We hebben 208 gasten online

VWO Begrippen Feniks 2e fase Hoofdstuk 2 2e dr Overzicht gs

Gepost in Tweede Fase 2e druk Overzicht gs

Aristocratie

In een aristocratie is de adel de baas. Aristocratie is ook een ander woord voor adel.

Burgerschap

Het feit dat je burger bent met alle politieke en maatschappelijke rechten die daar bij horen.

Christendom

Monotheïstisch godsdienst, gesticht door de aanhangers van Jezus Christus. Het christendom is ontstaan uit het Jodendom.

Democratie

In een democratie is het volk de baas. iedereen kan meebeslissen over het bestuur van de samenleving, via een volksvergadering of parlement.

Directe democratie

Wijze van besturen waarbij de bevolking bij het nemen van bestuurlijke besluiten zelf naar de volksvergadering gaat en zelf mag stemmen.

Filosoof

 

Een filosoof denkt na over vragen waarop je niet meteen een vaststaand antwoord kunt geven en probeert zo de wereld om hen heen te verklaren.

Hellenisme

De periode van ca. 300-30 v. Chr. waarin de Griekse cultuur werd verspreid over het hele gebied dat Alexander had veroverd.

Imperium

Een groot rijk onder de macht van een keizer of van één volk. Met het Imperium Romanum werd in de Oudheid het Romeinse Rijk bedoeld.

Jodendom

De oudste monotheïstische  godsdienst. Uit het Jodendom is het christendom voortgekomen.

Klassiek

De manier van uitbeelden (de 'vormentaal') van de Grieken in de periode tussen 480 en ca. 330 v. Chr., die vanaf de tweede eeuw voor Chr. als klassiek werd beschouwd, dat wil zeggen als voorbeeld van blijvende waarde. De cultuur van de Grieken en Romeinen noemen we de klassieke cultuur.

Klassieke Oudheid

Vaakgebruikte term in plaats van alleen 'Oudheid', wanneer wordt bedoeld dat die periode een belangrijk voorbeeld was voor later. Met 'klassieke periode' wordt meestal de Griekse bloeitijd in de vijfde en vierde eeuw voor Chr. aangeduid.

Monotheïsme

Een religie met één god. Niet als oppergod maar als enige god.

Oligarchie

In een oligarchie is een kleine groep rijke mensen de baas in de samenleving.

Politiek

Oorspronkelijk: het leven als actief burger in een polis/stadstaat. later betekent het: de manier waarop een stad, streek of land wordt bestuurd.

Republiek

In tegenstelling tot een monarchie(met erfelijke alleenheerschappij) worden in een republiek telkens nieuwe leiders gekozen en wordt de macht gedeeld.

Romanisering

Het overnemen van (delen van) de cultuur van de Romeinen.

Staatsgodsdienst

De Godsdienst die van het staatsbestuur de voorkeur krijgt en die door de staat wordt beschermd.

Stadstaat

Zelfstandige staat die bestaat uit een stad met het omliggende gebied. Het Griekse woord voor stadstaat is polis, meervoud poleis.

Volksverhuizingen

De periode tussen ca. 375 en 600 waarin het Romeinse Rijk onder druk stond en het West-Romeinse Rijk uiteenviel door grote verplaatsingen van Germaanse en andere volken.

Wetenschap

Wetenschap baseert theorieën op experimenten, waarneming en het gebruik van het verstand.