We hebben 198 gasten online

VWO Feniks 2e fase Hoofdstuk 7 2e dr Overzicht gs

Gepost in Tweede Fase 2e druk Overzicht gs

Hoofdstuk 7: Tijd van pruiken en revoluties

1700-1800

tijdvak 7

De salon

Marie Thèrése Geoffrin, vrouw van een rijke echtgenoot, stelde op een woensdagmiddag in 1755, als gastvrouw haar salon ter beschikking, om een toneelstuk te laten opvoeren van de verbannen filosoof Voltaire. Zij was niet de enige. Zo werden de belangrijkste vertegenwoordigers van de Verlichting uitgenodigd, om in informele bijeenkomsten, voor te dragen uit eigen werk, en over die ideeën kon daarna worden gediscussieerd.  In de achttiende eeuw verschoof het sociale leven van het hof naar de burgerij.

Oriëntatie op het tijdvak

De tijd van pruiken en revoluties , de achttiende eeuw, wordt ook wel de tijd van de Verlichting genoemd. Daar wilde men mee benadrukken dat wetenschappers en filosofen de mensheid uit de duisternis van onwetendheid en bijgeloof wilden halen. De Verlichting stamt uit deTijd van de ontdekkers en hervormers, de zestiende eeuw. Het rationele denken had in de Tijd van regenten en vorsten geleid tot een stormachtige ontwikkeling van de natuurwetenschappen en de filosofie. Die kritische houding, dat rationele denken leidde ertoe dat de Engelsman Locke(1632-1704), en de Fransen Charles de Montesquieu(1689-1755) en Jean-Jacquis Rousseau(1712-1788) verwachtten dat een kritische houding ten aanzien van de sociale verhoudingen zou leiden tot een rechtvaardiger bestuur en rechtspraak. Daardoor voelden de Franse koningen zich bedreigd en werd Voltaire uit Frankrijk verbannen en veel boeken konden alleen in het buitenland worden gedrukt.

In Nederland kreeg de achttiende eeuw de bijnaam pruikentijd. Rijke mensen, de regentenklasse, droegen bepoederde pruiken.

Het woord revolutie slaat zowel op de Verlichting als op de opstanden om de macht van de koning te breken en de sociale ongelijheid op te heffen. De verlichte opvattingen leidden tot democratische revoluties in de 13 Engelse koloniën in Amerika, waaruit de VS zou ontstaan. In de Republiek mislukte de opstand van de Patriotten tegen  de stadhouder maar in Frankrijk leidde het tot de Franse Revolutie in 1789 waarbij uiteindelijk de privileges van de adel en de geestelijkheid werden afgeschaft en de grondrechten van de burgers vastgeld. Het kostte koning Lodewijk XVI letterlijk 'de kop'.

Er waren eechter ook koningen die zich wel lieten beïnvloeden door de verlichtingsfilosofen zoals tsarina Chaterina II van Rusland( 1729-1796), Fredrik de Grote van Pruisen(1712-1786) en keizer Jozef II van Oostenrijk(1741-1790). Maar aantasting van hun macht stonden ze niet toe. We noemen hen verllchte despoten of spreken over verlicht absolutisme.

In de nieuw ontdekte gebieden ontstonden verstigingskolonies met een plantagesysteem waarvoor men slaven haalde uit Afrika. Zo ontstond de driehoekshandel: Europese handelsgoederen( textiel, wapens en drank) werden geruild voor slaven en deze werden vervolgens naar Amerika getransporteerd,(trans-atlantische slavenhandel) en vervolgens verkocht. Vanuit Amerika nam men dan weer allerlei opbrengsten van de plantages mee naar Europa.

7.1 De Verlichting

Kenmerkend aspect

Rationeel optimisme en 'verlicht denken' dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek en sociale verhoudingen.

De kern

De Franse koningen Lodewijk XV en XVI moesten niets van de kritiek op de standenmaatschappij en hun absolute macht hebben, maar hadden wel interesse voor de wetenschap.

 Frankrijk was niet in staat Engeland bij te benen op het gebied van handel en koloniën. In Frankrijk had de adel en de geestelijkheid privileges, omdat ze hoger stonden in de standenmaatschappij. Het waren de burgers en boeren die belasting betaalden. John Locke en Jean-Jacques Rousseau vonden dat de sociale verhoudingen onevenwichtig waren. Zij waren tegenstander van het 'droit devin' (godssoevereiniteit) de opvatting dat de macht van de koning van God afkomstig zou zijn. Zij vonden dat de bestuursmacht bij het volk moest liggen (volkssoevereiniteit). Ook Montesquieu beschreef in zijn 'de esprit des lois' dat het volk de wetgevende macht diende te bezitten, met als uitvoerende macht de koning en zijn ministers en de rechtsprekende macht moest onafhankelijk zijn. Drie driedeling van de macht noemen we: trias politica.

Perspectief

De verlichtingsfilosofen gaven de revolutionairen, op het einde van de achttiende eeuw, een alternatief voor het absolute koningschap. De ideeën over volkssoevereiniteit en trias politica vormen de basis van de huidige westerse democratieën.

Onderzoeksvraag

Welke kritiek hadden de verlichte denkers op de standenmaatschappij en op het absolute koningschap?

Ancien Régime

In Frankrijk heerste ontevredenheid over de standenmaatschappij (Ancien Regime). De adel en de geestelijkheid betaalden geen belasting en de bestuursbaantjes waren grotendeels in hun handen en en ze bezaten veel grond.  De belastingen moesten betaald worden door de derde stand: de burgerij en de boerenbevolking. De burgerij stond buitenspel in het landsbestuur en dan was er nog het probleem van de staatsfinanciën. De sociale verhoudingen kwamen onder druk te staan en vrijwel de hele derde stand was ontevreden. 

 Kritiek op de samenleving

Onder invloed van de wetenschappelijke revolutie ging men ook nadenken over de bestaande maatschappelijke verhoudingen. Door het rationalisme bekritiseerde een aantal denkers dan ook de kerk, waarin Voltaire vooropliep. En juist dat      konden de koningen niet gebruiken omdat hun macht daarmee werd aangetast. Het was Jean-Jaques  Rousseau die kritisch de macht van de koning onderzocht. In zijn boek 'Du contrat social' concludeerde hij niet alleen dat alle macht van het volk afkomstig is, maar ook dat alle mensen van nature gelijk zijn. 

Kritiek op het absolute koningschap

De Engelse filosoof John Locke (1632-1704) maakte duidelijk dat iedereen voor de wet gelijk was en dat die wetten dan ook niet geschonden mogen worden. In Engeland golden die regels al sinds de Glorius Revolution van 1688, die de absolute macht van de koning al aan banden had gelegd. Voor de Franse Verlichters gold dat als voorbeeld. Het was Montesqiueu die voor een trias politica koos, waarbij de macht in een staat in drieën werd verdeeld. Rousseau beschreef in zijn boek 'Du contract social' het idee van de Volkssoevereiniteit. Hij stelde dat de koning zijn macht niet van God maar van het volk had gekregen. De wil van de meerderheid is dus belangrijk. Godssoevereiniteit moest Volkssoevereiniteit worden.

Verspreiding van de verlichte ideeën

Deze vond plaats via de Encyclopédie van Diderot en d 'Alembert, via kritische toneelstukken, boeken, tijdschriften, salons, koffiehuizen en wetenschappelijke verenigingen.

7.2 Verlicht absolutisme

Kenmerkend aspect

Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

De Kern 

Een aantal verlichte despoten wilden daadwerkelijk de welvaart en welzijn van hun bevolking verbeteren en zagen de toepassing van verlichtingsideeën daarbij als een mogelijkheid. Feit was echter dat zij hun eigen macht daarbij niet wilden zien aangetast. Enkele verlichte despoten waren tsarina Chaterina II van Rusland( 1729-1796), Fredrik de Grote van Pruisen(1712-1786) en keizer Jozef II van Oostenrijk(1741-1790).

Perspectief

De verlichte vorsten zagen zichzelf als ideale vorsten, maar hij of zij bleef een alleenheerser. Om dit gevaar af te wenden, zien westerse landen de (parlementaire) democratie als de beste regeringsvorm. In grondwetten van de landen zijn de regels vastgelegd die voor iedereen gelden.

Onderzoeksvraag

Was het onder het Ancien Régime het verlicht absolutisme een goed alternatief voor het absolutisme?

Frederik de Grote en Voltaire

Frederik de Grote van Pruisen liet zich vooral inspireren door Voltaire en was dus een goede vertegenwoordiger van het verlicht absolutisme. Toen Voltiare uit Frankrijk werd verbannen, nodigde hij hem uit naar Potsdam en maakte hem lid van de Pruisische Academie van Wetenschappen. Voltaire verbleef drie jaar aan zijn hof, maar zijn uitbundige leefstijl leidde tot een verwijdering.

De opvattingen van beiden waren echter ten aanzien van de wijze van besturen niet zo verschillend. Beide vonden de gewone mensen te onwetend over staatszaken om ze daarover mee te laten beslissen. Hier goldt dus echt: 'Alles voor het volk, maar niet door het volk'.

Verlichting in de praktijk

Verdraagzaamheid ten opzichte van mensen met een ander geloof was een groot goed. Dan was dus heel anders dan onder koning Lodewijk XIV, die het Edict van Nantes had opgezegd. Het was Pruisen dat duizenden Hugenoten toen opving. Dat gaf een impuls aan de Pruisische economie. 

Ook stimuleerde  Frederik de Economie. Hij ondernam actie en liet moerassen droogleggen en zorgde er voor dat de aardappel bekendheid kreeg als volksvoedsel met grote voedingswaarde. 

Oorlog

pruisen 1740

Frederik was van mening dat een verlicht vorst geen oorlog moest voeren maar de praktijk veroverde hij Silezië. De opkomende mogendheden Pruisen en Oostenrijk streden in Midden-Europa al langer om de heerschappij. Toen in Oostenrijk Maria Therisia aan de macht kwam vroeg men zich af of een vrouw dat wel kon en zo ontstond er een oorlog om de rechten op de Oostenrijkse troon waarbij alle Euroepse grootmachten betrokken waren. Dit wordt de Oostenrijkse Successieoorlog genoemd (1740-1748). In de hieropvolgde Zevenjarige Oorlog (1756-1763) versloeg Pruisen Oostenrijk opnieuw en werd een mogendheid waar men niet meer omheen kon.

 7.3 Slavenhouders en abolitionisten

Kenmerkend aspect 

Uitbouw van de Euroepse overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

De kern

De Spaanse koloniën kregen steeds meer het karakter van plantagekoloniën. Er was een groot gebrek aan arbeidskrachten en slavenhandelaren speelden daarop in door uit Afrika slaven naar Amerika te transporteren. Toen naast Spanje, ook Engeland, Frankrijk en de Republiek Amerikaanse gebieden gingen veroveren, namen ze een deel van de slavenhandel en handel in Amerikaanse producten over. De trans-Atlantische slavenhandel, driehoekshandel, was zeer winstgevend. Men bracht producten naar Afrika, kocht daar slaven met behulp van plaatselijke slavenhandelaren en verkocht deze in Amerika. Daarna nam men Amerikaanse producten mee voor Europa.

De slavenhandel stond vanaf het begin ter discussie. Was die wel te verenigen met het christendom en de waardigheid van de mens? Tijdens de Verlichting werd die discussie feller en ontstond er een anti-slavernijbeweging, het abolitionisme. In de negentiende eeuw zou de slavenhandel en later de slavernij worden afgeschaft.

Perspectief

De opbrengsten van de mijnen en plantages waren vooral voor de Europese regeringen, handelscompagniën en bedrijven. Maar mocht een christen andere christenen bezitten? Onder invloed van de verlichtingsdenkbeelden, ieder mens is gelijk en dient vrij, te zijn laaiden de discussies fel op.

Onderzoeksvraag

Was de slavernij te verenigen met de verlichtingsprincipes van gelijkheid en vrijheid?

Plantagekoloniën en slavenhandel

De Spanjaarden hadden zich toegelegd op de landbouw en mijnbouw in de Amerikaanse gebieden. Toen in de zeventiende eeuw goud- en zilvermijnen uitgeput raakten, kregen de koloniën steeds meer het karakter van plantagekoloniën. Er werd suikerriet, tabak, katoen en koffie verbouwd. Toen in de zeventiende eeuw naast Spanje, ook Engeland, Frankrijk en de Republiek Amerikaanse gebieden gingen veroveren, gingen ze ook plantages exploiteren en namen ze een deel van de slavenhandel en handel in Amerikaanse producten over.

atlantic slave trade nederlandse slavenhandel

 De Republiek, de WIC,  had zo plantages in Brazilië (1630-1654) maar vanaf 1667 was voor de Republiek Suriname de belangrijkste plantagekolonie in Amerika. 

In Amerika bracht een slaaf ruim het drievoudige op van de inkoopsprijs in Afrika. Van de 12 miljoen slaven die naar Amerika werden verscheept werden er ruim 5% door de Republiek naar Amerika gebracht. Bijna 300.000 slaven werden in Suriname verkocht. Van het aantal slaven stierf 10 tot 15 procent tijdens de overtocht.

Slaven en plantages in Noord-Amerika.

 De plantages lagen vooral in de Engelse koloniën in het zuidoosten van Noord -Amerika. Omdat de teelt van tabak de grond had uitgeput, ontstond er aan het einde van de achttiende eeuw een crisis.

Maar toen Eli Whitney in 1793 de cotton gin uitvond, waarmee katoenzaden machinaal uit de plukken katoen konden worden gehaald werd er steeds meer overgegaan op de teelt van katoen. Door de groei van de textielindustrie in Engeland en in Noord-Amerika nam de vraag verder toe. Charliston in South Carolina, in 1769 een Engelse kolonie, had een slavenmarkt. Rondom Charleston lagen veel plantages.

Meningen over slavernij

Deze werden toch vooral bepaald door economische berekening en het denken over de waardigheid van de mens.. Zo waren de Spaanse missionarissen tegen de slavernij. In de Republiek was men tegen de Spaanse slavernij, maar toen de Republiek zelf een plantage-economie ging opzetten was daar niets meer van te merken. Hugo de Groot (1583-1645) legitimeerde de slavenhandel zelfs: het was gunstig voor de slaven, want slavernij was hét middel om krijgsgevangenen en misdadigers van de dood te redden.

Tijdens de Verlichting, met Voltaire en Montesquieu als verklaarde tegenstanders, werd de anti-slavernijbeweging steeds sterker. In 1787 werd in Groot-Brittannië de  'Vereniging voor de afschaffing van de slavenhandel' opgericht. William Wilberforce was een van de leiders van deze beweging die men abolitionisten is gaan noemen. 

In de VS zelf was de discussie over afschaffing van de slavernij niet eenvoudig. Zelfs Thomas Jefferson (1743-1826), mede-auteur van de Onafhankelijkheidsverklaring en minster van buitenlandse zakenrespectievelijk president kreeg er mee te maken. Hij erfde een goot landgoed, 2000 ha, van zijn familie, grootgrondbezitters, en liet daarop een groot landhuis bouwen  (Monticello). Zie afbeelding

monticello

Foto genomen tijdens mijn bezoek aan Monticello op 13 juli 2008. Zie verder http://www.monticello.org/

Jefferson liet de grond door honderden slaven bewerken en elke slaaf vertegenwoordigde een waarde van 800 dollars. Doordat zijn plantage tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog was geplunderd en omdat door een kredietcrisis zijn waardepapieren hun waarde hadden verloren, betekende een en ander dat Jefferson zijn slaven niet kon vrijlaten, omdat het zou leiden tot zijn faillisement. Economische realiteit won het dus van 'Al men are created equal'.

In het Noorden nam het aantal abolitionisten toe met William Lloyd Garrison als een van de bekendste woordvoerders. Telkens als er weer een staat in het noorden aan de Verenigde Staten werd toegevoegd, werd men in het zuiden bang dat het Congres zich zou uitspreken tegen de slavernij. Dit kon alleen voorkomen worden als er ook in het zuiden een staat werd erkend waar slavernij was toegestaan.

De strijd tegen de slavernij was een van de oorzaken van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). President Lincoln schafte in 1863 de slavernij af.  Het was echter Denemarken dat al in 1803 slavernij verbood. Groot-Brittannië deed dat in 1833, nadat het al de slavenhandel tussen het moederland, Afrika en de Britse koloniën had verboden. Frankrijk kwam met een definitief verbod in 1848. Nederland kwam pas op 1 juli 1863 met een definitief verbod, maar ze werden wel nog verplicht tien jaar onder staatstoezicht te blijven werken voor de voormalige eigenaren.

7.4 Democratische revoluties

Kenmerkend aspect

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

De kern

Lodewijk XIV was door geldproblemen gedwongen de Staten-Generaal bijeen te roepen in 1789. Toen bleek dat de derde stand geen vergroting van invloed tegemoet kon zien verlieten ze de Staten-Generaal en riepen zichzelf uit tot Grondwetgevende Vergadering. Deze legde de rechten van de mens vast, verminderde de macht van de koning, en legde dat vast in een grondwet, en regelde ook de inspraak van het volk op het bestuur. De privileges van de adel en geestelijkheid werden nietig verklaard. Zo maakte de Franse Revolutie een einde aan het Ancien Régime en de standenstaat.

De Republiek en de Verenigde Staten waren daarin Frankrijk al voorgegaan. In 1776 keerden de dertien Engelse koloniën zich tegen hun koning en na een Vrijheidsoorlog(1775-1783) kwam de Constitution tot stand, de eerste grondwet waar gelijkheid van mensen voorop stond. Er kwam een gekozen staatshoofd: een president. In de Republiek keerden de Patriottenbeweging (1781-1787) zich tegen de prinsgezinden onder leiding van Willem V. Met behulp van de Pruisische koning slaagde deze erin de Patriotten te verdrijven. Deze zochten hun toevlucht in Frankrijk en zouden pas terugkeren in het kielzog van de Franse Revolutionaire troepen in 1795. Toen ontstond de Bataafse Republiek en kon men de verlichte denkbeelden doorvoeren. We spreken over de Atlantische revoluties.

Perspectief

De democatische revoluties speelden een rol in het ontstaan van de democratie zoals wij die nu kennen. Maatschappelijke krachten kunnen echter bevochten sociale enpolitieke rechten weer teniet doen. Waakzaamheid voor de democratie blijft dus belangrijk.

Onderzoeksvraag

Welke oorzaken en welke maatschappelijke gevolgen hadden de Atlantische revoluties?

Dertien Brits koloniën

 1758 north america

Honderduizenden trokken in de zeventiende en achttiende eeuw naar de Oostkust van Noord-Amerika.

Redenen daarvoor waren:

* Het ontvluchten voor oorlogen en de dienstplicht,

* De te betalen zware belastingen;

* Godsdienstdwang,

* Privileges adel en geestelijken, 

* Een nieuw bestaan willen opbouwen.

De kolonisten kwamen uit alle lagen van de bevolking. In de Britse koloniën woonden rond 1750 1,5 miljoen mensen De kolonisten kozen zelf hun gemeentebesturen en parlementen. De Engelse koning George III (1738-1820) wilde terugkeren naar een absoluut koningschap. Koning George koos in de zevenjarige oorlog de zijde van Pruisen, terwijl Franrkijk de bondgenoot was van Oostenrijk. Er ontstond nu ook in Noord-Amerika een oorlog. Tussen 1754 en 1763 was Groot-Brittannië verwikkeld in een dure oorlog tegen de Fransen in Amerika. De Engelsen wonnen, maar tegen een hoge prijs. De nationale schuld bedroeg na afloop bijna 170 miljoen pond. De kosten van deze oorlog en van het beschermen van de koloniale grenzen zouden door de dertien koloniën moeten worden opgebracht. De belastingen werden fors verhoogd, maar dit stuitte op grote bezwaren van de kolonisten.

parliament20stamp20act2

Juist tijdens een economische crisis hieven de Engelsen belasting op suiker (Sugar Act) en op alle officiële documenten, karanten en tijdschriften moest belasting worden geheven (Stamp Act). De onvrede werd nog groter toen de regering verbood grondstoffen in de koloniën te verwerken, een duidelijke mercantilistische maatregel. Omdat de kolonisten daarop geen invloed konden uitoefenen, ze waren niet vertegenwoordigd in het Britse Parlement eisten ze: 'No Taxation without Represantation'.

De Amerikaanse Revolutie

In 1773 kwam de zaak tot uitbarsting toen de Britse regering bepaalde dat de kolonisten alleen thee mochten kopen van de Britse-oost-Indische Compagnie.

parliament20tea20act 1773

In Boston gooide men toen honderden kisten thee in zee en op deze zogenoemde 'Boston Tea Party' reageerden de Enegelsen met harde maatregelen. In 1775 kwam het tot een treffen waarbij het Britse leger in Boston op een menigte burgers schoot en er doden vielen.

 Foto's  genomen tijdens bezoek aan Boston juli 2012.

Op 4 juli 1976 werd de Onafhankelijkheidsverklaring aangenomen waaraan Thomas Jefferson (1743-1826), als verlicht denker, een groot aandeel aan leverde. De eerste democratische revolutie was daarmee een feit.

we the people

Tijdens de Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1775-1783) leidde George Washington(1732-1799) een geïmproviseerd leger, ondanks de overmacht van de Engelsen. 

 De Britse strategie was om de noordelijke koloniën van de zuidelijke te scheiden en ze een voor een te veroveren. Dat leek te slagen, maar:

  • De Britse bevelhebbers werkten onvoldoende samen;
  • De Amerikanen sloten een bondgenootschap met de Fransen, die zo een eigen redenen hadden om tegen de Britten te vechten.

De Britten richtten zich toen weer op het zuidelijke koloniën, aanvankelijk met succes. De Britten wisten echter hun sterke positie niet te handhaven. In 1781 vond bij Yorktown de beslissende slag plaats, die werd gewonnen door het Amerikaanse leger onder aanvoering van George Washington.

 In 1787 kwamen de Founding Fathers, afgevaardigden van de dertien onafhankelijke staten, bijeen in Philadelphia om een grondwet op te stellen. De VS werden een federatieve staat en een centraal bestuur. Ook werd de Trias Politica van Montesquieu ingevoerd. De uitvoerende macht kwam in handen van een president die voor 4 jaar werd gekozen. De wetgevende macht kwam in handen van het Congres, een parlement dat bestaat uit twee kamers: de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Het hoogste rechtelijke orgaan werd het Hooggerechtshof. Een uitgekeind systeem van 'cheks and balancis'. Dat moest nieuwe wetten toetsen aan de grondwet. De grondwet werd nog aangevuld met de Bill of Rights, waarin elke staatsburger principiële grondrechten werden gegarandeerd zoals vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, rechtsbescherming, recht van petitie en vrij wapenbezit. Deze grondrechten werden echter niet gegeven aan indianen en zwarten en deze kregen ook geen stemrecht.

Mislukte revolutie in de Republiek.

 Onder invloed van de Verlichting en de Amerikaanse Revolutie ontstond bij de bevolking het verlangen naar democratie. In 1781 somde een illegaal pamflet, 'Aan het volk van Nederland', alle wandaden op. Het was van de hand van Joan Derk van der Capellen tot den Pol. Hij probeerde de Republiek van binnenuit te hervormen.

 Onder het bewind van stadhouder Willem V (1751-1795) nam de kritiek op het bestuur toe:

  • Een onbekwaam bestuurder die zich alleen met zijn hobby's bezighield;
  • Verzamelde rondom zich een kliek van baantjesjagers en profiteurs;
  • Der handel verslechterde;
  • De Republiek verloor de vierde zeeoorlog tegen Engeland (1780-1784).

 Van der Pol werd de woordvoerder van de Patriotten. Deze bestond uit echte democraten en regenten die niets van Willem V moesten hebben.

De patriotten wensten:

  • Herstel van de oude glorie van de Republiek;
  • Vonden dat stadhouder Willem V en zijn kliek het land naar de ondergang voerde;
  • Ze vormden milities die openlijk schietoefeningen hielden om het gezag uit de dagen;
  • Verantwoordelijkheid in stadsbesturen. En dat lukte ook in een aantal steden.

 In 1787 bereikte de strijd tussen stadhouder Willem V en de Patriotten een hoogtepunt. Patriotten hadden in een aantal steden al de macht gegrepen. De stadhouder was Den Haag ontvlucht. De echtgenote van Willem V, Wilhelmina, was op weg naar Den Haag om de prinsgezinden te steunen. Te Goejanverwellesluis werd ze tegengehouden. Zij riep nu haar broer, de koning van Pruisen te hulp. Deze stuurde een leger. De patriotten vluchtten toen naar Frankrijk waar ze in het kielzog van de Franse Revolutie uiteindelijk in 1795 weer in ons land zouden terugkeren bij de oprichting van de Bataafse republiek. Maar Van der Capellen tot den Pol maakte dat niet meer mee. Hij overleed in 1784.

Oorzaken van de Franse Revolutie

 De genomen economische maatregelen van de Franse koning hadden geleid tot een groter verschil tussen arm en rijk, omdat vooral handelaren en ondernemers in de steden voordeel hadden van de stijgende prijzen. Daarnaast was de staatsschuld groot, de helft van de inkomsten was alleen al nodig voor de rentebetalingen. Het was de derde stand die de belasting betaalden. De adel en de geestelijkheid verzetten zich tegen de idee meer belasting te moeten gaan betalen en kregen van de rechters gelijk(die behartigden hun belangen)Het zou een aantasting van hun privileges zijn. Toen ook nog de graanoogsten in 1787 en 1788 mislukten moest er een oplossing komen. De koning riep de Staten-Generaal bijeen en dat was niet meer sinds 1615 gebeurd. De leden van de derde stand eisten gelijke belasting voor iedereen en een rechtvaardiger rechtssysteem. 

De Franse Revolutie

In de Staten-Generaal werd per stand gestemd, dus eiste de derde stand dat er hoofdelijk werd gestemd. Maar omdat de koning dat weigerde konden er geen veranderingen worden doorgevoerd. Daarop verlieten ze de Staten-Generaal en riepen zich uit tot Nationale Grondwetgevende Vergadering. Ze deden de belofte niet uit elkaar te gaan: 'De eed op de kaatsbaan',voor er een nieuwe grondwet zou zijn, waarmee de Franse Revolutie begon.

De revolutionairen verdeeld 

In de nieuwe grondwet werd het censuskiesrecht opgenomen waardoor ruim vier miljoen kiezers invloed kregen. De gematigde revolutionairen(de Feuillants), waren tevreden met de grondwet, maar de radicale revolutionairen, de Jacobijnen, wilden echter verder gaan. Ze wilden de koning afzetten en van Frankrijk een Republiek maken. Zij zagen dat de macht nog steeds niet bij het volk lag. Daarnaast was er sprake van werkloosheid en honger. Behalve deze twee groepen was er nog een middengroep: de Girondijnen. Zij widen de macht van de koning verder beperken, maar waren tevreden met de liberale wetten die het vrije ondernermerschap bevorderden.

De koning onthoofd

Lodewijk XVI probeerde de inperking van zijn macht tegen te gaan en werd daarbij gesteund door markies De Bouillé (deze had gevochten aan de kant van de kolonisten tegen de Engelsen in Noord-Amerika), had dus verlichte denkbeelden, maar steunde toch de koning. Europese vorsten waren bang dat de revolutie naar hun landen zou overslaan en zochten steun bij adel, kerk en andere koningen. Men organiseerde een vluchtpoging van Lodewijk XVI maar dat mislukte. Men beschuldigde hem van landverraad. Ook De Bouillé sloeg op de vlucht. De Jacobijnen grepen de macht, riepen de  Republiek uit en Lodewijk XVI werd in januari 1793 door middel van de guillotine onthoofd.

 Export van de revolutie.

De revolutionairen hadden een volksleger op de been gebracht en wilden ten strijde trekken voor het vaderland. Het bleek ook mogelijk in de veroverde gebieden de revolutionaire denkbeelden te realiseren. In 1795 viel het Franse revolutieleger de Republiek binnen, met in hun voetsporen de gevluchtte Patriotten. Stadhouder Willem V vluchtte naar Engeland. De Patriotten zagen nu hun kans schoon om hun idealen alsnog uit te voeren. De Bataafse Republiek werd uitgeroepen en vanaf dat moment werd ons land een eenheidsstaat. De oude gewesten werden vervangen door departementen, er kwam een grondwet, een parlement en een nieuwe rechtelijke indeling. Maar van onafhankelijkheid was geen sprake. De Frans bezetter eiste grote sommen geld van de Bataafse Republiek.

Terreur en Directoire

Onder leiding van Robespierre voerden de Jacobijnen bloedige zuiveringen door. De periode werd later ´De Terreur´(1793-1794) genoemd. Geen groep werd gespaard en uiteindelijk kwam zelfs Robespierre onder de guillotine terecht.  In 1795 kwam er een nieuwe grondwet die de wetgevende macht in handen gaf van de Raad van 500 en een Raad der Ouden. Het stemrecht werd ingeperkt. Een vijfkoppig bestuur, het Directoire, kreeg de verantwoordelijkheid over de uitvoerende macht. 

Napoleon Bonaparte

De bij het volk populaire generaal Napoleon Bonaparte maakt in 1799, met een staatsgreep, een einde aan de revolutionaire chaos in Frankrijk. Er ontstond een driehoofdig Consulaat met Napoleon als eerste consul. In 1802 liet hij zich tot consul voor het leven benoemen en in 1804 riep hij zichzelf uit als keizer van Frankrijk. 

Napoleon regeerde als een verlicht despoot. Hij liet grote openbare werken uitvoeren en voerde de Code Napoleon in, waardoor  er eenheid kwam in de rechtspraak op basis van het gelijkheidsbeginsel.

Napoleons Power 1810

In 1805 sloten Engeland, Rusland en Oostenrijk een bondgenootschap tegen Frankrijk, maar Frankrijk slaagde erin hen te verslaan. Veel gebieden werden bij Frankrijk gevoegd. Familileden van Napoleon werden daar op de troon gezet. Zo werd de Bataafse Republiek in 1806 'Koninkrijk Holland' onder Lodewijk Napoleon, de broer van Napoleon. Overal werden de revolutionaire wetten ingevoerd, de standen werden afgeschaft en de kerk had het meest te lijden. Vooral de gegoede burgerij profiteerde. Door de hoge belastingen en de Franse inmenging ontstond toch haat tegen de bezetter. 

Napoleon stelde tegen Groot-Brittannië het Continentale stelsel in waardoor de handel van Engeland met het vasteland werd geblokkeerd. Omdat de Tsaar van Rusland zich niet aan het Continentale Stelsel hield trok Napoleon ten strijdetegen hem. Het werd een grote mislukking. Slechts 10 procent van de soldaten overleefde het. In 1813 slaagden Oostenrijk, Pruisen en Engeland er in Napoleon in de Volkerenslag bij Leipzig te verslaan. In 1814 deed Napoleon afstand van de troon en werd naar het eiland Elba verbannen. In 1815 keerde hij toch terug maar in Waterloo werd hij definitief verslagen door de Britten en de Pruisen.

In 1815 tekenden de overwinnaars een nieuwe kaart van Europa tijdens het Congres van Wenen,

Europa vanaf 1815

en kwam de macht weer in handen van de oude Europese vorstenhoven. Men sprak van Restauratie. Toch zouden de vorsten nooit meer dezelfde macht krijgen omdat ze controle van volksvertegenwoordigingen moesten accepteren, waarin de burgerij een belangrijke positie had verworven. De positie van de adel en de kerk was definitief aangetast. In de rechtspraak bleef de Code Napoleon gelden, net als het metrieke stelsel en de ingevoerde Burgerlijke Stand.

 

Zie verder Hoofdstuk 8 VWO Feniks 2e Fase Hoofdstuk 8 2e dr