We hebben 172 gasten online

Havo Hoofdstuk 1 De tijd van jagers en boeren

Gepost in 2e fase havo

De eerste mensen leefden als  jagers-verzamelaars. Rond 10000 voor C. ontstond in het Midden-Oosten de landbouw, die zich in duizenden jaren over Azië en Europa verspreidde. Rond 3500 voor C. ontstonden in Irak de eerste steden.

tijdvak 1De tijd van jagers en boeren

Cro-magnonmensen

Op 350 plaatsen werd in Europa prehistorische kunst gevonden. De beroemdste zijn de grotten van Lascaux in Frankrijk en Altamira in Spanje. Deze prehistorische kunst is gemaakt tussen 30000 en 11000 v C. door prehistorische Europeanen, die we naar een grot in Frankrijk cro-magnonmensen zijn gaan noemen. Naast tekeningen maakten ze ook beeldjes uit ivoor en maakten kralen van roofdiertanden. 

Geschilderd wild

Cro-magnonmensen schilderden vooral veel wilde dieren, maar waarom ze dat  deden is niet helemaal duidelijk. Wetenschappers denken tegenwoordig dat de grotten meer een algemene religieuze betekenis hadden. De tekening in de grot van Les Trois Frères (noordkant Pyreneën) is bijzonder omdat er mensen op zijn afgebeeld. Archeologen denken dat het een oude voorstelling van een sjamaan is, een tussenpersoon tussen de mens en hogere machten.

Van tentenkamp naar stad

Dit hoofdstuk gaat over de periode die we in de westerse geschiedschrijving de prehistorie noemen. Mensen trokken rond als nomaden maar vanaf 10000 voor C. kwam daar verandering in. In het Midden-Oosten gingen jager-verzamelaars voor het eerst aan landbouw doen. Daar ontstonden landbouwnederzettingen en later de eerste steden.

Paragraaf 1.1 Het leven van jager-verzamelaars

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de levenswijze van jager-verzamelaars.

Hoofdzaken in deze paragraaf

* de samenleving van jager-verzamelaars

* het belang van ongeschreven bronnen

De mensen hielden zich in leven door te jagen en voedsel verzamelen. In Europa verscheen de moderne mens rond 45000 voor C.

Jagen en verzamelen

Mensen leefden van de opbrengst van de natuur. Er was waarschijnlijk een duidelijke taakverdeling. De mannen visten en gingen op jacht. Vrouwen zorgden voor de kinderen en verzamelden plantaardig voedsel. Europa was dun bevolkt en dat kwam doordat de natuur maar een klei aantal mensen kon voeden. Groepen waren daardoor klein en hadden geen vast woonplaats. Ze trokken rond en worden nomaden genoemd en woonden in tenten en eenvoudige hutten. Daardoor hadden ze weinig bezittingen.

De ontwikkeling van jager-verzamelaars.

De Europese jager-verzamelaars leefden voor het grootste deel in de laatste ijstijd, die duurde tot 10000 voor C. De moderne mens verscheen 45000 voor C. in Europa, maar pas vanaf 13000, was Noordwest-Europa permanent bewoond vooral in Zuid-Frankrijk en Spanje.

Voor 50000 v C.konden mensen al vuur en grove stenen werktuigen maken. Pas rond 50000 v C. gingen mensen ingewikkelder werktuigen maken.  In heel Europa zijn talrijke Venusbeeldjes gevonden die te maken hadden met een vruchtbaarheidsritueel. Wellicht was er al sprake van een vorm van godsdienst.

Zonder schriftelijke bronnen

Geschreven bronnen zijn voor historici de belangrijkste bronnen. De tijd waaruit geen schriftelijke bronnen zijn overgeleverd noemen we prehistorie (voorgeschiedenis). We noemen die ook wel 'De tijd van Jagers en boeren'. Dit eindigde rond 3000 v C. toen in het Midden-Oosten het schrift ontstond. Voor de kennis van de prehistorie gebruiken we een aparte tak van de geschiedeniswetenschap, de archeologie. Daarbij kan alles wat uit het verleden is overgebleven als bron worden gebruikt. Veel weten we tegenwoordig over hun leven in de prehistorie maar hoe ze dachten weten we niet. 

Paragraaf 1.2 Het ontstaan van de landbouw

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen. 

Hoofdzaken in deze paragraaf:

* de landbouwrevolutie

* de landbouwsamenleving

* het geloof van de eerste boeren.

Door de ontwikkeling van de landbouw veranderde rond 10000 voor C. de leefwijze van de mensheid. 

De eerste boeren

nabije oosten

De landbouw ontstond in een gebied waartoe onder meer Irak en Syrië behoorden. Het wordt de vruchtbare halvemaan genoemd. In dat gebied leefden ook wilde schapen, geiten en zwijnen. Vanaf 8000 voor C. gingen mensen die temmen. Zo ontstond naast de akkerbouw ook de veeteelt. Rond 6500 bereikte de landbouw Zuid-Europa, rond 5300 voor C. was er voor het eerst landbouw was in Nederland en wel in Zuid-Limburg. Voor de rest van Nederland duurde dat nog bijna 2000 jaar. 

Oorzaken van de landbouwrevolutie

Vermoed wordt dat het te maken had met klimaatveranderingen. Na de ijstijd ontstonden in de vruchtbare halve-maan zachte natte winters en warme droge zomers. Ook in Europa werd het klimaat zachter. Tegelijkertijd kwam er minder groot wild waarop kon worden gejaagd. Wel kon men wilde dieren temmen en tot huisdieren (vee) worden gemaakt. Belangrijk was dat landbouw meer voedsel opleverde en op den duur werden mensen daar afhankelijk van. Door de opbrengst konden meer mensen worden gevoed en groeide de bevolking. Daarnaast werden graansoorten veredeld en fokte men steeds betere dieren. Ook ging men een ploeg gebruiken waarmee de grond kon worden omgewoeld waardoor ook zware gronden konden worden gebruikt (zoals op de löss in Zuid-Limburg). 

De landbouwsamenleving

Er was nu een nieuwe samenleving ontstaan, de agrarische of landbouwsamenleving. We spreken ook wel over de landbouwrevolutie. Het aantal mensen nam sterk toe en er ontstond een sedentaire samenleving ( wonen op een vaste plaats). In Zuid-Limburg zijn resten aangetroffen van huizen uit 5000 v C. Aan de hand van gevonden potten en kruiken spreken we van bandkeramiek.

Leven na de dood

De boeren gingen hun doden op een vaste plaats begraven of cremeren. Uit die graven blijkt dat ze in een leven na de dood geloofden. Voorbeeld daarvan zijn de hunebedden in Drenthe van rond 3000 v C. Ook in andere delen van Europa zijn rond 3000 v. C. bouwwerken met enorme stenen gemaakt, bijvoorbeeld in Stonehenge in Engeland.

Ötzi

In 1991 vonden wandelaars in de Ötztaler Alpen aan de Oostenrijks-Italiaanse grens een, naar later bleek, een ijs mummie. Deze bleek 5300 jaar geleden te zijn omgekomen maar was door het ijs geconserveerd. Door die vondst zijn we veel te weten gekomen omdat hij een complete uitrusting bij zich had waaronder een koperen bijl. Zijn maaginhoud wijst er op dat er toen al landbouw in de Alpen was.

Paragraaf 1.3 De eerste steden

Deze paragraaf gaat over het kenmerkend aspect: het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.

Hoofdzaken in deze paragraaf

* het ontstaan van steden

* de landbouwstedelijke samenleving

* de uitvinding van het schrift

* de eerste godsdiensten

De Eufraat en de Tigris ligt in het gebied dat Mesopotamië werd genoemd. Hier ontstond de eerste stedelijke beschaving en door de uitvinding van het schrift kwam er een eind aan de prehistorie.

Het verhaal van Atrahasis

Dat verhaal is een mythologische verklaring in de tijd van de Soemeriërs waarin verteld werd dat de god van de aarde zich ergerde aan de herrie van de steden en besloot de mensheid door een stortvloed uit te roeien. Maar de god van het water greep in, liet Atrahasis een boot bouwen waardoor deze samen met zijn dieren niet omkwam. Zijn nakomelingen bouwden nieuwe steden langs de Eufraat en de Tigris. 

Steden langs de Eufraat en de Tigris 

Het verhaal van Atrahasis is dus een mythologische verklaring en toont het bestaan van veel goden aan, het Polytheïsme . Door het smeltwater uit de bergen namen de rivieren in omvang toe en om het water op te vangen bouwden men dijken. De oevers van die rivieren waren zeer vruchtbaar en door een stelsel van dammen en kanalen te maken breidde men de vruchtbare grond uit. Dat vereiste een nieuwe organisatie, naast de boeren. De samenleving was ingewikkelder geworden. Langs de Eufraat en de Tigris groeiden vanaf 3500 v C. tientallen dorpen uit tot steden en ontstond de eerste landbouwstedelijke samenleving. Ze noemden het land Soemerië. 

Sociale verschillen

In sommige steden woonden tienduizenden mensen. Naast de boeren waren er nu ook ambtenaren, priesters, militairen, kooplieden en ambachtslieden. Er ontstonden daardoor sociale verschillen. Er ontstond een bestuur dat voor de waterhuishouding zorgde, voor de voedselvoorziening en voor de verdediging. 

Bovenaan stond de koning die het rijkste en machtigste was. Soemerië was niet één rijk maar bestond uit zelfstandige steden met eigen koningen. In die steden ontstond ook nijverheid en daaraan gekoppeld handel.

De uitvinding van het schrift

spijkerschrift

Rond 3300 voor C. ontstond hier het spijkerschrift waardoor ambtenaren nu in staat waren alle gegevens vast te leggen, bijvoorbeeld de opbrengst van de landbouw.

Vanaf 3000 v C. ontstonden ook andere landbouwstedelijke beschavingen, zoals de Egyptische en Chinese. Ook deze ontstonden langs rivieren en ook zij gingen het schrift gebruiken. Bestond het schrift van de Soemeriërs uit 600 tekens, het Chinese schrift uit duizenden karakters. Egypte had een beeldschrift, Hiërogliefen, en via dit schrift ontstond rond 750 v C. het Griekse alfabet. 

Goden

Dankzij het schrift kennen we de godsdienst van de Soemeriërs en de Egyptenaren. Zij geloofden dat de goden alles bepaalden.

marduk

Men bouwde tempels waarin priesters een speciale taak hadden. De farao in Egypte werd als een god aanbeden.

Zie verder Hoofdstuk 2 Havo Hoofdstuk 2 De tijd van Grieken en Romeinen