We hebben 146 gasten online

VWO Paragraaf 2 De Republiek van Weimar (1919-1933)

Gepost in Examenkatern Duitsland VWO

Weimar Klein

Leidende vraag: Welke factoren leidden tot de ondergang van de Republiek van Weimar?

In 1919 was in Duitsland een parlementaire democratie ontstaan, althans op papier. Berlijn was te onrustig dus was men in Weimar bijeen en ontstond er een nieuwe grondwet. Democraten kregen bij de verkiezingen een meerderheid, maar de oude machtsgroepen hadden zich niet neergelegd bij de komst van de democratie en wilden terug naar een staat waarin het leger en de bureaucratie de dienst uit maakten(leger en de landeigenaren). Zowel van links al van rechts werd de democratie aangevallen. 

 

Straatgeweld

Op 4 januari 1919 brak er in Berlijn de Spartacus- opstand uit. De regering moest de hulp va het leger inroepen om de linkse opstand neer te slaan. De leiders van de opstand Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht werden vermoord. Overal in Duitsland was er sprake van straatgevechten en duizenden doden. 

Het Verdrag van Versailles

vredesverdrag van versailles

Het vertrouwen in de democratie kwam door het Verdrag van Versailles nog meer onder druk te staan. Duitsland verloor 13 procent van zijn grondgebied, werd als schuldige aan de oorlog aangewezen, mocht maar een politieleger hebben van 100.000 man en werd hoge herstelbetalingen opgelegd. De Duitse regering, om een bezetting te voorkomen, tekende het verdrag, tot grote woede van Conservatieven en rechts-extremisten. Ze betichtten de regering van landverraad en verweten hen dat de oorlog niet was verloren, maar dat Duitsland ten onder was gegaan 'door een dolkstoot in de rug'. 

Onder andere door deze 'Dolkstootlegende' verloren de democraten bij de verkiezingen van 1920 hun meerderheid. Meerderheidscoalities bleken nu niet meer mogelijk en dus was men onmachtig de problemen op te lossen.

Crisis en herstel

De herstelbetalingen leidden in 1923 tot een politieke en economische crisis. Duitsland betaalde te weinig en Frankrijk en België bezetten daarom het Roergebied. Als reactie riep de Duitse regering op tot een staking en bleef het loon doorbetalen. Het gevolg was een gierende inflatie waardoor spaarders, gepensioneerden en middenstanders bijna al hun geld als sneeuw zagen verdwijnen. In september staakte de regering het verzet tegen de geallieerden. Ondertussen poogde Hitler in München nog een staatsgreep te plegen. Die mislukte en in zijn daarop uitzittende gevangenisstraf schreef hij "Mein Kampf'. In het vervolg zou Hitler proberen legaal aan de macht te komen. 

Om de economische crisis aan te pakken besloten de geallieerden de economische kringloop te herstellen. Aan Duitsland werden leningen verschaft (Dawes-plan) die de economie weer op de been kon brengen. Door de groei van de economie kon Duitsland weer herstelbetalingen betalen, zodat Engeland en Frankrijk weer in staat waren hun oorlogsschulden aan de VS te betalen. Vanaf 1924 was er sprake in Duitsland van economische groei en meer politieke stabiliteit.

De opkomst van Hitler.

Results of the elections in the Weimar Republic 1919-1933

  1919 1920/22 1924(1) 1924(2) 1928 1930 1932(1) 1932(2) 1933
Voters in % 83,02 79,18 77,42 78,76 75,60 81,95 84,06 80,58 88,74
NSDAP . . 6,55 3,00 2,63 18,33 37,36 33,09 43,91
DVFP . . 0,87 . . . .
Landvolk . . . . 1,89 3,17 0,25 0,30 .
WP . . 1,71 2,29 4,54 3,95 0,40 0,31 .
BBB 0,91 0,78 0,64 1,03 1,56 0,97 0,37 0,42 0,29
DNVP 10,27 15,07 19,45 20,49 14,25 7,03 5,93 8,66 7,97
CSVd . . . . 0,20 2,49 1,10 1,48 0,98
DVP 4,43 13,90 9,20 10,07 8,71 4,75 1,18 1,86 1,10
DDP 18,56 8,28 5,65 6,34 4,90 3,78 1,01 0,95 0,85
BVP 19,67 4,39 3,23 3,74 3,07 3,03 3,26 3,09 2,73
Zentrum 13,64 13,37 13,60 12,07 11,81 12,44 11,93 11,25
SPD 37,86 21,92 20,52 26,02 29,76 24,53 21,58 20,44 18,25
USPD 7,62 17,63 0,80 0,33 0,07 0,03 . . .
KPD . 2,09 12,61 8,94 10,62 13,13 14,56 16,86 12,32
Other 0,68 2,30 6,25 4,15 4,86 3,02 0,56 0,61 0,35
 
Seats 423 459 472 493 491 577 608 584 [647]
NSDAP . . 32 14 12 107 230 196 288
DVFP . . - . . . .
Landvolk . . . . 9 19 1 - .
WP . . 7 12 23 23 2 1 .
BBB 4 4 3 5 8 6 2 3 2
DNVP 44 71 95 103 73 41 37 52 52
CSVd . . . . - 14 3 5 4
DVP 19 65 45 51 45 30 7 11 2
DDP 75 39 28 32 25 20 4 2 5
BVP 91 20 16 19 17 19 22 19 19
Zentrum 64 65 69 61 68 75 71 73
SPD 165 103 100 131 153 143 133 121 120
USPD 22 83 - - - - . . .
KPD . 4 62 45 54 77 89 100 [81]
Other 3 6 19 12 11 10 3 3 1
bron Historia Pro

Nadat in 1929 de beurs van Wall Street was ingestort vroegen de Amerikanen hun leningen aan Duitsland terug, waardoor de economische crisis ook in Duitsland toesloeg. Dit leidde tot politieke gevolgen en moest er worden geregeerd met minderheidskabinetten. Bij verkiezingen wonnen zowel de communisten aan de linkerzijde en de NSDAP onder leiding van Hitler aan de rechterzijde en namen de onderlinge spanningen toe. Hitler beloofde de Duitsers een einde te maken aan de crisis en sprak zich uit tegen de Vrede van Versailles. Door het gebruik van propagandamiddelen, zijn redenaarstalent en het paramilitair machtsvertoon van de SA slaagde Hitler er in steeds meer in de aanhang van de NSDAP te vergroten en bij verkiezingen uiteindelijk in 1932 37,3 procent van de kiezers achter zich te krijgen. Uiteindelijk besloot President van Hindenburg Hitler op 30 januari 1933 tot Rijkskanselier van Duitsland te benoemen. De conservatieven onder leiding van Von Papen (DNVP)dachten Hitler in toom te kunnen houden, maar al snel slaagde Hitler er in een totalitair regime te vestigen.

hitler fascisme

De Rijksdagbrand

Door de brand in de Rijksdag op 5 maart 1933 slaagde Hitler er in Von Hindenburg over te halen een noodverordening af te kondigen. Omdat er een communistische revolutie zou dreigen werden voorlopig grondrechten zoals vrijheid van meningsuiting, en van vergadering opgeschort. Communisten en sociaaldemocraten werden gearresteerd. Daarnaast liet Hitler in de Rijksdag een machtigingswet aannemen, die hem het recht gaf buiten het parlement om te regeren. In feite stemde de Rijksdag op 23 maart 1933 in met de eigen afschaffing. De communisten zaten in de gevangenis, waren ondergedoken of gevlucht, zodat alleen de sociaaldemocraten tegenstemden. 

partijdag neurenburg

Zie verder Paragraaf 3: VWO Paragraaf 3 Nazi-Duitsland (1933-1945)