We hebben 318 gasten online

VWO Paragraaf 2 De Franse Revolutie

Gepost in Examenkatern Verlichting en Revoluties VWO

De macht van Napoleon

Leidende vraag: In welke mate is de Franse Revolutie verlicht te noemen? 

De Franse Revolutie bestond uit twee revoluties. In de Eerste Revolutie (1789-1792) werd Frankrijk een constitutionele monarchie en de Tweede Revolutie (1792-1795)maakte van Frankrijk een democratische republiek.

 

De Staten-Generaal

De kritiek op Lodewijk XVI nam steeds meer toe en de onvrede in de maatschappij groeide door ontberingen voor de derde stand. De tweede stand, de adel, was ontevreden over het gebrek aan politieke invloed. Omdat vooral de derde stand belasting moest betalen kwam men in opstand. Daarbij kwam dat belasting vooral op voedsel en goederen werd geheven. Toch liep de staatschuld verder op en in 1787 was meer dan de helft van de staatsuitgaven nodig om alleen de rente op de schuld te betalen. 

De koning riep de Staten-Generaal bijeen, voor het eerst sinds 1614. Maar daar werd per stand gestemd. De koning zou uiteindelijk afstand doen van de absolute macht en Frankrijk werd eerst een constitutionele monarchie (1789-1792) en daarna een democratische republiek (1792-1795).

Cahiers de doléances

Na een onderlinge strijd werd men het eens dat in de Staten-Generaal de derde stand evenveel stemmen mocht uitbrengen dan de eerste en tweede stand samen. Tijdens de verkiezingen voor de afgevaardigden had Lodewijk XVI gevraagd om zogenaamde Cahiers de doléances (klaagbrieven) Hierin kon men aangeven wat men veranderd wilde hebben. In de kieskringen mochten alleen geletterde leden van de derde stand die vijfentwintig jaar waren en belasting betaalden meedoen. 

Uit de cahiers kwam het beeld naar voren dat men via de grondwet de macht van de koning wilde beperken, een nationaal parlement wilde instellen met wetgevende en controlerende bevoegdheden en burgerlijke vrijheden zoals vrijheid van meningsuiting en godsdienst. De voorrechten van de adel en geestelijkheid moesten worden opgeheven en er moest een verlaring van de rechten van de mens komen.

De eerste revolutie

europa 1789

Europa in 1789

De derde stand wilde een gemeenschappelijke vergadering van de Staten-Generaal, maar kreeg zijn zin niet. Daarop stapte de Derde Stand uit de Staten-Generaal en riep zichzelf uit tot Nationale Vergadering. De koning weigerde de Nationale Vergadering te erkennen, maar gaf toe toen leden uit de eerste en tweede Stand zich aansloten bij de Nationale Vergadering. Ondertussen waren er in Frankrijk onlusten uitgebroken en om de gemoederen tot bedaren te brengen besloot de Nationale Vergadering de standen en de privileges van de adel en de geestelijkheid op te heffen. Daarna werd de Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger aangenomen. Kerkelijke goederen werden verkocht en de opbrengst gebruikt om de staatsschuld af te lossen. Veel beslissingen die genomen werden waren echter gunstig voor de bourgeoisie.

 De vlucht van de koning

Koning Lodewijk XVI, verbannen naar het Tuilerieënpaleis in Parijs werd duidelijk gemaakt dat hij diende te kiezen voor een constitutionele monarchie. Deze voelde daar niets voor en besloot samen met koningin Marie Antoinette naar de Zuidelijke Nederlanden te vluchten om van daaruit de revolutie terug te kunnen draaien,met behulp van zijn zwager, de keizer van Oostenrijk. Zijn plan mislukte en de koninklijke familie werd teruggevoerd naar Parijs. De Nationale Vergadering stemde er voor dat de koning de uitvoerende macht hield maar dat hij zou worden gecontroleerd door een Wetgevende Vergadering, die werd gekozen door middel van een censuskiesrecht.

De Tweede Revolutie

Boeren en arbeiders waren in de Wetgevende Vergadering nauwelijks vertegenwoordigd en er was verdeeldheid. De grootste groep, Jakobijnen genoemd, wilden dat de constitutionele monarchie werd afgeschaft, de volksinvloed vergroten, het bezit van gevluchte edelen afpakken en de revolutie uitbreiden over Europa.

Doordat de koning voortdurend zijn vetorecht gebruikte om wetten tegen te houden wonnen de Jakobijnen aan aanhang. Frankrijk raakte in 1792 met Oostenrijk en Pruisen in oorlog en de positie van de koning werd onhoudbaar. Op 10 augustus 1792 brak de Tweede Revolutie uit. De Jakobijnen namen het stadsbestuur van Parijs over en de koning werd gevangen genomen. De Wetgevende Vergadering hief zichzelf op en liet met algemeen mannenkiesrecht een nieuw parlement kiezen: de Nationale Conventie. Deze riep op 21 september 1792 de republiek uit. Het parlement had nu naast de wetgevende ook de uitvoerende macht.

the contrast

Nadat dor de vondst van brieven bleek dat de koning buitenlandse hulp had gezocht werd Lodewijk XVI, die nu Burger Capet werd genoemd, berecht door de Nationale Conventie, die hem met 693 stemmen tegen 0  schuldig bevond aan hoogverraad. Daarna werd hij door de Nationale Conventie met 387 stemmen voor en 334 stemmen tegen ter dood veroordeeld. Op 21 januari 1793 werd Lodewijk XVI door de guillotine onthoofd. 

 De Girondijnen en Napoleon

robespierre

Onder leiding Robespierre gingen de Jakobijnen over tot het toepassen van door revolutionaire rechtbanken uitgesproken vonnissen. Alle vijanden van 'de algemene wil' (ontleend aan Rousseau) werden duizenden terechtgesteld onder de Guillotine. Maar uiteindelijk verslond de guillotine ook haar eigen kinderen en Robespierre werd ook onthoofd.

Nu Robespierre dood was namen de Girondijnen, de gematigden, het bestuur over. Er kwam een einde aan de Terreur en in 1795 kwam er een nieuwe grondwet tot stand met een scheiding tussen de uitvoerende macht (Directoire) en wetgevende macht (parlement bestaande uit twee kamers via censuskiesrecht.). 

Napoleons Power 1810

Omdat onrust bleef bestaan besloot Generaal Napoleon in 1799 tot een militaire staatsgreep. Hij liet zich in 1804 tot keizer kronen maar hield vast aan veel ideeën van de verlichting en de revolutie. Hij liet nieuwe wetgeving ontstaan, de Code Napoleon. Dit burgerlijk wetboek uit 1804 was gebaseerd op het idee dat alle Franse mannen als burgers gelijke rechten hadden, los van geboorte of godsdienst. Hij voerde de burgerlijke stand in en nadat Napoleon grote delen van Europa veroverde werden ook daar de Napoleontische wetten doorgevoerd.

Zie voor paragraaf 3: VWO Paragraaf 3 Na Napoleon (1815-1848)