We hebben 131 gasten online

VWO Feniks 2e Fase Hoofdstuk 10 2e dr Overzicht gs

Gepost in Tweede Fase 2e druk Overzicht gs

Tijd van televisie en computer

1950-2000

tijdvak 10

Big Macs in Moskou

Met de opening van de eerste McDonald's op 31 januari 1990 in Moskou  zag men het bewijs dat het kapitalisme definitief het communisme had overwonnen. De ideologische koerswijziging van partijleider Michail Gorbatsjov vanaf 1985 had dat mogelijk gemaakt. Het vastgeroeste Sovjetsysteem moest worden geherstructureerd.Maar het proces dat hij in gang had gezet bleek niet in de hand te houden. In 1991 trad hij af en de Sovjet-Unie stortte ineen. Wat overbleef van de Sovjet-Unie ging onder de oude naam Rusland verder. In 2010 waren er 245 filialen van McDonald's in Rusland.

Oriëntatie op het tijdvak

De Verenigde Staten en de Sovjet-Unie waren na 1945 de nieuwe grootmachten. Tussen beide landen ontstond een kernwapenwedloop. In de Koude Oorlog was er een constante dreiging van een allesvernietigende atoomoorlog. In Europa lagen de invloedssferen vast maar in Afrika en Azië niet. In Azië werd de ideologische strijd met wapens uitgevochten in de Korea- en Vietnamoorlog.

Engeland en Frankrijk speelden geen rol meer op het wereldtoneel en zouden een groot deel van hun koloniën verliezen. Ook Portugal en Nederland verloren hun koloniën. De Tweede Wereldoorlog en de Japanse bezetting van landen in Azië had daar het latente nationalisme aangewakkerd. Na de Japanse capitulatie eisten al die volken zelfbestuur. De Afrikaanse koloniën zouden volgen, soms ook door gewapend in opstand te komen tegen het moederland. 

Frankrijk en Duitsland hadden drie maal tegen elkaar oorlog gevoerd, in 1870, 1914 en 1940. In 1950 besloten ze samen met andere Europese landen meer te gaan samenwerken. Die samenwerking werd de Europese Unie. De onverwachte val van het Ijzeren Gordijn in 1989 werd gezien als een overwinning van de westerse waarden vrijheid en democratie en maakte het mogelijk dat de Europese Unie werd uitgebreid met een aantal Oost-Europese landen.

De welvaart bereikte in de westerse landen een ongekend hoog peil. Dat leidde tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingen zoals de secularisatie, de verdere democratisering en de individualisering. West-Europese samenlevingen werden pluriformer, omdat grote groepen mensen uit de voormalige koloniën en uit andere niet-Europese landen zich er verstigden, op zoek naar veiligheid en een beter bestaan.

10.1 De Koude Oorlog:1945-1963

Kenmerkend aspect

De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.

De kern

De twee overgebleven grootmachten, de VS en de SU, stonden al snel op voet van oorlog met elkaar. De kapitalistische wereld tegenover de communistische wereld. Er ontstond een Koude Oorlog en een atoomwapenwedloop tussen de supermachten. Het 'Ijzeren Gordijn' gaf de grens aan tussen onderdrukking en vrijheid.

President Truman verklaarde in zijn Trumandoctrine dat de VS elk volk zou bijstaan die zich wilden verzetten tegen dictatuur of druk van buitenaf. Dat leidde tot de Korea- en Vietnamoorlog. Aan beide kanten ontstonden militaire bondgenootschappen. Enkele keren balanceerde de wereld op de rand van een nieuwe wereldoorlog, zoals tijdens de Cubacrisis. Pas in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw zou er ontspanning ontstaan tussen de twee machtsblokken.

 Perspectief

In de tweede helft van de twintigste eeuw leefden mensen in grote angst voor een atoomoorlog. De Koude oorlog bleef echter beperkt tot een aantal gewapende conflictern in landen buiten Europa. Wapenbeheersing en internationaal overleg zijn altijd nodig, ook om nieuwe gevaren te kunnen afwenden, zoals wanneer kernwapens in handen komen van agressieve regimes.

Onderzoeksvraag

Wat waren de oorzaken van de Koude Oorlog en hoe vormde deze een bedreiging voor de wereldvrede?

Kapitalisme en communisme

Al sinds de Russische Revolutie van 1917 voerden de westerse leiders en de leiders van de Sovjet-Unie hun beleid vanuit tegengestelde ideologieën. In het westen staat de vrijheid van het individu voorop. Dat is gebaseerd op de ideeën van de Verlichting en gepraktiseerd door de Franse Revolutie. Kenmerken zijn: democratische besluitvorming, meerparijenstelsel, rechtstreekse verkiezingen, vrije meningsuiting en kapitalisme. Mensenrechten zijn daarbij gewaarborgd.

De staatsideologie van de Sovjet-Unie was het communisme zoals Marx dat in de negentiende eeuw beschreven had. Maar Lenin vestigde de dictatuur van de Partij en tegenstanders werden genadeloos vervolgd door een geheime politie. In plaats van particulier eigendom maakte men een planeconomie met staatsbedrijven. De opvolger van Lenin, Stalin, regeerde als een tiran en miljoenen staatsvijanden werden vermoord of verdwenen voor onbepaalde tijd in de strafkampen.

 Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkten de twee landen samen om het fascisme te overwinnen. Na de overwinning op het fascisme kwamen de oude tegenstellingen weer naar voren. Wel werd er in internationale organisaties samengewerkt zoals in de opvolger van de Volkenbond, de Verenigde Naties, waar bijna alle landen lid van zijn. Doel ervan was en is oorlog voorkomen. Juist dat bleek een utopie. 

Machtstegenstelling

Na de overwinning op Duitsland ontstond er een conflict over de  heerschappij over Europa. De militaire aanwezigheid van de Sovjet-Unie in Oost-Europa was een feit. Als de VS zich uit Europa zou terugtrekken zou er een verstoring van het machtsevenwicht ontstaan. Dat bleek al op de conferentie van Jalta (februari 1945) waar de kwestie Polen tot grote onenigheid leidde. Binnen enkele jaren maakte Stalin van de Oost-Europese landen satellietstaten (afhankelijke landen). Samen met de Sovjet-Unie duiden we die landen aan als de Oostblokstaten. In feite wilde Stalin de westgrenzen van de Sovjet-Unie beschermen, want al twee maal was gebleken hoe kwetsbaar die waren. 

Het was Churchill die tijdens een rede in de VS sprak over het ontstaan van een 'IJzeren Gordijn', de scheidslijn tussen het Oost- en het Westblok. Door de toenemende spanningen sprak men al gauw over een Koude Oorlog. In 1949 bleek dat ook de Sovjet-Unie over atoomwapens beschikte en beide landen waren verwikkeld in een wapenwedloop. De angst dat er weer een wereldoorlog zou uitbreken, en nu met gebruik van atoomwapens, nam steeds weer toe. Men kon zelfs een bouwpakket voor een atoomschuilkelder kopen, voor in de eigen achtertuin. Zie afbeelding

 Velen besloten te emigreren naar landen die niet direct geconfronteerd zouden worden met een atoomoorlog.

Trumandoctrine en Marshallhulp

In de Trumandoctirne werd gesteld dat: ieder land dat zich bedreigd voelde, voortaan kon rekenen op de VS. Overal waar de Sovjet-Unie druk uitoefende zou tegendruk worden gegeven. Dit wordt containmentpolitiek genoemd, inperken van de machtsuitbreiding van de tegenstander. 

In 1947 kwam de VS met het hulpprogramma: het Marshallplan. Hiermee leende men aan landen geld om de economie weer op te bouwen. Dat deed men om twee redenen:

  • Europa zou zo minder kwetsbaar worden voor het communisme;
  • Europa werd zo een interessant afzetgebied voor Amerikaanse producten.

De Sovjet-Unie weigerde de hulp en verbood de satellietstaten er gebruik van te maken.

De Sovjetisering van Oost-Europa

 europa 1970

 legenda 1970

 In de door de Sovjet-Unie bezette satelietstaten moest men een zelfde systeem toepassen als in de Sovjet-Unie gebruikelijk was. Een maatschappelijke omwenteling in een planeconomie waarbij fabrieken staatseigendom waren, landbouwcollectivisatie werd doorgevoerd en van een vrije pers was geen sprake. Geheime diensten, zoals in de DDR de Stasi (Staatssicherheitsdienst), hielden de burgers scherp in de gaten. Net als in de Sovjet-Unie onder Stalin werden ook in de satelietstaten 'zuiveringen' doorgevoerd. Deze showprocessen hadden enkel tot doel het volk te intimideren.

De Duitse deling

Na de bijeenkomst op de Krim  kwam men in juli 1945 opnieuw bijeen in Potsdam.  Duitsland werd opgesplitst in vier bezettingszones, de stad Berlijn eveneens. Elke zone stond onder bestuur van een van de bezettingsmachten.

verdeling dtl

Al snel vielen het gezamenlijke bestuur over Duitsland uiteen. De drie westerse delen kregen Amerikaanse hulp terwijl de Russen hele fabrieken uit Oost-Duitsland weghaalden en naar de Sovjet-Unie overbrachten, als herstelbetaling. 

In 1948 besloten de drie westelijke bezettingsmachten een gemeenschappelijke munt, de D-mark, in te voeren. De Sovjet-Unie reageerde erop door een blokkade van Berlijn af te kondigen. West Berlijn kon nu niet meer over land worden bevoorraad. De VS begonnen toen met een luchtbrug om West Berlijn van de benodigde middelen te voorzien. De luchtbrug zou 11 maanden blijven bestaan. Kosten 2,3 miljard dollar. Uiteindelijk haalde Stalin bakzeil en hief in 1949 de blokkade op.

 In 1949 werd onder invloed van de Koude Oorlog de Noord Atlantsche Verdragsorganisatie (NAVO) opgericht, een militair bondgenootschap van de VS, Canada en een aantal Europse landen. De drie westelijke zones werden samengevoegd tot de Bundesrepublik Deutschlands (BRD), met een democratische grondwet. In de oostzone riepen de Russen de  Deutsche Demokratische Republik (DDR) uit. 

Toen in 1955 de Bondsrepubliek toetrad tot de NAVO, reageerde de Sovjet-Unie met de oprichting van het Warschaupact. Alle satelietstaten en Rusland waren er lid van.

Veel inwoners van Oost-Europa waren ontevreden over het gebrek aan persoonlijke vrijheid en over de toekomstmogelijkheden en zochten een mogelijkheid naar het westen te vluchten. Ruim 2,5 miljoen DDR-burgers vluchtten via West-Berlijn naar het westen. Door die migratie kwam het voortbestaan van de DDR in gevaar. Om de leegloop te stoppen werd er in Oost-Berlijn een muur gebouwd in 1961,waardoor niemand meer naar het westen kon vluchten, of bij de grens werd neergeschoten.  De Berlijnse muur werd het symbool van de Koude Oorlog. 

Chinese Revolutie en Koreaoorlog

De burgerooorlog, die in China was ontstaan in 1945, tussen de nationalisten van Chang Kai-shek en de communisten van Mao Zedong, eindigde in een overwinning van de communisten. De communisten riepen op het vasteland de Volsrepubliek China uit. Chang Kai-shek vluchtte naar Formosa (het huidige Taiwan) en richtte er Nationalistisch China op. Opnieuw was er sprake van uitbreiding van het communisme. De Koude Oorlog kreeg er dus een tweede 'front' bij. Men sprak over een 'Bamboegordijn'.

Het schiereiland Korea werd de eerste echte oorlogsconfrontatie tussen de communistische en kapitalistische wereld. Korea was sinds 1910 door Japan bezet. Na de Japanse capitulatie werd het schiereiland opgedeeld. Noord-Korea kwam onder de invloedssfeer van de Sovjet-Unie en Zuid-Korea onder de Amerikaanse invloedssfeer. Beide Korea's waren dictaturen, maar Noord-Korea werd een totalitaire dictatuur onder Kim il-Sung. 

In juni 1950 trokken troepen uit Noord-Korea de grens van Zuid-Korea over, de 38e breedtegraad en bezetten vrijwel geheel Zuid-Korea. In de VS voelde men de inval als een tweede Pearl Harbour. Truman besloot in te grijpen. Gesteund door een beslissing van de Veiligheidsraad, werd een VN leger naar Korea gestuurd.

koreaoorlog

 Dit leger slaagde erin de Koreanen uit het noorden terug te dringen, maar Mao kwam hen te hulp. In de VS gingen er stemmen op om de atoombom in te zetten, maar president Truman weigerde dat. Uiteindelijk werd in 1953 een wapenstilstand bereikt. Deze geldt nog steeds.

In China nam men het economische model van de Sovjet-Unie over. Op het platteland werd een landbouwcollectivisatie doorgevoerd. Alle handels- en industriële ondernemingen kregen een vijfjarenplan opgelegd, met nadruk op de zware industrie. Mao probeerde een eigen weg naar het communisme te vinden en voerde de Grote Sprong Voorwaarts in. Collectieve boerderijen werden samengevoegd tot 'volkscommunes', die zelfvoorzienend moesten zijn. Dit alles onder dwang. Het werd een grote mislukking en koste ongeveer 45 miljoen mensen het leven. In 1961 namen meer praktisch ingestelde communisten het roer van Mao over, maar Mao bleef partijleider en weigerde zijn fouten toe te geven.

De Cubacrisis

De leiders  van de beide grootmachten waren zich ervan bewust dat een atoomoorlog hen beiden kon treffen. Er was sprake van een 'balance of terror', een evenwicht door de afschrikkende werking van de kernwapens. In 1962 echter balanceerde de wereld op de rand van een atoomoorlog.

missile crisis

In 1959 was op het eiland Cuba, zie kaartje, Fidel Castro, een communistische guerillaleider, aan de macht gekomen via een staatsgreep. President Kennedy gaf in 1961 toestemming aan Cubaanse ballingen, een invasie uit te voeren in de Varkensbaai op Cuba. Deze invasie mislukte. De leider van de Sovjet-Unie Chroestjtsjov besloot in het geheim midden-lange afstandsraketten met kernkoppen op Cuba te instaleren. Deze raketinstallaties werden echter ontdekt op Amerikaanse spionagefoto's. Kennedy zag dit als verstoring van het machtsevenwicht en stelde een blokkade van Cuba in. De spanning liep hoog op, maar op het laatste moment bonden de Russen in. De raketten werden van Cuba gehaald, maar de Verenigde Staten moesten beloven Castro nooit te zullen aanvallen en ontmantelden later de eigen raketinstallaties in Navo-land Turkije.

Détente en ruimterace

Door de Cubacrsis realiseerden de twee supermachten zich dat een crisis moest worden vermeden. Ze kwamen een aantal zaken overeen:

* aanleg van een 'hotline' (directe telefoonverbinding) tussen Washington en Moskou.

* er kwam een akkoord op bovengrondse kernproeven.

* in de jaren zeventig werden grenzen gesteld aan het aantal raketten met kernwapens, dat een ieder mocht hebben. De zogenaamde Salt-akkoorden (Strategic Arms Limitation Talks).

Er was een situatie van ontspanning ontstaan, détente genoemd.

De onderlinge rivaliteit bleef wel bestaan en uitte zich op het gebied van sport handel, wetenschap en ontwikkelingshulp, maar kwam het sterkste naar voren in de ruimtevaart. De Russen lanceerden de eerste satelliet en stuurden als eerste een mens de ruimte in, Joeri Gagarin in 1961. Maar in de race, om de eerste mens op de maan te brengen slaagden de Amerikanen daarin. In 1969 was het Neil Armstrong die als eerste mens, op 20 juli 1969, voet op de maan zette.

10.2 Koloniën worden onafhankelijk

Kenmerkend aspect

De dekolonisatie die een eind maakt aan de westerse hegemonie in de wereld.

De kern

Vrij snel na de Tweede Wereldoorlog kwam er, in de voorheen niet zelfstandige staten, een onafhankelijkheidsproces op gang. De eerste grote kolonie was Brist-Indië. Het land werd gesplitst in twee staten: India en Pakistan. Ook Nederland kreeg daar in Nederlands-Indië mee te maken en in 1949 werd Indonesië onafhankelijk. De Franse gebieden in Indo-China en Algerije werden ook betrokken in de dekolonisatie. Rond 1960 waren veel koloniën in Afrika onafhankelijk. Maar deze landen in de derde wereld werden snel getroffen door etnische conflicten, armoede en onderontwikkeling.

Perspectief

De gevolgen van het kolonialisme zijn in veel Afrikaanse en Aziatische landen nog voelbaar. Vaak hebben ze een eenzijdige producteconomie, die ze kwetsbaar maakt. Ook de grenzen die door de koloniale machten dwars door woongebieden van stammen lopen zijn nu vaak oorzaak van grensconflicten en burgeroorlogen. De intergatie van voormalige bewoners uit de koloniën, die hun toekomst gezocht hebben in de westerse samenleving zorgt soms voor problemen.

Onderzoeksvraag

Wat zijn de oorzaken en de gevolgen van het proces van dekolonisatie dat na 1945 op gang kwam?

Inheems nationalisme

In de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog kwam er een einde aan de hegemonie van de Europese landen in Azië en Afrika.  Op de wereldkaart kwamen er 70 nieuwe landen bij door de dekolonisatie. De koloniën dienden als leverancier van grondstoffen en als afzetgebied van producten. Daarnaast wilde de Europeanen de bevolking de westerse beschaving bijbrengen: 'white man's burden'.

Voor het besturen van de koloniën had men echter de inheemse bevolking nodig. Vandaar dat men inlanders opleidde voor bestuursfuncties. Deze bestuursambtenaren kwamen zo in contact met westerse ideeën van vrijheid en gelijkheid, nationalisme en democratie. Ideeën die ze graag in praktijk wilden brengen. Het inheemse nationalisme groeide en het verlangen naar zelfbestuur werd sterker. 

Door de twee wereldoorlogen en de Koude oorlog zijn er nog drie andere oorzaken te noemen voor het toegenomen nationalisme:

1) In de Eerste Wereldoorlog lieten Frankrijk en Engeland bewoners van de koloniën meevechten in de loopgraven. Was dat de westerse beschaving?

2) De snelle militaire nederlagen van Britten, Fransen en Nederland tegen Japan maakten grote indruk en Japan omschreef het als een bevrijdingsoorlog op de kolonisten.

3) De Supermachten VS en de SU kregen het na de Tweede Wereldoorlog voor het zeggen. Ondanks hun tegenstellingen waren ze het eens over het feit dat het kolonialisme verwerpelijk was. De Verenigde Saten waren zelf ontstaan uit een vrijheidsoorlog en de Sovjet-Unie beschouwde het imperialisme als de laatste fase van het kapitalisme.

 Dekolonisatie van India en Pakistan

Brits-Indië was lange tijd de belangrijkste kolonie van Groot-Brittannië. Door het handelen van Mahatma Ghandi werd het land in 1947 onafhankelijk. Ghandi had vanaf 1920 geprotesteerd tegen de Britse overheersing en deed dat door geweldloos verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid. In 1930 organiseerde hij een mars tegen de zoutbelasting die de Britten hadden doorgevoerd. Ghandi werd vaak in de gevangenis gegooid. Ghandi's vertrouweling, Jawarhal Nehroe,voerde onderhandelingen met de Britten over onafahankelijkheid. Probleem was de diepe kloof tussen hindoes en moslims. Uiteindelijk werd Brits-Indië opgedeeld in twee landen: India en Pakistan. Ghandi zelf kwam om doordat een fanatieke hindoe een aanslag op hem pleegde. Nehroe zag zich na de onafhankelijkheid geconfronteerd met grote problemen zoals: overbevolking, welvaartsverschillen en etnische conflicten. Daarnaast waren er spanningen met China en speelde de kwestie Kasjmir een rol in conflicten met Pakistan.

 Nederland en de Republik Indonesia

De onafhankelijkheidsstrijd in Ned-Indië liep uit op een oorlog. Vrijwel direct nadat  Japan had gecapituleerd riepen Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid uit van Indonesië. Nederland beschouwde Soekarno als een oproerkraaier en hij werd als collaborateur afgeschilderd. De Nederlandse regering ging onderhandelen, maar stuurde tegelijkertijd een grote troepenmacht naar Ned-Indië. In twee zogenaamde 'politionele acties' in 1947 en 1948, werden de eilanden Java en Sumatra grotendeels onder controle gebracht en Soekarno werd gevangen genomen. Wederzijds maakte men zich schuldig aan wreedheden en oorlgsmisdaden. In december 1947 doodden Nederlandese militairen honderden burgers, meest vrouwen en kinderen, in het Javaanse dorp Rawagede. Pas in 2011 betuigde de Nederlandse regering spijt.

 Internationaal stond Nederland alleen en de Amerikanen kozen de kant van de nationalisten, waarbij een rol speelde dat men bang was dat Ned-Indië wel eens communistisch kon worden. De VS dreigde de Nederlandse regering met het stopzetten van de Marshallhulp. Uiteindelijk ging de Nederlandse regering akkoord met de soevereiniteitsoverdracht in 1949. Bij deze overdracht was niet Nieuw Guinea betrokken. De moeilijkheden over deze kwestie leidde in de jaren vijftig tot het verbreken van de poltieke betrekkingen en Nederlandse bezittingen werden genationaliseerd. Resterende Nederlanders en indo's werden tot ongewenst persoon verklaard en dienden Indonesië te verlaten. Dat lot betrof zo'n 300.000 personen. Nadat het tot een gewapend treffen was gekomen, werd Nieuw Guinea onder VN bestuur gebracht, om uiteindelijk na een volksstemming aan te sluiten bij Indonesië. 

Eerder al was een groep Zuid-Molukkers na Nederland gekomen(1951). Dat als gevolg van de politiek van Soekarno die zijn land tot een eenheidsstaat omvormde, waardoor de Republiek der Zuid-Molukken niet kon ontstaan. De Zuid-Molukkers hadden als soldaat dienst genomen in het koloniale leger (KNIL), voelden zich door Soekarno bedreigd en stelden Nederland verantwoordelijk voor hun veiligheid. Een uitspraak van een Nederlandse rechtbank gaf hun gelijk. Nederland besloot toen ze tijdelijk naar Nederland te laten komen. Dat liep wel even anders.

De dekolonisatie van Noord-Afrika

afrika 1914

 

 De Fransen en Britten zouden zich in de loop van de jaren vijftig en zestig uit vrijwel alle landen terugtrekken. Noord-Afrika liep in de ontwikkelingen voorop. Achtereenvolgens werden Egypte (1922), Libië (1956), Tunesië (1956) en Marokko (1956) onafhankelijk. Algerije's onafhankelijkheid werd door Frankrijk nog tegengehouden, omdat er een miljoen Franse kolonisten woonden. Er ontstond een Algerijnse oorlog die in 1962 uiteindelijk toch leidde tot de onafhankelijkheid, nadat Charles de Gaulle zelfbeschikking bespreekbaar maakte. Massaal verhuisden de kolonisten naar het moederland. Na Algerije werden de Franse kolonies Senegal en Ivoorkust ook onafhankelijk. Lybië was in 1951 onafhankelijk van Italië geworden.

Dertig jaar strijd in Vietnam 

 Na de capitulatie van Japan probeerde Frankrijk het gezag in Indo-China te herstellen. De nationalist en communist Ho Chi Minh riep in 1945 de onafhankelijke Democratische Republiek Vietnam uit. Er ontstond een gewapende strijd tegen de Viet Minh, dat onder leiding stond van Hi Chi Minh. Hoewel de VS tegen het imperialisme was, steunde het de Fransen omdat ze de Fransen als bondgenoot zagen tegen het communisme. Daar kwam bij dat China ook al in 1949 communistisch was geworden. Zo kwam deze koloniale oorlog in het teken te staan van de Koude Oorlog. De VS gingen uit van de dominopolitiek. Het ene na het andere land zou in handen vallen van het communisme. 

Maar de Fransen leden een grote militaire nederlaag bij Dien Bien Phu en begonnen in 1954 in Genève vredesonderhandelingen. In de Geneefse akkoorden werd voorlopig afgesproken dat Vietnam gesplitst zou worden in een communistisch Noord-Vietnam onder leiding van Ho Chi Min, boven de 17e breedtegraad, en dat  in het zuiden een pro-westers regime zou komen onder leiding van Diem, gesteund door de VS. Tot 1964 was er sprake van een guerillaoorlog tegen de Vietcong(Zuidvietnamese bevrijdingsorganisatie). Maar door het Golf van Tonkin incident (een Ameikaanse torpedobootjager zou zijn aangevallen door een Noord-Vietnamees marineschip) liet president Johnson in het Congres een resolutie aannemen, waardoor hij elke maatregel kon nemen die hij nodig achtte. Vanaf dat moment ontstond er een geregelde oorlog en op het hoogtepunt vochten er meer dan 500.000 Amerikanen in Vietnam. Toch slaagden de Amerikanen er niet in de oorlog naar hun hand te zetten en vanaf 1968 werd duidelijk dat er een andere oplossing moest worden gezocht. Ook door de steeds luidere protesten in eigen land, omdat de oorlog letterlijk op tv te zien was. De massamoord in My Lai schokte het thuisfront. De in 1969 aangetreden president Nixon besloot de oorlog te Vietnamiseren. Pas in 1973 zouden de vredesbesprekingen in Parijs tot een terugtrekking van alle Amerikaanse troepen leiden. Binnen twee jaar echter werd Zuid-Vietnam onder de voet gelopen en werd Vietnam een communistische staat. Drie miljoen Vietnamezen hadden het leven verloren en achtenvijftigduizend Amerikanen. Het trauma van een niet gewonnen oorlog, zou de Amerikanen lang achtervolgen.

Afrika

Naast de kapitalistische wereld en de communistische wereld, was er een groep van landen ontstaan die zich niet bij een van beide blokken wilden aansluiten, de derde wereldlanden genoemd.

De onafhankelijkheid van veel landen was echter schijn, omdat ze vaak economisch nog aan het moederland waren gebonden. Ook had men veel interne problemen, verschillend per land. In Nigeria en Rwanda leidde interne tegenstellingen tot uitbarstingen van geweld en genocide.

De Britse premier MacMillan erkende in de jaren zestig het recht van de Afrikanen op zelfbestuur. Ook de Fransen gingen daartoe over. Frankrijk zowel als Engeand creëerden vriendschapsbanden met de meeste van hun voormalige koloniën.

Het apartheidsbewind in Zuid-Afrika

 De regering van Zuid-Afrika (de Nationale Partij, nazaten van de Boeren, Nederlands sprekende kolonisten uit vroegere eeuwen) steunden MacMillan's pleidooi niet en had in 1948 een regime van apartheid ingevoerd, waarbij een samenhangend stelsel van segregatie werd doorgevoerd op grond van de huiskleur. Het stelsel van apartheid bevoordeelde de blanken in alle opzichten. Verzet tegen de apratheid werd bloedig neergeslagen. De leider van de zwarte nationalisten ging in 1962 voor tientallen jaren achter de tralies op beschuldiging van gewelddadige actievoering. Het kwam steeds vaker tot bloedige botsingen met de zwarte bevolking. Dat leidde in 1985 zelfs ertoe dat de noodtoestand werd uitgeroepen. Zuid-Afrika werd getroffen door boycots wegens de apartheidspolitiek.

De regering De Klerk besloot in 1990 tot een radicale koerswijziging. De partij van Mandela, het African National Congress (ANC) werd gelegaliseerd, Mandela werd vrijgelaten en op basis van een nieuwe grondwet uit 1994 werden er algemene verkiezingen gehouden, op basis van one man one vote. Mandela werd de eerste zwarte president van Afrika (1994-1999).

Burgeroorlog in Angola

In 1975 werden de Portugese koloniën Angola, Mozambique en Guinee onafhankelijk. In Angola waren drie guerillabewegingen actief die tegen de Portugezen hadden gevochten: de marxcistische MPLA en de westers georïenteerde FNLA en Unita. De vraag wie nu de macht moest krijgen leidde tot een langdurige burgeroorlog tussen de MPLA en de Unita(de FLNA was in Unita opgegaan). Na het vertrek van de Portugezen riep de MPLA de Volksrepubliek Angola uit en vestigde zich in de hoofdstad en belangrijkste havenstad Luanda. Unita probeerde vanuit de binnenlanden, daarbij gesteund door de VS en Zuid Afrika de MPLA te bestijden. Castro stuurde militairen en wapens naar Angola om de MPLA te steunen en Rusland wapens. Natuurlijk speelde ook de aanwezige grondstoffen een grote rol want Angola is rijk aan olie en diamanten. De strijd duurde 27 jaar en koste ongeveer een half miljoen mensen het leven. 

De politieke situatie werd in 1991 enigszins genormaliseerd omdat de MPLA andere partijen toestond. De MPLA bleef echter steeds de grootste partij. Het land is door zijn grondstoffen, er snel in geslaagd, een economische groei te realiseren. Maar er is nog steeds een groot verschil tussen arm en rijk.

 10.3 Europa:van verdeeld naar één

Kenmerkend aspect

De eenwording van Europa

De kern

In 1951 besloten zes landen Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxenburg hun kolen -en staalproductie onder gemeenschappeplijk beheer te plaatsen. Het was de start van de Europese integratie. Ruim zestig laar later bestaat de EU uit 28 lidstaten waarbij in 17 lidstaten een gemeenschappelijke munt wordt gebruikt. 

Na de val van de Berlijnse muur in 1989 en het verdwijnen van het Ijzeren Gordijn stortte het communisme in Midden- en Oost-Europa in. Een aantal vooormalige Oostbloklanden werden lid van de EU en de NAVO. Toch bestaat er onder de inwoners weerstand tegen de EU. Vooral de besluitvorming  vormt een doorn in het oog. Daarnaast bleken zwakkere economische landen hun verplichtingen niet na te komen.

Perspectief

Sinds de samenwerking in Europa is een deel van de macht van nationale regeringen verschoven naar het bestuur van de Europese Unie. De meeste Europeanen zijn er echter niet in geinteresseerd. De deelname aan Europese verkiezingen is laag. Ook storen mensen zich aan de bureaucratie of zijn tegen de komst van werknemers uit de oostbloklanden. Opkomend nationalisme verhindert verdere integratie.

Onderzoeksvraag

Door welke factoren is en wordt het proces van Europese integratie beïnvloed?

De Europese eenwording

eu map

 Kort na 1945 groeide in Europa het verlangen naar integratie. De voornaamste redenen daarvoor waren

  • om een verwoestende herhaling van de wereldoorlogen te voorkomen;
  • de herinnering aan de crisis van de jaren dertig, waar hoge tariefmuren de handel ernstig belemmerden;
  • de dreiging van het communisme

In 1951 werd de eerste stap gezet door de oprichting door Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux-landen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). In 1957 werd dat uitgebreid met het tot stand komen van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom: een samenwerkingsverband om op vreedzame manier kernenergie toe te passen. In 1967 werden EGKS, EEG en Euratom samengevoegd tot de Europese Gemeenschappen, later Europese Gemeenschap genoemd. Een en ander werd in het verdrag van Rome vastgelegd. Zie foto

verdrag van rome

Het bestuur werd gevormd door de Europese Commissie, die in Brussel zetelde. In de jaren zestig en zeventig waren de voornaamste doelen van de EG:

  • realiseren van een douane-unie: dus het afschaffen van tarieven aan de grenzen;
  • het ontwikkelen van een gemeenschappelijk landbouwbeleid. Daardoor kreeg men gegarandeerde prijzen. Maar het leidde ook tot agrarische overproductie en moest men veel moeite doen om de overschotten kwijt te raken(boter aan de SU).

 Uitbreidingen van de EG en EU

 eu enlargement

Frankrijk probeerde in de persoon van Charles de Gaulle een aantal keren te verhinderen dat Engeland lid zou worden van de EG,. Maar in 1973 lukte dat alsnog en werden in dat jaar ook Ierland en Denemarken lid. Zie voor de verdere toetredingen het kaartje.

Groot-Brittannië is tot op de dag van vandaag zeer kritisch met betreking tot het afgeven van bevoegdheden. En Margaret Thatcher keek zeer wantrouwig naar de innige samenwerking tussen Duitsland en Frankrijk. In Engeland verlangde men terug naar de tijd van 'splendid isolation', de eeuwen waarin de Britten zich bezighielden met hun overzees Imperium. Begin jaren '80 liep de integratie vast en sprak men van 'eurosclerose'. Maar ook dat werd overwonnen en rond 1994 lukte het alle tarieven en  douanerechten op te heffen. In 1985 kwam al het akkoord van Schengen tot stand, waarbij controle aan de binnengrenzen werd opgeheven.

In 1992 werd bij het verdrag van Maastricht de EG,  de Europese Unie. Dankzij de Euopese markt steeg het welvaartspeil in de lidstaten. Toch leeft de EU niet bij het grote publiek. Dat ligt ook aan de ondemocratische besluitvorming en in veel Europese landen ontstaan weer nationalistische bewegingen die niets van Europa willen hebben. In 2005 wezen enkele Europese landen, waaronder Nederland, het ontwerp van een Europese grondwet af. 

Invoering van de euro

In het verdrag van Maastricht(1992) werd afgesproken dat er een muteenheid zou worden ingevoerd, de euro. Op de topconferentie van Amsterdam(1997)werden de criteria bepaald, waaraan een land moest voldoen, om aan de euro mee te doen.

* maximaal 3% begrotingstekort

* een nationale schuld van hoogstens 60% van het bruto nationale product

* een lage inflatie

Bij de invoering van de euro in 2002 was men optimistisch over de monitaire eenwording. Zeventien landen traden tot de eurozone toe. Al snel bleken enkele landen, Griekenland en Italië het niet zo nauw te nemen met de begrotingsregels. Al snel deden andere anden dat ook niet meer. De gevolgen zijn bekend en we spreken tegenwoordig over de eurocrisis. Europese landen maken nu afspraken om die crisis het hoofd te bieden.

Volksopstanden in het Oostblok 

 Tot 1989 leefden de landen van het Oostblok onder de dictatuur van het communisme. Na de dood van Stalin in 1953 leek de invloed van de Sovjet-Unie aanvankelijk wat losser te worden. De destalinisatie werd doorgevoerd en jonge mensen kregen het idee dat alles soepeler zou worden. Maar toen men in Hongarije een wat onafhankelijker koers wilde gaan volgen, in 1956, grepen de Sovjets met geweld in, en de Hongaarse opstand liep uit op een bloedbad. Het Westen greep niet in, omdat een en ander binnen de Russische invloedssfeer gebeurde. De hervormingen in Tsjecho-Slowakije, het communisme met een menselijk gezicht, ook wel de Praagse lente genoemd, werd eveneens in 1968 met geweld onderdrukt. Breznjnew rechtvaardigde het optreden door de Breznjev-doctrine: daar waar een communistisch broederland van het rechte pad afdwaalt, hebben de andere communistische landen het recht 'broederlijke' hulp te verlenen.

 Perestrojka en glasnost

Met het aantreden van Ronald Reagan(1980) leek de wapenwedloop in een nieuwe fase te belanden. Hij lanceerde het Strategic Defense Initiative, beter kekend onder de naam ruimteschild of 'Star Wars'. Hiermee was de westerse wereld in staat vijandige raketten te onderscheppen. Maar de Russen konden de enorme kosten ervan, voor hun ruimteschild, niet betalen.

Gorbatsjov, in 1985 de leider van de Sovjet-Unie verklaarde dat er perestrojka moest komen, herstructurering van de economie, meer efficiency en eigen initiatief. Tegelijkertijd beloofde hij glasnost. Vrijheid van meningsuiting en dus geen perscensuur meer. 

In 1987 sloten de VS en de SU een akkoord over de middellangeafstandsraketten (INF-akkoord), waarmee een nieuwe wapenwedloop werd voorkomen. De bevolking in de Sovjet-Unie was ontevreden omdat de planeconomie, er was een groot tekort aan normale consumptieartikelen, niet functioneerde. Daarbij kwam dat een overgang naar een vrijemarkteconomie niet als vanzelf zou plaatsvinden.

 Val van het communisme

Deelrepublieken binnen de Sovjet-Unie en satelietstaten zagen nu de mogelijkheid, om de politiek van Gorbatsjov, zelf ook te gaan toepassen. Gorbatsjov kon hen niet tegenhouden. Militaire assisitentie zat er ook niet meer in, waardoor de Breznjev doctrine tot het verleden behoorde.

houd de deur dicht

In de loop van het jaar 1989 kwam er een kettingreactie op gang. In Polen was al in 1980 een vrije vakbond Solidariteit (Solidornosc) opgericht. Dit ondermijnde het gezag van de communistische partij. Zo zeer zelfs dat het leger ingreep (Jaruzelski). Maar in 1989, onder invloed van Gorbatsjov ideeën gaf de Poolse regering toe en kwamen er vrije verkiezingen. De communisten verloren die en de voorzitter van Solidariteit, Walenza, werd de eerste vrij gekozen president.

De andere satellietstaten namen de drang naar vrijheid over. Inwoners van Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Oost-Duitsland probeerden op alle mogelijke maniieren naar het westen te gaan. Hongarije en Tsjecho-Slowakije via Oostenrijk. In de DDR ging men massaal op straat demonstreren voor vrijheid en democratie. Op 9 november 1989 werd een opening gemaakt in de Berlijnse muur. Dat leidde tot een uitbarsting van vreugde. Miljoenen Oost-Duitsers gingen in West-Berlijn een kijkje nemen. In Tsjecho-Slowakije vond een geweldloze revolutie plaats waarbij de desident Vaclav Havel de nieuwe president werd. 

In Roemenië vloeide er in 1989 wel bloed. Daar braken felle gevechten uit tussen de geheime politie en het volk. Dictator Ceausescu werd in 1989 ter dood verorodeeld en geëxecuteerd.

Na de val van de muur wilden de Duitsers weer één staat worden. Bondkanselier Helmut Kohl begreep dat dit nu het moment was om de eenwording voor te leggen aan Frankrijk, Engeland, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Kohl wist Gorbatsjov, in combinatie met een dik pak compensatiemaatregelen, over te halen in te stemmen met de eenwording. Op 3 oktober 1990 ging de DDR op in de Bondsrepubliek. Miljarden waren er nodig om de voormalige DDR weer enigszins tot ontwikkeling te brengen.

De ontbinding van de Sovjet-Unie liet niet lang meer op zich wachten. In 1991 was het zover. In de plaats daarvan kwamen 15 autonome republieken en Boris Jeltsin zou de eerste vrijgekozen president worden. Tegelijkertijd verdween ook het Warschaupact.

 Oplevend nationalisme

De omschakeling van planeconomie naar markteconomie leverde in Oost-Europa veel problemen op. Onverwacht leefde het nationalisme op. Tsjechië en Slowakije werden aparte staten. Onder Tito bleef Joegoslavië bijeen, maar vanaf 1991 viel het land uiteen. Slovenië, Kroatië en Bosnië-Hercegovina scheidden zich af. Maar de Serviërs wilden zich daarbij niet neerleggen. Zij intervenieerden waardoor een reeks bloeidge oorlogen en etnische zuiveringen plaatsvonden. Vooral de inname van de enclave Srebrenica(1995) leidde tot het vermoorden door de Serviërs van 8.000 mannen. De aanwezige Nederlandse VN militairen konden dat niet voorkomen. In het in Den Haag gevestigde Joegoslavië-tribunaal, worden de daar begane oorlogsmisdaden berecht

 10.4 Van verzuild naar veelkleurig

Kenmerkende aspecten

* De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.

* De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.

De kern

In de westerse landen bereikte de welvaart ongekende hoogten. Nadruk kwam te liggen op een lossere levensstijl, inspraak en individuele expressie. Jongeren experimenteerden met (soft) drugs en vrije seks. Het was de Vietnamoorlog die felle weerstand opriep.

De maatschappij werd pluriformer. Er kwamen steeds meer immigranten, op zoek naar een beter economisch bestaan en veilgheid. Dat leidde ertoe dat in de steden woonwijken gingen ontstaan waar vooral immigranten woonden. De integratie van deze immigranten werd bemoeilijkt door de taalproblemen en andere culturele verschillen. Populisische partijen en opkomend nationalisme trokken daardoor veel kiezers.

Perspectief

Nederland behoort tot de economisch welvarendste landen. Na enkele decennia stagneerde de economsiche groei en dreigde er energieschaartse. Verzuiling en gemeenschapszin maakten plaats voor individualisme. De samenleving werd ook veelkleuriger en pluriformer. Er ontsond ook een minderhedenprobleem, doordat de integratie niet goed liep, waardoor respect voor elkaar onder druk kwam te staan.

Onderzoeksvraag

Welke sociaal-culturele veranderingen kenmerkten de Nederlandse pluriforme samenlevingsamenleving?

West-Europa groeiende welvaart

 Oorzaken groeiende welvaart:

* veel Europeanen waren gemotiveerd hard te werken en waren goed geschoold.

* de Marshallhulp was een welkome financiële injectie, een psychologische stimulans omdat het evrtrouwn in de toekomst toenam.

* er was sprake van een goede infrastructuur.

* in Bretton Woods (VS) was een systeem van vaste wisselkoersen afgesproken, zodat het internationale betalingsverkeer soepel verliep.

* het het herstel van Duitsland speelde ook een rol. Er werd gesproken over het Wirtschaftswunder (economisch wonder).

Wederopbouw in Nederland

Situatie Nederland na de Tweede Wereldoorlog:

* ons land was 30% armer geworden

* wegen, fabrieken en bruggen waren zwaar beschadigd.

* hele landstreken waren leegeplunderd.

* het verlies van Nederlands-Indië.

Nederland profiteerde volop van de economische wederopstanding van de Bondsrepubliek Duitsland. Maar daarnaast voerde het rooms-rode kabinet, onder leiding van Willem Drees een economische politiek waarbij de lonen kunstmatig laag werden gehouden, waardoor de winsten van bedrijven konden toenemen en deze in staat waren meer te investeren. Voordeel was ook dat Nederlandse producten goedkoop konden worden geleverd. De export nam fors toe en Rotterdam werd wereldhaven nummer één.

Een economische meevaller was de vondst van een aardgasveld in Slochteren waardoor miljarden werden verdiend en de welvaartsgroei toenam. De regeringen zorgden voor sociale voorzieningen zoals AOW, kinderbijslag, ww-uitkering en WAO en de verzorgingsstaat was vrijwel voltooid.

Na 1960 wilden de werknemers eindelijk ook profiteren van de welvaartsgroei en eisten hogere lonen. Er ontstond een loonexplosie. Een reeks van jaren zouden de lonen fors stijgen. Nederland werd een echte consumptiemaatschappij. Steeds meer emnsen konden op vakantie, konden een auto aanschaffen, of een tv, koelkast. 

Culturele revoluties

De komst van de tv had een bijzonder maatschappelijk effect. In 1959 waren er een half miljoen zwart-wit tv's. Rond de jaren zeventig had ieder huishouden er een. Tot 1964 was er maar één zender te ontvangen en daarna slechts twee(behalve als men in de grensstreek woonde). Veel mensen maakten door de tv kennis met andere waarden en normen dan die van de eigen zuil. 

In de jaren zestig en zeventig voltrok zich een ingrijpende sociaal-culturele verandering. De verzuilde samenleving kwam onder druk te staan. De ontzuiling werd versterkt door de secularisering(mensen lieten zich veel minder leiden door hun geloof) en individualisering(mensen wilden zelf uitmaken wat goed voor hen was). Met name babyboomers ontwikkelden een eigen cultuur. Gezag telde steeds minder. 

Een belangrijke rol speelde de popmuziek. De financiële mogelijkheden van de jeugd waren toegenomen en het toegenomen budget werd besteed aan muziek en kleding en men ontwikkelde een eigen jeugdcultuur. Actievoeren werd een vanzelfsprekende protestvorm, zeker toen de Amerikanen hun oorlog voerden in Vietnam. Autoriteit was niet meer vanzelfsprekend en werd ter discussie gesteld. Autoriteit moest men waarmaken. En inspraak werd een normale zaak. Ook politiek kwamen er nieuwe partijen op en vrouwen vochten voor hun emancipatie. Ouders gingen hun kinderen vrijer opvoeden.

Een pluriforme samenleving

Honderduizenden Nederlanders besloten een nieuw bestaan elders op te bouwen als emigrant. Tegelijkertijd waren in de jaren vijftig Molukkers en Indische Nederlanders naar Nederland gekomen en rond 1975 driehonderduizend Surinamers. Daarbij voegden zich na 1960 nog gastarbeiders uit Italië en Marokko en Turkije. Toen na 1970 gezinshereniging werd toegestaan, steeg het aantal immigranten uit de mediterrane landen sterk.Daardoor is er een pluriforme samenleving ontstaan. 

Een aparte groep vormt het aantal asielzoekers en illegalen uit delen van de wereld, die geteisterd worden door armoede of (burger)oorlogen. Lang niet alle asielzoekers kregen een verblijfsvergunnning. Na het wegvallen van het IJzeren Gordijn(1989) zochten ook gastarbeiders uit de nieuwe EU-lidstaten zoals Polen, Roemenië en Bulgarije werk in ons land.

Kleurrijk Nederland

Rond 2000 waren er van de zestien miljoen inwoners bijna anderhalf miljoen van buitenlandse afkomst. De meningen waren verdeeld hoe de integratie gestalte moest krijgen. Kabinetten van liberalen en sociaal-democraten streefden jarenlang naar intergatie 'met behoud van de eigen identiteit'. Dit ideaal kwam aardig overeen met dat uit de tijd van de verzuiling, van 'emancipatie in eigen kring'

Iedere groep zoekt ernaar om uiting te geven aan de eigen identiteit binnen de Nederlandse samenleving. Dat leidt soms tot spanningen en botsing van culturen waardoor een beroep wordt gedaan op wederzijdse verdraagzaamheid binnen de Nederlandse democratie.

In de jaren 70 werd het ideaal  van de multiclturele samenleving gepropageerd en als een verrijking gezien van de westerse cultuur. De integratie slaagde voor een grote groep. Maar in veel opzichten is er echter ook sprake van een mislukking en is nog veel energie nodig om alle allochtonen te integreren. Hun eigen identiteit opgeven zit er niet in. 

 Velen willen niet opgaan in de westerse samenleving:

* Via schotelantennes wil men de band met het moederland aanhouden.

* Men gaat massaal in het moederland op vakantie.

* Vanuit het moederland wordt vaak grote druk uitgeoefend.

* Velen kunnen moeilijk aarden. Ze voelen zich gediscrimineerd, onbegrepen of geïsoleerd.

* Contact met de autochtone Nederlanders blijft beperkt.

* Trouwen vaak binnen de eigen groep.

Door de komst van gastarbeiders uit Turkije en Marokko kreeg ook de islam een plaats in de Nederlandse samenleving. Er kwamen moskeeën en islamitishe scholen. Bij groepen autochtone Nederlanders werd de wat zij noemen 'sluipende islamitisering van de samenleving', als een slechte ontwikkeling gezien. De aanslagen van 11 september 2001 werkten daar aan mee. Door de anti-moslim reacties gingen Nederlandse moslims zich in gedrag en kleding soms meer dan voorheen als orthodoxe gelovigen manafesteren.