We hebben 317 gasten online

Memo

5e druk MeMo Havo Hoofdstuk 3 Tijd van ontdekkers ...
25 mrt 2020 10:45

TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS Blz. 72-89 3. Veranderend mens- en wereldbeeld In dit hoofdstuk wordt de periode van de renaissance, de ontdekkingsreizen en de hervorming behandeld. Het verandere [ ... ]

Memo 4e drukVerder lezen

Memo Vwo mod 4 hfst 2 Van Confucius tot Mao Zedong

Gepost in Modules

Hoofdstuk 2: Het Rijk van het Midden en de barbaren

Marco Polo zou de eerste Europeaan zijn die uitvoerig verslag deed over China, hoewel hij daardoor ten onrechte ‘Signor il Millione’, meneer de opschepper werd genoemd. Zijn beschrijvingen waren echter grotendeels juist.

Deelvraag: Hoe sterk stond het confucianistische China tegenover bedreigingen van buitenaf?

2.1 Het welvarende Rijk van het Midden

In 960 was er sprake van een machtswisseling: Zhao Kuangyin, een belangrijk militair greep de macht. Hij en zijn nakomelingen zouden regeren tot 1279 als de Song – dynastie.

Burgerambtenaren werden boven de militaire commandanten geplaatst en werden de confucianistische staatsexamens de belangrijkste toegangsweg tot de ambtenarij..

In de periode voor 1000 waren de steden voornamelijk bestuurlijke en militaire centra. Tijdens de Song werden de wijkmuren doorbroken, de avondklok afgeschaft en de handel vrijgelaten. Er ontwikkelde zich een stedelijke cultuur. Marco Polo bezocht eind dertiende eeuw levendige steden en verbaasde zich over de rijkdom ervan. Boeren gingen zich specialiseren in gewassen die bestemd waren voor de markt, zoals zijde en thee. Deze rijkdom lokte niet-Chinese volkeren die aan de noordgrens leefden, zoals de Xixia, de Liao en later de Jin en de Mongolen.

2.2 De barbaren

De Chinese naam voor China, ZHONGGUO, betekent letterlijk Rijk van het Midden. Alle omliggende volken beschouwden zij als BARBAREN. Daarbij werd er onderscheid gemaakt tussen ‘gekookte barbaren’ randvolkeren en ‘rauwe barbaren’ volken die hun eigen weg bleven gaan. Om de barbaren buiten te houden was door de eerste keizer tijdens de Qin-dynastie (221-206 v.Chr.) opdracht gegeven om de ‘Chinese’ muur te bouwen.

memo vwo hfst 4 afb 4

Het land ten noorden van de muur bestond uit steppes. Op die steppes leefden de nomaden met hun kuddes. Niet altijd bood de LANGE of CHINESE MUUR de Chinezen voldoende bescherming.

De Mongolen

De Mongolen leefden aan de noordgrens. Leider was Djengis Chan.

memo vwo hfst 4 afb 5

Binnen korte tijd wist hij grote delen van het Aziatische continent te veroveren. Zijn kleinzoon Kubai Khan veroverde in 1276 de Song hoofdstad Hangzhou en in 1279 hadden de Mongolen geheel China in handen. De Mongolen plaatsen in het begin een eigen Mongools bestuur boven het bestaande bestuurssysteem, maar ze konden beter veroveren dan besturen en besloten toch het confucianistische systeem over te nemen. De Mongoolse heersers riepen zich uit tot een legitieme Chinese dynastie: de Yuan. Langzamerhand verloren de Mongolen hun oorspronkelijke identiteit en werden als Chinezen. Dit proces van aanpassing aan de Chinese cultuur wordt SINIFICATIE genoemd. In 1368 werden de Mongolen uit China verdreven door ZHU YUANZHANG en deze vestigde de MING-DYNASTIE.

Door Marco Polo maakte Europa kennis met de boekdrukkunst, het buskruid en het kompas waar ze een grote invloed zouden gaan uitoefenen.

2.3 Het tribuutstelsel en de Roodharige Barbaren

De Ming-dynastie werd in 1644 opgevolgd door de Qing die het land zou besturen tot het einde van het keizerrijk in 1912.Tijdens de beginjaren van de Ming werd PEKING – het huidige Beijing – voor het eerst hoofdstad van heel China. Na de Mongoolse periode ging men meer de nadruk leggen op het eigen culturele en ideologische verleden. Privé handel met buitenlanders werd verboden. Alle buitenlandse handel diende plaats te vinden binnen het kader van het tribuutstelsel. De omringende volkeren konden hun onderwerping aan de keizer tonen door gezanten met geschenken naar het keizerlijke hof te sturen, de zogenaamde TRIBUUTGEZANTSCHAPPEN. Hoe meer gezantschappen hoe groter zijn uitstraling van deugd was. Het tribuutgezantschap was eigenlijk de enige toegestane vorm van handel. Gezanten van nabije volken mochten eenmaal per jaar komen, kwam men van ver dan slechts eenmaal in de zeven of acht jaar.Een van de eerste Europese gezantschappen was een handelsmissie van de VOC in 1655. Johan Nieuhof maakte daar een reisverslag van. Het waren echter de Portugezen die al een eeuw eerder vergunning hadden gekregen om op het schiereilandje Macao een handelsnederzetting te vestigen.

2.4 De Jezuïeten en hun missiestrategie

In tegenstelling tot China richtte Europa zich juist naar buiten. Tijdens de Renaissance ontdekte de mens niet alleen zich zelf, hij ontdekte ook de wereld om zich heen. Het was de tijd van de ontdekkingsreizen. In het voetspoor van de kooplieden volgden de missionarissen. Vele gebieden werden leeggeroofd, met name Zuid Amerika. Het Rijk van het Midden liet zich niet overrompelen. Men was niet onder de indruk van de Europeanen, integendeel men beschouwde hen als barbaren van het ergste soort, rauwe barbaren die nog veel te leren hadden. De Europeanen vestigden op Macao een centrum voor studie, om zo de Chinezen beter te leren kennen. De Jezuïeten deden dat en werden zo de eerste Europese China deskundigen, de eerste CHINOLOGEN.

Jezuïeten

De ‘Societas Jezu’ werd in 1540 gesticht en ontwikkelde zich tot een elite binnen de kerk. In Macao kregen Jezuïeten een vervolgstudie in de moeilijke Chinese klassieke taal en de confucianistische klassieken.Grote pionier en bekendste Jezuïet was.

memo vwo hfst 4 afb 6

MATTEO RICCI(1552-1610. Hij ontwikkelde de missiemethodiek van de ACCOMODATIO: Jezuïeten moesten zich zo veel mogelijk aanpassen aan de zeden en gewoonten van de Chinese geletterde bovenlaag, de literati. Zij kleedden zich als deze mandarijnen, zochten in de Chinese klassieken naar zoveel mogelijk gelijksoortige christelijke termen en accepteerden ‘heidense’ gebruiken als de voorouderverering en de eredienst rond Confucius. De op dat moment superieure westerse wetenschap werd gebruikt als lokmiddel.Op het hoogtepunt van de missie, rond 1660, waren er naar schatting 150 000 bekeerlingen. De Duitser Adam Schall von Bell (1592-1666) en zijn opvolger de Vlaming Ferdinant Verbiest (1623-1688) wisten zelfs door te dringen tot het keizerlijke hof. De keizers gebruikten de jezuïeten als handige radgevers, maar lieten zich niet inpalmen door de christelijke leer, van deze langbaardige Europeanen. Zelfs de literati die zich wel bekeerd hadden, bleven van binnen door en door confucianist. Europa had echter in China, ondanks de jezuïeten, geen indruk gemaakt. In het zeventiende en achttiende eeuwse Europa echter was de belangstelling voor China overweldigend. Deze grote belangstelling voor de cultuur van China wordt CHINOISERIE genoemd.

Confucianistisch succes

Het confucianisme had China interne stabiliteit gebracht. Voor de bedreiging vanuit het Noorden was de Chinese muur gebouwd. Een bedreiging vanaf de zee, daar had men geen rekening mee gehouden. In de negentiende eeuw zou blijken dat daar nu net de bedreiging vandaan kwam.

Zie verder module 4 hoofdstuk 3 MeMo Vwo mod 4 hfst 3 Van Confucius tot Mao Zedong