We hebben 168 gasten online

Havo Hoofdstuk 6 De tijd van regenten en vorsten

Gepost in 2e fase havo

lage landen 1609-1672

In de 17 e eeuw ontstond een wereldeconomie. Nederland maakte in economisch en cultureel opzicht een ongekende bloeiperiode door. Terwijl in andere Europese landen de absolute vorsten het voor het zeggen hadden was de Republiek een uitzondering. Daar hadden de regenten het voor het zeggen. In de wetenschap brak een nieuwe manier van denken door.

Parijs 1666

Op 22 december 1666 kwam in Parijs voor het eerst de Académie des Sciences op initiatief van koning Lodewijk XIV bijeen in de koninklijke  bibliotheek. Hij vond dat Frankrijk op het gebied van de wetenschap niet mocht achterblijven. Colbert Minister van Financiën had zich persoonlijk ingespannen om de beste wetenschappers naar Parijs te halen. Onder hen was ook Christiaan Huygens die de ontdekker was van de ringen rond de planeet Saturnus. Doel was dat Frankrijk toonaangevend zou zijn, ook op wetenschappelijk gebied.

 

Éen schilderij van Testelin

Op dit schilderij Lodewijk XIV in de Académie is deze eerste bijeenkomst door Testelin vastgelegd. Natuurlijk zit de Zonnekoning in het midden. De man in het blauw is de secretaris van de academie. In de ruimte staan allerlei instrumenten om wetenschappelijke arbeid mee te verrichten.

Vorsten en regenten

De instelling van koninklijke academies en de afschaffing van de godsdienstvrijheid hoorden bij de centralisatiepolitiek van vorsten en hun streven naar absolute macht in de 17 e eeuw. Dat leidde in de 17 e eeuw in veel Europese landen tot een strijd tussen vorst en koning. Hierbij werden Frankrijk, Pruisen en Oostenrijk absolute monarchieën, de Engelse vorst moest de macht delen met het parlement, terwijl veel Duitse vorsten hun eigen weg gingen los van de keizer. De Republiek der Verenigde Nederlanden  was een uitzondering in Europa. De zeven provincies waren voor een groot deel zelfstandig. Alleen voor economische en militaire en buitenlandse zaken werkten ze samen. Burgerlijke regenten maakten de dienst uit. De Republiek werd een van de toonaangevende landen van de wereld vooral door de handel en bedrijvigheid, met als centrum Amsterdam.

tijdvak 6

Paragraaf 6.1

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de ontwikkeling van handelskapitalisme en wereldeconomie

Hoofdzaken in deze paragraaf

* de opkomst van het handelskapitalisme

* het ontstaan van een wereldeconomie

* activiteiten van de VOC

* activiteiten van de WIC

 In de 17 e eeuw kwam het handelskapitalisme tot bloei. De Verenigde Oost Indische Compagnie speelde daar een grote rol in met de handel op Azië. De West Indische Compagnie was actief in gebieden rond de Atlantische Oceaan.

De VOC 

oprichtingsactie voc

De officiële oprichtingsakte van de VOC met lakzegel. In het octrooi legden de Staten generaal de uitzonderlijke rechten van de handelscompagnie vast.

Op initiatief van de Staten-Generaal werd in 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht (VOC). In hoofdstuk 5 is al beschreven hoe Cornelis de Houtman er al eerder in geslaagd was schepen terug te laten keren met peper en specerijen. Om nu onnodige concurrentie en dalende prijzen tegen te gaan besloten de Staten-Generaal tot de oprichting van de VOC. De VOC kreeg een handelsmonopolie en bevoegdheden om verdragen te sluiten met vorsten, oorlog te voeren en veroverde gebieden te besturen. Dat waren bevoegdheden die alleen staten hadden. De VOC werd een multinational en dat was typerend voor het opkomende handelskapitalisme. Daarbij hielden koopman-ondernemers zich met handel én nijverheid bezig investeerden een deel van de winst in de onderneming. Daarnaast kon iedereen in de VOC investeren. Het bedrijf werd geleid door de Heren Zeventien: bestuurders uit de Hollandse en Zeeuwse steden waarin de VOC actief was.

In Azië was een gouverneur-generaal de hoogste baas. Men trad vaak hard op tegen de inheemse bevolking Zo liet Jan Pieterszoon Coen Jakarta platbranden en stichtte er een nieuwe stad Batavia. 

Naar Indië in 1621 voer Jan Pieterszoon Coen met een oorlogsvloot naar de Banda eilanden. Coen wilde laten zien dat met de VOC niet te spotten viel want al in 1609 was geprobeerd die eilanden muskaatnoten alleen aan de Nederlanders te laten leveren maar de Nederlanders werden uitgemoord. Coen trad hard op tegen de Bandanezen, bracht hen om en liet een aantal als slaaf wegvoeren en dorpen in brand steken. De Banda eilanden zouden nu voortaan doen wat de Nederlanders wilden. 

 Het handelsnetwerk van de VOC

vlag voc

 Java werd bijna geheel onder bestuur gebracht. Elders stichtte men Factorijen, handelsposten  waarmee handel werd gedreven tussen de verschillende delen van Azië. Zilver uit Japan, textiel in India, waarmee vervolgens specerijen uit Java en de Molukken werden betaald.

In Europa verdiende de VOC het meest aan specerijen. Koffie en thee werden inde 18 eeuw belangrijk. Bij Kaap de Goede Hoop stichtte de VOC een kolonie waar de VOC-schepen vers water en voedsel konden inslaan. Inde 17 e was de VOC het grootste en rijkste bedrijf van de wereld. In de 18 e eeuw werd de VOC verdrongen door de Britse East India Compagnie.

West-Indië

In de tijd van de regenten en vorsten raakten gebieden over de hele wereld via de handel met elkaar verbonden. In Amerika breidden de Spanjaarden en Portugezen hun kolonies uit. Engelsen en Fransen stichtten kolonies in Noord-Amerika en het Caraïbische gebied. De Europeanen stichtten ook handelsposten in West-Afrika en haalden daar goud en slaven. De zwarte slaven werden tewerkgesteld in mijnen en op plantages. Op deze plantages werden suiker en tabak, cacao en koffie verbouwd. In 1621 werd voor de handel met Afrika en West-Indië door de Staten-Generaal de West-Indische Compagnie opgericht. Deze hield zich vooral in het begin met kaapvaart bezig. Die kaapvaart diende er voor te zorgen dat de Spaanse aanvoer van goud en zilver uit Zuid-Amerika werd gehinderd. In 1628 slaagde Piet Hein erin de Spaanse zilvervloot te kapen. De WIC verwierf kolonies in onder meer Brazilië. In Noord-Amerika stichtte ze Nieuw-Amsterdam, het latere New York. Maar uiteindelijk behield de WIC alleen zes Antilliaanse eilanden en Suriname. Erg winstgevend is de WIC nooit geworden door de Europese concurrentie.

Kaapvaart WIC

Commissiebrief voor kapitein Hubrecht Corneliss. Wils van het WIC kaperschip Prins Robbrecht, gedateerd 12 augustus 1653 (ZA, Archief Stad Veere)

Paragraaf 6.2 De Gouden eeuw van Nederland.

low countries 1609 1672

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de bijzondere plaats en de bloei van de Nederlandse Republiek.

Hoofdzaken in deze paragraaf

* de staatkundige situatie in de Nederlandse Republiek

* de economische bloei van de Nederlandse Republiek

* de culturele bloei van de Nederlandse Republiek

De leiding in de Republiek kwam voor een belangrijk deel in handen van de rijke stedelijke burgerij. Er ontstond economische voorspoed en een bloei van kunst en wetenschap.

De regenten

Nederland was een uitzondering omdat er hier geen sprake was van centralisatie en er geen koning aan het hoofd stond. Naar buiten toe trad de Republiek als eenheid op, maar de zeven gewesten regelden hun eigen zaken zelf.

De macht was in handen van regenten die ervoor zorgden dat de macht in een kleine kring van families bleef, die rijk waren geworden dor de handel. De steden werden geleid door de vroedschap, een college van 20 tot 40 regenten. Deze benoemden de burgemeesters, de dagelijkse bestuurders van de stad. De vroedschap stuurde bestuurders naar de Staten van het gewest. Die statenvergaderingen waren verschillend samengesteld. In het oosten van het land had de adel meer inbreng in de Statenvergaderingen.

De stadhouder

Deze was de machtigste man in de Republiek. Tot 1581 waren de stadhouders de vertegenwoordigers van de landsheer, daarna kwamen ze in dienst van de Staten.  De stadhouder was opperbevelhebber van leger en vloot, hield toezicht op de rechtspraak en mocht in veel steden regenten benoemen. In de Republiek was er voortdurend een tegenstelling tussen 'prinsgezinde' regenten' en 'staatsgezinde' regenten, die de macht van de stadhouder wilden inperken.

Dit leidde zelfs tot twee stadhouderloze tijdperken. In 1672 eindigde het eerste stadhouderloze tijdperk zelfs met twee politieke moorden op de gebroeders de Wit te Den Haag. 

De Staten-Generaal

Hierin zaten vertegenwoordigers van gewesten die beslisten over de buitenlandse politiek, over in- en uitvoerrechten en over leger en vloot. Ook bestuurden ze de 'Generaliteitslanden' , Brabant, Limburg en Vlaanderen, die pas in de 17 e eeuw werden veroverd op Spanje. Omdat Holland het rijkst was kon dat gewest vaak zijn wil doordrukken. Binnen de Staten-Generaal was de Landsadvocaat of Raadspensionaris de belangrijkste man. Hij was voorzitter van de Staten van Holland, vertegenwoordigde dat gewest in de Staten-Generaal en onderhield de contacten met het buitenland. Hoewel de Republiek in de 17e e eeuw maar twee miljoen inwoners telde, kon men door de rijkdom veel buitenlandse soldaten inhuren en was een militaire grootmacht.

Hollands welvaren

Bezoekers van de Republiek waren verbaasd over de welvaart. Dat kwam allereerst door de handel. Amsterdam was de belangrijkste stapelmarkt van Europa. Na de val van Antwerpen in 1585 nam de handel nog in omvang toe. Dat kwam vooral omdat de Antwerpse kooplieden naar Amsterdam waren gevlucht. De nijverheid profiteerde volop door de handelsactiviteiten zoals de scheepswerven, die op hun beurt weer andere nijverheid deed groeien. 

Maar ook de Hollandse landbouw beleefde gouden tijden (verkoop van boter en kaas). Maar er waren ook paupers in de Republiek. Maar de Republiek had de hoogste welvaart in Europa en veel seizoenarbeiders kwamen naar de Republiek. 

De cultuur

Vooral de ontwikkeling van de schilderkunst stond op hoog niveau met Hollandse meesters als Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer, Frans Hals en Jan Steen. In de Republiek was geen koninklijk hof en de opdrachten van de kerk waren weggevallen. Hier waren het vooral de rijke burgers die opdrachten gaven. 

In de wetenschap liep de Republiek ook voorop. Hugo de Groot werd de grondlegger van het volkenrecht. Christiaan Huygens werd bekend als wiskundige, astronoom en natuurkundige. Leeghwater construeerde een nieuw type watermolen en had de leiding bij het droogmalen van de Hollandse meren.

Buitenlandse wetenschappers zoals Descartes zochten hun toevlucht tot de Republiek omdat de geestelijke vrijheid er hoog was. Boeken die elders verboden waren mochten hier worden gedrukt. En er was gewetensvrijheid en niemand werd om zijn geloof vervolgd. Het werd getolereerd en dat verschilde soms van stad tot stad. 

Paragraaf 6.3 Het absolutisme

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: het streven van vorsten naar absolute macht.

Hoofdzaken in deze paragraaf

* de verhouding tussen vorst en volk in Europese monarchieën 

* het absolutisme

De strijd om de verdeling macht werd in veel Europese landen gevoerd. De uitkomst verschilde van land tot land. In Frankrijk werd een absolute monarchie ingevoerd, terwijl Engeland een constitutionele monarchie werd.

De Zonnekoning

Tussen 1648 en 1653 was er in Frankrijk een burgeroorlog. Lodewijk XIV, die al op jonge leeftijd koning werd, bleef de edelen en steden wantrouwen toen hij uiteindelijk echt ging regeren. Hij beperkte hun macht en zo ontstond het absolutisme. Hij alleen besliste 'é tat céstmoi (de staat dat ben ik). Hij liet zich de Zonnekoning noemen. Hij had de macht als van God gekregen en dat gezag was heilig. Symbool van zijn macht was het paleis te Versailles.

De absolute monarchie

Lodewijk stuurde ambtenaren naar de provincies die grote bevoegdheden hadden. Ook waren er ambtenaren die toezicht hielden op het leger. Daardoor was hij niet meer afhankelijk van de hoge edelen. De adel leverde nog wel officieren, maar die waren aan Lodewijk verantwoording schuldig. Bij het absolute koningschap paste ook dat Lodewijk de godsdienst van zijn onderdanen bepaalde. In 1685 trok hij het Edict van Nantes in, dat 87 jaar godsdienstvrijheid had gegarandeerd, en ging de Hugenoten vervolgen. Velen van hen vluchtten naar de Republiek.

Toch hielden steden en regio's eigen rechtsregels en slaagde Lodewijk er maar mondjesmaat in de adel en geestelijkheid belastingen op te leggen. Om meer geld binnen te halen kwam zijn minister Colbert van Financiën met het mercantilisme. Daarbij werd de export bevorderd en de invoer afgeremd waardoor er een positieve handelsbalans ontstond.

Het Rampjaar

kaart 1672

"Door de roode lijn zijn de Gewesten door den vijand bemagtigd aangewezen." 
Onleend aan: G. Mees, Historische atlas van Noord-Nederland, van de XVI eeuw tot op heden. Kaart IV, Noord-Nederland in 1648. De gevestigde Republiek de Vereenigde Nederlanden. Rotterdam, 1865

Frankrijk werd de machtigste staat van Europa. Lodewijk XIV veroverde delen van de Zuidelijke Nederlanden en het Duitse Rijk. In 1572 sloot Lodewijk een verbond met de Engelse koning en met Münster en Keulen en in 1672 vielen deze landen gezamenlijk de Republiek aan. Het was Michiel de Ruyter die de Engelsen tegenhield, maar de Fransen vielen diep de Republiek binnen. De gebroeders de Wit hadden de benoeming van prins Willem tot stadhouder tegengehouden en kregen de schuld van de zwakte van het leger. Zij werden om het leven gebracht en Willem III werd alsnog stadhouder. Hij slaagde erin de Franse en Duitse troepen te verdrijven, maar zou nog jarenlang oorlog voeren tegen de Fransen.

oorlogen lodewijk xiv

De Engelse monarchie

In 1642 leidde de machtsstrijd tot een burgeroorlog die eindigde met de onthoofding van Karel I.

Karel I

Karel 1

Engeland werd een republiek maar in 1660 weer een monarchie onder Karel II, die echter een absoluut gezag wilde invoeren. Hij werd door de katholieke Jacobus II in 1685 opgevolgd en Protestantse parlementsleden spanden samen om de protestantse stadhouder Willem III diens plaats te laten innemen. Willem III viel Engeland binnen en werd tot koning Willem III uitgeroepen. Maar hij moest beloven de rechten van het parlement te respecteren. Door deze Glorius Revolution werd Engeland in 1688 een constitutionele monarchie. 

wiillem III

Willem III

Paragraaf 6.4  De wetenschappelijke revolutie

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de wetenschappelijke revolutie.

Hoofdzaken in deze paragraaf

* de ontwikkeling van de wetenschap

* de praktische toepassing van ontdekkingen en uitvindingen

De 17 e eeuw is de eeuw van de wetenschappelijke revolutie Observeren, Experimenteren en Conclusies daaruit trekken leidde tot veel nieuwe ontdekkingen en uitvindingen.

Het nieuwe wereldbeeld

 Tot in de 16 e eeuw dachten mensen dat de aarde het middelpunt was. Dat beeld paste goed bij het christelijk beeld van de aarde als middelpunt van een goddelijke schepping met daarin de mens als het hoogste wezen. Copernicus was de eerste die op grond van wiskundige berekeningen beweerde dat niet de zon om de aarde draaide, maar de aarde om de zon. Na zijn dood werden zijn denkbeelden gepubliceerd in 'De revolutionibus'. Zijn denkbeelden werden eerst belachelijk gevonden maar in de 17 e eeuw werd steeds duidelijker, door onder andere het werk van Johan Kepler, dat Copernicus gelijk had. Ook de Italiaanse sterrenkundige Galileo Galilei bevestigde de juistheid van Copernicus theorie.

 Galileo Galilei

gallilei

Galilei maakte gebruik van betere telescopen en hij ontdekte dat het stelsel van Ptolemaeus niet klopte. Zijn ontdekkingen brachten Galilei in conflict met de katholieke kerk. Deze verbood hem het stelsel van Copernicus nog langer te verdedigen en Copernicus boek werd verboden. Galilei gaf echter niet op. Maar het zou nog tot 1992 duren voordat de paus erkende dat Galilei gelijk had.

Isaac Newton

In 1687 verscheen zijn boek 'Wiskundige principes van de natuurfilosofie'. Hij toonde daarin aan dat er één mechanisme aan ten grondslag lag: de zwaartekracht. De wetenschappelijke revolutie bereikte zo een hoogtepunt. Niet meer God maar een verzameling mechanische wetten die konden uitgedrukt in wiskundige formules regelden het zonnestelsel. 

Logica en experimenten

In de oudheid en de middeleeuwen voerden wetenschappers geen experimenten uit en werden waarnemingen gewantrouwd. Maar in de 17 e eeuw begon de werkwijze van wetenschappers te veranderen.Galilei deed als eerste uitspraken op basis van experimenten en observaties. Volgens de Britse wetenschapsfilosoof Francis Bacon moest kennis gebaseerd zijn op het doen van proeven en op eigen waarneming. De Franse filosoof René Descartes vond dat onderzoekers zich moesten bevrijden van vooronderstellingen. Zintuiglijke waarnemingen waren onbetrouwbaar en leidden gemakkelijk tot verkeerde conclusies. 

Ontdekken en uitvinden

Ondanks de bezwaren van Descartes gingen experimenteren en observeren een grote rol spelen in de wetenschap. Preciezere waarnemingen werden mogelijk door de uitvinding van instrumenten als de telescoop en de microscoop.

 Robert Boyle onderzocht de eigenschappen van lucht. William Harvey ontdekte de bloedsomloop en Jan Zwammerdam onderzocht de anatomie van insecten. Het was Antonie van Leeuwenhoek die als eerste de microscoop gebruikte om naar leven te zoeken die met het blote oog niet te zien was. Christiaan Huygens ontwierp het slingeruurwerk en ontdekte de ringen rond Saturnus. 

anton van leeuwenhoek

 Wetenschap en oorlog

Wetenschap had in de praktijk een duidelijk praktisch nut voor bijvoorbeeld de scheepvaart en de oorlogvoering. Voor het eerst konden er nu preciezere zeekaarten worden gemaakt. Men kon de curve van kogels berekenen en de vuurkracht van kanonnen en geweren werd vergroot. Daardoor werden er meer verwoestingen aangericht en vielen meer slachtoffers. Het hielp staten om opstandige edelen onder de duim te houden.

 Overheden stopten geld in onderzoek en brachten wetenschappers bij elkaar. De Britse overheid steunde de in 1660 opgerichte Royal Society for the Improvement of Natural Knowledge en stichtte de Franse overheid in 1666 de Académie des Sciences. Ook verschenen er wetenschappelijke tijdschriften die de uitwisseling van ideeën en de verspreiding van kennis bevorderden. De wetenschappelijke revolutie leidde tot optimisme en de wetenschappelijke revolutie leidde tot de Verlichting van de 18 e eeuw.

Zie verder hoofdstuk 7