We hebben 233 gasten online

Memo

Periodekatern MeMo VWO H 4 Stadslucht en Kruiddampen

Gepost in Periodekaternen

Periodekatern MeMo VWO de Middeleeuwen H 4 Stadslucht en Kruitdampen

tijdvak 4

Tijd van Steden en Staten

MeMo Geschiedenis van de Tweede Fase

Hoofdstuk 4 Stadslucht en Kruitdampen

Kenmerkende aspecten

· De opkomst van handel en ambacht, die de basis legde voor het herleven van een agrarisch - urbane samenleving

· De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden

· Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben

· De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van kruistochten

· Het begin van staatsvorming en centralisatie

4.1 Hoe verliep de expansie van Europa?

Intro

Rond het jaar 1000 zag Europa er heel anders uit. De bevolking was sterk toegenomen. De Europese christenen hadden meer land veroverd. De handel leefde op en steden waren tot bloei gekomen. De Kerk had meer invloed omdat de macht van de paus versterkt was.

In West-Europa tekenden zich drie grote landen af: Engeland, Frankrijk en Duitsland.

De volgende vragen zullen worden behandeld:

1) Door welke oorzaken en op welke manier vond de expansie van Europa plaats?

2) Hoe ontwikkelden zich de steden?

3) Welke ontwikkelingen vonden plaats in de kerk?

4) Hoe ontwikkelden zich de staten van Europa?

4.1.1 Oorzaken van de expansie

Omstreeks 1000 nam de bevolking in Europa snel toe. Binnen enkele eeuwen was het aantal mensen verdrievoudigd en het grondgebied van christelijke staten uitgebreid. De bevolkingsgroei stimuleerde de Europese expansie. Wat was daarvan de oorzaak?

Ontginningen

In grote delen van Europa werden woeste gronden ontgonnen en tot landbouwgebied gemaakt. Edelen en kloosters stonden er open voor en gaven boeren voordelen als men deel geen nemen aan de ontginning. Horigheid kwam in die gebieden dan ook weinig voor. Als de nieuwe landbouwgrond zogenaamd ‘arm’ was probeerde men door verbetering van de landbouwgrond de opbrengst te vergroten.

· De boeren gebruikten een keerploeg, die de plaggen niet alleen losscheurde, maar ook omkeerde.

· In plaats van een os trok voortaan een paard de ploeg omdat die beter konden trekken. Hiervoor werd een tuig ontwikkeld.

· Het tweeslagstelsel werd vervangen door het drieslagstelsel waardoor twee keer in de drie jaar graan kon worden ingezaaid in plaats van om het andere jaar. Deze vernieuwingen leiden tot meer opbrengst van voedsel zodat er meer personen konden worden gevoed en de bevolking toenam. Daar kwam bij dat overschotten konden dienen als voedsel bij schaarste (door natuurrampen) en kon worden gebruikt bij de handel.

Handel

Door het overschot in de landbouw konden mensen andere beroepen gaan uitoefenen in de nijverheid en de handel vooral in steden.De Europese handel kwam al vroeg tot bloei in de Italiaanse steden, zoals Venetië, Genua en Pisa. Deze hadden handelscontacten met het Byzantijnse Rijk en het Midden Oosten. Vanaf Italië liep een handelsroute via Frankrijk en Vlaanderen naar Engeland. In Vlaanderen en Engeland ontstond een concentratie van steden waar men laken maakte van wol.Ook elders groeiden langs dekusten steden. In de 13e eeuw ontstond in de Hanze, een verbond

hanzesteden

van handelssteden met als centrum Lübeck. In ons land hoorden de steden Deventer, Zwolle en Kampen er ook bij. Belangrijke producten waarin men handelde waren specerijen, graan, wijn, vis, zout en metalen voorwerpen.De plaatselijke- en regionale handel was echter belangrijker omdat de steden afhankelijk waren van het omringende platteland, en vice- versa. De belangrijkste handelsproducten waren laken, geweven wollen stoffen en licht bier.

4.1.2 De expansie van Europa

Naarmate de bevolking groeide nam ook de behoefde aan meer landbouwgrond toe en streefde men naar gebiedsuitbreiding buiten de bestaande staten.De belangrijkste uitbreidingen waren:

· In Zuid-Italië werden gebieden op de moslims veroverd en Sardinië en Sicilië.

· Ook in Spanje werd door de Reconquista, gebied op de moslims heroverd, zodat rond 1200 weer een groot gebied door de christenen werd ingenomen.

· Vanaf 1096 werden kruistochten georganiseerd om de moslims uit het Heilige Land te verdrijven.

· De koningen in de Scandinavische landen namen het christendom aan, werden delen van Duitsland gekoloniseerd en Polen, Bohemen en Hongarije accepteerden het christendom als officiële godsdienst.

Kruistochten

de kruistochten

Paus Urbanus II riep in 1095 de christenen op tot een kruistocht om het Heilig Land te veroveren op de moslims. Hij hoopte echter ook dat de Byzantijnse keizer zijn gezag over alle christenen zou accepteren.Men meldde zich aan omdat:

· Velen hoopten in Palestina een nieuw bestaan op te bouwen.

· Men kwijtschelding van zonden verkreeg zodat men in de hemel zou komen.

· Men macht en roem kon verwerven.In 1099 werd Jeruzalem veroverd. Maar er waren daarna toch meerdere kruistochten nodig. Toch slaagden de moslims erin de christenen te verdrijven.

Gevolgen van de kruistochten

· De handelscontacten tussen de Italiaanse steden en het Midden Oosten bleven bestaan.

· De invloed van de hoogstaande islamitische cultuur zou zijn invloed in Europa doen gelden vooral op wetenschappelijk gebied.

Slot

Een belangrijke oorzaak voor de bevolkingsgroei moet worden gezocht in de ontginning van woeste gronden, technische vernieuwingen en een verbetering van de positie van de boeren. Productie- en bevolkinggroei leidden tot de toename van handel en nijverheid en tot groei van de steden. Het rooms-katholieke Europa werd groter door een combinatie van veroveringen en bekeringen in Zuid-Italië, Spanje, Noord- en Oost-Europa. De Kruistochten leidden uiteindelijk tot meer handel en culturele contacten.

4.2 Hoe ontwikkelden zich de steden?

Intro

Handelaars hadden steden nodig.

4.2.1 De stad ontstaat

Kooplieden hadden een vast punt nodig om hun voorraden op te slaan en te handelen. Sommige Romeinse steden, soms bisschopssteden, waren blijven bestaan en ook rond kastelen ontstonden steden. Kruisingen van wegen of rivieren waren ook gunstige plekken. Landsheren zagen in dat handelaren welvaart met zich brachten en organiseerden jaarmarkten. Deze trokken ook wier handwerkslieden aan.

Stadsrecht en burgerrecht

Stedelingen wilden wetten die de samenleving in de steden regelden. Stedelingen waren vrije mensen en geen horigen. Door onderhandelingen met de graaf of bisschop verkreeg men Privileges, zoals tolvrijheid, recht om een markt te houden en vrijstelling van dienstplicht.Langzamerhand ontwikkelde zich het stadsrecht waarbij een stad recht had op een eigen bestuur en rechtspraak. In ruil daarvoor moest men de heer financieel en militair steunen.In een stad waren mensen met Burgerrecht, de burgerij, naast de geestelijkheid en de adel. Ook waren er inwoners zonder burgerrecht.

4.2.2 Het functioneren van de stad

In de stad werd bestuurd en rechtgesproken door de schepenen, welgestelde burgers. Voorzitter was de Schout of Baljuw ookwel Drost genoemd. Uit de vonnissen van de schepenbank ontwikkelde zich nieuwe wetten of ‘keuren’. Inwoners wilden op den duur echter ook een zelf benoemd bestuur hebben de Vroedschap, onder leiding van een of meer burgemeesters. Deze functies waren echter voorbehouden aan het patriciaat van de stad.

Omdat ‘wraak’ een normaal verschijnsel was ontstonden langdurige vetes die door de schepenbank moesten worden opgelost. Het beeld als zouden de Middeleeuwen de reputatie hebben van wreedheid klopt niet. Van de straffen die men oplegde bestond in de praktijk maar 2% uit doodstraffen en lijfstraffen. Wel sprak men vaker verbanningen uit en gaf men boetes.

De gilden

Kooplieden stichtten Gilden. Een gilde was een organisatie van meesters: mannen die zelfstandig hetzelfde bedrijf uitoefenden. Door een Meesterproef, had men soms ook stemrecht. Veel beroepsgroepen waren in Gilden verenigd. Een gilde had naast een economisch doel ook sociale doelstellingen: de zorg voor zieke en bejaarde leden en de zorg voor weduwen en wezen. Het gilde had ook een godsdienstige functie en hielp bij de verdediging van de stad.

Nadelen waren er echter ook. Concurrentie was er niet en leidde op den duur tot stagnatie van de economische ontwikkeling en het gebruik van nieuwe uitvindingen werd verboden. Lidmaatschap van gilden werd op den duur erfelijk.In enkele steden wilden gilden meer invloed op het stadsbestuur en kwamen in opstand tegen het patriciaat. Hoewel het leek dat men de gilden tegemoet kwam was de werkelijkheid toch dat de patriciërs toch uiteindelijk de dienst uitmaakten.

SlotSteden bloeiden op door de bevolkingsgroei, in de buurt van een kasteel, klooster of bij kruisingen van wegen. Door middel van stadsrecht werd bestuur en rechtspraak geregeld. Door de schepenbanken ontwikkelde zich nieuwe wetten. Gilden vormden economisch belangrijke organisaties. Ze gebruikten hun mogelijkheden vooral om de concurrentie te beperken.

4.3 Welke ontwikkelingen vonden plaats in de kerk?

Intro

Veel gezag had de kerk in de 10e eeuw nog niet. Pausen, bisschoppen en abten beschikten over grote rijkdommen en

leefden in luxe, in tegenstelling tot de lage geestelijken. Veel gelovigen waren daar ontevreden over. Rond de twaalfde eeuw stond de kerk op het hoogtepunt van haar macht.

4.3.1 De kracht van de kerk

De Gregoriaanse beweging wilde de mistoestanden aanpakken. Paus Gregorius VII (1073-1085) was van mening dat de kerk de volledige macht over de mensen moest hebben. De paus moest daarvoor alle beslissingen in de kerk nemen en dat hij zelfs hoger stond dan de keizer. Kerkelijke baantjes aan familieleden werd aan banden gelegd en het celibaat afgedwongen.

Drie gevolgen:

1) Er werden bedelorden opgericht, kloosterorden waarvan de leden bezit opgaven en bedelend voorzagen in hun onderhoud.

2) Ketters: mensen die afweken van de geloofsleer werden uit de kerk gestoten en vervolgd.

3) Inquistie: voor het vervolgen van ketters werden rechtbanken opgericht.

De bedelorden

Het probleem was dat kloosterorden die sober leefden toch rijker werden, bijvoorbeeld via erfenissen. De bedelorden, Franciscanen en Dominicanen genoemd(naar hun leiders), proberden het bezit geheel af te schaffen. Ze waren afhankelijk van wat andere hun gaven. Ze leefden via orderegels. Dominicanen werden ook wel Predikheren genoemd, omdat ze preekten tegen de ketters. Dominicanen en Franciscanen hebben een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de wetenschap en bij de bestrijding van de ketterij.

4.3.2 Ketters, inquisitie en ballingschap

Bisschoppen en ambten bleken echter niet mee te doen met het Bijbelse ideaal van armoede en nederigheid. Daardoor waren gelovigen extra gevoelig voor een beweging Kartharen genoemd. Kenmerkend voor de Kartharen (Albigenzen) was het verwerpen van het stoffelijke, van het bezit, van het lichaam en zelfs het krijgen van kinderen. Als de materiële wereld en het lichaam verdorven waren dan kon het niet waar zijn dat de zoon van God geboren was in het ‘slechte’ lichaam van Christus. Christus kon dus niet een goddelijk wezen zijn, maar slechts een afgezant van God. Dat kon de kerk niet aanvaarden. Uiteindelijk werden alle ketters verbrand.

De sekte van de Waldenzen, kwam in conflict met de kerk omdat ze vonden dat ieder vroom mens priester kon worden.

De Inquisitie

De Paus stelde een kerkelijke rechtbank de Inquisitie in, om de ketters te vervolgen. Inquisiteurs vonden bekeren belangrijker dan straffen en in minder dan vijf procent werden doodsvonnissen uitgesproken. Na de bestrijding van de Kartharen en Waldenzen zochten de rechters andere ketters. Pas aan het einde van de Middeleeuwen zou de Inquisitie de heks als doelwit uitvinden.

Ballingschap

Aan de macht van de pauzen kwam snel een einde. Vanaf 1309 vestigden ze zich in Avignon: de Babylonische ballingschap van de pausen genoemd. Er was maar een oplossing terugkeren naar Rome. In 1378 vond de pauskeuze weer plaats in Rome. Een deel van de kardinalen kreeg spijt en benoemde een paus die zich in Avignon vestigde. Er waren nu lange tijd meerdere pausen tot het in 1417 lukte om weer een paus voor de hele kerk te benoemen.

Door al die problemen was wel duidelijk dat de opperste macht door de paus niet kon worden waargemaakt. Voortaan zouden de pausen vooral politieke figuren zijn, die in Midden-Italië probeerden hun gebied te verdedigen. Ze leefden als vosten en gaven opdrachten aan beeldende kunstenaars. Het wereldse leven (inclusief vrouwen en kinderen) en de weelde waren terug.

Slot

De Gregoriaanse beweging wilde de kerk zuiveren. Armoedebewegingen werden echter door de kerk als ketterij bestempeld. Deze werd bestreden door de pauselijke Inquisitie en binnen de kerk ontstonden bedeloorden. Na 1300 ging het pauselijk gezag sterk achteruit en kwamen er zelfs meerdere pausen tegelijk. In de 15e eeuw zouden de pausen zich ontwikkelen tot plaatselijke Italiaanse vorsten, die in weelde leefden.

4.4 Hoe ontwikkelden zich de staten van Europa?

Intro

In de Late Middeleeuwen ontwikkelden zich in Europa een paar staten waarin mensen het gevoel hadden bij elkaar te horen. De grenzen van deze staten lijken op de huidige grenzen. De vorst had in die staten meer macht. We noemen deze staten Nationale Staten. Hoe ontwikkelden deze staten zich en welke middelen werden hierbij door de vorst gebruikt?

4.4.1 Het Duitse Rijk

Erfelijke leenmannen waren niet meer trouw aan hun vorst. De Duitse keizer benoemde systematisch bisschoppen als bestuurders over delen van zijn rijk. Het geven van een kerkelijk ambt werd investituur genoemd.De kerk wilde door de Gregoriaanse beweging de macht weer aan zich trekken en dus zelf bisschoppen benoemen. Zo ontstond de Investituurstrijd.

Keizer hendrik IV (1950-1106) bleef zelf bisschoppen benoemen. Gregorius VII was het daar niet mee eens, maar Hendrik liet hem in 1076 afzetten. Deze deed daarop met Hendrik hetzelfde en deed hem in de kerkelijke ban. Hendrik zocht daarop de paus op in Canossa in Noord-Italië en vroeg hem om vergiffenis. De strijd was daarmee nog niet beslist. Uiteindelijk sloot Hendrik V een akkoord met de paus, het Concordaat van Worms (1122). De paus zou voortaan de bisschop zijn kerkelijk ambt geven en de keizer gaf hem zijn wereldlijke goederen. In de praktijk echter kozen de hoge geestelijken van het bisdom de bisschop. Zij waren afkomstig uit de adel zodat de edelen meer macht kregen over de benoeming van de bisschoppen. Voortaan kozen de zeven keurvorsten, de grote leenmannen, de keizer. Duitsland werd geen nationale staat.

4.4.3 Engeland tegen Frankrijk

frankrijk 1124

Engeland werd bewoond door verschillende Germaanse volken, Angelsaksen genoemd. Willem van Normandië versloeg bij Hastings de Engelse koning. Hij en zijn opvolgers voerden een centrale administratie in met behulp van ambtenaren. De rechtspraak werd zo georganiseerd dat de koning de controle had. Daardoor waren de voorwaarden voor een nationale staat aanwezig. Willem van Normandië had echter nog veel gebieden in Frankrijk, als grootste leenman.

Frankrijk

Franse koningen behoorden tot de Capets. Versterkten hun macht door: Vaste belastingen, een huurleger en afzetbare ambtenaren in plaats van edelen. Hun dynastie stierf in 1328 in mannelijke lijn uit en de Engelse koning maakte aanspraak op de troon omdat zijn moeder een Franse prinses was. De Franse standenvergadering koos echter Filips VI tot koning. In 1337 viel Edward Frankrijk binnen en ontstond de Honderdjarige oorlog.

honderdjarige oorlog

Kaart van de laatste fase (1422-1453) van de Honderdjarige Oorlog

Bekend uit die strijd is Jeanne d’ Arc. Geïnspireerd door haar namen de Fransen Orléans en nog drie steden in. Karel werd daarop in Reims tot koning gekroond. Jeanne d ‘Arc werd in 1431 veroordeeld tot de brandstapel. Haar optreden heeft veel betekend voor het ontstaan van een nationaal besef in Frankrijk.

De Nederlanden

De geschiedenis van de Middeleeuwen in ons land kan worden beschreven als de ontwikkeling van kleine naar steeds grotere bestuurseenheden. De bisschop van Utrecht was een bondgenoot van de keizer (in de huidige provincies Utrecht, Overijssel, Drenthe en de omgeving van Groningen) en er ontstonden vanaf de negende eeuw grotere gebieden zoals Vlaanderen, Brabant , Holland en Gelre. Vanaf de twaalfde eeuw namen Gelre en Holland gebieden van Utrecht af. In Holland begonnen rond 1100 de machthebbers zich graven van Holland te noemen en breidden hun macht naar het zuiden uit.

Floris V van Holland voerde een doelbewuste politiek om de steden te steunen en dijken aan te leggen, maar had een minder goede verstandhouding met zijn leenmannen. Dat leidde uiteindelijk tot zijn dood. Holland en Zeeland werden nu geërfd door de graven van Henegouwen. In de loop van de 15e eeuw zou dit gebied, net als de grote

concurrenten Vlaanderen en Brabant, in handen komen van de hertogen van Bourgondië.

Filips de Stoute kreeg van zijn vader het Franse hertogdom Bourgondië en door huwelijk en erfenissen kwamen Vlaanderen, Holland en Brabant ook in het bezit van zijn nakomelingen. Zo kwamen de belangrijkste gebieden van de Nederlanden in een hand.

lorraine

De Bourgondische hertog Filips de Goede reorganiseerde de belastingen en in ieder gewest werd een rechtbank ingesteld. Elk gewest had een Statenvergadering waar naar afgevaardigden van drie standen bijeen kwamen. De Staten van Holland schrokken nogal van zijn plannen en riepen in 1464 de meeste gewesten bij elkaar om over een regentschap te praten. Men beschouwd dat als de eerste vergadering van de Staten-Generaal (algemene standenvergadering) van de Nederlanden.De Nederlanden vormden nog niet één staat en al helemaal geen nationale staat. Elk gewest had een eigen taal en rechtspraak. Het ene samenbindende element was de hertog van Bourgondië.

Slot

De ontwikkeling tot een nationale staat lukte in Frankrijk wel, maar in Duitsland niet. Een belangrijke factor was de centrale macht van de vorst die daarvoor verschillende middelen gebruikte:

· Een vorstelijke rechtbank

· Een staand leger

· Ambtenaren, die konden worden ontslagen

· Het instellen van vaste belastingenMaar de honderdjarige oorlog tegen de Engelsen was uiteindelijk de bindende factor.

EpiloogWaren de Middeleeuwen echt een achterlijke tijd?

Na 1500 hadden de Middeleeuwen echt een slechte naam gekregen, omdat men de val van het Romeinse Rijk als een grote ramp zag voor Europa. Pas in de 15e eeuw herontdekte men de cultuur van de Oudheid: de Renaissance.Het negatieve oordeel dat ontstond kwam vooral door twee opvattingen:

1) Het was een domme en barbaarse tijd, de wetenschap verdween en de kunst kwam op een laag pitje te staan.

2) Het was een tijd van harde onderdrukking met middeleeuwse wreedheid in bijvoorbeeld de rechtspraak.

Punt 1 klopt niet omdat de beschaving van de Oudheid niet verloren ging doordat de monniken de oude handschriften overschreven. De Middeleeuwen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de kunst en de cultuur door onder andere de beeldhouwkunst en de kerken.

Punt 2 klopt wel enigszins voor gewone mensen, maar dat gebeurde in bijna alle tijden. De Middeleeuwers gaven zo min mogelijk bloedige en wrede straffen.

Aan de Middeleeuwen danken we:

· Het ontstaan van de landsgrenzen

· De ontwikkeling van de Europese talen

· Het ontstaan van parlementen en Universiteiten.

· Het bewaren van de beschaving van de Oudheid en de verdere ontwikkeling daarvan.

Het beeld van een achtergebleven tijdvak ontstond vooral doordat schrijvers in de Renaissance hun eigen vernieuwingen wilden benadrukken. Pas in de negentiende eeuw ontstond er een nieuwe waardering voor de ‘duistere eeuwen’.

Zie voor inleiding Vroegmoderne Tijd Periodekatern MeMO VWO Inleiding Vroegmoderne Tijd