We hebben 313 gasten online

Havo Hoofdstuk 5 De tijd van de ontdekkers en de hervormers

Gepost in 2e fase havo

reformatie contrareformatie

In de 16 e eeuw begon het mens- en wereldbeeld in Europa drastisch te veranderen. Europeanen breidden hun invloed over de wereld uit. Nederland kwam in opstand tegen Filips II en er ontstond een Nederlandse staat.

 Filips II vertrok in 1559 naar Spanje om van daaruit Nederland te besturen. Hij sprak geen Nederlands of Frans, de taal van de Nederlandse edelen. Filips was een ernstig, enigszins wantrouwig en een diep gelovig mens. Toen hij in 1555 als landsheer werd ingehuldigd zou hij de taak van zijn vader Karel V verder voortzetten namelijk de handhaving van het katholieke geloof. Naarmate hij ouder werd ging hij steeds meer als een kloosterling leven. Hij streed overal voor het katholicisme en dus tegen het protestantisme en tegen de Turken. 

 

 

tijdvak 5

Willem van Oranje

Willem van Oranje daarentegen was een levenslustige en optimistiche man. Willem had zijn kinderjaren doorgebracht op slot Dillenburg in Duitsland waar hij een lutherse opvoeding kreeg. Op zijn 11 erfde hij de titel prins van Oranje, diens bezittingen en veel geld. Maar Karel V had daarbij wel een eis gesteld. Willem van Oranje moest katholiek worden opgevoed aan het Brusselse hof. En dat gebeurde. Hoewel hij tolerant stond tegenover mensen met een ander geloof zou hij zelf toch weer protestant worden.

Een woedende uitroep

Toen Filips II vanuit Vlissingen naar Spanje vertrok ontstond zou er al sprake zijn geweest van onenigheid met betrekking tot de aanwezigheid van Spaanse troepen in de Nederlanden. De onderlinge verhoudingen zouden steeds moeilijker worden.

Tijd van ontdekkers en hervormers.

In dat tijdvak brak de Nederlandse Opstand uit tegen Filips II die er uiteindelijk toe zou leidden dat het losse verband van de 17 gewesten in tweeën werd gescheurd. De zuidelijke Nederlanden bleven onder Spaans gezag en de noordelijke Nederlanden vormden de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Bij dit tijdvak horen namen als Columbus, Erasmus, Luther, Michelangelo en Leonardo da Vinci en kwam het erfgoed van de klassieke oudheid in het brandpunt van de belangstelling te staan. In de beeldende kunst en letterkunde brak een nieuwe bloeiperiode aan. Er ontstond een nieuwe geesteshouding waarin de mens centraal stond en niet God. 

Paragraaf 5.1 De renaissance

Deze paragraaf gaat over twee kenmerkende aspecten: het mens en wereldbeeld van de renaissance en de hernieuwde oriëntatie op de klassieke oudheid.

Hoofdzaken in deze paragraaf:

* de ontwikkeling van het mens- en wereldbeeld omstreeks 1500
* de ontwikkeling van het humanisme omstreeks 1500
 
In de 15 e eeuw begon in Italië de Renaissance. Een herbeleving van de oudheid. Humanistische geleerden gingen klassieke teksten bestuderen. Ook in de kunst en literatuur herleefde de oudheid. 
 
Een nieuwe godsdienst
 
In de Italiaanse stadstaten ontstond in de late Middeleeuwen een machtige bovenlaag van handelaren en bankiers. Om hun toegenomen rijkdom te tonen bouwden ze riante huizen en gaven kunstenaars opdrachten. In die omgeving ontstonden een nieuw mensbeeld, een nieuw wereldbeeld en een nieuw levensgevoel. Men hield de blik niet meer gericht op God en het leven na de dood.  Hun levensmotto veranderde van  'Memento Mori' (gedenk te sterven) naar 'Carpe Diem' (pluk de dag). In het klassieke erfgoed van de Grieken en Romeinen herkenden ze hun eigen op het hier en nu gerichte levenshouding. Ze gingen de Middeleeuwen zien als een donkere tussenperiode. De herleving van oudheid zijn we Renaissance gaan noemen, 'wedergeboorte' van de klassieke oudheid. De Renaissance begon in de 15 e eeuw in Italië en verspreidde zich vanaf 1500 over de rest van Europa. Het begin van de vroegmoderne tijd.
 
Het humanisme
 
Humanistische geleerden lazen en verklaarden klassieke teksten. De humanistische geleerden wilden de denkwereld van de klassieke auteurs begrijpen zoals ze echt waren geweest, los van het christendom. Ze probeerden de teksten in de originele staat te herstellen en voorzagen ze van uitleg. De Turkse verovering van Constantinopel in 1453 gaf het humanisme een extra impuls. Aanvankelijk was het humanisme vooral een beweging van geleerden. Maar op den duur ging het lezen van klassieke teksten bij de opleiding van de hogere burgerij horen. Het nieuwe opvoedingsideaal was een verstandig en mondig individu met een ontwikkeling op verschillende terreinen. Zo iemand was bijvoorbeeld Leonardo da Vinci. 
 
Verspreiding over Europa
 
erasmus
 
Erasmus was een belangrijke humanist in Rotterdam. Hij probeerde een christelijk humanisme te bereiken. Door bestudering en vertaling van oude teksten werd het christendom verdiept en gezuiverd. Ook werd daardoor het natuurwetenschappelijk denken gestimuleerd. Copernicus was in de 16 e eeuw zo'n wetenschapper die een wiskundig model ontwierp waarbij niet de aarde maar de zon als het middelpunt van ons zonnestelsel werd gezien. Het wereldbeeld veranderde definitief.
 
Klassieke kunst als voorbeeld
 
Ook in de beeldende kunst wilden kunstenaars de werkelijkheid zo echt mogelijk weergeven. Met lijnen, kleuren en schaduwen brachten ze diepte aan in hun schilderingen. Men maakte niet alleen Bijbelse voorstellingen maar ook portretten, landschappen en mythologische figuren. De werken van Michelangelo zijn daar een voorbeeld van. Zoals zijn schilderingen in de Sixtijnse kapel in het pauselijke paleis van Vaticaanstad, waarbij de figuren trots hun lichaam tonen. Deze aandacht voor het lichamelijke zou in de Middeleeuwen ongepast zijn gevonden.
 
Paragraaf 5.2 De Europese expansie
 
early civalisations
 
Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: het begin van de Europese expansie overzee.
 
Hoofdzaken in deze paragraaf:
 
* oorzaken van de Europese expansie
* het verloop van de expansie in de 15 e en 16 e eeuw 
 
 Het waren de Portugezen en Spanjaarden die als eersten in de 15 e eeuw de kusten van Afrika, Azië en Amerika verkenden.  Naar Azië vooral voor de specerijen. Aan het einde van de 16 e eeuw gingen ook Nederlanders, Engelsen en Fransen op ontdekkingsreis.
 
Verre werelddelen
 
In de 15 e eeuw was het grootste deel van de aarde onbekend gebied. Europeanen wisten in die tijd nog niet van het bestaan van Australië en Amerika. Ze kenden wel delen van het Midden-Oosten en van de noordkust van Afrika. Europeanen wilden graag naar China en Indië omdat oosterse producten zoals zijde en specerijen gewild waren. Door de vele tussenhandelaren was oosterse koopwaar peperduur. Tot 1453 kwam veel oosterse koopwaar via Constantinopel binnen. Omdat er veel geld mee te verdienen was zochten Europese handelaren, omdat ze niet over land mochten reizen, een manier om naar het Verre Oosten te reizen. En dat werd een route over zee.
 
Portugezen naar Azië
portugese nederzettingen
 
Portugese nederzettingen rond 1600
 
 
Hendrik de Zeevaarder, zoon van de Portugese koning, stichtte een school voor zeevaarders, waar les werd gegeven in navigatie, astronomie en kaartlezen. Met behulp van gegevens die zeevaarders meebrachten werden kaarten gemaakt die zeer geheim waren. Zo slaagden de Portugezen er in 1488 in, Bartholomeo Diaz, om rond Kaap de Goede Hoop te zeilen en in 1498 bereikte Vasco da Gama India. Vandaar uit drongen de Portugezen in 1510 door in de Indonesische archipel, waaronder de Molukken, waar zeer gewilde specerijen zoals kruidnagel, nootmuskaat en foelie groeiden. Vanuit versterkte handelsposten dreven de Portugezen handel met Chinezen, Japanners en andere Aziatische volken.
 
Spanjaarden naar Amerika
 
columbus
 
Het was Columbus, in Spaanse dienst, die dacht een westelijke route te hebben gevonden naar Indië. Maar door de Italiaanse ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci werd duidelijk dat het een nieuw werelddeel was. Hij noemde het continent Mundus Novus, Latijn voor Nieuwe wereld. Om Vespucci te eren gaf een kaartenmaker in 1507 het continent echter de naam Amerika. 
 
amerika
 
In Midden-Amerika volgden in het voetspoor van de ontdekkers de Spaanse conquistadores (veroveraars). Zo veroverde Hernando Cortis in 1519 het rijk van de Azteken in Mexico en Francisco Pizarro nam in 1530 het Incarijk in Peru in. De Spanjaarden was het vooral te doen om de goud- en zilvervoorraden. Ze vernietigden de Indiaanse samenlevingen en doordat de indianen geen weerstand hadden tegen uit Europa meegebrachte ziekten als pokken en mazelen, stierven ze binnen een eeuw praktisch helemaal uit.
 
Andere Europeanen op weg
 
Engelsen, Fransen en Nederlanders wilden mee profiteren en zochten alternatieve zeeroutes. Dat leidde eind 16 e eeuw tot nieuwe ontdekkingsreizen. Pogingen om via een noordelijke route naar Azië te varen mislukten, zoals onder andere blijkt uit de tocht van de Willem Barentsz, die strandde op Nova Zembla. Het lukte Cornelis Houtman via het zuiden wel om Azië te bereiken. Hij kreeg toestemming van de vorst van Bantam op Java om er peper te kopen.
 
Paragraaf 5.3 De Reformatie
 
Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de splitsing van de kerk in West-Europa.
 
Hoofdzaken in deze paragraaf:
 
* oorzaken van de Reformatie
* het verloop van de Reformatie
* het aandeel van Luther en Calvijn in de Reformatie
 
Erasmus pleitte voor een terugkeer naar het ware geloof. Hij was daarmee een wegbereider voor de Reformatie die Luther in 1517 begon. Na Luther werd Calvijn ook een kerkhervormer. Zo ontstond een scheuring in de christelijke kerk tussen protestanten en katholieken.
 
Het ware geloof
 
Na bestudering va de Latijnse Vulgaat constateerde Erasmus dat deze vol fouten zat en maakte in 1516 een nieuwe vertaling van de Bijbel. In zijn boek 'Lof der Zotheid' dreef Erasmus de spot met bisschoppen, kardinalen en pausen die het slechts om geld en macht zou gaan. Daarom pleitte Erasmus voor een terugkeer naar het ware geloof. Met zijn kritiek op de kerk werd hij een wegbereider van de Reformatie of Hervorming. Zelf bleef hij lid van de kerk van Rome.
 
Luther
 
Al in de Middeleeuwen ergerden mensen zich aan de talrijke mistoestanden in de kerk. Lang kon men de kritiek onderdrukken, maar de hervormingsbeweging onder leiding van Maarten Luther kreeg steeds meer aanhang waardoor er een scheuring ontstond binnen het christendom: de protestanten die met de kerk van Rome braken en de rooms-katholieken die de paus trouw bleven. 
In oktober 1517 verklaarde Luther in 95 stellingen wat er moest veranderen. Vooral de handel in aflaten, men kon met een aflaat een plaats in de hemel verdienen, nam steeds grotere vormen aan. Met de opbrengsten werd onder andere de bouw betaald van de Sint Pieterskerk te Rome.
 
Luthers strijd
 
De paus beschuldigde Luther van ketterij. Door de uitvinding van de boekdrukkunst verspreidden de ideeën van Luther zich echter snel in Noord-Europa. Kern van zijn leer was dat de zondige mens de genade van God niet kon verdienen met aflaten,  'goede werken' of andere handelingen. Het geloof moest gebaseerd zijn op de Bijbel.
In 1521 werd Luther uit de kerk gezet. Maar in het Duitse rijk had hij veel aanhangers en machtige beschermheren. Het was Karel de V die Luther uitnodigde voor een bijeenkomst met alle Duitse vorsten waar hij de kans kreeg zijn woorden te herroepen. Dat weigerde Luther en hij werd vogelvrij verklaard (wie hem zou doden werd niet vervolgd). Door de vorst van Saksen slaagde Luther er in te ontsnappen. Luther vertaalde de Bijbel in de Duitse taal zodat iedereen gelovige de Bijbel kon lezen. 
 
Calvijn
 
calvijn
 
Naast Luther was Calvijn een andere belangrijke hervormer. Calvijn was aan de universiteit van Parijs opgeleid tot humanistische wetenschapper. Calvijn stelde nog nadrukkelijker dat de mens zondig en slecht was en was van mening dat vanaf het begin af aan vast stond wie naar de hel of de hemel ging. God bepaalde dat en de mens had daar geen invloed op. Terwijl Luther leerde dat geloven een mens kon redden.
Een ander verschil tussen Luther en Calvijn was dat Luther aan de kant van de vorsten stond en dat die het geloof van hun onderdanen moesten bepalen. Maar Calvijn vond wel dat die overheid in overeenstemming met de Bijbel moest handelen en de  'ware godsdienst' bevorderen. Deed ze dat niet, dan mochten lagere bestuurders tegen die overheid in opstand komen.
 
 
Genève als voorbeeld
 
Het in 1576 aan de macht gekomen stadsbestuur organiseerde de kerk naar de ideeën van Calvijn. Er gingen strenge leefregels gelden. Er werden vier kerkelijke ambten ingesteld. Predikanten, ouderlingen, diakenen en doctores. Vanuit Genève verspreidde het calvinisme zich over Europa. In  1566 bleek dat het calvinisme in Nederland veel aanhangers had. 
 
Gevolgen van de Reformatie
 
reformatie contra reformatie
 
Voor Engeland, Duitsland en Frankrijk had de Reformatie grote gevolgen. Het Duitse rijk raakte na 1520 verscheurd door godsdienstoorlogen waar pas een einde aan kwam met de Godsdienstvrede van Augsburg. Daar werd afgesproken dat elke vorst mocht bepalen welke religie in zijn gebied was toegestaan.
In Frankrijk werd er vanaf 1562 oorlog gevoerd tussen katholieken en hugenoten (Franse calvinisten). Daaraan kwam een einde door het Edict van Nantes. Frankrijk bleef een katholiek land maar de rechten van de hugenoten werden vastgelegd.
 
In Engeland leidde de Reformatie tot het ontstaan van de Anglicaanse kerk, een protestantse staatskerk met de koning aan het hoofd.
 
Paragraaf 5.4 De Nederlandse Opstand
 
Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: het ontstaan van de Nederlandse staat
 
Hoofdzaken in deze paragraaf:
* oorzaken van de Opstand
* het verloop van de Opstand in de jaren 1568-1588
 
Filips II volgde zijn vader Karel V in de Nederlanden op. In 1568 brak de Nederlandse Opstand uit die leidde tot de vorming van de Republiek der Verenigde Nederlanden.
 
Zelfstandigheid en centralisatie
 
Toen Karel V het bestuur over de Nederlanden op zich nam streefde hij naar centralisatie van bestuur. Alle gewesten hadden namelijk eigen gewoontes en rechtsregels. De landsheer benoemde in veel gewesten een stadhouder, die namens hem overleg voerde met de Staten. Karel stelde nu in Brussel de Raad van State in, een hoogste adviesorgaan met juristen van burgerlijke afkomst. Daar was de adel niet blij mee. Daarnaast zag Karel  V het als zijn taak het katholieke geloof te beschermen. Hij stelde in 1522 een keizerlijke Inquisitie in die protestanten moest opsporen. Honderden Nederlanders vonden zo de dood op de brandstapel.
 
Onvrede alom
 
Philips II stelde toen hij naar Madrid vertrok, zijn halfzus Margaretha van Parma aan als landvoogdes. Door benoemingen op sleutelposities van Filips II voelde de adel zich gepasseerd en buiten spel gezet. Daarnaast had de lagere adel en de steden last van Filips centralisatiemaatregelen en groeide de afkeer van zijn harde optreden tegen de protestanten. 
 
brandstapel ongelovigen

Aantallen protestanten die tussen 1559 en 1566 als ketters geëxecuteerd zijn in de Vlaamse steden Antwerpen, Brugge, Doornik, Duinkerken, Gent Hondschoote, Ieper, Kassel, Kortrijk, Oudenaarde, Rijsel, Ronse, St-Winoksbergen, Veurne en Wervik (Bron: De wording van Europa: de kracht van het geloof)

 
Het was Willem van Oranje die in 1564 pleitte voor godsdienstvrijheid, maar vond geen gehoor bij Filips II. In 1566 trokken daarom de edelen naar Brussel en deden een beroep op Margaretha van Parma om de geloofsvervolgingen te verminderen (Smeekschrift der Edelen). In 1566, nadat protestanten bijeen waren gekomen in het Vlaamse Steenvoorde sloeg de vlam in de pan. Protestanten trokken op naar een plaatselijk klooster en sloegen het interieur stuk. Zo ontstond de Beeldenstorm die door Vlaanderen, Brabant en Holland zou trekken.
 
 
beeldenstorm
 
Het begin van de Opstand
 
In reactie stuurde Filips II de hertog van Alva naar de Nederlanden om orde op zaken te stellen. Deze trad hard op en tienduizenden ontvluchtten de Nederlanden, waaronder Willem van Oranje. Deze vormde een leger waarmee hij in 1568 de Nederlanden binnenviel. Dat was het begin van de Nederlandse Opstand. 
De aanval van Willem van Oranje mislukte echter. Alva voerde in 1569 een nieuwe belasting door die werd gezien als een ongehoorde schending van de privileges.
 
De ommekeer
w v oranje
 
Oranje werkte samen met calvinistische ballingen die vanaf zee aanvallen uitvoerden (ze werden geuzen genoemd). Op 1 april 1572 slaagden deze er in het stadje Den Briel in te nemen. In de volgende maanden liepen veel Hollandse steden over naar de Opstand. Willem van Oranje en een van zijn broers vielen vanuit het oosten en zuiden de Nederlanden binnen. Beide zijden begingen daarbij wreedheden. 
 
Eenheid en verdeeldheid
 
opstand
 
Filips voerde niet alleen oorlog in de Nederlanden maar was ook betrokken in een oorlog tegen Turkije in het Middellandse Zeegebied. Hij kwam daardoor in geldnood. In 1576 sloegen Spaanse soldaten aan het muiten omdat ze geen soldij hadden gekregen. Ze verlieten Holland en Zeeland en alleen al in Antwerpen vermoorden ze 8 000 mensen. De zuidelijke gewesten sloten vrede met Holland en Zeeland en eisten het vertrek van de Spaanse troepen en beëindiging van de geloofsvervolgingen (Pacificatie van Gent). Filips II weigerde en benoemde een nieuwe landvoogd Parma. Deze slaagde er in de gewesten uit een te doen vallen en sloot in 1579 een militair verbond (Unie van Atrecht) met enkele zuidelijke gewesten. Holland en enkele andere gewesten en steden sloten de Unie van Utrecht in 1579. Dat militair bondgenootschap werd de kern van de nieuwe staat.
 
Hoewel Oranje voor godsdienstvrijheid was verboden zijn calvinistische medestanders het katholicisme waar ze konden. Filips verklaarde Willem van Oranje vogelvrij. In 1581 verklaarde de Staten-Generaal, in het Plakkaat van Verlatinghe, dat Filips II niet meer werd erkend als staatshoofd. Men ging op zoek naar een ander staatshoofd maar slaagde daar niet in. In 1584 werd Willem van Oranje vermoord en Parma nam in 1585 Antwerpen in.
 
De geboorte van de Republiek
 
Parma kreeg van Filips II de opdracht om een invasie voor te bereiden op Engeland.  De Spaanse armada ging echter in 1588 voor de Engelse kust ten onder. In 1588 besloten de Nederlanden zonder vorst verder te gaan en zo ontstond de Republiek der Verenigde Nederlanden, of kortweg de Republiek. 
 
dutch revolt
 
Omdat Filips op vele fronten aan het vechten was slaagde de Republiek er in, onder aanvoering van prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje, bijna het hele noorden te veroveren. In 1609 werd besloten tot een twaalfjarig bestand. Vanaf 1621 werd de strijd vooral gevoerd in Brabant. De Republiek sloot in 1648 de Vrede van Münster met Spanje. Waardoor de tachtigjarige oorlog werd beëindigd.