We hebben 71 gasten online

Memo

5e druk MeMo Havo Hoofdstuk 3 Tijd van ontdekkers ...
25 mrt 2020 10:45

TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS Blz. 72-89 3. Veranderend mens- en wereldbeeld In dit hoofdstuk wordt de periode van de renaissance, de ontdekkingsreizen en de hervorming behandeld. Het verandere [ ... ]

Memo 4e drukVerder lezen

MeMo Vwo mod 4 hfst 1 Van Confucius tot Mao Zedong

Gepost in Modules

Hoofdvraag: Hoe zorgde het Confucianisme in het oude China voor eenheid en stabiliteit en hoe reageerden de

Confucianistische bestuurders op bedreigingen uit het buitenland?

Hoofdstuk 1: Het Confucianisme

Inleiding:

Het CONFUCIANISME werd de belangrijkste ideologie van de bestuurders van het keizerlijke China en zou als norm voor de omgang in het sociale verkeer doordringen tot in alle lagen van de bevolking. In dit hoofdstuk ga je na wat het Confucianisme is en hoe deze ideologie het bestuur en de samenleving in haar greep heeft.

Deelvraag: Wat was het Confucianisme en hoe wist het confucianisme de samenleving van het keizerlijke China te ordenen?

1.1 Meester Kong

memo vwo hfst 4 afb 1

Waarschijnlijk leefde Confucius van 551 tot 479 v. Chr. De periode van 500 v. Chr. Tot 221 v. Chr. Wordt het tijdperk van de STRIJDENDE STATEN genoemd. Meester Kong was een van de wijsgeren die langs de hoven van de verschillende staten trok om de koningen te winnen voor zijn ideeën over de ordening van de maatschappij.

De leer

Confucius pleitte voor een terugkeer naar de beginperiode van het huis van de koningen van Zhou, toen er een centraal gezag heerste en ordening.

Om te komen tot een goede ordening van de maatschappij kon je volgens Confucius vijf soorten relaties tussen mensen onderscheiden. Binnen iedere relatie is er een hoger en een lager geplaatste. De hogere geeft aan de lagere de deugd van ‘REN’ , de liefde of medemenselijkheid. Omgekeerd moet de lagere ten opzichte van de hogere de deugd van ‘YI’ hebben, dit is een verplichting om je plaats te kennen, om de hogere te dienen.’Ren’ is een gunst en ‘yi’ is een plicht. De vijf relaties waren:

1) Tussen vorst en onderdaan; onderdanen zijn verplicht tot loyaliteit.

2) Tussen vader en zoon; de zoon is verplicht tot KINDERLIJKE PIËTEIT

3) Tussen man en vrouw; de vrouw moet volgzaam en gehoorzaam zijn

4) De relaties tussen broers moet gebaseerd zijn op respect van de jongere voor de oudere broer.

5) De relatie tussen vrienden moet berusten op vertrouwen

Idealiter zou zijn dat degene die over de meeste wijsheid beschikt de vorst moet worden.

memo vwo hfst 4 afb 2

1.2 Het Confucianisme en de staat

Tijdens de lange regeerperiode van de Han - dynastie (206 v.Chr.- 220 n. Chr.) werd het Confucianisme geleidelijk aan de staatsideologie. Dit bleef zo tot de van het keizerrijk in 1912.

De keizer

Dat de meest wijze en deugdzame man de vorst moest worden, pakte in de praktijk anders uit doordat er erfopvolging ontstond. Het geboorterecht bepaalde wie keizer werd. Zo ontstonden dynastieën. Er werd nu naar een rechtvaardiging gezocht voor het bestuur van een hele dynastie:de leer van het HEMELS MANDAAT.

Volgens deze theorie was alleen de keizer vertegenwoordiger van de hemel op aarde, de ZOON DES HEMELS. De stichter van de dynastie kreeg van de hemel een volmacht om een goed bestuur over de aarde te voeren, het HEMELS MANDAAT. Mocht er wanorde ontstaan dan was dat een teken van slecht bestuur en dus van gebrek aan deugdzaamheid van de keizer en zijn ambtenaren. Kwamen er grote hongersnoden of epidemieën dan was het hemels mandaat verloren en dan had het volk het recht om in opstand te komen en een nieuwe dynastie aan de macht te helpen.

De ambtenaren

In het vroege keizerrijk waren de ambtenaren grotendeels afkomstig uit de klasse van de grootgrondbezitters. En was het nog geen voorwaarde om kennis te hebben van het confucianisme. Na het jaar 1000 veranderde dat en werd het een voorwaarde om toe te mogen treden tot de besturende ambtenaren.

Tot de confucianistische KLASSIEKEN behoorden de boeken uit de Zhou - periode samen met de confucianistische meesters Confucius en Mencius.

Mencius, latinisering van 'Mengzi' of 'Meng Ke', leefde van 371 tot 289 v. Chr. Hij was in dienst van de koningen van Wei en Qi. Zijn leer was traditioneel en een uitbreiding van die van Confucius. De eerste koningen van Zhuo waren zijn voorbeelden van deugdzaamheid. Tijdens zijn leven trok hij met een indrukwekkende schare van leerlingen van hof tot hof. Hij was weliswaar een erkende erudiet, maar zoals ook het geval was bij Confucius, vonden zijn ideeën na zijn dood meer aanhang dan tijdens zijn leven.

Mandarijnen

De kennis werd getoetst door middel van staatsexamens. Van de

100 000 kandidaten slaagden er per jaar niet meer dan 1000.. Als men eenmaal ambtenaar was, had de kennis van de klassieken weinig waarde in de dagelijkse praktijk. Men fungeerde als managers. Werd een ambtenaar ontslagen dan voelde deze zich miskend en onbegrepen

1.3 Confucianisme en het volk

Voor meer dan 90% bestond de bevolking uit boeren. Volgens de confucianistische leer was de bevolking opgedeeld in vier standen:

1) de ambtenaren

2) de boeren

3) de ambachtslieden

4) de handelaars.

Handelaars stonden zo laag in aanzien omdat zij werden gezien als profiteurs. Ik theorie werd de hardwerkende boer op paternalistische wijze beschermd door de bestuurders, maar in de praktijk moest hij vaak hoge belastingen afdragen en geld lenen tegen woekerrentes.

De familie

Niet het individu, maar de familie was de belangrijkste bouwsteen van de samenleving. De confucianistische stat kon worden beschouwd als een familie in het groot. Net als de staat was de familie hiërarchisch en totalitair.

Na het jaar 1000 werd de onderwerping van de vrouw totaal door het voetbinden. De gebonden voet werd het schoonheidsideaal. De zogenaamde GOUDEN LOTUSSEN werden door de Chinese mannen als opwindend ervaren en het bezit van een vrouw met hele kleine voeten gaf status. Overbodig te zeggen dat het lopen zeer ongemakkelijk was waardoor de vrouwen niet erg mobiel waren, dus in huis bleef.

1.4 Ontsnappingswegen

De belangrijkste ontsnappingswegen aan de wurggreep van het stelsel waren het boeddhisme en het TAOÏSME.

Taoïsme

Volgens het taoïsme verliest de mens door een teveel aan regels zijn aangeboren spontaniteit en wordt zijn vrije geest aan te strakke banden gelegd. In een extreem geval kan dit leiden tot waanzin. In een klein kind kan het leven nog spontaan vloeien volgens een oerkracht of tao. Tao zorgt voor harmonie in de natuur. Volgens het taoïsme is kennis de bron van alle menselijke ellende. Net als het confucianisme heeft het taoïsme zijn heilige boeken zoals de ‘Daodejing, het Boek van de Weg en de deugd’ en de Zhuangzi, geschreven door meester Zhuang. Een echte taoïst liet zich niet gek maken door de verlokkingen van de rijkdom of een flitsende ambtelijke carrière, hij streefde naar de hoogste vorm van vrijheid: memo vwo hfst 4 afb 3eenwording met de eeuwigdurende levensstroom, het tao

Het centrale thema van het taoïsme is de allesomvattende universele natuurwet ('Dao' = Weg), waaraan men zich als mens moet aanpassen. De natuur in deze brede zin zou bestuurd worden door de interactie van de kosmische krachten, Yin en Yang.

Yin en Yang zijn twee schijnbaar tegengestelde krachten of eigenschappen, die echter een onlosmakelijk koppel vormen. De één is ondenkbaar zonder de ander. Yang is meestal de dominerende kracht of eigenschap boven Yin in het koppel.
De meest bekende Yin-Yang koppels zijn hieronder weergegeven

Yang
Yin
Zon
Maan
Licht
Duisternis
Warmte
Koude
Mannelijk
Vrouwelijk
trigram: ononderbroken lijn
trigram: onderbroken lijn

Omdat goed of kwaad een gevolg is van het al of niet in balans zijn van Yin en Yang, kent men volgens deze filosofie hiervoor geen absolute begrippen, zoals dit wel het geval is in de westerse denkwereld. Hierdoor is te verklaren dat in de Chinese geschiedenis godsdienstoorlogen vrijwel onbekend zijn.

Zie verder module 4 hoofdstuk 2 Memo Vwo mod 4 hfst 2 Van Confucius tot Mao Zedong