We hebben 164 gasten online

Memo

5e druk MeMo Havo Hoofdstuk 3 Tijd van ontdekkers ...
25 mrt 2020 10:45

TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS Blz. 72-89 3. Veranderend mens- en wereldbeeld In dit hoofdstuk wordt de periode van de renaissance, de ontdekkingsreizen en de hervorming behandeld. Het verandere [ ... ]

Memo 4e drukVerder lezen

MeMo Vwo mod 3 hfst 3 Gezin en samenleving Het gezin en de industriële revolutie in Engeland

Gepost in Modules

Vwo Module 3 Hoofdstuk 3 Op weg naar de ‘welfare state’

Deelvraag: Hoe paste de samenleving zich omstreeks 1900 aan aan de industriële revolutie ?

3.1 Economie

Na 1850 maakte de Engelse economie nog een grotere bloei door dan in de periode ervoor. In de landbouw ontstonden door de efficiënte organisatie gouden tijden. Er werden nieuwe werktuigen ingevoerd zoals de zeis, en oogstmachines vooral in de grote bedrijven.

Ook de industriële revolutie ontwikkelde zich verder, dankzij nieuwe uitvindingen en de uitbreiding van het BRITSE IMPERIUM.

memo hfst 2 afb 4

De koloniën leverden grondstoffen en waren afzetgebied.

De negentiende eeuw was een eeuw van vrijhandel door het ontbreken van invoerrechten dat vooral Engeland als moderne natie ten goede kwam waardoor het tegen lage prijzen kon exporteren.

Omdat de lonen stegen profiteerden ook de arbeiders en verbeterde hun koopkracht. Werknemers organiseerden zich om hun belangen te verbeteren, zoals betere werkomstandigheden.

De jaren tussen 1850 en 1920 waren het begin van de Britse VERZORGINGSSTAAT of ‘WELFARE STATE’.In 1908 werd een ouderdomswet aangenomen en in 1911 een ziektewet en een werkeloosheidswet.

3.2 Gezonder leven

Ook de middenklassen en rijken beseften dat de cholera ook hen kon treffen.

memo hfst 2 afb 5

Het was dus ook in hun eigen belang om waterleidingen en rioleringen in de grote steden aan te leggen.

memo hfst 2 afb 6

Na 1870 werd hierdoor de leefbaarheid duidelijk verbeterd.

De arbeiders kregen de beschikking over goedkoper zeep zodat zij zichzelf en hun kleding vaker en beter konden wassen. Kortom het leven werd gezonder.Toch gingen arme mensen vaak niet naar de dokter en de woonomstandigheden waren nog steeds slecht: huizen waren klein, gehorig, vuil en vochtig. In 1921 had nog maar een op de acht huizen elektrisch licht.

3.3. Gezellig thuis

Door de verbetering van de lonen, de gezondheid en de materiele omstandigheden en doordat het aantal kinderen daalde, kreeg het gezinsleven meer aandacht.

De vrije tijd werd ook meer thuis doorgebracht. Door massaproductie konden mensen zich allerlei dingen aanschaffen. Het symbool van de nieuwe welvaart was de ‘mooie kamer’. In de ‘mooie kamer’ kwam het MATERIALISME van die tijd tot uiting. De man en vrouw hadden veel duidelijker dan vroeger een aparte taak in het gezin. Gewoonlijk maakte de man de dienst uit in het gezin, maar de vrouw kon er veel invloed op uitoefenen.

De VROUWENBEWEGING werd sterker en kreeg, gesteund door vooruitstrevende politici, al in 1869 gedaan dat vrouwen mochten stemmen voor gemeenteraadsverkiezingen. Na de eerste wereldoorlog kregen ze dat ook voor het Parlement. In de lagere klassen had de emancipatiebeweging niet veel invloed. Men zei wel dat voor mannen seks een gewoonte was en voor vrouwen een plicht.

3.4 Allemaal naar school

Niet alleen de welvaart werd iets beter verdeeld, maar ook het onderwijs. De bezittende klassen verkondigden nog wel eens dat je de armen beter geen onderwijs kon geven.

De progressieve liberalen, die af en toe de regering vormden, dachten daar anders over. De Education Act van 1870 gaf ieder kind recht op onderwijs. De plaatselijke overheden richtten hiervoor schoolraden op die scholen oprichtten als er te weinig particuliere scholen in de gemeente waren. Ging in 1860 nog maar 25% van de kinderen naar school in 1880 was dat al 80%.

In 1880 werden kinderen van 5 tot 10 jaar leerplichtig. Tien jaar kon men gratis onderwijs krijgen.

Nadat de leerplicht werd ingevoerd werd er vooral op het platteland nog vrij veel verzuimd vooral tijdens oogsttijd. Doorleren was niet de regel zeker niet voor meisjes.

3.5 Bevolkingsaantallen

Door verbeterde gezondheidszorg en betere voeding nam het aantal sterfgevallen af vooral bij de kwetsbare groepen zoals de jongeren en de bejaarden. De ideeën van MALTHUS werden opgepakt door een groep mensen die de MALTUSIAANSE BOND oprichten. Zij waarschuwden voor het gevaar van overbevolking en de nadelen van grote gezinnen, en propagandeerden geboortebeperking.

Vanaf 1870 waren er anticonceptiemiddelen beschikbaar, condooms van dierlijke darmen en van vissenhuid. Na 1880 begonnen de welgestelden rubber condooms te gebruiken. Verder waren er vaginale douches en pessaria te koop.

Na 1875 nam de hoeveelheid geboorten in Engeland en Wales af van 35 per duizend(1875) tot 24 per duizend(1911). Het aantal sterfgevallen van 22 tot 14 per duizend. De levensverwachting steeg van 40(1850) tot 52 jaar(1910).

Hoe kon de daling van de geboortecijfers worden verklaard/

1. de mensen streefden naar grotere welvaart voor het gezin door het kindertal te beperken.

2. Het aantal geboorten daalde door methodes van geboortebeperking.

memo hfst 2 afb 7

Bron: de wording van Europa

Een gunstige invloed op de sterftecijfers had: a) een hoger inkomen; b) beter voedsel; c) betere behuizing; d) meer persoonlijke hygiëne; e) de aanwezigheid van riolering; f) een goede drinkwatervoorziening.

De gezinnen werden kleiner: in 1860 kreeg men nog gemiddeld 6 kinderen, na 1915 was dat afgenomen tot 2,5 kind. De bevolking groeide van 17,9 miljoen (1851) tot 36,1 miljoen (1911).

Dit noemt men DEMOGRAFISCHE TRANSITIE.

Gewoonlijk volgt op de ontwikkeling van de industrie eerst een tijdelijke stijging van de geboortecijfers gecombineerd met lage sterftecijfers. Daardoor neemt de bevolking sterk in aantal toe. Enige tijd later dalen echter de geboortecijfers en worden de sterftecijfers stabiel. In de meeste landen in West - Europa neemt de bevolking niet of nauwelijks meer toe.

Zie verder module 4 MeMo Vwo mod 4 hfst 1 Van Confucius tot Mao Zedong