We hebben 152 gasten online

VWO Hoofdstuk 7 De tijd van pruiken en revoluties

Gepost in 2e fase vwo

Spreid of slaverny 1808-1860

De 18 e eeuw was de eeuw van de verlichting. Met nieuwe ideeën over staat, godsdienst en maatschappij. In Amerika, Nederland en Frankrijk braken revoluties uit. Er ontstond een beweging tegen de slavernij, het abolitionisme

Beeld van een revolutionaire tijd

In de 18 e eeuw speelden salons een grote rol bij de verspreiding van nieuwe politieke en culturele ideeën. Rijke dames stelden hun huis open voor intellectuelen en kunstenaars uit adellijke en niet-adellijke kringen. De salons waren populair omdat bezoekers vrijuit van gedachten konden wisselen en niet het gevaar liepen te worden opgepakt. Ook de verlichte denkers namen aan deze bijeenkomsten deel. 

 

Rousseau

Hij kreeg bekendheid toen hij een prijsvraag won met zijn opstel over de vraag of de menselijke moraal er door de kunst en wetenschap op vooruit was gegaan. Rousseau was mening van niet. Volgens hem waren mensen van nature goed, maar hadden wetenschap, onderwijs en regels van fatsoen hen bedorven.  Hij sprak over verval van de maatschappij. Volgens Rousseau waren de mensen gelukkig geweest toen ze nog vrij en zonder bezit rondzwierven in de natuur en was alle ellende begonnen toen het privébezit ontstond.

Voltaire

Hij leverde kritiek op de domheid, bekrompenheid en corruptie die volgens hem in Frankrijk heersten. Door zijn kritiek op kerk en maatschappij had hij zonder proces vastgezeten in de Bastille en was hij verschillende keren Frankrijk uitgezet. Voltaire keek neer op de massa maar verwachtte meer van de handwerklieden en winkeliers. Deze geschoolde mensen moesten niet behandeld worden als kuddedieren, want 'dan loop je de kans dat ze je op de horens nemen en vertrappen'. 

Montesquieu

Hij had een boek geschreven hoe de machten in de staat moesten zijn verdeeld. Een reis door Engeland had hem daarin bevestigd, waar meer vrijheid en veiligheid waren dan in Frankrijk, omdat daar de koning geen absolute macht had.  Ook sprak hij zich uit tegen de slavernij.

 Andere verlichte denkers als Denis Diderot en Jean-Baptiste d' Alambert waren begonnen alle aanwezige kennis samen te brengen in een uitgave van de Encyclopédie.

tijdvak 7

Paragraaf 7.1 De Verlichting

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: rationeel optimisme en toepassing van verlicht denken.

De wetenschappelijke ontdekkingen in de 17 e leidden tot optimisme om met het verstand alles te begrijpen en te verbeteren. 

Het welbegrepen eigenbelang

adam smith

In 1776 schreef Adam Smith zijn boek  'The Wealth of Nations'.  Daarin beschreef hij dat mensen altijd streven naar hun eigen voordeel. Dat is volgens hem passend in een natuurlijk, rationeel gedrag, dat niet altijd nadelig hoefde te zijn voor anderen. Het eigenbelang brengt voor de mensen steeds meer welvaart. Dat gebeurt volgens Smith via de weg van vraag en aanbod. Overstijgt de vraag het aanbod dat stijgt de prijs van een product. Is de productie groter dan de vraag dan daalt de prijs. De overheid moet zich met dit proces niet bemoeien, want dan werkt het mechanisme van vraag en aanbod niet meer. Laisser Faire noemde Smith dat. Deze methode van rationeel denken en vrijheid is typerend voor de verlichting in de tijd van pruiken en revoluties. 

Kennis en vrijheid

De wetenschappelijke revolutie in de 17 e eeuw door observeren, experimenteren en redeneren leidde tot groot optimisme over de mogelijkheid om met het verstand alles te begrijpen en de wereld te verbeteren. In de 18 e eeuw ging men niet alleen de natuur onderzoeken, maar ook de godsdienst, de politiek, sociale verhoudingen en de economie.

Als men 'verlicht' ging denken zou er een einde komen aan de  'duistere' tijd van onwetendheid, intolerantie, geloofsfanatisme en onredelijke verschillen tussen mensen. Rationalisme leidde tot vooruitgang. Vrijheid was een voorwaarde voor vooruitgang. De Duitse filosoof Emanuel Kant vond dat er te weinig vrijheid was. Mensen moesten mondig worden en hun verstand gaan gebruiken. 

Parijs

De stad werd het centrum van deze ontwikkeling in de loop van de 18 e eeuw. Frans werd de voertaal van ontwikkelde mensen en vanuit Parijs werden de verlichte denkbeelden verspreid onder de intellectuele elite van Europa.

Een van de hoogtepunten was het verschijnen van de Encyclopédie vanaf 1751, waarin alle kennis uit de hele wereld bijeen werd gebracht en doorgegeven. In 1772 bestond de Encyclopédie uit 28 delen. Naast kennis hadden verlichte schrijvers ook tal van kritische artikelen geschreven.

Een verlicht geloof

Een van de opvallendste kenmerken van de verlichting was de kritiek op godsdienstig fanatisme en intolerantie. Het was de Franse schrijver Voltaire die zich daartegen verzette. Het idee dat God zich voortdurend bemoeide met de wereld was volgens hem in strijd met de rede en met de wetten van de natuur. Voltaire was echter geen atheïst maar een deïst. Volgens hem had God de wereld wel gemaakt, maar greep hij niet meer in. 

Verlichte politiek

john locke

Het was de Engelse filosoof John Locke die stelde dat koningen hun macht niet hadden ontvangen van God, maar van de burgers. Het zijn de burgers die een deel van hun rechten hebben overgedragen aan de overheid. Het was de taak van de overheid om de natuurlijke rechten van de burgers te beschermen. Deze mensenrechten zijn bijvoorbeeld het recht op leven, vrijheid en bezit. Niet alleen het volk maar ook de overheid had zich aan de wet te houden. Deed de overheid dat niet dan mochten burgers een vorst of regering vervangen.

montesqiueu

Het was Montesquieu die de macht in een staat verdeelde in een onafhankelijke wetgevende- , uitvoerende-  en rechtsprekende macht. Motesquieu vond echter het Engelse stelsel het beste. Dat was een mengeling van monarchie, aristocratie en democratie.

Het begrip volkssoevereiniteit werkte  Jean-Jacques Rousseau verder uit. Regeringen moesten de 'algemene wil' doorvoeren en dat was niet hetzelfde als de wil van de meerderheid. Volgens hem droeg het volk in een democratie zijn soevereiniteit over aan een volksvergadering. De besluiten van die Volksvergadering waren dan de uitdrukking van de algemene wil. 

Sociale verhoudingen

rousseau

Rousseau wees verfijnde aristocratische gedragsregels en voorrechten af, evenals verschillen die niet op prestaties gebaseerd waren. Volgens hem was de mens van nature goed maar werden mensen door omstandigheden beïnvloed. In Europa gingen vrijheid en gelijkheid verloren toen het eigendom ontstond. Dat werkte slechte eigenschappen zoals hebzucht in de hand. Net als alle andere verlichte denkers dacht Rousseau dat de samenleving verbeterd kon worden en dus 'maakbaar' was.

Paragraaf 7.2 Het ancien régime

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: ancien régime en verlicht absolutisme

In de 18 e eeuw bleef Frankrijk een standenmaatschappij en was er een absoluut koningschap. Maar in andere landen voerden verlichte vorsten veranderingen door. 

Het Franse ancien régime

In 1734 beschreef Voltaire waarderend de vrijheid in Groot-Brittannië en het Engelse regeringssysteem, in vergelijking met het absolutisme in Frankrijk. Dat werd hem in Frankrijk niet in dank afgenomen. Er bestond een kloof tussen de idealen van de verlichte denkers en de onvrijheid, intolerantie en ongelijkheid in de Franse maatschappij.

In de 18 e eeuw maakte Frankrijk economisch een sterke groei door. De gegoede burgerij werd er rijk van, maar Frankrijk bleef een standenstaat. Ondanks dat de landbouwproductie toenam leden de boeren onder de belastingen en de talloze plichten die de adel hen oplegde. Boeren en burgers draaiden op voor de kosten van het ancien régime, want adel en geestelijkheid waren van allerlei belastingen vrijgesteld. 

Verlicht absolutisme

In 1750 werd Voltaire uitgenodigd door de koning van Pruisen met wie hij al tien jaar correspondeerde. Voltaire vond het verlicht koningschap van Frederik II beter dat het systeem in Engeland. Frederik beschouwde het koningschap niet als een goddelijk recht: hij zag zichzelf als 'eerste dienaar van de staat'. Hij wilde  domheid en vooroordelen in zijn land bestrijden, zijn onderdanen verlichten, hun manieren en moraal ontwikkelen, en ze zo gelukkig mogelijk maken.

pruisen 1740

Pruisen onder Frederik II

Hij kondigde godsdienstige verdraagzaamheid af en stond een zekere mate van persvrijheid toe. Deze manier van regeren noemen we verlicht absolutisme. Zijn motto was 'alles voor het volk, niets door het volk'. Boeren en burgers moesten net als in Frankrijk veel belasting betalen.

Nederland

Na de dood van Willem III in 1702 hadden de regenten het weer voor het zeggen. Dat leidde tot corruptie. De bloeitijd van de economie was voorbij en de Republiek had veel schulden. De regenten werden echter steeds rijker doordat ze aan de overheid geld leenden waar ze rente voor ontvingen. Het was de bevolking die middels de belastingen er voor moest opdraaien. De onvrede groeide en in 1747 trok een Frans leger de Republiek binnen en het volk riep om een nieuwe stadhouder. De Friese stadhouder Willem IV werd in alle gewesten tot stadhouder benoemd. Het ambt werd erfelijk verklaard. Het stadhouderschap begon steeds meer te lijken op een koningschap, bleven de schulden van de Republiek toenemen en werden de regenten steeds rijker. Langzamerhand ontstond er een beweging tegen de regenten, maar ook tegen de stadhouder. 

Paragraaf 7.3 De democratische revoluties

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de democratische revoluties

Eind 18 e eeuw braken in Noord-Amerika, de Republiek en Frankrijk revoluties uit. Er kwamen grondwetten en burgers kregen invloed op het bestuur.

Revolutie in Amerika

De dertien Britse kolonies kwamen in 1763 in botsing met het moederland Engeland. Men wilde geen belasting meer betalen als ze niet in het Britse Parlement vertegenwoordigd waren. 'No taxation without  representation'. Ze richtten in 1774 een Continentaal Congres op. Een jaar later brak tussen de kolonies en Groot-Brittannië de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog uit. Op 4 juli 1776 verklaarden de dertien kolonies zich onafhankelijk. In de onafhankelijkheidsverklaring bleek de invloed van de ideeën van John Locke: de regering moest de mensenrechten garanderen. In 1783 erkende Groot-Brittannië de onafhankelijkheid van de VS.  De VS namen een grondwet aan en werden een rechtsstaat waar de machtenscheiding van Montesquieu werd toegepast. Het Congres, Senaat en Huis van Afgevaardigden kreeg de wetgevende macht, de president de uitvoerende macht en het Hooggerechtshof de rechtelijke macht. Aan die grondwet werd een Bill of Rights toegevoegd. Daarin stonden de grondrechten van de Amerikaanse burgers zoals de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting.

Bataafse revolutie

In september 1781 verscheen er in de Nederlandse Republiek een pamflet 'Aan het volk van Nederland' (van de hand van Joan Derk van der Capellen tot den Pol). Daarin werd stelling genomen tegen de stadhouder en de regenten. Het volk moest het recht krijgen zelf zijn bestuurders te kiezen en hen te controleren. Het pamflet was het startsein voor een democratische beweging. De patriotten. zoals de Nederlandse democraten zich noemden, verjoegen in meerdere steden de regenten en installeerden een democratisch bestuur. Maar door de komst van een leger van de koning van Pruisen, een zwager van stadhouder Willem V, kwam er een einde aan de patriottenopstand. 

Maar de patriotten keerden in het kielzog van de Fransen terug naar Nederland en riepen de Bataafse Republiek uit in 1795. Willem V vluchtte naar Engeland. Een Nationale Vergadering werd gekozen die in 1798 een democratische grondwet aannam. De gewesten werden opgeheven en Nederland werd een eenheidsstaat.

Stabiel werd het bestuur echter niet en in 1806 maakte Napoleon een einde aan de Bataafse Republiek en benoemde zijn broer, Lodewijk Napoleon tot koning. Deze werd te populair en Napoleon besloot in 1810 Nederland bij Frankrijk te voegen. Nadat in 1813 Nederland werd bevrijd, werd het weer een monarchie en een eenheidsstaat. 

europa 1789

Europa in 1789

Onrust in Frankrijk

 Frankrijk steunde de vrijheidsstrijd van de dertien koloniën tegen Groot-Brittannië om de aartsvijand dwars te zitten. De staatsschuld nam echter steeds meer toe waardoor ook de belastingen weer moesten worden verhoogd. De rijke burgerij weigerde dat echter. Lodewijk XVI riep daarom de Staten-Generaal bijeen. Zoals we al hebben gezien leidde de onenigheid over de manier van stemmen ertoe dat de derde stand zichzelf in juni uitriep tot Nationale Vergadering. 

Afrekening

De dreiging van een militair optreden leidde  tot de bestorming van de Bastille en was het begin van de Franse Revolutie.  Revolutionaire comités namen overal de macht over en de Nationale Vergadering schafte alle voorrechten van de adel en geestelijkheid af. In augustus nam de Nationale Vergadering de 'Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger' aan. Om de financiële problemen op te lossen werden alle bezittingen van de kerk geconfisqueerd. 

De constitutionele monarchie mislukt

De gegoede burgerij had het nu voor het zeggen in de Nationale Vergadering. In 1791 kwam er een grondwet tot stand die van Frankrijk een constitutionele monarchie maakte. De gegoede burgerij wilde rust en orde maar raakte na 1791 haar greep op de gebeurtenissen kwijt. Doordat Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie-Antoinette probeerden te vluchten werd hun positie steeds slechter. Toenemende geruchten van een invasie door Pruisen en Oostenrijk leidde tot een oorlogsverklaring door de Wetgevende Vergadering. Na en nederlaag werd de koning afgezet en werden nieuwe verkiezingen uitgeschreven met kiesrecht voor mannen die de revolutie trouw zwoeren. Honderden aristocraten en geestelijken werden vermoord. 

 De koning onthoofd

Napoleons Power 1810

In september 1792 veroordeelde het nieuwe parlement met een meerderheid van één stem de koning ter dood wegens samenzwering tegen de vrijheid. Lodewijk XVI werd onder de guillotine ter dood gebracht. Spanje, de Republiek en Groot-Brittannië sloten zich aan bij de oorlogscoalitie tegen Frankrijk. Radicale revolutionairen onder leiding van Robespierre namen de macht over en brachten 40 000 mensen onder de guillotine. Uiteindelijk kwam hij zelf ook onder de guillotine terecht. 

robespierre

Herstel van de orde

Frankrijk had te leiden onder chaos en geweld en na enkele militaire tegenslagen behaalden de Franse legers grote successen. In 1799 besloot generaal Napoleon tot een staatsgreep en vestigde een alleenheerschappij. In een reeks oorlogen wist hij grote delen van Europa aan zich te onderwerpen. Na een mislukte invasie in Rusland kwam de ommekeer. In 1815 werd hij definitief verslagen.

Europa vanaf 1815

Paragraaf 7.4 Kolonialisme en slavernij

Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: uitbreiding van de Europese overheersing met plantageslavernij en het abolitionisme.

 De Spanjaarden en Portugezen gingen in de 16 e eeuw slaven halen in Afrika, voor hun plantages in de Amerikaanse kolonies. Dit groeide later uit tot de trans-Atlantische driehoekshandel waaraan ook andere landen gingen deelnemen. Door de verlichting ontstond er een beweging tegen de slavernij. 

 Slaven uit Afrika

Tussen 1500 en 1800 werden niet minder dn 11 miljoen slaven uit Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika gebracht. Negentig procent ging naar het Caribische gebied en Zuid-Amerika. Spanjaarden en Portugezen haalden in het begin van de 16 eeuw de slaven uit Afrika voor het werk in de mijnen en op de landbouwplantages. 

Driehoekshandel

atlantic slave trade

De slavenhandel was onderdeel van de zogenaamde driehoekshandel tussen Europa, Afrika en Amerika. In Afrika verkocht men goederen en kocht men van Afrikaanse opkopers slaven en die verkocht men in Amerika. Met de opbrengst daarvan werden plantageproducten gekocht die naar Europa gingen. De driehoekshandel werd beheerst door onder andere de WIC. 

Opkopers en kapiteins

De slaven werden ingescheept bij handelsposten die Europeanen op de kust van West-Afrika hadden gesticht. De slavenhandelaren trokken soms wel 300 km landinwaarts om de slaven te kopen van inlandse slavenhandelaren. In Afrika was slavernij een veel voorkomens verschijnsel. De meeste slaven waren krijgsgevangenen. Nadat de slaven waren opgekocht wachtte hun een reis van ongeveer twee maanden onder kommervolle omstandigheden. Ongeveer 14% stierf dan ook tijdens de zeereis.

Slavenarbeid

In Amerika ging een deel van de slaven direct naar de grote plantages. De meeste slaven werden ingezet op plantages waar men suiker, tabak, koffie en katoen voor de Europese markt produceerde. De plantage eigenaren deden met de slaven wat ze wilden en werden vaak onmenselijk behandeld. Soms kwamen slaven ertegen in opstand. In Suriname bijvoorbeeld vluchtte en bouwde een aantal slaven in het tropisch regenwoud een nieuw bestaan op, zoals de Surinaamse Marrons. 

Nederland doet mee

nederlandse slavenhandel

In de 16 e eeuw werd de slavenhandel in Nederland nog veroordeeld als onchristelijk en onmenselijk. Dat veranderde toen de WIC in Brazilië gebieden had veroverd. Ze veroverde hiervoor Portugese forten in West-Afrika, zoals het fort Elmina in Ghana. Nederlandse schepen vervoerden in drie eeuwen zo'n 550 000 slaven, bijna 5 procent van het totaal. Ruim de helft daarvan ging naar Suriname, dat in 1667 een Nederlandse kolonie werd.

Abolitionisme

 In de 18 e eeuw ontstond er een beweging tegen de slavernij: het abolitionisme. Dat werd geïnspireerd door de verlichting en het christendom. Slavernij was in strijd met de natuurlijke gelijkheid van mensen. In 1787 richtten abolitionisten in Groot-Brittannië de 'Society for the Abolition of the Slave Trade' op. Deze beweging had succes. In 1807 verbood de Engelse regering de slavenhandel en in 1833 werd de slavernij in alle Britse kolonies afgeschaft.

Slavernij in de VS 

spread of slaverny 1808-1860

In de VS werd de invoer van slaven in 1808 verboden en de noordelijke staten hadden vóór 1830 de slavernij afgeschaft. Dat eisten de abolitionisten (ijverden voor afschaffing van de slavernij) ook voor het zuiden. Maar de zuidelijke staten verzetten zich daartegen omdat hun economie vooral draaide om de katoenplantages. Om te voorkomen dat de federale regering in het zuiden de slavernij zou afschaffen scheidden de zuidelijke staten zich af. Dat leidde tot de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). Het noorden won uiteindelijke die oorlog en ook in het zuiden werd nu de slavernij verboden. In de praktijk bleek ondanks dat verbod er nog steeds slavernij te zijn. 

Nederland was een van de laatste landen die de slavernij verbood. Pas in 1814 werd de slavenhandel verboden maar de slavernij pas in 1863, mede naar aanleiding van het boek 'De negerhut van oom Tom. 45 000 Surinaamse en Antilliaanse slaven werden vrije mensen.

Zie verder hoofdstuk 8