We hebben 382 gasten online

VWO Begrippen Feniks 2e fase Hoofdstuk 8 2e dr Overzicht gs

Gepost in Tweede Fase 2e druk Overzicht gs

Bourgeoisie

Welgestelde burgers, vaak mensen die de politieke macht en de productiemiddelen bezaten.

Censuskiesrecht

Kiesrecht dat alleen geldt voor mensen (mannen) die een bepaald minimumbedrag aan belastingen betalen.

Communisme

Politieke stroming die door middel van een revolutie alle kapitaal en productiemiddelen (machines en grondstoffen) in handen van de gemeenschap wil brengen. Hoofddoel is het realiseren van een klasseloze samenleving waarin iedereen volledig gelijk is. Ook wel marxisme genoemd.

Confessionalisme

Stroming waarvan de aanhangers hun politieke en maatschappelijke opvattingen afleiden van hun geloof.

Constitutionele Monarchie

Koninkrijk waarin de macht van de vorst is vastgelegd in een grondwet. Nederland heeft deze staatsvorm sinds 1813.

Democratisering

Streven van groepen naar meer inspraak in de politiek door het verwerven van actief en passief kiesrecht.

Districtenstelsel

Kiesstelsel waarbij het land is opgedeeld in districten en elk district één zetel in het parlement heeft en daarvoor een vertegenwoordiger mag kiezen.

Emancipatiebeweging

Maatschappelijke groepering die zich inzet voor gelijke (politieke)rechten voor een bepaalde groep. In d e negentiende eeuw waren dat arbeiders, vrouwen en confessionelen. 

Evenredige vertegenwoordiging

Kiesstelsel waarbij het aantal zetels dat een partij in het parlement heeft, een afspiegeling is van het aantal stemmen dat op die partij is uitgebracht.

Feminisme

In de 19e eeuw de politiek-maatschappelijke beweging die de achtergestelde positie van de vrouw wilde verbeteren door vrouwen kiesrecht te geven.

Huisnijverheid

Het aan huis maken van producten. Een ondernemer leverde hiervoor de grondstoffen en hulpmiddelen, en neemt d e eindproducten af.

Imperialisme

Streven van landen om hun macht te vergroten door andere gebieden te veroveren of er op andere wijze invloed op uit te oefenen.

Industriële revolutie

Overgang van een economie van vooral landbouw en (huis)nijverheid naar een economie waarin goederen vooral machinaal in fabrieken worden geproduceerd.

Industriële samenleving

Samenleving waarin de meeste mensen in fabrieken werken en in steden wonen.

Klassenstrijd

Term uit het Marxisme, de leer van Karl Marx. Het is de strijd tussen de bezittende klasse('het kapitaal') en de niet-bezittende klasse('het proletariaat').

Kolonisatie

In de negentiende eeuw het in bezit nemen van grote gebieden in Azië en Afrika door Europese landen, met het doel er economisch beter van te worden.

Liberalisme

De opvatting dat mensen volledig vrij moeten zijn en zelf verantwoordelijk zijn voor hun welzijn en maatschappelijke positie. Liberalen willen dat de overheid zich zo min mogelijk bemoeit met de economie.

Modern Imperialisme

Vanaf 1850 het streven van West-Europse landen naar het ebzit van koloniën. Deze dienden als leveranciers van grondstoffen en afzetmarkten voor industriële producten, als strategische steunpunten of om het prestige van de kolonisator te vergroten.

Nationalisme

Voorliefde voor de eigen natie; ook wel het streven van mensen van hetzelfde volk in een eigen soevereine staat samen te brengen.

Politieke stroming

Een groep mensen die dezelfde politieke overtuiging aanhangt, zonder dat zij een politieke partij vormen.

Proletariaat

Sociale groep die voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is voor de arbeidskracht die zij verkoopt.

Romantiek

Stroming in de eerste helft van de negentiende eeuw die zich afzet tegen het nationalisme en de eigen beleving en het gevoel op de eerste plaats zette.

Schoolstrijd

De strijd die tot 1917 gevoerd werd om de vrijheid en de financiering van het bijzonder onderwijs.

Sociaal-democraten

Politieke stroming die tot doel heeft via parlementaire weg de macht van de bezittende klasse te breken om daarna een samenleving op te bouwen op basis van volledige gelijkheid van alle mensen.

Sociale kwestie

Het vraagstuk van armoede en de slechte werk- en levensomstandigheden van de arbeidersklasse en de discussie over de integratie van de arbeiders in de samenleving.

Socialisme

Verzamelnaam van alle politieke stromingen die tot doel hebben de maatschappelijke ongelijkheid op te heffen en een samenleving op te bouwen op basis van volledige gelijkheid; het communisme en de sociaaldemocratie zijn twee varianten hiervan.

Urbanisatie

Het verschijnsel dat mensen in steden gaan wonen. In d enegentiende eeuw gebeurde dat massaal.