We hebben 175 gasten online

Feniks 2e fase Havo Hoofdstuk 9 2e dr Overzicht gs

Gepost in Tweede Fase 2e druk Overzicht gs

Tijd van wereldoorlogen

1900-1950 (1e helft twintigste eeuw)

tijdvak 9

 Guernica

Op 26 april 1937 werd de Spaanse stad Guernica gebombardeerd door Duitse en Italiaanse bommenwerpers. Duitsland en Italië steunden in de Burgerorolog in Spanje, het fascistische bewind van Franco. Het eerste terreurbombardement op burgers in Europa. Het was Pablo Picasso, die naar aanleiding van dit bombardement, zijn beroemde schilderij Guarnica schilderde, om de chaos en gruwelen van het bombardement te laten zien en voelen. Het schilderij Guernica is bijna drieënhalve meter hoog en acht meter breed. Het schilderij is te bewonderen in http://www.museoreinasofia.es/index.html te Madrid, museum voor moderne kunst.

Oriëntatie op het tijdvak

 De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog waren verschrikkelijk. Miljoenen verloren het leven. Rusland kreeg te maken met een communistische revoutie en in Duitsland werd de Republiek van Weimar uitgeroepen.

Een ernstige griepgolf veroorzaakte in 1918-1919 meer doden dan de Eerste Wereldoorlog. Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden nieuwe staten als Joegoslavië en Tsjecho-Slowakije, Polen en Hongarije. Nooit meer oorlog was de gedachte. Het vredesverdrag van Versailles was echter zo wurgend dat daaruit onherroepelijk nieuwe internationale conflicten voortkwamen.

Door de wereldwijde economische crisis vanuit de VS ontstond in de hele wereld een crisis waardoor politieke bewegingen als het fascisme en nationaal-socialisme steeds populairder werden. In 1933 kwam in Duitsland Hitler aan de macht en hij streefde naar een herstel van de grenzen van voor de Eerste Wereldoorlog. Toen de politiek van toegeven aan Hitler mislukte, Hitler viel op 1 september 1939 Polen binnen, ontstond de Tweede Wereldoorlog. Een totale oorlog, want ook burgers zouden niet gespaard worden. Hitler had een aantal doelen waaronder vernietiging van de joden(de Holocaust), en het communisme. 

9.1 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

Kenmerkende aspecten

* Het voeren van twee wereldoorlogen.

* De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

* Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogsvoering.

De kern

Ieder land was er van overtuigd dat een overwinning snel zou worden bereikt. Maar de oorlog liep uit op een uitputtingsslag en zou vier jaar duren. Ook nieuwe wapens, vliegtuigen, tanks, mitrailleurs, tanks en gifgas, veroorzaakten enorme slachtingen onder de soldaten. Pas door de deelname van de VS in 1917, forceerde een eindbeslissing(1918). In het veedesverdrag dat daarna werd gesloten, stonden zware straffen voor de verliezers. Deze werden een oorzaak voor twee economische crises en later voor de Tweede Wereldoorlog. De inmiddels opgerichte Volkenbond kon dat niet voorkomen.

Het belang van het onderwerp

De dieperliggende oorzaken van de Eerste Wereldoorlog waren:

* nationalisme

* chauvinisme

* imperialisme

* wapenwedloop 

Oorlogen en internationale conflicten zijn van alle tijden. Door deze gebeurtenissen uit het verleden te doorgronden, kunnen we ontwikkelingen in het verleden beter begrijpen en daardoor beheersen.

Onderzoeksvraag

Wat waren de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog en wat maakte deze oorlog uniek in de geschiedenis tot dan toe?

Verstoord machtsevenwicht

De negentiende eeuw was na de val van Napoleon een van de vreedzaamste perioden in de Europese geschiedenis. Voor het machtsevenwicht werd de basis gelegd tijdens het Congres van Wenen in 1915. Frankrijk, Engeland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Pruisen maakten daar afspraken om het machtsevenwicht, na de nederlaag van Napoleon te handhaven. De Verenigde Staten groeiden uit tot een economische wereldhandelsmacht, maar politiek hanteerde men het isolationisme. Ze wilden zich niet met de internationale politiek bemoeien, alleen in de eigen achtertuin.

In 1871 kwam Duitland, onder leiding van Pruissen tot stand. Daardoor werd het machtsevenwicht in Europa verstoord. De economische achterstand van Duitsland op Engeland werd ingelopen, veranderde zelfs in een voorsprong. Duitsland wilde net als andere landen koloniën, en kwam daardoor in conflict met andere landen in Afrika en Azië. Duitsland eistte ook een plaats onder de zon. 

spotprent duitse keizer

 Rond 1900was het Europse machtsevenwicht uit balans geraakt. De Duitse keizer gaf daarom opdracht een moderne (oorlogs) vloot op te bouwen, waardoor er met Groot-Brittannië een wapenwedloop ontstond. Er werden bondgenootschappen gevormd tussen landen, waardoor er twee min of meer even sterke machtsblokken ontstonden.

Engeland zocht naar een partner op het vasteland van Europa en sloot met Frankrijk een vriendschapsverdrag: de Entente Cordiale(1904). Met Frankrijk had Duitsland een conflict over Elzas-Lotharingen. Frankrijk had dit gebied in 1871 aan Duitsland moeten afstaan. In 1892 had Frankrijk al een verdrag gesloten met Rusland. Toen Groot-Brittannië een vriendschapsverdrag aanging met Rusland zagen de Fransen dit met genoegen aan. 

Langzaam groeide uit de verschillende verdragen een bondgenootschap: de Triple Entente(1907).

In tegenstelling tot Groot-Brittannië en Frankrijk was Rusland echter een zwakke bondgenoot en in feite nog een agrarisch land, dus nog geen industriële grootmacht. Rusland werd bestuurd door een autocratische tsaar en liberlisme en socialisme hadden er nog geen voet aan de grond gekregen. Internationaal had Rusland gezichtsverlies geleden, na de nederlaag tegen Japan(1904-1905). Japan zou leiding gaan geven aan het nationaal bewustzijn in het Verre Oosten.

Toen Duitsland een poging deed invloed te krijgen in Turkije, liepen de spanningen op de Balkan op. Dat werd versterkt door het feit dat de bondgenoot van Duitsland, Ooostenrijk-Hongarije, in 1908 op de Balkan gelegen gebieden als Bosnië en Herzegovina inlijfde. 

triple alliantie triple entente

 In 1914 stonden twee bondgenootschappen tegenover elkaar: de Triple Entente van de geallieerden en de Triple Alliantie, van Italië, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. De bondgenootschappen dienden als een garantie voor vrede. Bij oorlog zouden ze elkaar bijstaan. Beide Bondgenootschappen hadden elk een zwakke partner. Voor de Triple-Alliantie was dat Oostenrijk-Hongarije, dat de maken had met nationalistische opstanden en een stokoude keizer Frans Joseph. Voor de Triple Entente was de zwakke schakel Rusland, dat de wapenwedloop niet kon volgen door de gebrekkige industrialisatie. 

 Aanleiding tot de oorlog

De moordaanslag op de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije op 28 juni 1914 in Sarajewo(Bosnië) leidde tot een keten van gevolgen. De dader Gravilo Princip werd gearresteerd, maar Oostenrijk-Hongarije stelde dat Servië daarvoor verantwoordelijk was en eiste van Servië op korte termijn het afzien van alle anti-Oostenrijkse propaganda in het onderwijs. Servië was van mening dat Oostenrijk zich niet met de inlandse poltiek van Servië mocht bemoeien, waarop Oostenrijk aan Servië een ulitmatum stelde. Koortsachtig overleg via moderne communiscatiemiddelen mocht niet baten en de bondgenootschappen traden in werking. Door deze bondgenootschappen raakten ook andere landen bij het conflict betrokken. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië en op 1 augustus verklaarde Duitsland de oorlog aan Rusland. De Centralen wilden eerst in het westen de oorlog snel beslissen, om daarna de legers tegen Rusland in te kunnen zetten. Dit om een tweefrontenoorlog te voorkomen.

Oorlog vanuit de loopgraven

Op 4 augustus trokken Duitse troepen het neutrale België binnen. Duitsland paste het Von-Schlieffen plan toe en de opmars richting Frankrijk verliep snel en gewelddadig. Maar de Duitse opmars liep vast bij de rivier de Marne (slag bij de Marne I) en monde uit in een loopgravenoorlog. 

Tijdens de oorlog werden verschillende nieuwe wapens ingezet, zoals tanks, vlammenwerpers, vliegtuigen en gifgas(mosterdgas), waarmee een massavernietigingswapen zijn intrede deed. 

Het laatste oorlogsjaar

Na de oktoberrevolutie in Rusland sloot Rusland in maart 1918 de Vrede van Brest Litovsk met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, waardoor de oorlog aan het oostfront voorbij was. Zie kaartje.

ostfront

De Duitse soldaten werden overgebracht naar het westfront om daar ook een overwinning te forceren(slag bij de Marne II). Maar de komst van de troepen van de Verenigde Staten,(president Wilson verklaarde 'to make the world safe for democracy').  Een andere reden was ook, dat Amerikaanse banken vonden dat ze de verstrekte leningen aan Duitsland konden kwijtaraken, als de oorlog nog lang zou duren. Amerikaanse troepen, beschikkend over lichte, zeer mobiele tanks, deed de krijgskansen keren.

Op 11 november 1918 werd er een wapenstilstand getekend in het Franse Compiègne, en eindigde de Eerste Wereldoorlog. In Turkije, Oostenrijk-Hongarije en Duitsland braken revoluties uit. De Duitse keizer werd afgezet en zocht in het neutale Nederland zijn toevlucht.

 Wraak in Versailles

Met Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Turkije werden na de oorlog aparte verdragen gesloten. Daarbij werden 'rekeningen' vereffend. Zowel Duitsland als Oostenrijk-Hongarije moesten land afstaan. Er ontstonden een aantal nieuwe landen.

Europa 1914

In vergelijking de kaart van Europa in 1914 en 1922. Nieuwe landen die ontstonden: Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Yoego-Slavië, Polen, Estland, Letland, Litouwen. Ook het Turkse Rijk werd in het verdrag van Sèvres beperkt tot ongeveer het huidige Turkije en de gebieden in het Midden-Oosten werden protectoraten.

 Europa 1922

 In het verdrag van Versailles kreeg Duitsland zware bepalingen opgelegd en werd als hoofdschuldige gebrandmerkt. Zie kaartje gebiedsafstanden. Daarnaast moest men alle koloniën afstaan, mocht men geen leger meer hebben, maar enkel een politiemacht van 100.000 man. Daarnaast moest men 180 miljard goudmark als schadeloostelling betalen. 

Versailles gebiedsafstanden Duitsland

De oprichting van de Volkenbond was een idee van president Wilson van de VS, en was onderdeel van zijn 14 punten-plan. Daarin stond ook het zelfbeschikkingsrecht en het bevorderen van vrede en veiligheid centraal (achttiende eeuwse idee van de Duitse Verlichtingsfilosoof Kant).

Maar alleen de overwinnaars waren lid van de Volkenbond, en ook Rusland was uitgesloten van deelname. Uiteindelijk traden ook de Verenigde Saten niet toe, omdat werd teruggekeerd naar het isolationisme. Van een daadkrachtige politieke invloed van de Volkenbond was dan ook geen sprake, als was er wel een fundament gelegd voor het bevorderen van de internationale vrede.

9.2 De economische wereldcrisis

Kenmerkend aspect

De crisis van het wereldkapitalisme

De kern

Door de opkomst van de industrie waren de economiën van de westerse landen en hun koloniën verweven geraakt. De Eerste Wereldoorlog leidde tot grote veranderingen in de wereldeconomie. Het was de VS dat economisch steeds belangrijker werd. Het verstrekte leningen aan de Geallieerden tijdens de Eerste Wereldoorlog en verhoogde de productie van de eigen landbouw en industrie. Na de oorlog herstelden de economiën zich, maar de VS bleven hun hoge productieniveau handhaven. Daardoor ontstonden grote voorraden, die alleen konden worden weggewerkt door ze te verkopen, maar dan wel aan mensen, die dat met geleend geld deden. Dit leide tot de beurscrach van oktober 1929 en daardoor tot een wereldwijde financiële crisis. 

Het belang van het onderwerp

Door de Eerste Wereldoorlog veranderden wereldwijd de economische verhoudingen. De Verenigde Staten en Europa raakten economisch steeds meer met elkaar verweven. De ontstane crisis in 1929, leidde tot de opvatting, dat de overheid een rol diende te spelen, in een oplossing van de economische crisis.

Onderzoeksvraag

Wat waren de oorzaken van de economsiche wereldcrisis van 1929 en waarom duurde die crisis zo lang?

Amerikaanse economie uit balans

In 1914 hadden de Verenigde Staten drie miljard dollar van Europa moeten lenen, maar eind 1918 waren de rollen omgedraaid. De Verenigde Staten hadden toen veertien miljard dollar geleend aan de Geallieerde landen. De economie van de Verenigde Staten had minder te lijden aan de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. De VS nam pas sinds 1917 deel, en verhoogde de productie van de eigen landbouw en industrie. Na de oorlog herstelden de economiën zich, maar de VS bleven hun hoge productieniveau handhaven. Eerst leek dat geen probleem. Het BNP(Bruto Nationaal Product, een maat voor de welvaart van een land) steeg tussen 1920 en 129 met 40%. De norm van welvaart was het bezit van een auto. In 1920 waren dat er 8 miljoen, in 1929 23 miljoen.

Maar de Amerikaanse economie was op minstens vijf punten zwak te noemen:

1) Protectionisme: De Amerikanen beschermden hun eigen economie door hogere invoerrechten te heffen voor buitenlandse producten. Europse landen gingen dat toen ook doen, wwaardoor het moeilijker werd om kopers te vinden voor de geproduceerde goederen.

2) Overproductie in de landbouw. Nadat de Verenigde Staten de productie in de landbouw tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden opgeschroefd, bleef die productie zo hoog, ondanks het feit dat de Europese boeren nu ook weer konden produceren. Dat leidde tot grote overschotten en lagere prijzen, waardoor boeren in de problemen kwamen. 

3) Ongelijke inkomens. In de Verenigde Staten was de rijkdom ongelijk verdeeld. Er was een kleine groep rijke mensen, en een grote groep die in armoede leefde. Dit werkte kopen op afbetaling in de hand, want zo kon men ook consumentenproducten kopen. 

4) Speculatie met aandelen. Door de toenemende vraag naar aandelen en omdat de opbrengst altijd goed leek  te zijn, ging men met geleend geld aandelen kopen. Totdat het fout ging en men de leningen terug moest betalen.

5) Geen toezicht van de overheid op de banken. Kredietwaardigheid werd niet gecontroleerd en banken mochten onbelemmerd leningen verstrekken.

Zwarte Donderdag: de beurskrach

Op 24 okotober 1929 begonnen plotseling de aandelen te dalen. Op deze zwarte donderdag storte (crashte) de beurs van Wall Street in elkaar. Zie foto.

beursval wall street

Er ontstond een kettingreactie. Aandelen die waren gefinancierd verloren hun  waarde en banken vroegen bezitters geld bij te storten. Maar ook banken hadden gespeculeerd en gingen failliet. Het betalingsverkeer stortte in waardoor bedrijven met hun voorraden bleven zitten en op hun beurt mensen moesten ontslaan en of failliet gingen. De Amerikaanse regering (republikeins in de twintiger jaren, Harding, Coolidge , Hoover.), besloot te bezuinigen en vroeg de leningen aan Europa terug. Gevolg de koopkracht daalde verder, verlamde de buitenlandse handel en in Europa kregen ze te maken met een geïmporteerde economische crisis.

New Deal 

De Republikeinse president Hoover was tegen overheidsmaatregelen en ging bezuinigen, maar daardoor liep de werkloosheid verder op. De presidentsverkiezing van 1932 stond in het teken van de crisis. De Democratische president Roosevelt werd in 1932 gekozen tot president, in de hoop dat hij het land uit de  'Grote Depressie' zou kunnen halen. Met de zogenoemde 'New Deal' ging hij proberen de koopkracht en werkloosheid aan te pakken. Niet bezuinigen, maar investeren. Zo ontstonden de zogenaamde letterwetten zoals bijvoorbeeld TVA( stuwdammen in de rivier de Tennessee) en de AAA.(Agriculturel Adjustment Act, boeren kregen een gegarandeerde prijs voor hun producten). Ook op sociaal gebied versterkte hij de onderhandelingspositie van die vakbonden en legden de maximale werktijden en een minimumloon in wetten vast.

De New Deal was gebaseerd op de theorie van de econoom J.M. Keynes de overheid mag schulden maken, want zodra de economie weer aantrekt, kunnen de schulden door toegenomen belastingen weer worden betaald. De theorie van Keynes verdrong het klassieke liberale economische denken van 'laissez faire, laissez passer' uit de negentiende eeuw. Op korte termijn leek de New Deal te slagen, maar herstel van de economie kwam pas echt op gang toen Frankrijk en Engeland aan de VS vroegen hen wapens te leveren, vanwege de nieuwe dreiging van een oorlog met Duitsland. President Roosevelt zou door de Amerikanen drie maal opnieuw tot president worden gekozen, in 1936,1940 en 1944 en uitgroeien tot een van Amerika's grootste presidenten.

 9.3 De Sovjet-Unie

Kenmerkende aspecten

* Het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme

* De rol van de moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.

De kern

 Rusland lag ver achter bij de landen in West-Europa. Tsaar Nicolaas II regeerde als een autocratische vorst, samen met de adel. In februari 1917 vond de eerste revolutie plaats, en in oktober de tweede, waarbij de communisten onder leiding van Lenin en Trotzki aan de macht kwamen. Na een burgeroorlog werd in 1921 de Unie van Socialistische Sovjet Republieken opgericht(USSR). In de Sovjet-Unie werd het communisme met harde hand toegepast. Stalin die Lenin had opgevolgd, nam de industrialisatie van de Sovjet-Unie versnelt ter hand, om de achterstand op het westen in te halen. Dat zou miljoenen mensen het leven gaan kosten.

Het belang van het onderwerp

De Russische Revolutie is een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de twintigste eeuw. In China vond in 1949 een vergelijkbare revolutie plaats. Een derde van de mensheid leefde toen in communistische landen, gesteund door de Sovjet-Unie. Eind twintigste Eeuw ging de Sovjet-Unie economisch failliet en gingen de Chinese leiders over tot een meer kapitalistische economie.

Onderzoeksvraag

Waardoor kreeg Rusland een communistische regering en hoe werd dat land een totalitaire staat?

Rusland onder de tsaar

Rusland was rond 1900 een agrarische staat en liep ver achter op West-Europa. De bevolking was arm, had geen enkele vorm van inspraak, en er was veel analfabetisme. De tsaar, Nicolaas II, had absolute macht. De Franse Revolutie was in Rusland praktisch niet doorgedrongen. Probeerde men westerse ideeën of die van Karl Marx in praktijk te brengen, dan werd men gevangen genomen en in starfkampen opgesloten. In 1905 leidden protesten tot de zogenaamde 'bloedige zondag', waarbij door de tsaristische troepen op burgers werd geschoten. Toen Rusland ook nog een oorlog verloor tegen Japan, leed Rusland gezichtsverlies.

Rusland in oorlog

De tsaar had in 1905 nog de onvoorwaardelijke steun van het leger en de politie. Maar toen Rusland, als deel van de Triple Entente, ook deel ging nemen aan de Eerste Wereldoorlog, bleek hoe zwak het leger was. Hoe langer de oorlog duurde hoe uitzichtslozer de situatie werd. 

De Februarirevolutie

Doordat miljoenen boeren als soldaten dienden, kwam de voedselproductie bijna stil te liggen. Hongerende stedelingen kwamen in opstand en soldaten deserteerden massaal. In Petrograd waren er twee machtscentra ontstaan. De sovjets (revolutionaire raden) of de Doema. Vanuit de Doema(parlement) werd in februari 1917 de revolutie uitgeroepen, en werd onder leiding van Alexander Kerenski, een voorlopige, liberlae regering aangesteld. Nicolaas II was  afgetreden en zou uiteidelijk met zijn hele familie worden terechtgesteld. De voorlopige regering beloofde de oorlog voort te zetten.

De Oktoberrevolutie

 De voorlopige regering beloofde de oorlog voort te zetten, gaven de oorlog daarmee de hoogste prioriteit, en stelde hervormingen uit. De Duitsers gaven Lenin en Trotski de kans om naar Rusland te reizen, nadat deze beloofd hadden, Rusland uit de oorlog terug te trekken, als zij aan de macht zouden komen. Lenin zag de Eerste Wereldoorlog als een oorlog die door kapitalisten was uitgelokt, om hen nog rijker en machtiger te maken.

 Dictatuur van het proletariaat

Nadat de verkiezingen in januari 1918 voor de bolsjewieken niet goed verliepen, weigerden ze zich daarbij neer te leggen. Een burgeroorlog was het resultaat. De bolsjewieken gebruikten het geheime politieapparaat van de tsaar om de Russische bevolking te terroriseren.

Dictatuur van de partij

In de eerste jaren na de oktoberrevolutie lag de feitelijke macht vooral in handen van de plaatselijke sovjets. Maar de communistische partij trok steeds meer macht naar zich toe. Het Politbureau groeide uit tot het machtigste orgaan van de communistische Partij, bestond uit vijf man, en bepaalde de koers van de partij van boven af. Door middel van de geheime politie werd terreur uitgeoefend. De Sovjet-Unie werd vanaf 1922 een eenpartijstaat en zo ontstond de dictatuur van de partij.In feite een totalitaire staat.

 NEP en planeconomie

 Lenin hield zich aan zijn belofte aan de Duitsers gedaan. In maart 1918 sloot hij de vrede van Brest-Litovsk waarbij Rusland grote gebieden aan Duitsland verloor, zoals Estland, Letland, Litouwen, Polen en de Oekraïne(zou in 1922 weer door de Sovjet-Unie worden ingelijfd). Zoals al gesteld zuchte Rusand nu onder een burgeroorlog tussen de Witten (medestanders van de tsaar) die samen met geallieerde legers vochten tegen het Rode leger (Roden) onder leiding van Trotski. Na de overwinning van de Roden werd de USSR uitgeroepen.

Voor het hervormen van de economie keken Lenin en Trotzki naar de manier waarop het Rode Leger was georganiseerd. Net zoals de soldaten in ruil voor kleding, voedsel en onderdak moesten vechten, zo zou dit ook voor het  'arbeidsleger' moeten gelden. Maar in de praktijk werkte dat niet, omdat boeren weigerden en de productie in de fabrieken terugliep. 

Volgens de theorie van Marx zou een ieder profiteren van de communistische heilstaat. Maar in de praktijk stevende de Sovjet Unie af op een economisch faillisement. In de periode van 1921 en 1922 waren vijf miljoen mensen door hongersnood gestorven. Lenin kon niet anders dan de Nieuwe Economische Politiek invoeren, in feite herinvoering van het kapitalisme. Industrie, banken en de handel met het buitenland bleef in handen van de staat, maar de boeren mochten hun landbouwoverschotten weer verkopen op de markt. Door de NEP verbeterde de voedselsituatie.

Lenin kreeg in 1922 een herseninfarct en overleed twee jaar later. Er ontstond een hevige machtsstrjijd tussen Stalin en Trotzky, die Stalin won. Stalin schafte de NEP af en voerde in 1928 de collectivisatie van de landbouw door, om de versnelde industrialisatie mogelijk te maken. Trotzky zou worden verbannen, en Stalin zou van1927 tot aan zijn dood in 1953 leiding geven aan de Sovjet-Unie. Stalin streefde er naar om in 10 jaar de industriële achterstand op het westen in te halen. Hij deed dat door allereerst de landbouw te collectiviseren. Met de afschaffing van de NEP, de invoering van vijfjarenplannen, en de collectivisatie van de landbouw creëerde Stalin een arbeidsoverschot dat nodig was voor de opbouw van de industrie. 

De collectivisatie werd onder dwang doorgevoed. Er werden kolchozen(collectieve boerderijen) en sovchozen (staatsboerderijen) opgericht. Protesterende boeren en koelakken(rijke boeren) werden vermoord, of verdwenen in de Goelag-Archipel (de straf- en werkkampen in de Sovjet-Unie), of werden ingezet voor het graven met de schop, van het kanaal tussen de Witte Zee en de Oostzee. Een kanaal van 227 kilometer leidde tot de dood van meer dan 25.000 dwangarbeiders, in de winter van 1931-1932.

9.4 Fascisme en nationaalsocialisme

Kenmerkende aspecten

* Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme

* De rol van de moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie

* Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden.

 De Kern

 In Italië en Duitsland leidde de uitkomst van de Eerste Wereldoorlog tot grote onvrede. Men voelde zich vernederd. In Italië stichtte Benito Mussolini de Fasci di Combattimento, en door toepassing van geweld, en zijn tocht naar Rome, werd Mussolini door koning Umberto verzocht een regering te vormen. In Duitsland kwam in 1933 de NSDAP en Hitler aan de macht. Ze slaagden erin, door de Machtigingswet in 1934, de macht totaal aan zich te trekken. De Republiek van Weimar was al eerder een papieren democratie gebleken. 

Het belang van dit onderwerp

Algemeen aanvaard is het gegeven dat een economsiche crisis en armoede bedreigend zijn voor de democratie. Mensen zijn in barre tijden makkelijker door populistische politici te beïnvloeden. Het is moeilijk om een antidemocratische ontwikkeling vanuit het buitenland te corrigeren.

Onderzoeksvraag

Door welke interne en externe omstandigheden ontstonden in Italië en Duitsland het fascisme en het nationaalsocialisme, en hoe veranderden deze landen in totalitaire staten?

Fascistische beweging in Italië

 Italië was een gefrustreerd land. Men had, door overstappen van de Triplle Alliantie naar de Triple Entente in 1915, verwacht dat men daarvoor gebiedsuitbreiding zou krijgen. Dat gebeurde slechts gedeeltelijk. Daarnaast was er nog steeds sprake van een economsche slechte situatie. Italië had ook geen democratische traditie en de politieke verdeeldheid in het land was groot.

In die sfeer kreeg Mussolini met zijn Fasci di Combettimento steeds meer aanhang en uit deze beweging ontstond de politieke beweging het fascisme.

Niet denken maar doen

In het begin was het fascisme vooral een anti-beweging. Anti-liberaal,-parlementair, -kapitalistisch, -individualistisch, -socialistisch,  -pacifistisch.

Fascistische bewegingen hebben vier kenmerken:

1) De eenheid van de natie. Het individu is ondergeschikt aan de staat. En de staat is gelijk aan het volk. Extreem nationalisme uit zich vooral in kleding, massabijeenkomsten vlggen en andere symbolen.

2) Het verheerlijken van geweld en militairisme. 

3) Twijfel aan de rede(verstand) en het toekennen van een grote waarde aan gevoel en intuïtie. Niet denken maar doen.

4) Een leidersfiguur die altijd moet worden gevolgd. Adolf Hitler was daarom de Führer en Mussolini de Duce.

De Republiek van Weimar

 In Italië kreeg Mussolini in 1922, na de mars naar Rome, van koning Umberto de macht. De fascisten schakelden de oppositie uit en veranderden Italië in een eenheidsstaat. Het buitenland bewonderde de manier waarop Mussolini er in slaagde, van Italië weer een optimistisch land te maken. De tereur nam men voor lief.

In Duitsand was  in 1918  de Republiek van Weimar ontstaan. Door de revolutionaire omstandigheden week men uit naar Weimar. Toch zag president Ebert zich genoodzaakt het leger te hulp te roepen om een linkse staatsgreep te voorkomen (Rosa Luxenburg en Karl Liebknecht werden vermoord). Een rechtse staatsgreep mislukte ook, maar Kapp kon vluchten. De Republiek probeerde te voldoen aan de herstelbetalingen. Er ontstond een hyperinflatie.Toen de herstelbetalingen in 1923 niet meer konden worden opgebracht, konden Engeland en Frankrijk hun schulden aan de Verenigde Staten, niet meer betalen.  België en Frankrijk bezetten daarop het Rhürggebied. Het was de VS die met het plan Dawes met een oplossing kwam. De VS leende aan Duitsland geld, waarmee de economie weer op gang kon komen. Er werd een nieuwe mark ingevoerd. Met de economische groei werd het weer mogelijk herstelbetalingen te doen(die waren verminderd tot 2,5 miljard mark per jaar) aan Frankrijk en Engeland, die op hun beurt hun schulden aan de VS konden voldoen. De economsiche kringloop was hersteld.

De regering van Weimar erkende in 1925 de westgrenzen en er werd toenadering tot Frankrijk gezocht. In 1926 werd Duitsland lid van de Volkenbond. Tot 1929 was er sprake van economsche groei.

Hitlers weg naar de macht

Hitler, van origine Ostenrijker, verhuisde in 1913 naar München. Meldde zich als vrijwilliger aan bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De nederlaag van de Duitsers was volgens hem de schuld van de Novemberverbrecher(lees de regering van Ebert) en sloot zich in 1921 aan, bij een beweging, de Nationaal Socialistsische Duitse Arbeiders Partij(NSDAP).

In 1923 pleegde Hitler de zogenaamde 'Bierkelleputch' in München, die mislukte en Hitler werd gearresteerd en veroordeeld tot vijf jaar vestingstraf, waarvan hij er maar negen maanden uitzat. Tijdens zijn gevangenisstraf schreef hij het boek  'Mein Kampf', waarin hij al zijn ideeën op papier zette. Door de in 1992 ontstane crisis, nam het aantal leden van de NSDAP stormachtig toe. Zie overzicht.

Results of the elections in the Weimar Republic 1919-1933

 

 

1919

1920/22

1924(1)

1924(2)

1928

1930

1932(1)

1932(2)

1933

Voters in %

83,02

79,18

77,42

78,76

75,60

81,95

84,06

80,58

88,74

NSDAP

.

.

6,55

3,00

2,63

18,33

37,36

33,09

43,91

DVFP

.

.

0,87

.

.

.

.

Landvolk

.

.

.

.

1,89

3,17

0,25

0,30

.

WP

.

.

1,71

2,29

4,54

3,95

0,40

0,31

.

BBB

0,91

0,78

0,64

1,03

1,56

0,97

0,37

0,42

0,29

DNVP

10,27

15,07

19,45

20,49

14,25

7,03

5,93

8,66

7,97

CSVd

.

.

.

.

0,20

2,49

1,10

1,48

0,98

DVP

4,43

13,90

9,20

10,07

8,71

4,75

1,18

1,86

1,10

DDP

18,56

8,28

5,65

6,34

4,90

3,78

1,01

0,95

0,85

BVP

19,67

4,39

3,23

3,74

3,07

3,03

3,26

3,09

2,73

Zentrum

13,64

13,37

13,60

12,07

11,81

12,44

11,93

11,25

SPD

37,86

21,92

20,52

26,02

29,76

24,53

21,58

20,44

18,25

USPD

7,62

17,63

0,80

0,33

0,07

0,03

.

.

.

KPD

.

2,09

12,61

8,94

10,62

13,13

14,56

16,86

12,32

Other

0,68

2,30

6,25

4,15

4,86

3,02

0,56

0,61

0,35

 

Seats

423

459

472

493

491

577

608

584

[647]

NSDAP

.

.

32

14

12

107

230

196

288

DVFP

.

.

-

.

.

.

.

Landvolk

.

.

.

.

9

19

1

-

.

WP

.

.

7

12

23

23

2

1

.

BBB

4

4

3

5

8

6

2

3

2

DNVP

44

71

95

103

73

41

37

52

52

CSVd

.

.

.

.

-

14

3

5

4

DVP

19

65

45

51

45

30

7

11

2

DDP

75

39

28

32

25

20

4

2

5

BVP

91

20

16

19

17

19

22

19

19

Zentrum

64

65

69

61

68

75

71

73

SPD

165

103

100

131

153

143

133

121

120

USPD

22

83

-

-

-

-

.

.

.

KPD

.

4

62

45

54

77

89

100

[81]

Other

3

6

19

12

11

10

3

3

1

bron Historia Pro

De Republiek van Weimar bleek politiek zwak, want tussen 1919 en 1933 waren er maar liefst 31 regeringen, en nam de president besluiten, die hem door de grondwet waren toegestaan(art 64).

Duitsland als totalitaire staat

 Nadat von Papen(DNVP) president Hindenburg overhaalde Hitler tot Rijkskanselier te benoemen, hij dacht dat ze Hiter wel in toom konden houden, werd op 30 januari 1933 Hitler de nieuwe Rijkskanselier. Het aansteken van het Rijksdaggebouw, en de daaropvolgende aanname in de Rijksdag van de Machtigingswet, betekende dat de Gelijkschakeling (nationaalsocialistische ideeën werden overheersend) kon worden voortgezet, omdat de oppositie, monddood, in concentratiekampen verbleef, of letterlijk was vermoord (Nacht van de Lange Messen). Na de dood van president Von Hindenburg in 1935, was Hitler zijn opvolger en was de totalitiare staat met een leider, Führer, Adolf Hitler, een feit.

 De joden als zondebok

In 'Mein Kampf' had Hittler al geschreven dat een van zijn doelen was, de vernietiging van het Joodse volk. De bevolking werd met alle mogelijke middelen geïndoctrineerd met het idee, dat de joden in feite de veroorzakers waren van alle ellende. Het al aanwezige anitsemitsme werd met moderne communicatiemiddelen, nieuw leven ingeblazen. Met de aanname van de Neurenburgerwetten in 1935 werden de joden in Duitsland hun staatsburgerschap ontnomen, en mochten niet langer een politiek ambt vervullen, zoals ambtenaar of politicus. Een jood mocht niet meer trouwen met een ariër. Daarnaast  werden veel plaatsen voor joden verboden gebied. Uiteindelijk werd de vernietiging vastgelegd in de besluiten die genoemen werden op de Wanseeconferentie begin 1942.  Het antisemitisme en rascisme was het belangrijkste verschil tussen het nationaalsocialisme en het fascisme van Mussolini.

Nazi-Duitsland als militaire staat.

Het Duitse volk liep achter Hitler aan omdat deze zich verzette tegen het 'Diktat von Versailles'. Hij wilde geen herstelbetalingen meer betalen, en had in Mein Kampf uiteengezet dat hij een Groot-Duits Rijk wilde stichten. Alle Duitsers 'heim ins Reich' Er moest voor de Duitsers 'Lebensraum' worden gevonden en wel in het oosten. Duitsers waren voortbestemd om te heersen. Het communisme moest worden vernietigd. Oorlog was daarbij onvermijdelijk.

Hij begon de militaire dienstplicht in te voeren, stapte uit de Volkenbond, en begon met de opbouw van een sterke marine en luchtmacht. In 1936 bezette  Duitsland het Rijnland. Frankrijk wilde in actie komen maar de regering van Groot-Brittanniè oordeelde dat Hitler 'slechts zijn eigen achtertuin binnenging'. 

9.5 De Tweede Wereldoorlog

Kenmerkende aspecten

* Het voeren van twee wereldoorlogen

* Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.

 De kern

Duitsland wordt gezien als het land dat schuld had aan de Tweede Wereldoorlog. Japan ging onverstoorbaar verder in het verre oosten met de verovering van gebieden. Beide landen hadden daar territoriale en economische motieven voor, maar ook ideologische. Ze maakten onderscheid in ras, en in politieke ideologie. Dat had gruwelijke gevolgen.

Het belang van het onderwerp

De Tweede Wereldoorlog is de ergste uit de geschiedenis, door de gevolgen voor burgers en soldaten. Het aantal slachtoffers wordt op 72 miljoen geschat.

Onderzoeksvraag

Hoe leidden de economsiche problemen en de politieke spanningen tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en hoe verliep deze oorlog?

 Herstel van de oude glorie

Zowel in Italië als Duitsland kwam er één persoon aan de macht, werd de parlementaire democratie afgeschaft en kwam er een totalitaire dictatuur. Hitler en Mussolini wilden eerherstel van hun land en de vredesregelingen van 1919 ongedaan maken.

Mussolini zag zichzelf als de opvolger van de Romeinse keizers en noemde de Middenlandse Zee Mare Nostrum(onze zee)

Hitler streefde naar een groot Duitsland, en keek als voorbeeld naar de regering van keizer Frederik Barbarossa (1152-1190), en het Duitse Keizerrijk (1871-1918). Hij droomde van een 'Duizendjarig Rijk', het 'Derde Rijk'.

 Japanse expansiedrang

Japan was tot het midden van de negentiende eeuw een geïsoleerde en feodale samenleving. De keizer werd als een god gezien en de samorai(ridders) waren de machtigste groep in de samenleving. Japan had zijn isolement opgegeven en besloot te moderniseren. Maar Japan had echter weinig landbouwgrond en nauwelijks grondstoffen. De Japanners  veroverden daarom steeds meer landen: Formosa(1895), Zuid-Sachalin(1905), Korea(1910) en Mantsjoerije(1931). Daarbij kwam dat Japanners hun eigen cultuur superieur vinden aan die van andere Aziatische volkeren. Japan was voorbestemd om in Azië te heersen.

In 1936 sloten Japan en Duitsland het zogenaamde anti-kominternpact, waar Italië zich in 1937 bij aansloot. In 1937 was Japan China binnengevallen. In 1940 besloten de landen elkaar ook militair bij te staan.

 Italië zoekt eerherstel

Mussolini viel in 1935 Etiopië binnen. In 1896 had Italië dat ook al geprobeerd, maar dat mislukte toen. De Volkenbond kondigde sancties af, maar Groot-Brittannië weigerde het Suezkanaal voor Italiaanse marineschepen te sluiten.

Appeasement als trauma

Duitsland 1933-1938

Hitler bracht zijn aanspraken op Duitssprekende gebieden in praktijk: zie kaartje

 Troepen Duitsland trekken het gedemilitariseerde Rijnland binnen. Engeland en Frankrijk laten dit toe. Oostenrijk wordt in maart 1938 bij Duitsland gevoegd. 

Overeenkomst van Munchen. September 1938 Frankrijk (Daladier) en Engeland (Chamberlain) gaan op voorstel van Italië (Mussolini) akkoord dat Sudetenland aan Duitsland (Hitler) wordt gegeven. Dit werd besloten zonder Tsjecho-Slowakije ook maar iets te vragen. Wordt later ook wel ‘Het verraad van Munchen’genoemd. Chamberlain spreekt over ‘Peace in our Time’. 

 De toegevende politiek 'Appeasementpolitiek' genoemd, had als doel vrede te verzekeren. De Engelse premier Chamberlain geloofde daar echt in. De werkelijkheid was echter anders. Binnen een jaar zou de oorlog toch uitbreken. Op 15 en 16 maart 1939: Nazi-Duitsland bezet toch Tsjechië en Slowakije. Tjsechië wordt het protectoraat Bohemen en Moravië. 

hitler stalin pact aug 1939

Tot verbazing van alle communisten in de wereld sloten Duitsland en de Sovjet- Unie  in augustus 1939 een Niet-aanvalsverdrag (ook wel genoemd non-agressiepact, ook wel Ribbentrop-Molotov-pact genoemd, naar de respectievelijke ministers van buitenlandse zaken van Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie). In een geheime clausule verdelen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie Polen onder elkaar.  Zie afbeelding.

memo hfst 7 afb 12

Europa in oorlog

 Op 1 september 1939 brak de oorlog uit met de Duitse aanval op Polen. Er was sprake van een Blitzkrieg, een snelle gemechaniseerde oorlog. Frankrijk en Engeland verklaarden twee dagen later de oorlog aan Duitsland. Veel konden die landen er echter niet tegen doen.

Het doel van Hitler,  Lebensraum in het Oosten, werd in praktijk gebracht. Nu Hitler succesvol was in het oosten, wende hij zich naar het westen:

  • Op 1 april 1940 werden Denemarken en Noorwegen door Duitsland bezet.
  • Op 10 mei 1940 trokken de Duitsers Nederland, België en vervolgens Frankrijk binnen. Nederland capituleerde op 14 mei,. België op 24 mei en Frankrijk eind juni.

Oorlog aan het Oostfront

europa 1942

 Ondanks het niet-aanvalsverdrag viel Hitler op 21 juni 1941 De Sovjet-Unie binnen en behaalde overwinning op overwinning, op een door zuiveringen getroffen Sovjetleger. De frontlijn liep uiteindelijk van Leningrad via Moskou naar Sebastopol aan de Zwarte Zee(zie kaartje). De Duitse aanval stokte door de opmars van de strenge winter. Begin 1943 werd de slag bij Stalingrad het keerpunt aan het Oostfront.

Een echte wereldoorlog

Toen de slag bij Stalingrad in alle hevigeheid plaatsvond vochten de geallieerden in Afrika tegen Rommel. In het verre oosten echter, viel op 7 december 1941, Japan de Amerikaanse marinebasis op Pearl Harbour aan. Dat was het begin van de verdere expansie van Japan in Azië. De VS waren ineens in de Wereldoorlog betrokken en de koloniale machten Engeland, Frankrijk en Nederland waren ook door hun koloniën in oorlog met Japan. Ialië en Duitsland verklaarden ook aan de VS de oorlog. Een echte wereldoorlog was zo ontstaan.

Japanse expansie tot juni 1942

 De VS, de SU en Groot-Brittannië  werden nu bondgenoten tegen Duitsland. Stalin drong bij de westerse landen aan, op opening van een tweede front. Dat zou op 6 juni 1944 ontstaan, door de invasie in Normandië. Duitsland werd op twee fronten aangevallen. Het rode leger was in de herfst van 1944 al tot aan de Duitse grens opgerukt en de westerse geallieerden bombardeerden Duitsland elke dag, met als doel een snelle capitulatie. Desondanks wilde Hitler zich niet overgeven. In april 1945 was het duidelijk dat Duitsland de oorlog verloren had. Hitler en enkele medewerkers pleegden zelfmoord, en op 7 mei 1945 tekende de Duits legerleiding de overgave.

Inzet van massavernietigingwapens

In het verre oosten zou de strijd nog tot in augustus duren. Eiland voor eiland moest op de Japanners worden veroverd, waarbij veel slachtoffers vielen. Omdat de Amerikanen vreesden, dat ze nog veel mensenlevens zouden verliezen, werd besloten, de in het diepste geheim ontwikkelde atoombom, ook daadwerkelijk in te zetten. Op 6 augustus werd boven Hiroshima de eerste atoombom afgeworpen en drie dagen later een atoombom op Nagasaki. De wereld zou nooit meer hetzelfde zijn. Japan capituleerde, en op 15 augustus 1945 kwam er een difinitief einde, aan de Tweede Wereldoorlog.

 De bezetting van Nederland

Kenmerkende aspecten

* De Duitse bezetting van Nederland.

* Rascisme en discriminatie leiden tot genocide, in het bijzonder op de joden.

* Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme.

De kern

Een handelsland als Nederland werd natuurlijk ook getroffen door de economsche crisis. Omdat ons land een verzuilde samenleving was, kregen extreme partijen niet veel aanhang. De Nederlandse regeing hoopte dat de neutraliteit van Nederland ook nu zou worden gerespecteerd. Maar dat gebeurde niet, en Nederland werd door Duitsland, onder de voet gelopen. Ook in Nederland zou de vervolging van de Joden extreme gevolgen hebben. Meer dan 100.000 van hen zouden nooit meer terugkeren. 

De Japanners hadden Nederlands-Indië bezet, en daarmee was het koninkrijk ook betrokken, in de oorlog in Azië. Ook daar zouden Nederlanders , zowel militairen als burgers, de oorlog aan den lijve ondervinden.

Het belang van het onderwerp

De Tweede Wereldoorlog in Nederland is lange tijd afgeschilderd als een strijd tussen de 'goeden', die het tenslotte wonnen van de 'slechten'. Feit is dat slechts een kleine groep zich daadwerkelijk verzette, en dat een ongeveer even grote groep, callaboreerde met de Duitsers. De meeste Nederlanders probeerden zo goed en kwaad als het ging, het gewone leven op te pakken, bevreesd voor Duitse maatregelen. Toch wordt steeds meer de vraag gesteld, of de Nederlanders niet meer hadden moeten of kunnen doen, om de deportatie van de Joodse bevolking te voorkomen.

Onderzoeksvraag

Hoe onderging Nederland de bezetting door Duitsland en onderging Nederlands-Indië de Japanse bezetting?

Een verzuilde samenleving

Aan het begin van de 20e eeuw was de Nederlandse samenleving verdeeld in vier zuilen:

  • Katholieken;
  • Protestanten;
  • Socialisten;
  • Neutralen (liberalen)erzuiling vondplaats op politiek, maatschappelijk en cultureel gebied.

In de jaren '30 kwam daar nog de radio bij. Kortom men winkelde, sportte, ontspande, zocht werk, ging naar school binnen de eigen zuil. Verzuiling vond plaats op politiek, maatschappelijk en cultureel gebied. Kortom men winkelde, sportte, ontspande, zocht werk, ging naar school binnen de eigen zuil. Binnen de confessionele zuilen had men groot bezwaar tegen 'gemengde' huwelijken. De top van de zuilen had veel contact met elkaar, maar de meerderheid van de bevolking leefde vreedzaam naast elkaar.

Tijdens de jaren dertig reageerde de regering lange tijd niet op de economischecrisis, terwijl een kwart van de bevolking werkloos was. Premier Colijn wilde niet dat de overheid zou ingrijpen en liet via de radio weten dat de regering over Nederland waakte. De meeste mensen bleven hun zuil trouw, en de communisten(CPN) en de nationaal-socialisten(NSB) haalden in het Interbellum, nooit meer dan vier zetels, op een totaal van honderd. 

Niet klaar voor de oorlog

Nederland was onvoldoende voorbereid op een oorlog, ondanks Duitslands oorlogzuchtige taal. Het pacifisme(geweldloosheid) had veel aanhangers in Nederland, gesymboliseerd door een insinge 'het gebroken geweertje'. Bovendien dacht men dat de Hollandse waterlinie en de Peel-Raamstelling, de Duitsers wel zouden tegenhouden. Op 29 augustus 1939 mobiliseerde de Nederlandse regering het leger. Op 10 mei 1940 vielen de Duisters Nederland binnen, en de Blitzkrieg betekende dat Nederland al binnen vijf dagen capituleerde. Natuurlijk ook, door het bombardement op Rotterdam, en de dreiging, dat ook andere steden zouden worden gebombardeerd, als Nederland zou doorvechten.

 Onder Duits toezicht

In het begin van de bezetting gedroegen de Duisters zich kalm en gediscipilneerd. In tegenstelling tot andere landen waren in Nederland niet de militairen de baas, maar leden van de SS. Duitsers beslisten en lieten de uitvoer van de beslissingen over, aan de bestaande Nederlandse bestuursinstellingen. Mensen merkten in het begin weinig van de bezetting, maar dat veranderde toen de bewegingsvrijheid beperkt werd, en de distributie werd ingevoerd. Er werd een avondklok ingesteld, en ramen van huizen en gebouwen moesten worden verduisterd. Op 1 okotber 1940 werd een persoonsbewijs ingevoerd.

Onder Duits overwicht

Door de ontwikkelingen aan het oostfront gingen de Duitsers steeds meer de economie ten dienste stellen van de oorlgovoering. Men vorderde alles wat maar nodig was. Nederlandse mannen werden opgeroepen in Duitsland te gaan werken(Arbeitseinsatz), eerst vrijwillig, maar vanaf maart 1942 verplicht. Zo'n 300.000 mannen doken onder, en de Duitsers organiseerden razzia's.

Isoleren en stigmatiseren van de joden

De eerste maatregel die men nam was, dat alle joden de in dienst waren van de overheid, ontslagen werden. In het najaar van 1940 werd begonnen met de registratie van de joden. Ambtenaren moesten een ariërverklaring ondertekenen. In de loop van 1941 werden tal van maatregelen genomen die de bewegingsvrijheid van de joden beperkten. Ze werden geisoleerd en gestigmatiseerd. Kregen een extra stempel in hun paspoort en werden verplicht vanaf 3 mei 1942, een gele ster op hun kleding te dragen. Hun bewegingsvrijheid werd verder beperkt,  omdat ze niet mochten reizen en hun fietsen moesten afstaan. Maar in januari 1942, was al in Wansee besloten, tot de vernietiging van alle Joden in Europa.(genocide). Via Westerbork en Vught werden Nederlandese joden per trein afgevoerd naar de vernietigingskampen in Polen. Auschwitz en Sobibor zouden namen worden, die voor altijd in ons geheugen staan gegrift. 

Nederlands-Indië door Japan bezet

 Na de verovering van Nederlands-Indië, werden door Japanners ook daar concentratiekampen opgericht, waar meer dan 165.000 krijgsgevangenen, burgers en overige Indonesiërs, zouden worden opgesloten. Het waren geen vernietigingskampen, maar velen kwamen er toch om.

Door de Japanse bezetting ontstond er een nieuwe belangrijke fase in de bewustwording van de inheemse bevolking. Waarom zouden de ideeën van de Verlichting ook niet voor hen kunnen gelden. Al in de jaren twintig waren de PNI(Partai Nasional Indonesia), en de PKI(Partai Komunis Indonesia) opgericht. Zij streefden naar directe onafhankelijkheid. Tijdens de bezetting wakkerden de Japanenrs de anti-Nederlandse gevoelens aan. Na de capitulatie van Japan, riepen Soekarno en Hatta, de Republik Indonesia uit.

 Zie voor Hoofdstuk 10: Feniks 2e fase Havo Hoofdstuk 10 2e dr Overzicht gs