We hebben 214 gasten online

Havo Paragraaf 1 Het Duitse Keizerrijk (1871-1919)

Gepost in Examenkatern Duitsland Havo

Willem II spotprent klein

Leidende vraag: Wat betekende de vorming van het Duitse keizerrijk voor het machtsevenwicht tussen de Europese grootmachten? 

Nadat in 1871 Duitsland een land was geworden voerde Rijkskanselier Bismarck een voorzichtig beleid. Na zijn ontslag in 1890 voerde de Duitse keizer een agressievere buitenlandse politiek. Dat leidde tot grote rivaliteit.

 

Het ontstaan van het keizerrijk

Frankrijk was sinds Lodewijk XIV de machtigste mogendheid op het Europese continent. Dat veranderde in de loop van de 19e eeuw door Pruisen. Op het Congres van Wenen kreeg Pruisen er grote gebieden in West-Duitsland bij. De bevolking van Pruisen nam snel toe terwijl de Franse bevolking langzaam groeide. Rond 1865 produceerde Pruisen veel meer kolen en staal dan Frankrijk, waardoor het een sterk leger en een sterke wapenindustrie kon opbouwen. Duitse nationalisten wilden één grote Duitse staat waarin de kleinere staten en staatjes zouden opgaan. Bismarck, de Pruisische kanselier maakte daar gebruik van en wakkerde in 1870 het nationalisme aan door een oorlog tegen Frankrijk uit te lokken. In die oorlog werd Frankrijk verslagen. In het paleis van Versailles werd op 18 januari 1871 het Duitse keizerrijk uitgeroepen en de Pruisische koning werd de keizer van Duitsland.

Duitsland onder Bismarck

staatsinrichting 1871 1918

Het Duitse keizerrijk was politiek, militair en economisch de sterkste mogendheid. Maar daarnaast waren er drie andere sterke mogendheden: Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije en Rusland. Bismarck wilde het machtsevenwicht handhaven en was bang dat Frankrijk steun zou zoeken bij een andere mogendheid. Daarom sloot Bismarck allianties met Oostenrijk-Hongarije en Rusland, waarbij ze beloofden elkaar in een oorlog te helpen of ten minste neutraal te blijven. Bismarck trad op als bemiddelaar in conflicten zoals bleek op de Conferentie van Berlijn (1884-1885) waarin afspraken werden gemaakt over kolonievorming in Afrika. Bismarck wilde geen koloniën maar de Duitse nationalisten wel en dus verwierf Duitsland grote gebieden in Oost, West- en Zuidwest-Afrika. 

Duitsland onder Willem II

In 1888 volgde Willem II zijn grootvader op. Hij wilde zelf de politieke leiding hebben en ontsloeg daarom in 1890 Bismarck. Willem II voerde een 'Weltpolitik' en wilde een wereldimperium opbouwen. Daarvoor had hij een oorlogsvloot nodig om de Engelsen te kunnen uitdagen. Er ontstond een wapenwedloop tussen Engeland en Frankrijk. Engeland won die wedloop en had in 1914 de grootste en sterkste vloot ter wereld. Duitsland verwierf alleen enkele kleine eilandjes en wat gebied in China.

Militarisme

In het begin van de 20e eeuw richtte Duitsland zich meer op het Europese continent. Nationalisten wilden dat Duitsland zich naar het oosten zou uitbreiden. De 'Drang nach dem Osten'werd ingegeven doordat de snelgroeiende bevolking meer voedsel, grondstoffen en 'Lebensraum' nodig zou hebben. Daarnaast nam het militarisme in Duitsland snel toe. Duitse jongens moesten een dienstplicht van twee jaar vervullen. Omdat de Duitse economie steeds sterker werd namen de zorgen van Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland toe. Daardoor zochten Duitsland en Oostenrijk-Hongarije elkaars steun. Duitsland keek met argwaan naar Rusland omdat dat land zijn invloed verder naar het westen wilde uitbreiden. Dat leidde ertoe dat de Duitse legerleiding in 1912 de conclusie trok dat een oorlog onvermijdelijk was en die beter dan maar snel kon komen.

De Eerste Wereldoorlog

Een plan van Von Slieffen om in zes weken tijd in het westen Parijs te omsingelen en daarmee Frankrijk te verslaan lag al klaar. Daarna zou het zegevierende leger naar het oosten reizen om Rusland te verslaan. Maar aan het westfront liep het helemaal anders en slaagden Frankrijk en Engeland erin het Duitse offensief te stoppen en ontstond er een jarenlange loopgravenoorlog. Daarnaast mobiliseerde Rusland de troepen sneller dan verwacht waardoor er een tweefrontenoorlog was ontstaan. Omdat burgers in deze oorlog ook zwaar werden getroffen spreken we van de eerste totale oorlog.

Achterblijvers moesten de economie draaiende houden waardoor er voedseltekorten ontstonden. De Engelse vloot blokkeerde de havens waardoor er ook geen voedsel kon worden ingevoerd. De onvrede onder het volk nam toe en in de herfst van 1918 bleek dat de Duitse nederlaag onvermijdelijk was (de VS was ook gaan deelnemen aan de oorlog). Er ontstond muiterij op de Duitse oorlogsvloot en arbeiders sloten zich bij de muitende matrozen aan en eisten verandering. 

Op 9 november riepen de sociaaldemocraten in Berlijn de republiek uit. De keizer vluchtte naar Nederland en op 11 november werd er een wapenstilstand gesloten.

Zie voor paragraaf 2: Havo Paragraaf 2 De Republiek van Weimar (1919-1933)