We hebben 127 gasten online

Memo

5e druk MeMo Havo Hoofdstuk 3 Tijd van ontdekkers ...
25 mrt 2020 10:45

TIJD VAN ONTDEKKERS EN HERVORMERS Blz. 72-89 3. Veranderend mens- en wereldbeeld In dit hoofdstuk wordt de periode van de renaissance, de ontdekkingsreizen en de hervorming behandeld. Het verandere [ ... ]

Memo 4e drukVerder lezen

MeMo Vwo mod 6 hfst 3 Eigen land en eigen volk Naties, Staten en nationalisme

Gepost in Modules

Hoofdstuk 3: Nationalisme in Europa en Afrika in de twintigste eeuw

Inleiding: Het nationalisme in de twintigste eeuw was nog lang niet dood.

Deelvraag: Wat veranderde er aan het Nationalisme in Europa in de twintigste eeuw en welke rol speelde het nationalisme in Afrika?

3.1 Het nationalisme in Europa

Rond 1900 was het nationalisme nergens meer de beweging die het daarvoor was geweest.

De natie werd nu gezien als een lichaam dat geen vreemde cellen verdraagt en het nationalisme een geloof van bedreigde groepen. Het sterkst te zien bij het VOLKISCHE NATIONALISME in Duitsland na 1900 en vooral na de Eerste Wereldoorlog. Men ging er hierbij vanuit dat het voortbestaan van het Duitse volk bedreigd werd door modernisering en industrialisatie en door binnenlandse en buitenlandse vijanden. De Duitse natie zou ten onder gaan door de modernisten en de joden.

Hitler borduurde op dit nationalisme voort en in andere landen werd het nationalisme ook extremer.

Het nationalisme werd gebruikt om politieke eisen kracht bij te zetten.

Versailles

In Versailles was het nationale principe het uitgangspunt en President Wilson dacht dat als iedere natie een eigen staat zou krijgen, de wereldvrede voorgoed gegarandeerd was. Zelfbeschikking gekoppeld aan democratie dat moest wel vrede opleveren.

Nationalisme en racisme

De nieuwe staten die in Versailles werden gecreëerd waren nog net zo’ n gevangenissen voor de naties als de vroegere multinationale rijken. De enige manier die overbleef om toch aan een natiestaat te komen, was het radicaal wegwerken van niet VOLKSEIGEN was. Dit soort ETNISCHE SCHOONMAAK OF ETNISCHE ZUIVERING kwam steeds vaker voor. Bijvoorbeeld het uitroeien door de Turken van de Armeniërs in 1915 en het uit het land zetten van 1,5 miljoen Turken. Hitler was degene die het principe het verst doorvoerde.

Na de Tweede Wereldoorlog lekende kansen van het nationalisme voor goed verkeken. Maar in de jaren zeventig kwam het weer op( Basken, Ieren, Corsicanen en Schotten).

Toen het Communisme voergoed gevallen was kwam het nationalisme in al zijn heftigheid op. De minderheden worden en werden nog steeds op alle mogelijke manieren bedreigd en gepest.

Het nationalisme was na de Tweede Wereldoorlog bezig aan een wereldwijde triomftocht. In veel gebieden buiten Europa raakte het nationalisme zo verbonden met het streven naar onafhankelijkheid maar echter ook tot politieke verdeeldheid in de nieuwe landen in Azië en Afrika en voor bloedige burgeroorlogen.

3.2 Afrikaans nationalisme

Afrika werd lange tijd gespaard van kolonisatie. Sommige handelsposten groeiden uit tot kolonies zoals de V.O.C. handelspost rond Kaap de Goede Hoop.

Steeds meer landen gingen uit prestigeoverwegingen kolonies vormen. Men had behoefte aan grondstoffen en afzetmarkten. deze combinatie van motieven leverde het MODERNE IMPERIALISME op. Dat leidde vaak tot conflicten. Daarom werd er in 1875 de CONFERENTIE VAN BERLIJN gehouden waarop besloten werd dat ieder die een stuk kust had ook het achterliggende binnenland tot het zijne mocht rekenen. Het gevolg van deze verdelingsproblematiek was dat oorspronkelijke Afrikaanse koninkrijken soms doorbroeken werden en over twee of meer koloniën werden verdeeld. Hierdoor kwamen vroegere vijanden in een kolonie te wonen en oude buren werden vreemden van elkaar.

memo vwo hfst 6 afb 7

In Afrika begonnen de eerste nationalisten aan het einde van de negentiende eeuw te denken aan een eigen staat. De discussies gingen over:

1. Een terugkeer naar de oude situatie voor de komst van de Europeanen of

2. Een ontwikkeling van Afrika volgens Westers model.

Aanhangers van de eerste gedachte werden TRADITIONELEN genoemd, die van de tweede MODERNISTEN. Na de Eerste Wereldoorlog kregen de MODERNISTEN de overhand. Hun ideeën sloten aan bij die van President Wilson. Door dat beroep op Wilsons ideeën en ook doordat het nationalisme in Afrika een zaak van de upper ten was, waren de eisen van de nationalisten on-Afrikaans van aard.

Vaak konden de nationalisten ook niet anders. De koloniën werden pas serieus genomen, in hun streven naar onafhankelijkheid, als ze een nationale staat wilden worden.

Na de DEKOLONISATIE togen de nationalistische partijen aan het werk om de natiestaten inhoud te geven.

De oude machtsverhoudingen die de kolonisten hadden ontwikkeld, bleven gewoon voortbestaan. Er ontstond een uitgebreid net van illegale handel en de nieuwe machthebber ontwikkelde vaak een zogenaamd CLIENTELE - SYSTEEM. Dit leidde vaak tot een strijd om de middelen van het bestaan.

3.3 Een voorbeeld: Hutu’s en Tutsi’s

Rwanda en Burundi waren sinds 1890 onderdeel van Duits Oost-Afrika en vanaf de Eerste Wereldoorlog in Belgische handen.

memo vwo hfst 6 afb 8

De Hutu’s en de Tutsi’s vochten om de macht. Slechts vijf procent van de Tutsi’s hoorde tot de heersende klasse, de rest was even arm en onderdrukt als de Hutu’s.

In de tijd van de koloniale overheersing door België kregen de Tutsi’s dankzij een bestuurshervorming, de meeste en de beste baantjes. Deze ‘ TUTSIFICATIE ‘ van de jaren dertig verscherpte de etnische tegenstelling enorm. In de jaren vijftig groeide het verzet hiertegen. In 1959 kwam het tot een opstand. De Belgen steunden de HUTU’s en het Tutsibestuur kon gaan.

In 1962 werd Rwanda onafhankelijk en barstte de bom en ontstond een burgeroorlog. De koffie- en theeprijzen daalden ( samen 80 procent van de export van Rwanda), de staatsschuld steeg en de bevolking groeide.

In 1990 viel het RWANDEES PATRIOTISCH FRONT (RPF), dat bestond uit Tutsiballingen, vanuit Oeganda Rwanda binnen. Het buitenland bemoeide zich met de oorlog; onder druk kwam er een meerpartijenregering. Het haalde allemaal niets uit. Openlijk riep de Hutupartij op tot het vermoorden van Tutsi’s. Een Rucksichtsloze GENOCIDE in de eerste helft van 1994 was het gevolg.

Ook in de rest van Afrika is de situatie verre van stabiel. Natiestaten die het geweldig doen zijn er niet.

Aan de andere kant: In Europa ging het ook niet allemaal vanzelf en duurde het soms ook eeuwen voordat succesvolle, passende politieke gehelen ontstonden.

Misschien is er een oplossing te vinden in federalisme, want de op Europese leest geschoeide natiestaten in Afrika zijn geen lang leven beschoren.

Zie verder module 7 MeMo Vwo mod 7 hfst 1 Politiek en Staatsinrichting in Nederland en Europa Om de verdeling van de macht