We hebben 134 gasten online

Feniks 2e fase Havo Hoofdstuk 7 2e dr Overzicht gs

Gepost in Tweede Fase 2e druk Overzicht gs

Tijd van pruiken en revoluties

1700-1800 (achttiende eeuw)

tijdvak 7

 Cornelis Troost deed met zijn tekenstift, in de Tijd van pruiken en revoluties,  wat anderen met de pen deden: commentaar leveren op de samenleving. Veel kritische artikelen verschenen in spectators(tijdschriften). Deze spectators waren de belangrijkste verspreiding van de Verlichting. Men keek kritisch naar de samenleving en legde de nadruk op deugdzaamheid en gematigdheid. Cornelius Troost keurde het gedrag van bepruikte heren af omdat ze in de praktijk niet zo beschaafd waren als men zich voordeed. In de Republiek viel het nog mee maar in Frankrijk leefden de voorname burgers helemaal bizar. Dat in tegenstelling tot het gewone volk dat in armoede leefde. Daarom ontstond er verzet en werd Parijs een broeinest van revolutionaire ideeën. Men had kritiek op de standenstaat en de absolutistische koning. Men wilde veranderingen  van het bestuur, economie, rechtspraak en op godsdienstig gebied. 

In de Engelse koloniën in Noord-Amerika leidden die ideeën tot strijd voor de onafhankelijkheid. In 1776 ontstond een nieuw land de Verenigde Staten, met een president als staatshoofd. In Frankrijk leidde dat tot de Franse Revolutie en daarna een verspreiding over Europa.

7.1 Slavenhandel en abolitionisme

Kenmerkend aspect

Uitbouw van de Euroepse overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.

De Kern

Na de ontdekkingsreizen ontstonden intensieve contacten tussen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en Indonesië, Suriname en de Antillen. Deze handelscontacten werden verder geintensiveerd. Uit de plantagekoloniën in Noord- en Zuid-Amerika kwamen suiker, tabak, koffie, thee of katoen naar Europa. Blanke kolonisten beheerden deze plantages en maakten gebruik van zwarte slaven die men uit Afrika haalde. Europese handelaren ontwikkelden een driehoekshandel om de trans-Atlantische slavenhandel extra winstgevend te maken. Aan het einde van de achttiende eeuw vonden steeds meer mensen slavernij onmenselijk. Het abolitionisme streefde naar de afschaffing ervan en kreeg veel aanhang.

Het belang van het onderwerp

Door de stichting van plantagekoloniën kwamen er steeds meer contacten tussen de werelddelen. Die ontwikkeling zette zich daarna door en we zijn dat mondialisering gaan noemen. De mondialisering heeft voordelen maar ook nadelen.

Onderzoeksvraag

Op welke wijze werd de slavernij onderdeel van een handelsnetwerk en waarom ontstond hiertegen verzet?

Trans-Atlantische handel

De Spanjaarden en Portugezen bouwden een koloniaal rijk op en hadden zich toegelegd op de landbouw en mijnbouw in de Amerikaanse gebieden. Toen in de zeventiende eeuw goud- en zilvermijnen uitgeput raakten, kregen de koloniën steeds meer het karakter van plantagekoloniën. Er werd suikerriet, tabak, katoen en koffie verbouwd. Toen in de zeventiende eeuw naast Spanje, ook Engeland, Frankrijk en de Republiek Amerikaanse gebieden gingen veroveren, gingen ze ook plantages exploiteren en namen ze een deel van de slavenhandel en handel in Amerikaanse producten over. Zo ontstond een tran-Atlantische slavenhandel, ook wel bekent als driehoekshandel.

atlantic slave trade nederlandse slavenhandel

De handelsschepen voeren eerst van West-Europa, naar de Afrikaanse westkust(namen dan textiel mee, buskruit en geweren en alcohol). Ze ruilden deze goederen tegen zwarte slaven, die men kocht van Afrikaanse en Arabische slavenhandelaren. Van daaruit stak men de Atlantische Oceaan over, naar het Caribische gebied, waar men de slaven voor het viervoudige verkocht. Men nam dan weer producten uit Amerika naar Europa.

De oversteek

Tijdens de oversteek naar Amerika, een reis die gemiddeld twee maanden duurde, verbleven de slaven grotendeels in het ruim van het schip. De leefomstandigehden waren bar en velen overleefden de tocht niet, want aan alles was gebrek. Als men het overleefde werd men op de slavenmarkten verkocht. De slavenschepen bleven drie maanden in het Caribische gebied. Vanuit Curacao nam men b.v huiden, cacao en tabak mee en vanuit Suriname suiker en koffie. Uit gegevens weten we dan slechts een derde van de schepen volgeladen terugkeerde.

Een platage-economie: Suriname

De meeste slaven werkten op plantages. Alleen al in Suriname werden in de loop van de tijd zo'n 700 plantages aangelegd. De eerste palntages waren suikerrietplantages. Rond 1750 werden koffieplantages opgericht. Op plaatsen waar eerst mangrovebossen hadden gestaan werden ze aangelegd. De kennis van de Nederlanders van inpoldering kwam goed van pas, omdat de laaggelegen gronden voortdurend onder water liepen. Een gemiddelde plantage had tussen de vijftien en twintig strekkende kilometer sloten. Door de omstandigheden stierf ongeveer een kwart van de slaven binnen drie jaar na aankomst. Daardoor bleef een voortdurende vraag bestaan. Van de 12 miljoen slaven die naar Amerika werden verscheept, werd ruim 5% door de Republiek naar Amerika gebracht. Bijna 300.000 slaven werden in Suriname verkocht. Van het aantal slaven stierf 10 tot 15 procent tijdens de overtocht.

Het abolitionisme

In 1787 werd in Engeland de Vereniging voor de afschaffing van de slavenhandel opgericht. De aanhangers werden abolitionisten genoemd. Ze benadrukten vooral de onmenselijke kant van de slavenhandel. Hun motto was dan ook: Am I not a man and a brother?

Het duurde nog een tijd voordat de ideeën van de abolistionisten algemeen werden aanvaard. Uiteindelijk leidde het toch tot succes. In 1794 maakte Frankrijk een begin met de afschaffing van de slavenhandel en slavernij. In Engeland werdin 1807 de slavenhandel afgeschaft, maar de slavernij pas in 1833. Frankrijk en Denemkarken deden dat in 1848. Nederland pas per 1 juli 1863.

7.2 Rationeel optimisme en verlicht denken

Kenmerkend aspect

Rationeel optimise en 'verlicht denken' dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek en sociale verhoudingen.

De kern

Het abolitionisme paste goed in het tijdsbeeld. Na 1750 raakte de wereld doordrongen van de indeeën van de Verlichting. Ze kwamen voort uit de Wetenschappelijke Revolutie. De Verlichting is de tijd van het rationeel optimise. Het zou een einde aken aan de 'duistere tijd' van onverdraagzaamheid, onwetendheid en onredelijkheid. De mens dient zijn ratio(verstand) te gebruiken. De Verlichtingsfilosofen ontwikkelde zo ideeën over hoe de wereld er rationeel uit moest zien. Montesquieu streefde naar een driedeling van de macht in de staat.

Het belang van het onderwerp

De ideeën van de Verlichting zijn in de westerse wereld algemeen aanvaard. Vrijheid, gelijkheid en democratie. Volkssoevereinitiet in plaats van Godssoevereiniteit.

Onderzoeksvraag

Op welke gebieden wilden de Verlichtingsfilosofen de bestaande maatschappij veranderen?


Durf te denken

Bijna de hele achttiende eeuw droegen denkers en schrijvers ideeën aan voor een betere en rechtvaardiger wereld. Deze Verlichtingsfilosofen hebben een aantal kenmerken gemeen.

Verspreiding Verlichtingsideeën

Het kenmerk van het verlichte denken is het rationalisme. Het menselijk verstand gebruiken om moeilijke vraagstukken op te lossen. In de Tijd van pruiken en revoluties kwam een grote groep mensen met het denken van de Verlichtingsfilosofen in aanraking. Men hunkerde naar kennis. Veel van de opvattingen werd vastgelegd in de Encyclopédie. De verspreiding van de verlichte denkbeelden vond plaats via de Encyclopédie van Diderot en d 'Alembert, via kritische toneelstukken, boeken, tijdschriften, salons, koffiehuizen en wetenschappelijke verenigingen. Het is duidelijk dat niet iedereen blij was met de nieuwe denkbeelden. Vooral zij die hun machtspositie aangetast zagen worden, zoals de adel, geestelijkeid en de koning. Deze deden er alles aan om het drukken van boeken te verbieden. Dus week men uit naar het buitenland, De Republiek, want daar was wel persvrijheid. 

Trias Politica

 Montesquieu  beschreef in zijn boek 'De l'esprit des lois (over de geest der wetten 1748) een voorstander te zijn van de trias politica, een driedeling van de macht in de staat. In uitvoerende, rechtelijke en wetgevende macht. Daarbij is de rechtspraak onafhankelijk. Zo zou de vrijheid van de burger gewaarborgd zijn, want mensen met macht zijn geneigd die te misbruiken. De drie machten scheppen een evenwicht, een machtsbalans.

7.3 Verlicht absolutisme

Kenmerkend aspect

Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).

De Kern 

In vele Europese landen bestond nog een standenmaatschappij. De eerste en tweede stand, de adel en de geestelijkehid, hadden meer privileges en nauwe banden met het hof. De absolute vorsten ontleenden hun macht aan het droit devin(goddelijk recht) ook wel godssoevereiniteit genoemd. Want ze hadden de macht rechtsstreeks van God gekregen. Toch waren er enkele vorsten die voorzichtig voelden voor de verlichtingsideeën. Ze  wilden daadwerkelijk de welvaart en welzijn van hun bevolking verbeteren en zagen de toepassing van verlichtingsideeën daarbij als een mogelijkheid. Feit was echter dat zij hun eigen macht daarbij niet wilden zien aangetast. Enkele verlichte despoten waren tsarina Chaterina II van Rusland( 1729-1796), Fredrik de Grote van Pruisen(1712-1786) en keizer Jozef II van Oostenrijk(1741-1790).

Het belang van het onderwerp

De verlichte vorsten zagen zichzelf als ideale vorsten, maar hij of zij bleef een alleenheerser. Om dit gevaar af te wenden, zien westerse landen de (parlementaire) democratie als de beste regeringsvorm. In grondwetten van de landen zijn de regels vastgelegd die voor iedereen gelden. Nog steeds zijn er in veel landen overgangsvormen te zien tussen het absolutisme en democratie.

Onderzoeksvraag

Was aan het eind van het Ancien Régime het verlicht absolutisme een werkbaar alternatief voor het absolutisme?

Standenmaatschappij

Tot diep in de Tijd van pruiken en revoluties was de opvatting dat God de standenmaatschappij zo had gewild. De Eerste stand(adel) en de Tweede stand(geestelijkheid) waren vanouds belangrijke adviseurs van de koningen. Door de opkomst van de steden was de Europese samenleving niet meer alleen agrarisch: de Derde stand bestond allang niet meer uit boeren, maar ook uit burgers van de steden. Zij vormden de invloedrijkste groep van de Derde stand. Elke stand had gemeenschappelijke normen en gedragscodes. De sociale verhoudingen tussen de standen was een vaststaand gegeven, want niemand wilde een verworven positie prijsgeven.

Privileges eerste en tweede stand

De gedeeltelijke vrijsteling van belastingen was het belangrijkste privilege. Bovendien had de geestelijkheid ook het tiendenrecht: het recht op een tiende deel van de oogst, waarmee de geestelijken in hun onderhoud moesten voorzien. Adelijke grondbezitters hadden allerlei 'heerlijke rechten' die nog uit de Middeleeuwen dateerden. Vooral het jachtrecht zette kwaad bloed, omdat men tijdens de jacht de oogst op het veld vertrapte. Ook waren veel openbare ambten alleen maar beschikbaar voor de eerste en tweede stand. 

Vorsten van het Ancien Regime kregen in de achttiende eeuw een chronisch gebrek aan geld en wilden dat oplossen door steeds hogere belastingen. Probleem daarbij was dat de belastinginning zelf ook tot ontstemming leidde.

Belastingpachters

Het probleem was dat de belastinginning 'verpacht' was en voor een deel uit belasting op bepaalde goederen(accijnzeen) bestond. Pachters betaalden aan de koning een bepaald bedrag en mochten dan zelf de accijnzen innen. Maar er zat een groot verschil tussen wat er betaald moest worden en wat de pachters daadwerkelijk moesten afstaan.

Om de belastingen te ontduiken ontstond er een levendige smokkelhandel. De straffen die smokkelaars konden krijgen waren zeer zwaar: geselen, brandmerken, galeislaaf, de doodstraf door radbraking. De ontevredenheid over de belastinginning was een belangrijke oorzaak voor de roep om verandering.

 Frederik II van Pruissen 

Fredrik II (1712-1786) koos voor een 'verlicht' koningschap. Hij zag zichzelf als 'de dienaar van de staat'. Verworven rechten bestonden voor hem niet en van het 'droit devin' wilde hij niets weten. Frederik baseerde zijn machtsaanspraken op de gedachte van een maatschappelijk verdrag. Hierin droegen de onderdanen de autoriteit over aan een vorst. Dit contract kon niet worden opgezegd.

pruisen 1740

Frederik hervormde de rechtspraak, zorgde voor meer tolerantie, maakte de belastingheffing effectiever, en voerde een actieve economische politiek. Daarnaast verbeterde hij de infrastructuur, en verminderde de tollenheffingen. Hij stimuleerde nieuwe landbouwmethoden en bracht nieuwe landbouwgronden in cultuur.

 Alles voor de onderdanen

Frederik was geen revolutionair en probeerde zijn onderdanen zo veel mogelijk te vriend te houden. Maar deze moesten vooral gehoorzaam zijn. De belangen van de staat stonden daarbij altijd voorop

 7.4 Democratische revoluties

 Kenmerkend aspect

De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

De kern

Na 1780 klonk de roep om het vastleggen van de rechten en plichten van burgers én overheid steeds luider. In de Verenigde Staten, Frankrijk en de Republiek vonden aan het einde van de achttiende eeuw democratische revoluties plaats. Hoewel het verschillende landen waren, hadden de revoluties gelijksoortige kenmerken.

* men baseerde zich op de Verlichting.

* het idee van de volkssoevereiniteit, het volk heeft de hoogste macht, deed zijn intrede.

* afschaffing van de standenstaat, voor de wet is iedereen gelijk.

* grondrechten zoals vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, godsdienstvrijheid en scheiding van kerk en staat werden in een grondwet vastgelegd. 

 Het belang van het onderwerp

Mensen hebben altijd gedroomd over een idelale samenleving. De Franse revolutie was zo moment waarop dat werkelijkheid leek te worden. Maar de Franse Revolutie leert dat moed en idealisme alleen onvoldoende zijn om een andere, betere en meer rechtvaardige wereld te scheppen

 Onderzoeksvraag

Hoe probeerde men tijdens de Franse Revolutie enkele Verlichtingsidealen in praktijk te brengen?

Op de rand van het bankroet

Nadat Lodewijk IXV in 1776 de macht had overgenomen, bleek dat hij al jarenlang meer uitgaf dan hij binnenkreeg. Van de uitagven moest bijna de helft gereserveerd worden voor de betaling van de rente op reeds opgenomen leningen. De enige manier om de inkomsten te vergroten was het verhogen van de belastingen. Maar dat was een probleem omdat de eerste stand en de tweede stand het privilege genoten om geen of weinig belasting te betalen.

Grote hervormingen

De adel en de geestelijkheid verzetten zich tegen de idee meer belasting te moeten gaan betalen en kregen van de rechters gelijk(die behartigden hun belangen). Het zou een aantasting van hun privileges zijn. Toen ook nog de graanoogsten in 1787 en 1788 mislukten moest er een oplossing komen. De koning riep de Staten-Generaal bijeen en dat was niet meer sinds 1614 gebeurd. De leden van de derde stand eisten gelijke belasting voor iedereen en een rechtvaardiger rechtssysteem. Maar de burgerij wilde meer: liberté(vrijheid) een politieke omwenteling, en het volk in de steden wilde ook een sociale omwenteling egalité(gelijkheid).

In de Staten-Generaal werd per stand gestemd, dus eiste de derde stand dat er hoofdelijk werd gestemd. Maar omdat de koning dat weigerde konden er geen veranderingen worden doorgevoerd. Daarop verlieten ze de Staten-Generaal en riepen zich uit tot Nationale Grondwetgevende Vergadering. Ze deden de belofte niet uit elkaar te gaan: 'De eed op de kaatsbaan',voor er een nieuwe grondwet zou zijn, waarmee de Franse Revolutie begon.

De val van de Bastille

De Bastille was voor de Parijzenaars een gehaat symbool van het absolutisme. Toen men in het stedelijk wapenmagazijn 32.000 musketten vond (14 juli 1789), maar geen buskruit vroegen de Parijzenaars aan de markies De Launay, om 10.000 pond buskruit. Deze wilde dat niet geven, waarop de menigte een bestorming uitvoerde op de Bastille. De markies werd onthoofd en zijn hoofd werd als een trofee door de stad gevoerd. 

Rechten van de mens

De val van de Bastille werd het symbool van de overwinning. In de zomer van 1789 vonden er nog twee andere gebeurtenissen plaats die een blijvende invloed hadden.

1) Op 4 augustus 1789, in de nacht van de offers(nuit de sacrifices) werden de feodale rechten afgeschaft.

2) In de 'Declaration des droits et des devoirs de l'omme et du citoyen (verklaring van de Rechten en de Plichten van de Mens en Burger), kondigde de Nationale Vergadering op 26 augustus 1789 gelijkheid voor allen voor de wet af.

Nooit eerder was het staatsburgerschap zo duidelijk vastgelegd. Maar nog steeds maakte men een verschil tussen bevolkingsgroepen. Er was bijvoorbeeld een verschil tussen 'actieve' burgers met kiesrecht en 'passieve' burgers zonder kiesrecht. De kerkelijke bezittingen werden onteigend, maar de staat nam het levensonderhoud van de priesters voor zijn rekening. 

Op het platteland was de teleurstelling over het verloop van de revolutie groot. Alleen rijke burgers of grote boeren konden in beslag genomen kerkelijke bezittingen kopen. De kloof tussen arme en rijke burgers werd dus groter.

 Het einde van het absolutisme

De koning woonde eerst nog in Versailles, maar werd in het najaar van 1789 gedwongen in Parijs te gaan wonen. In 1791 probeerde de koning en zijn vrouw Marie-Antoinette, in het geheim uit Parijs te vluchten. Maar dat mislukte en in de zomer van 1791 werd Lodewijk XVI gedwongen, om de nieuwe grondwet te ondertekenen, en op 20 september 1792 werd Frankrijk een republiek. In januari 1793 werd de koning voor de rechtbank gebracht en ter dood veroordeeld onder de guillotine.

De revolutie gaat de grenzen over

Onder leiding van Robespierre voerden de Jacobijnen(revolutionairen) bloedige zuiveringen door. De periode werd later ´De Terreur´(1793-1794) genoemd en alleen al in Parijs kwamen mer dan 3.000 mensen onder de guillotine.  Geen groep werd gespaard en uiteindelijk kwam zelfs Robespierre onder de guillotine terecht.

Vanaf 1792 was Frankrijk voortdurend in oorlog met zijn buurlanden. Het volksleger, dat vooral uit boeren bestond, zou voor 'la Patrie', het Vaderland, ten strijd  trekken. Door het militaire succes werden de revolutionaire denkbeelden verder verspreid. In 1795 viel men succesvol de Republiek binnen en werd door Frankrijk bezet. Voortaan heette die de Bataafse Republiek. De oude gewesten werden vervangen door departementen, er kwam een grondwet, een parlement, een nieuwe gerechtelijke indeling, godsdienstvrijheid, opheffing van tollen, eenheid van belastingen en een nationaal onderwijsstelsel. Van onafhankelijkheid was geen sprake. 

Napoleon Bonaparte

De bij het volk populaire generaal Napoleon Bonaparte maakt in 1799, met een staatsgreep, een einde aan de revolutionaire chaos in Frankrijk. Er ontstond een driehoofdig Consulaat met Napoleon als eerste consul. In 1802 liet hij zich tot consul voor het leven benoemen en in 1804 riep hij zichzelf uit als keizer van Frankrijk. 

Napoleon regeerde als een verlicht despoot. Hij liet grote openbare werken uitvoeren en voerde de Code Napoleon in, waardoor  er eenheid kwam in de rechtspraak op basis van het gelijkheidsbeginsel.

 Napoleons Power 1810

 In 1805 sloten Engeland, Rusland en Oostenrijk een bondgenootschap tegen Frankrijk, maar Frankrijk slaagde erin hen te verslaan. Veel gebieden werden bij Frankrijk gevoegd. Familileden van Napoleon werden daar op de troon gezet. Zo werd de Bataafse Republiek in 1806 'Koninkrijk Holland' onder Lodewijk Napoleon, de broer van Napoleon. Overal werden de revolutionaire wetten ingevoerd, de standen werden afgeschaft en de kerk had het meest te lijden. Vooral de gegoede burgerij profiteerde. Door de hoge belastingen en de Franse inmenging ontstond toch haat tegen de bezetter. 

Napoleon stelde tegen Groot-Brittannië het Continentale stelsel in waardoor de handel van Engeland met het vasteland werd geblokkeerd. Omdat de Tsaar van Rusland zich niet aan het Continentale Stelsel hield trok Napoleon ten strijde tegen hem. Het werd een grote mislukking. Slechts 10 procent van de soldaten overleefde het. In 1813 slaagden Oostenrijk, Pruisen en Engeland er in Napoleon in de Volkerenslag bij Leipzig te verslaan. In 1814 deed Napoleon afstand van de troon en werd naar het eiland Elba verbannen. In 1815 keerde hij toch terug maar in Waterloo werd hij definitief verslagen door de Britten en de Pruisen.

In 1815 tekenden de overwinnaars een nieuwe kaart van Europa tijdens het Congres van Wenen,en kwam de macht weer in handen van de oude Europese vorstenhoven. Men sprak van Restauratie.

 Europa vanaf 1815

Zie verder hoofdstuk 8 Feniks 2e fase Havo Hoofdstuk 8 2e dr Overzicht gs