We hebben 172 gasten online

Havo Hoofdstuk 9 De tijd van de wereldoorlogen

Gepost in 2e fase havo

sieg oder bolschjewismus

De jaren 1914-1945 waren een zware tijd met twee wereldoorlogen, een diepe wereldwijde crisis en gewelddadige totalitaire regimes. Het communistische regime in de Sovjet-Unie eiste miljoenen slachtoffers, het naziregime in Duitsland pleegde met de Holocaust een van de grootste misdaden uit de geschiedenis van de mensheid. 

 

De foto die gemaakt is bij het plaatsen van de Russische vlag op het gebouw van de Duitse Rijksdag in 1945, bleek achteraf in scene te zijn gezet. Deze foto blijkt achteraf symbool te staan voor de leugens van de totalitaire regimes. Zowel de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland maakte overvloedig gebruik van propaganda waarbij ze de werkelijkheid naar hun hand zetten.

De hele periode van de wereldoorlogen werd gekenmerkt door onderdrukking en gewelddadigheid. Door de Eerste Wereldoorlog vielen 10 miljoen doden, door de Tweede Wereldoorlog kwamen meer dan 50 miljoen mensen om. In het interbellum kwamen in de Sovjet-Unie tientallen miljoenen mensen om door oorlogen, hongersnood en staatsterreur. De westerse wereld werd getroffen door een economische crisis. De in 1933 aan het bewind gekomen Hitler in Duitsland zou in de jaren daarna de wereld opnieuw in een wereldoorlog storten. 

 

Paragraaf 9.1 De Eerste Wereldoorlog

Deze paragraaf gaat over de kenmerkende aspecten:

* het voeren van twee wereldoorlogen en verwoestingen dor massavernietigingswapens.

* de betrokkenheid van burgers bij de oorlog.

Hoofdzaken in deze paragraaf:

*oorzaken van de Eerste Wereldoorlog

*het verloop van de oorlog

*bewapening en verwoestingen

*betrokkenheid van burgers bij de oorlog

*gevolgen van de oorlog

In 1914 ontstond de Eerste Wereldoorlog die een verwoestende uitwerking zou hebben en het einde zou betekenen van het machtsevenwicht in Europa. Men dacht dat de oorlog spoedig over zou zijn, maar hij duurde ruim 4 jaar. Pas op 11 november 1918 werd een wapenstilstand gesloten. 

Oorzaken van de oorlog

1) Nationalisme: Op de Balkan en Frankrijk eiste Elzas-Lotharingen op dat het in 1871 aan Duitsland af had moeten staan.

2) Imperialisme: Alle landen streefden naar zo veel mogelijk koloniën. Duitsland wilde ook Koloniën.

spotprent duitse keizer

3) Wapenwedloop: Duitsland wilde net zo'n sterke marine opbouwen als Engeland.

4) Bondgenootschappen: Om veilig te zijn tegen anderen landen maakten deze onderling afspraken elkaar te steunen. Zo ontstonden twee bondgenootschappen; De Triple Entente waar Engeland, Frankrijk en Rusland toe behoorden en de Triple Alliantie waar Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië (tot 1915) toe behoorden.

triple alliantie triple entente

5) Militarisme: het overwaarderen van militaire macht en alles wat er mee samen hangt.

6) Fouten van politieke leiders. Ze dachten te makkelijk dat ze alles in de hand konden houden.

De oorlog breekt uit.

Nadat de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije en zijn vrouw tijdens een bezoek aan Sarajevo 28 juni 1914 werden vermoord door een Servische nationalist, stelde Oostenrijk-Hongarije een ultimatum aan Servië. Servië werd gesteund door Rusland en door de Triple Entente (later Geallieerden genoemd) werd Rusland gesteund door Frankrijk. Op 28 juli verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië.  Op 1 augustus verklaarde Duitsland de oorlog aan Rusland. De Alliantie (later Centralen genoemd) wilden eerst in het westen de oorlog snel beslissen, om daarna de legers tegen Rusland in te kunnen zetten. Dit om een tweefrontenoorlog te voorkomen. Op den duur gingen bijna alle Europese landen meedoen en hun koloniën. In april 1917 verklaarden de VS Duitsland de oorlog en het was nu echt een wereldoorlog.

Oorlogsverloop 

In het westen werd de aanval van de Duitsers op Parijs afgeslagen en ontstond er een loopgravenoorlog dat bijna vier jaar lang muurvast lag.

In augustus 1917 braken de geallieerden, nu met de VS, door de Duitse linies, daarbij gesteund door een nieuw wapen de tank.

Aan het Oostfront behaalden de Duitsers succes. In Rusland kam men in opstand tegen de tsaar en dwong hem tot aftreden. De nieuwe regering zette de oorlog voort. de Duitsers stelden Lenin in staat naar Rusland te reizen waar hij de revolutie uitriep en in maart 1918 met de Duitsers de Vrede van Brest-Litowsk sloot en Duitsland grote gebieden in handen kreeg.

ostfront

Oostenrijk-Hongarije stortte in en staakte de strijd. In Duitsland kwamen arbeiders en matrozen in opstand en de Duitse keizer vluchtte naar Nederland. Het Duitse opperbevel gaf de regering weer over aan de politici en deze zagen geen andere uitweg dan akkoord te gaan met een wapenstilstand op 11 november 1918. 

De vrede van Versailles

Duitsland werd een democratie en een republiek: De republiek van Weimar. De overwinnaars zagen Duitsland als de schuldige van de oorlog en legden het land hoge herstelbetalingen op. Daarnaast verloor het Elzas-Lotharingen aan Frankrijk en gebieden in het oosten aan de nieuwe staat Polen.

Versailles gebiedsafstanden Duitsland

De Duitse kolonies kwamen in handen van Groot-Brittannië, Frankrijk en België. Duitsland mocht alleen nog maar een politieleger hebben en mocht geen lid worden van de Volkenbond.

Verwoestingen

Nog nooit waren de verwoestingen zo groot geweest als tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast kwamen miljoenen soldaten, maar ook burgers om. In twee grote slagen, bij de rivier de Somme en Verdun kwamen honderdduizenden om, omdat nog gebruik werd gemaakt van oude krijgstechnieken terwijl er nieuwe krijgswapens ontwikkeld waren. Zoals de mitrailleur en grote kanonnen. Het waren de Duitsers die voor de eerste maal gifgas, een massavernietigingswapen, gebruikten. De geallieerden bleven daarna niet achter. Naast de tien miljoen doden waren er ook miljoenen gewonden. Ook de gruwelijkheden van de oorlog hadden voor de overlevenden grote psychische gevolgen.

Betrokken burgers

Omdat veel mannen vrijwillig gingen dienst nemen namen vrouwen hun plaats in het productieproces in wapenfabrieken in en veel burgers kregen te maken met een tekort aan consumptiegoederen. Veel burgers kwamen in frontgebieden om. Het neutrale België, dat door Duitsland onder de voet was gelopen kreeg het zwaar te verduren en werd bijna compleet vernietigd.

Paragraaf 9.2 De economische wereldcrisis

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de crisis van het wereldkapitalisme. 

Hoofdzaken van deze paragraaf

* ontwikkeling van de wereldeconomie in de jaren 1920

* verloop van de economische wereldcrisis van 1929

* gevolgen van de crisis in de VS en Europa

* de bestrijding van de crisis

In 1929 ontstond er een economische wereldcrisis die uitliep op een langdurige en diepe depressie met massale armoede en werkeloosheid.

Optimisme

In de Verenigde Staten was er sprake van een sensationele groei van de welvaart. Amerikaanse huishoudens konden zich steeds meer veroorloven en consumptiegoederen zoals koelkasten, auto's, stofzuigers en wasmachines aanschaffen. Er ontstond een vermaakindustrie. In 1928 had al 60% van de Amerikanen een auto, terwijl in Europa dat alleen een minderheid had. Maar in 1924 begon de welvaart in Europa op gang te komen en men was optimistisch gestemd en dacht dat de welvaart in ieders bereik zou komen.

De Beurskrach

beursval wall street

Door het optimisme stegen de beurskoersen en mensen kochten aandelen in de verwachting dat die nog meer waard zouden worden.  Maar op 24 oktober 1929 bleek dat er twijfel was ontstaan en sloeg de paniek toe. Massaal werden aandelen verkocht waardoor de koersen hard onderuit gingen. De koersen zakten in en van de waarde van de aandelen bleef niets over. Door de beurskrach ontstond er een wereldwijde recessie. Veel banken en bedrijven gingen failliet, veel spaargeld ging verloren, de productie kromp sterk en massale werkloosheid ontstond. 

In een soort kettingreactie raakten mensen alles kwijt, konden hun hypotheek niet meer betalen en vele kwamen in bittere armoede terecht. Sociale zekerheid bestond in die dagen niet.

Oorzaken van de crisis

1) De lonen waren in de voorafgaande jaren achter gebleven bij de productie.

2) Om producten te kunnen kopen hadden veel Amerikanen geld geleend.

Gevolgen

# Bedrijven bleven met hun voorraden zitten en ontsloegen personeel.

# Boeren konden hun producten niet meer kwijt.

# Omdat de VS de leidende economische mogendheid waren verspreidde de crisis zich verder over de wereld en trof dus onder andere ook Europa en veel kolonies.

Crisisbestrijding

De regeringen dachten dat de crisis vanzelf wel over zou gaan. Dat bleek dus niet zo te zijn. Het was president Roosevelt die in 1933 brak met het liberale beleid van staatsonthouding en greep met zijn plan 'New Deal' genoemd in. De staat nam allerlei maatregel om de economie weer te laten groeien. Dat werkte en de economie trok weer aan. Ook in andere landen trad enig herstel op maar de werkloosheid was nog groot. Pas door de Tweede Wereldoorlog kwam door verandering in. De werkloosheid leidde tot een trauma waardoor de overheden na de Tweede Wereldoorlog haar invloed op de economie vergrootte en een stelsel van sociale zekerheid in het leven riep. 

Paragraaf 9.3

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de totalitaire ideologieën communisme, fascisme en nationaal-socialisme

Hoofdzaken in deze paragraaf

* de ontwikkeling van totalitaire ideologieën en regeringen in het interbellum

- het communisme in de Sovjet-Unie

- het fascisme in Italië

- het nationaalsocialisme in Duitsland

 Na de Eerste Wereldoorlog wilden de totalitaire ideologieën communisme, fascisme en nationaal-socialisme het even van de bevolking volledig beheersen.

 Lenin grijpt de macht

Lenin keerde op 16 april 1917 terug vanuit ballingschap in Zwitserland, na tien jaar terug in Rusland. Daar was al eerder in februari een revolutie uitgebroken tegen tsaar Nicolaas II waarbij deze was afgezet. Aangekomen in St.Petersburg preekte hij de wereldrevolutie en gaf op 7 november 1917 het sein voor een opstand. Zijn oproep slaagde.

Communisme in Rusland

 Na de machtsovername door Lenin c.s. brak er een burgeroorlog uit die door de communisten werd gewonnen. Dat leidde tot de oprichting in 1922 van de Sovjet-Unie waarbij er in feite maar een partij de dienst uit maakte. Na de dood van Lenin kwam Stalin aan de macht die door de verplichte invoering van de collectivisatie van de landbouw, een geïndustrialiseerde samenleving door middel van vijfjarenplannen liet ontstaan. Bij deze transformatie van de Sovjet-Unie kwamen miljoenen om, stierven de hongerdood of werden zonder vorm van proces gevangen genomen en afgevoerd naar de kampen van de Goelag, om nooit meer terug te keren. Maar ook in zijn eigen partij werden duizenden als verraders gezien en werd men onderwerp van de zogenaamde 'Grote Terreur'. Zelfs het leger was doelwit. 

Fascisme in Italië

In het interbellum storten veel democratieën in. Zo ook in Italië dat nogal een vreemde rol had gespeeld tijdens de Eerste Wereldoorlog. Maar net als Duitsland had het land geen democratische traditie en teleurgesteld dat de oorlog geen gebiedsuitbreiding had gebracht en door de voortdurende chaos in het land was het Benito Mussolini die een fascistische beweging oprichtte. Door toepassing van terreur kreeg hij steeds meer macht en in 1922 hielden de fascisten een 'Mars naar Rome'. De koning, bang als hij was voor verlies van zijn functie, vroeg Mussolini een regering te vormen en al snel trok Mussolini alle macht naar zich toe en vestigde de fascistische dictatuur - liet tegenstanders opsluiten en vermoorden -  en verbood andere partijen. 

Nationaal-Socialisme in Duitsland

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog ontstond er in veel Duitse deelstaten chaos en geweld. Zowel in Berlijn als München werden pogingen tot een staatsgreep gedaan. Het was Adolf Hitler die leider geworden van de Nationaal Socialistische Arbeiderspartij (NSDAP), in 1923 probeerde in München de macht te grijpen, maar dat mislukte en hij werd tot gevangenisstraf veroordeeld. Overtuigd dat hij op een andere weg moest proberen de macht te grijpen, profiteerde Hitler van de economische crisis, en de aanhang van de NSDAP nam steeds meer toe. Na een aantal stemmingen was het president Hindenburg die Hitler in 1933 benoemde tot rijkskanselier. Binnen korte tijd slaagde Hitler er in om een alleenheerschappij te vestigen, waarbij hij ook zijn tegenstanders uitschakelde. De Duitse samenleving werd 'gelijkgeschakeld'. Iedereen werd in de nazi-ideologie gedwongen opgenomen. Zo niet dan kon men rekenen op strenge maatregelen die je zelfs het leven konden kosten. 

Ras, natie en klasse

Fascisme en Nationaal-Socialisme lijken op elkaar. Ze verheerlijken geweld en leiderschap. Voor de fascistenstond het Romeinse rijk centraal. Hun naam was afgeleid van de Romeinse fasces, een bundel stokken met een bijl die de macht symboliseerde om te arresteren en te straffen. Ook de nazi's zochten het in het verleden bij de Germanen. Beide hadden een partijleger en waren bereid met straatterreur hun macht uit te breiden. De Italiaanse fascisten werden zwarthemden genoemd en het Nazi leger de SA de bruinhemden. Naast de SA had Hitler ook nog een eliteorganisatie opgericht de S, eerst voor zijn eigen bescherming, maar later ook voor andere zaken.

Een belangrijk onderdeel van het  nationaal-socialistische ideologie was de rassenleer. De nazi's als 'superieur ras' waren verwikkeld in een strijd met 'minderwaardige rassen' als de joden en de slaven.

De communistische ideologie was heel anders.  Lenin was een marxist en wees het nationalisme af. Hij brak met de sociaal-democraten en riep arbeiders en soldaten op in opstand te komen. Communistische partijen moesten in naam van de arbeidersklasse overal in de wereld de macht grijpen, het kapitalisme vernietigen en alle bedrijven in handen van de staat brengen.

Volledige controle

Toch waren er ook overeenkomsten. Alle drie de ideologieën waren totalitair en wilden het leven van de bevolking volledig beheersen. Kritiek werd als misdadig gezien en men trad dan ook zeer hard op tegen tegenstanders. Daarnaast hadden de drie ideologieën een leiderschapsbeginsel, waarbij gold dat bevel bevel was. Daarbij kwam nog dat zowel Mussolini, Stalinen Hitler een cultstatus bereikten. 

 Paragraaf 9.4 Propaganda en communicatie

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: propaganda-en communicatiemiddelen en massaorganisaties.

Hoofdzaken in deze paragraaf

# de opkomst van de massaorganisaties

# de ontwikkeling van moderne communicatiemiddelen

# het gebruik van propaganda in de samenleving

Het interbellum was een tijd van massapropaganda en massaorganisaties in Europa. Totalitaire staten gebruikten propaganda en iedereen moest lid worden van massaogranisaties.

Oorlogspropaganda

De Eerste Wereldoorlog gaf een sterke impuls aan staatspropaganda. Vooral in Groot-Brittannië vervulde propaganda een functie omdat men daar geen dienstplichtleger had. Om genoeg soldaten te werven richtte men daar het War Propaganda Bureau op. De oorlog werd nu voorgesteld als een heroïsche strijd om de beschaving te redden uit de klauwen van de barbaarse 'Hunnen'. Duitsers werden voorgesteld als onmensen die plunderden en verkrachtten. Maar alle partijen gebruikten propaganda.

Massaorganisaties 

Rond 1900 ontwikkelden politieke partijen zich als massaorganisaties. Daarnaast vakbonden en jeugdverenigingen die massaal werden. Om leden te binden werden allerlei scholings - en ontspanningsactiviteiten gehouden en werd er gemarcheerd met uniformen, vlaggen en andere symbolen.

Radio en film

Moderne communicatiemiddelen als radio en film werden ook ingezet in de propagandaoorlog. Toen in 1927 de geluidsfilm opkwam werd film nog aantrekkelijker. Via de radio konden leiders miljoenen mensen tegelijk toespreken.

Totalitaire propaganda

Hitler, Mussolini en Stalin maakten dankbaar gebruik van propaganda om tegenstanders met de grofste middelen zwart te maken en de eigen maatschappij en beweging schaamte loos te verheerlijken. Daarbij speelde persoonsverheerlijking ook een grote rol. In alle totalitaire landen speelden massaorganisaties een grote rol en iedereen werd dan ook verplicht lid te worden. Als voorbeeld kan de Hitlerjugend genoemd worden. Duitse jongens waren verplicht hier lid van te worden. 

Paragraaf 9.5 Verzet tegen het imperialisme

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: verzet tegen het West-Europese imperialisme

Hoofdzaken in deze paragraaf:

# de ontwikkeling van het nationalisme in kolonies:

- Brits-Indië

- Nederlands-Indië

In het Interbellum groeide het verzet in Azië tegen het imperialisme. Gandhi was de leider daarvan in India en ook in Indonesië nam het toe. Pas  later zou ook Afrika in opstand komen.

Soekarno

Hij volgde de Nederlandse middelbare school op Java en zou daarna in Nederland studeren. Soekarno was een tegenstander van het kolonialisme  en richtte een politieke partij op die volledige en onmiddellijke onafhankelijk eiste.

Aziatisch nationalisme

Al eerder hadden de Nederlanders bloedige oorlogen uitgevochten in de 19e eeuw. Nu was het verzet niet gewelddadig in het Interbellum. Het verzet van Soekarno c.s. was gebaseerd op een nieuw idee: het idee dat Indonesische volkeren ondanks al hun verschillen ook één natie vormden. 

Ook in Brits-Indië ontstond een nationalistische beweging die onafhankelijkheid wilde. Hoe kwam dat?

Europese lessen

Het Aziatisch nationalisme werd opgewekt door het moderne imperialisme. Uitwerkingen daarvan waren:

# Europeanen maakten hun kolonies tot een eenheid en brachten hun bestuur tot in alle uithoeken.

# Men ging inheemse ambtenaren opleiden en een deel kreeg Europees onderwijs.

# Een aantal ging zelfs in Europa studeren en leerden daar kennis van westerse waarden als vrijheid en gelijkheid kennen.

# Het nationalisme werd versterkt door de Eerste Wereldoorlog. Veel soldaten uit kolonies vochten mee aan de kant van het moederland in ruil waarvoor zelfbestuur werd beloofd.

# Er waren ook nieuwe mogendheden op komst zoals Japan dat Rusland in 1905 had verslagen en de VS, onder leiding van president Wilson, die vonden dat volkeren recht op zelfbestuur hadden.

 Non-coöperatie

Het was Gandhi die in India de Britten onder druk zette door non-coöperatie: geen geweld gebruiken maar weigeren mee te werken. De Britse regering zag zich gedwongen met hem te onderhandelen en India meer autonomie te geven. 

Voor de Indonesische nationaliste was Gandhi een voorbeeld. De Nederlandse autoriteiten namen Soekarno gevangen en verbannen naar het eiland Floris. De rust leek daarmee hersteld.

Afrika 

Van nationalisme ten zuiden van de Sahara was nog nauwelijks sprake.Redenen daarvoor waren:

# Afrika was minder ontwikkeld dan Azië

# De grenzen van de kolonies waren willekeurig getrokken dwars door gebieden van oude stammen en volkeren heen

# Er was door de Europeanen nauwelijks onderwijs gebracht

# Daardoor was er ook geen inheemse elite die met ideeën van vrijheid en gelijkheid in contact was gekomen

Paragraaf 9.6 De Tweede Wereldoorlog

Deze paragraaf gaat over twee kenmerkende aspecten: het voeren van twee wereldoorlogen, en verwoestingen door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van burgers bij de oorlog.

Hoofdzaken in deze paragraaf

# Oorzaken van de Tweede Wereldoorlog

# Het verloop van de oorlog

# Bewapening en verwoestingen

# Betrokkenheid van burgers bij de oorlog

# Gevolgen van de oorlog

Duitsland valt aan

 Duitsland valt op 1 september 1939 Polen binnen waardoor de Tweede Wereldoorlog een feit was. Twee dagen daarna verklaarden Groot-Brittannië en Frankrijk aan Duitsland de oorlog. 

Revanche

Een van de belangrijkste oorzaken voor het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog was het verdrag van Versailles. Door dat verdrag voelden de Duitsers zich vernederd en verontwaardigd omdat ze de 'alleinschuld' van de oorlog hadden gekregen. Nationalisten waren woedend omdat de democratische regering had getekend en bovendien geloofden velen dat het Duitse leger niet was verslagen, maar verraden. Deze zogenaamde  'dolkstootlegende' werd door de nazi's overgenomen en gebruikt om de democratie te belasteren. Hitler wilde  revanche voor de Eerste Wereldoorlog.

Nazi-Duitsland lapte het verdrag van Versailles aan zijn laars en begon zich snel te bewapenen. In 1938 werd Oostenrijk door middel van de 'Ansluss' ingelijfd bij Duitsland.

Appeasement

memo hfst 7 afb 9

Sudetenland

De Britse premier Chamberlain voerde een politiek van Appeasement  dat wil zeggen een politiek van verzoening met Nazi-Duitsland om een oorlog te voorkomen. Toen Hitler Sudenten-Duitsand, een onderdeel van Tsjecho-Slowakije opeiste, werd er in München een conferentie gehouden met Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië. Echter zonder Tsjecho-Slowakije. Als Hitler zijn zin zou krijgen dan beloofde hij daar verder niets meer te zullen doen. Men stemde daar mee in en Sudeten-Duitsland kwam in Duitse handen. Chamberlain dacht dat vrede nu verzekerd was, maar kwam bedrogen uit. Toen Hitler uiteindelijk heel Tsjecho -Slowakije bezette wisten Frankrijk en Groot-Brittannië dat Hitler niet te vertrouwen was.

memo hfst 7 afb 12

Geheime clausule waarin Nazi –Duitsland en Sovjet – Rusland Polen onder elkaar verdelen

Hitler sloot met aartsvijand de Sovjet-Unie een niet aanvalsverdrag en deelden in een geheime clausule Polen onder elkaar. Nu had Hitler ook zijn handen vrij - geen twee-frontenoorlog -  en kon in het westen nu zijn gang gaan.

Duitse opmars

Na de bezetting van een deel van Polen bezette Duitsland achtereenvolgens: veroverde Duitsland door middel van de Blitzkrieg:

# Maart 1940: Noorwegen en Denemarken.

#  Mei/juni 1940: Nederland, België en Frankrijk.

In Engeland werd Chamberlain tot aftreden gedwongen en Churchill volgde hem op. Deze beloofde de Engelsen ; 'Bloed, zweet en tranen’. Maar ook de uiteindelijke overwinning. In juni 1940 besloot Hitler tot de slag om Engeland (Battle of Bittain).  Maar de Engelse luchtmacht (RAF) sloeg de aanvallen van de Duitse Luftwaffe af. Engeland gebruikte daarvoor een nieuwe uitvinding: radar. Het lukte Hitler niet Engeland op de knieën te krijgen.

Op 22 juni 1941 vielen Duitse troepen de Sovjet Unie binnen. Op 7 december viel 1941 Japan de VS aan in Pearl Harbor op Hawaï. Hitler verklaarde aan de VS de oorlog. De VS, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië waren nu bondgenoten in de strijd teen de Asmogendheden: Duitsland, Italië en Japan.

europa 1942.

Geallieerde overwinning

Aan het Oostfront was de nederlaag van Stalingrad (31 januari 1943) voor de Duitsers het begin van het einde. In het zuiden veroverden de westerse geallieerden Noord-Afrika en daarna zuid-Italië 

Op 6 juni 1944 D Day landden de geallieerden op de kust van Normandië. De strijd was definitief voorbij op 8 mei 1945.

In Azië  en de Stille Oceaan had Japan, sinds Pearl Harbor, veel land veroverd zoals Nederlands-Indië. Vanaf 1943 wisten de Amerikanen de Japanners steeds verder terug te dringen. Door het gebruik van de atoombom op Hiroshima en Nagasaki capituleerde Japan op 15 augustus 1945.

De totale oorlog

In de Tweede Wereldoorlog vielen nog meer slachtoffers dan in de Eerste Wereldoorlog namelijk 54 miljoen waarvan de helft uit burgers bestond. Daarnaast werden miljoenen dwangarbeiders ingezet in de productie. Het aantal was ook zo hoog omdat nu ook steden doelwit waren van bombardementen. 

Wreedheden aan het Oostfront

Achter de oprukkende troepen van de Duitse Wehrmacht werden door eenheden van de SS miljoenen joden, communisten en andere 'subversieve elementen' doodgeschoten. De miljoenen sovjet-soldaten die krijgsgevangen werden gemaakt werden bijna allemaal omgebracht. Ook de Sovjets voerden de oorlog met grote wreedheid. In 1940 werden in Katyn in West Rusland 22.000 leden van de Poolse elite vermoord. Stalin trad hard op tegen krijgsgevangenen die terugkeerden naar de Sovjet-Unie. Ze werden als verraders gezien en omgebracht.

Japanse wreedheden

Japan voerde al sinds 1931 oorlog tegen China en vermoordde tijdens de oorlog 6 miljoen Chinezen. Uit pure frustratie vermoordde de Japanners, toen ze Manilla kwijtraakten in 1945 100.000 inwoners. In Indonesië kwamen zo'n 2,5 miljoen inwoners om door dwangarbeid, uitputting en ondervoeding.

 Paragraaf 9.7 De Holocaust

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: racisme, discriminatie en genocide, in het bijzonder op de joden.

Hoofdzaken in deze paragraaf

# Het racisme in Duitsland

# Het verloop van de vervolging van joden en andere slachtoffers van de nazi"s 

Europa had een lange geschiedenis van jodenhaat. De Nationaal-Socialisten brachten een nieuw racistisch antisemitisme in de praktijk. Ze besloten alle joden uit te roeien. Men vermoordde 6 miljoen joden.

De ontdekking van de Holocaust

Al eerder, in 1942 werd al duidelijk dat de Duitsers de joden aan het uitroeien waren. Maar toen de geallieerden de vernietiging - en concentratiekampen naderden werd snel duidelijk hetgeen de Duitsers in de praktijk hadden gedaan. Alleen al in Bergen-Belsen lagen tienduizenden doden. De moord op de joden wordt Holocaust genoemd of Shoah. 

Antisemitisme

Europa had een lange geschiedenis van antisemitisme. Al vanaf de tijd van de Romeinen raakten ze verspreid over Europa. De kerk zag de joden als de moordenaars van Christus. In de Middeleeuwen werden ze in getto's ondergebracht en mocht men veel ambachten niet uitoefenen. Daardoor waren velen handelaar of geldwisselaar, wat leidde tot het negatieve beeld van joden als geldwolven. 

De moord op een Duitse diplomaat in Parijs leidde tot een door Goebbels georkestreerde gewelduitbarsting, in de nacht van 9 op 10 november 1938 in Duitsland, die de geschiedenis inging als de 'Rijkskristallnacht'. Joden werden aangevallen, synagogen, winkels en huizen in brand gestoken. De nazi’s hadden als een van hun doeleinden de uitroeiing van het Joodse volk. Het begon met de Neurenburger Wetten waardoor de joden buiten de wet werden geplaatst.

Vernietiging 

Achter de oprukkende troepen van de Duitse Wehrmacht werden door eenheden van de SS miljoenen joden doodgeschoten door zogenaamde Einzatsgruppen. Omdat het voor de beulen te bezwaarlijk vond zocht men naar een andere methode.

Op de Wansee conferentie in  januari 1942 werd tot de Endlösung ‘definitieve oplossing’ besloten. Het systematisch uitroeien van het joodse volk. Zes miljoen mensen zouden worden vermoord. Nazileider Heydrich ging er toe over joden in speciale wijken, getto’s, op te sluiten. Het was voor joden niet toegestaan deze getto’s te verlaten. In veel steden bouwden de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog getto’s, bijvoorbeeld in Amsterdam, Warschau en Praag. Vanaf januari 1941 werden joden verplicht zich te laten registreren en in hun paspoort kwam een grote J te staan. Vanaf mei 1942 werden joden gedwongen een gele davidsster te dragen. Tegelijkertijd met het oprukken van de Duitse strijdkrachten in Oost-Europa trokken zogenaamde Einsatzgroepen mee. Deze bestonden uit SS‘ ers die tot taak hadden, Joden te executeren. Men schat dat zo 1,5 miljoen joden daarbij het leven verloren. 

sobibor

Men werd het eens over de fabrieksmatige uitroeiing van het joodse volk met behulp van gas. Dat zou men doen met Zyklon B. De dodenkampen waren Auschwitz, Chelmno, Belzec, Sobibor en Treblinka. Al deze plaatsen lagen in Polen.De organisatie van deze massamoord werd opgelegd aan Adolf Eichmann. Men ging uit van 11 miljoen Europese Joden die zouden moeten worden vernietigd. Zo’n volkerenmoord wordt ook wel genocide genoemd.

auschwitch

 Paragraaf 9.8 De bezetting

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de Duitse bezetting van Nederland

Hoofdzaken in deze paragraaf:

# de ontwikkeling van de Duitse bezetting van Nederland

# de houding van de Nederlanders ten opzichte van de bezetters: accommodatie, collaboratie of verzet

# De Jodenvervolging in Nederland

 Aanpassing

Toen Nederland in mei 1940 onder de voet werd gelopen door Duitsland nam de rijkscommissaris Seys Inquart alle bevoegdheden over van Parlement en regering. De rechtsstaat werd buiten werking gesteld. Voor de meeste Nederlanders ging het leven gewoon door en in overeenstemming met het besluit van de Nederlandse regering van voor de oorlog tekenden de ambtenaren een loyaliteitsverklaring en werkten zo mee met de Duitsers. Met andere woorden velen pasten zich aan. Naarmate de Duitsers langer als bezettingsmacht functioneerden namen de anti-Duitse gevoelens toe. het dieptepunt werd bereikt toen het zuiden al was bevrijd en het noorden de hongerwinter moest doorstaan waardoor duizenden mensen stierven.

Collaboratie

Meer dan 100.000 Nederlanders werden lid van de NSB. Veel van hen maakten zich schuldig aan collaboratie. Ze namen de plaats in van afgezette burgemeesters, politiecommissarissen en bedrijfsleiders of vochten als SS 'ers aan het Oostfront. Een aantal deed mee aan de jacht op de joden. Ze kregen voor elke jood die ze aanbrachten 'kopgeld'.

Verzet

Het georganiseerde verzet vormde een minderheid. Tijdens drie stakingenwaren Nederlanders duidelijk in hun verzet

# De Februaristaking in Amsterdam in 1941

# De april-mei stakingen in 1943

# De spoorwegstaking in 1944

Op deze stakingen reageerden de Duitsers met harde hand. In 1941 schoten ze negen stakers dood; In 1943 schoten ze 175 stakers dood en in 1944 legden e de voedseltransporten naar West-Nederland stil waardoor de hongerwinter ontstond. 

300.000 Nederlanders doken onder om aan de 'Arbeitseinsatz' te ontkomen. De toenemende harde Duitse houding stimuleerde het verzet. Tegen gewapend verzet traden de Duitsers hard op. Tijdens de laatste maanden van de bezetting werden er zo'n 1000 mensen omgebracht. Verzetsgroepen verzorgden ook illegale krantjes zoals Trouw, het Parool en Vrij Nederland.

Jodenvervolging

Van de ruim 160.000 in Nederland levende Joden werden meer dan 107.000 joden weggevoerd, waarvan er maar 5.000 levend terugkeerden. In Sobibor kwamen meer dan 33.000 joden om het leven en ook in Auschwitz en andere kampen kwamen velen om. 

 Dit is het einde van hoofdstuk 9.

 

Zie verder hoofdstuk 10