en met de Saten-Generaal te gaan praten over de financiële en godsdienstige problemen. Margaretha gaf toe aan het verzoek van de edelen. Maar Philips besliste anders: de ketterij moest worden onderdrukt. 

Hagepreken en Beeldenstorm

Opgezweept door de hagepreken drongen hervormers in 1566 kerken en kloosters binnen en vernielden alle religieuze versieringen.

beeldenstorm

Filips vond het optreden van Margaretha van Parma te zwak. Hij verving haar in 1567 door de hertog van Alva. Deze stelde de Raad van Beroerten in, om de aanstichters van de Beeldenstrom te straffen. 1.100 mensen werden ter dood veroordeeld en 9.000 mensen werden verbannen. De meeste, zo'n 60.000 mensen vluchtten weg uit de Nederlanden. De onrust nam nog toe toen Alva de tiende penning instelde, een belasting van 10 procent, bestemd voor de soldij van de Spaanse soldaten.

Willem van Oranje

Willem was luthers, werd door Karel de V naar het hof in Brussel gehaald voor zijn opleiding en eiste dat Willem katholiek zou worden opgevoed, ter voorbereiding op zijn bestuurlijke taken. De verhouding tussen Filips II en Willem van Oranje, werd na diens ambstaanvaarding steeds slechter, karaterologisch waren ze erg verschillend. Na de aanbieding van het Smeekschrift stelde Willem zich gematigd op en herstelde na de Beeldenstrom in Antwerpen de godsvrede. Filips II en Alva keurden dat echter af. De Bloedraad veroordeelde Willem bij verstek en hij verloor al zijn bezittingen

Willem van Oranje verzette zich tegen de maatregelen van Alva en stak met een huurlingenleger, gefinancierd door hemzelf en een aantal gevluchte protestanten,  de Maas over om het hart van Nederland te bevrijden. Zijn broers deden dat met huurlingen bij Heiligerlee. De acties leverden niets op uit angst voor Alava's leger durfde geen enkele stad haar poorten te openen. Uit geldgebrek moest Willem van Oranje zijn leger van huursoldaten ontbinden. Pas 4 jaar later, in 1572 kwam er door de Watergeuzen, door de inname van Den Briel een wending in de strijd. Vlissingen, Enhuizen en Dordrecht zouden volgen. Het werd een politieke opstand toen de Staten van Holland te Dordrecht bijeen kwamen. Dit mocht eigenlijk alleen op verzoek van de koning. De Staten besloten dat het gereformeerde geloof de officiële godsdienst zou zijn in de Nederlanden en stelden Willem als stadhouder van Holland en Zeeland aan.

 

opstand

De Spaanse machthebber reageerde met een militaire tegenactie. Eerst succesvol Mechelen, Zutphen en Naarden werden veroverd, Haarlem en Alkmaar werden belegerd, maar na de mislukte belegering van Alkmaar (1573) trok het Spaanse leger zich steeds verder terug uit Holland, na het mislukte beleg van Leiden. Alva's poging om rust en orde te creëren, leek mislukt.

Omdat Spaanse militairen hun soldij (loon) niet kregen gingen ze over tot muiterijen en plunderingen (Spaanse Furie). Het kostte zo'n 7.000 Antwerpenaren het leven. In reactie kwam in Gent de Staten-Generaal bijeen. In de Pacificatie van Gent (1576) besloten de gewesten gezamenlijk op te trekken tegen de Spanjaarden en zou er in de Nederlanden godsdienstvrede gelden. 

Ontstaan van de Noordelijke Republiek 

dutch revolt

Enkele zuidelijke gewesten kozen toch weer de kant van Filips II en sloten zich aaneen in de Unie van Atrecht. De opstandige noordelijke gewesten vormden in 1579 de Unie van Utrecht. Men sprak af dat niemand in de Unie zou worden vervolgd vanwege zijn geloof. In de praktijk betekende dit dat het calvinisme de bevoorrechte kerk werd en alleen leden en vrienden van de gereformeerde kerk ambten konden bekleden. Elk gewest behield de eigen rechten, privileges en bestuur. Men werkte financieel samen en er kwam één gezamenlijk leger. Uit de Unie van Utrecht zou later de Republiek der Zeven Nederlanden ontstaan.

Filips afgezet, Willem vermoord

Filips deed Willem van Ornaje in de ban en zette een prijs op zijn hoofd. Willem verdedigde de Opstand met zijn Apologie in 1580. Daaruit bleek dat hij de opvatting van Calvijn volgde dat als een vorst zich niet goed voor zijn 'kinderen' inzette, deze op zoek mochten gaan naar een andere vader. In 1581 zette de Saten-Genraal Filips af als vorst af door middel van de Acte van Verlatinghe. In 1584 werd Willem van Oranje door Baltasar Gerards vermoord. Na de dood van Willem van Ornaje zocht men vergeefs naar een nieuwe leider. In 1587 besloten de Staten-Generaal het Bestuur zelf te regelen en de Zeven Verenigde Nederlanden werden een Republiek. Uniek in Europa. De oorlog eindigde in 1648 met de Vrede van Münster, waarbij Spanje de onafhankelijkheid bevestigde. 

Zie verder Hoofdstuk 6: VWO Feniks 2e fase Hoofdstuk 6 2e dr