We hebben 188 gasten online

Memo

Periodekatern MeMO VWO H 6 De Republiek van de Hogue Mogue

Gepost in Periodekaternen

Periodekatern MeMo VWO H 6 De Republiek van de Hogue Mogue

tijdvak 6

VWO Inleiding Vroegmoderne Tijd

Tijd van regenten en vorsten

MeMo geschiedenis van de Tweede Fase

Hoofdstuk 6 De Republiek van de Hogue Mogue

Kenmerkende aspecten

· De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch opzicht van de Nederlandse republiek.

· Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van de wereldeconomie.

· Het streven van vorsten naar absolute macht.

· De wetenschappelijke revolutie.

6.1 Van bestand tot rampjaar

Intro

De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën zou uitgroeien tot een van de economische grootmachten ter wereld, ondanks het feit dat de republiek nog in oorlog was met Spanje in het begin van de 17e eeuw. Dit werd vooral

mogelijk door de oprichting van de VOC en de WIC.

Er was sprake van ongekende rijkdom voor de kooplui, maar er was ook armoede. Regelmatig zouden problemen in de buitenlandse politiek of een economische terugslag in eigen land voor beroering zorgen. Dan was de roep om een sterke man groot, liefst een Oranje. De Republiek kon zich uiteindelijk nauwelijks staande houden tegen Frankrijk en Engeland zoals bleek in 1672. Nederland leverde in de Gouden eeuw een bijdrage aan de kunst en de wetenschap van de westerse cultuur.

6.1.1 Op weg naar vrede

In de Gouden Eeuw hadden de bestuurders geen oor naar meer inspraak van het volk. De regenten, stadhouder en andere machthebbers hadden het liefst dat ‘het volk’ zich zomin mogelijk bemoeide met het bestuur.

Steden en gewesten

De belangrijkste en invloedrijkste mensen in de Republiek waren burgers. Steden werden bestuurd door de Vroedschap en door meerdere burgemeesters, de Regenten van de stad. De rijke burgers, het Patriciaat, maakten overal de dienst uit. In de Staten-Generaal zaten vertegenwoordigers van de gewesten maar in het buitenland vroeg men zich af wie en waar de vorst was. De Hoogmogende Heren der Staten-Generaal, in het buitenland Hogue Mogue genoemd, leken de baas te zijn. Maar dat klopte niet want de Republiek was en verzameling soevereine staatjes. Ieder gewest had zijn eigen bestuur en privileges. In de praktijk had het gewest Holland het meeste te zeggen. Daarnaast waren er twee machtige ambtenaren de Raadspensionaris en de Stadhouder. De Raadspensionaris fungeerde als een soort minister van Buitenlandse zaken. Hij deelde zijn macht met de Stadhouder. Deze stond in dienst van de gewesten en was in de eerste plaats opperbevelhebber van het leger, maar werd een symbolische leidersfiguur. Geen wonder dat er wel eens conflicten ontstonden tussen de beide functionarissen en de gewesten.

Bestandstwisten

De Republiek sloot met Spanje een Twaalfjarig Bestand (1609-1621). Interne conflicten tussen twee groepen protestanten, de remonstranten en de contraremonstranten, kwamen nu aan de oppervlakte. De contraremonstranten gingen uit van de calvinistische predestinatieleer (God had je leven al voorbestemd). De remonstranten waren van mening dat je er je best voor kon doen om dat heil te verwerven. De contraremonstranten voelden voor voortzetting van de oorlog en werden gesteund door stadhouder Maurits, terwijl raadspensionaris Van Oldenbarnevelt koos voor de remonstranten. Een kerkvergadering moest uitkomst bieden. In 1618 kwam de Synode van Dordrecht bijeen en de contraremonstranten kregen gelijk. Dat leidde er toe dat andersdenkenden zoals remonstranten, joden en katholieken werden getolereerd, maar als tweederangsburgers werden beschouwd. Na de uitspraak van de Synode werd Van Oldenbarnevelt beschuldigd van hoogverraad, net als Hugo de Groot. Hugo de Groot kon nog ontsnappen maar van Oldenbarnevelt werd op 1 mei 1619 op het Binnenhof onthoofd.

De oorlog met Spanje werd dus hervat. Stadhouder Maurits ging op zoek naar bondgenoten en keek daarbij naar de Lutherse vorsten in Duitsland. In Duitsland was echter een geloofsoorlog uitgebroken tussen katholiek en protestant: de Dertigjarige Oorlog. Velen zochten hu toevlucht in de Republiek. Na de dood van Maurits in 1625 werd zijn broer Frederik Hendrik stadhouder en deze slaagde erin de oorlog naar zijn hand te zetten. Daarbij maakte hij gebruik van de opbrengst van de door Piet Hein gekaapte zilvervloot. Hij werd de ‘stedenbedwinger’ genoemd. De Republiek werd langzamerhand beschouwd als een grote mogendheid en opgenomen in de internationale coalitie tegen de Habsburgers. Uiteindelijk sloot Spanje in 1648 de Vrede van Munster en erkende daarmee de Republiek als onafhankelijke staat. Amsterdam profiteerde ervan dat de Schelde afgesloten bleef.

1648

Stadhouderloos

In 1650 begon het eerste stadhouderloze tijdperk en zou tot 1672 duren. De Staten van Holland wilden in 1650 bezuinigen en het aantal soldaten terugbrengen. Dat was niet naar de zin van stadhouder Willem II en deze stuurde een regiment naar Amsterdam dat echter op de Hilversumse hei verdwaalde. Willem II stierf echter 10 dagen later aan de pokken. Diens vrouw moest de opvolger nog baren dus besloten de meeste gewesten geen nieuwe stadhouder aan te stellen. De functie van raadspensionaris werd in 1650 wel bezet door Johan de Wit en tijdens zijn machtsperiode ontstond er een enorme economische groei.

6.1.2 Vorstelijk absolutisme

In de andere landen van Europa regeerden absolutistische vorsten. De bekendste was Lodewijk XIV van Frankrijk, de Zonnekoning. Absolute koningen zagen zichzelf als een god op aarde en gedroegen zich ernaar.

Zonnekoning

In 1643 kon Lodewijk XIV als vijfjarige aanspraak maken op de troon. De zon was in die tijd het centrum van de wereld en Lodewijk was het centrum van Frankrijk. Men noemde hem daarom de Zonnekoning. Hij was een absoluut vorst, een vorst die boven de wetten staat. Hij regeerde volgens goddelijk recht, het Droit Divin. Hij liet een nieuw koninklijk paleis bouwen in Versailles en verplichtte de adel in de vleugels van het paleis een gedeelte van het jaar te wonen. Hij verplichtte ze om op zijn feesten te verschijnen. Daarnaast stichtte hij een beroepsleger zodat hij de adel daarvoor niet meer nodig had.

Mercantilisme

Colbert, minister van Financiën van Lodewijk XIV, voerde het Colbertisme in , ook wel Mercantilisme genoemd. Doel daarvan was een economische politiek te voeren waarbij naar een positieve handelsbalans werd gestreefd. De export moet dan groter zijn dan de import. Het resultaat daarvan was dat Frankrijk geld kon verdienen om allerlei uitgaven te betalen. Om de import te bemoeilijken werden er hoge importrechten geheven. Voor handelsvoerende naties zoals de Republiek was de Franse mercantilistische politiek ongunstig.

Lodewijk XIV besloot in 1685 het verdrag van Nantes op te zeggen. Volgens dat verdrag mochten protestanten, Hugenoten genoemd, eigen versterkte steden bezitten. De Hugenoten zochten nu hun toevlucht in de Republiek. Ze namen hun kennis en hun netwerk van handelscontacten met zich mee. Daarvan had de Republiek weer voordeel.

Engeland

Het parlement in Engeland maakte het onmogelijk voor de Engelse vorsten absoluut te regeren. Dat leidde zelfs tot een burgeroorlog die in 1649 er toe leidde dat koning Charles I werd terechtgesteld. Er ontstond een dictatuur van de strenge calvinisten (puriteinen) onder leiding van Olivier Cromwell. Deze bracht ook Ierland onder zijn bestuur.

6.1.3 Terug naar Oranje

Engeland stelde tegen de Republiek de Acte van Navigatie in, waarbij de zeehandel op Engeland uitsluitend met Engelse schepen mocht worden bedreven. De Eerste Engelse Zeeoorlog was een feit er zouden er nog drie volgen.Frankrijk en Engeland vielen in 1672 samen met de bisschoppen van Keulen en Munster de Republiek aan. Raadspensionaris Johan de Wit kreeg de schuld van de situatie en hij werd samen met zijn broer Cornelis in den Haag op 20 juni 1672 door de bevolking gruwelijk vermoord. De zoon van de in 1650 overleden stadhouder Willem II, Willem III, werd nu stadhouder en kwam in actie op het slagveld. Hij maakte gebruik van de Hollandse Waterlinie en slaagde erin de Fransen tot staan te brengen. Ook Engeland werd op zee door Michiel de Ruyter tot de aftocht gedwongen en er werd vrede gesloten.

wiillem III

Als 13 jarige jongen werd Willem III officieel in de echt verbonden met Mary, de 12 – jarige dochter van koning James II van Engeland. Willem bouwde paleis het Loo voor haar.Toen het Engelse parlement vond dat James II te veel met de katholieken en de Fransen samen werkte, vroegen ze schoonzoon Willem om hem af te komen zetten. Door deze Glorius Revolution werd Willem III tevens koning van Engeland.Toch namen langzamerhand Frankrijk en Engeland de rol van de Republiek in de wereldhandel over. Eind 17e eeuw was de Republiek niet langer het rijkste land vanEuropa. Wel was het nog zeer welvarend en zou dat nog lang blijven.

Slot

De Republiek groeide na de vrede van Munster uit tot een grote mogendheid. Regenten maakten de dienst uit in steden en gewesten en voor de Staten-Generaal de Raadspensionaris en de stadhouder. Dankzij de zeevaart en de migranten werd de Republiek een mogendheid.

In Frankrijk slaagde Lodewijk XIV er in als absoluut vorst af te rekenen met de edelen. Zijn mercatilistische politiek was ongunstig voor de Republiek, Samen met Engeland en bondgenoten bracht hij in 1572 de Republiek aan de rand van de afgrond.

Willem III

De Republiek kreeg weer een stadhouder, Willem III.Aan het einde van de 17e eeuw ging de Republiek relatie steeds meer achteruit. Frankrijk en Engeland zouden in de 18e eeuw de nieuwe supermogendheden worden.

6.2 Republiek van ondernemers

De economische voorspoed van de Republiek werd vooral aangestuurd door de grote handelsondernemingen VOC en WIC en de Europese handelsvaart. Daarnaast versterkten immigranten uit diverse landen de economie met hun kennis en knowhow. De gewone mensen hadden daar echter maar een klein aandeel in.

6.2.1 Booming business

Ook in de 17e eeuw kwamen mensen in financiële problemen als de markt instortte. We volgen een speculant en een handelaar.

Pieter en Jacob, speculant en handelaar

Pieter en Jacob vertegenwoordigen twee typen menen uit de Gouden Eeuw. Pieter speculeerde in tulpenbollen, Jacob was een echte handelaar. De speculatiehandel in tulpenbollen had een hoge vlucht genomen waardoor de markt uiteindelijk instortte. Pieter had ook gespeculeerd en na de instorting van de handel wist hij niet meer hoe hij zijn schuldeisers kon betalen. Jacob had met hard werken fortuin proberen te maken. Je kon in de Republiek dus snel rijk worden en even snel je geld weer kwijtraken.

Ondernemerschap

Hoe kon een klein land, dat in oorlog was met Spanje, zo’n bloeiende economie hebben?

Een aantal redenen daarvoor waren:

· Boeren in Holland gingen zich specialiseren in handelsgewassen.

· Handelsgewassen werden op steeds efficiëntere wijze geteeld.

· Kooplieden investeerden graag in nieuwe landbouwgronden.

· Door grootschalige inpolderingen ( Purmer, Beemster) werd een groot deel van Holland op de zee veroverd.

· Bijna de helft van de mensen woonden in steden waardoor de boeren een goede afzetmarkt hadden.

· Op het platteland ontstonden nieuwe Nijverheid ( er waren daar geen gilden), die voor toenemende werkgelegenheid zorgden.

· De steden specialiseerden zich ook. Leiden legde zich toe op wollen stoffen en Haarlem op linnen.

· De visserij leverde ook een bijdrage, was goedkoop en erg in trek.

Door de toenemende handel werd Amsterdam de Stapelmarkt van Europa. De groei van de Amsterdamse economie maakte het mogelijk de stad uit te breiden met de grachtengordel. Tussen 1600 en 1650 nam de bevolking toe van 1,5 tot 2 miljoen mensen. Dat kwam ook door immigratie uit Duitssprekende gebieden, de Hugenoten uit Frankrijk , uit Portugal, de Zuidelijke Nederlanden en Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa.De Republiek profiteerde ook ervan dat de Spanjaarden in 1585 Antwerpen heroverden waarop de Republiek de Schelde mond afsloot voor scheepvaartverkeer. Veel kooplieden vestigden zich daarna in de Republiek. Na de vrede van Munster werd die blokkade van de haven van Antwerpen voortgezet.

Al de genoemde ontwikkelingen zijn we Handelskapitalisme gaan noemen. Handelaren w aren bereid risico’s te nemen en te investeren in veelbelovende ondernemingen.

6.2.2 VOC en WIC

Deze handelsondernemingen hadden overal in de wereld fluiten en koggen varen.

oprichtingsactie voc

De officiële oprichtingsakte van de VOC met lakzegel. In het octrooi legden de Staten generaal de uitzonderlijke rechten van de handelscompagnie vast.

VOC en Jan Pieterszoon Coen

De reis naar de Oost was kostbaar en te risicovol voor kleine ondernemers en het leven aan boord was hard. Driekwart van een bemanning keerde vaak niet terug door onder andere scheurbuik. Discipline was daarbij van levensbelang. En het risico op kaapvaart was groot.Daarom besloten kooplieden, op initiatief van raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt,in 1602, tot oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie ( VOC). Deze kreeg het monopolie op handel ten oosten van de Kaap de Goede Hoop en ten westen van de straat van Magelhaen. De VOC mocht optreden als mogendheid en kon zelfstandig oorlog voeren.

De eerste Gouverneur-generaal was Jan Pieterszoon Coen. Deze stichtte Batavia en dwong met harde hand het monopolie op nootmuskaat en kruidnagelen af. Om de scheurbuik uit te roeien werd bij Kaap de Goede Hoop o.l.v. Jan van Riebeeck en met behulp van slaven land- en tuinbouwgrond in cultuur gebracht. Dit zou uitgroeien tot een echte kolonie.

De VOC was de eerste multinational ter wereld en werd gefinancierd met een beginkapitaal van 6,5 miljoen gulden. Iedereen kon aandelen kopen zoals blijkt uit de archieven. De centrale directie werd gevormd door de Heren XVII. Dankzij de VOC participeerde de Republiek in de groeiende wereldeconomie.

WIC en Piet Hein

Voor de handel met Zuid–Amerika werd in 1621 de West-Indische Compagnie (WIC) opgericht. Zo succesvol was de WIC niet, in vergelijking met de VOC. Het grootste wapenfeit was de verovering van de Zilvervloot door Piet Hein. Waarde van de zilvervloot 12 miljoen gulden.Door deze buit kon de WIC in Brazilië suikerplantages ontwikkelen.

Dit plantagesysteem had veel arbeidskrachten nodig en vanaf 1637 legde de WIC zich dan ook toe op slavenhandel, zoals ook andere landen dat deden.Naast de Europese handelswerken ontstonden nu nieuwe handelsroutes tussen Europa, Afrika en Amerika en tussen Europa en Azië. De Republiek vervulde hierin een sleutelrol. Vooral de driehoekshandel speelde daar een rol in.

6.2.3 Relatieve achteruitgang

Op het feodale platteland in Oost-Nederland profiteerde men niet van de voorspoed. Men deed daar niets aan vernieuwing van de landbouw en het voorkomen van runderpest maakte het leven ook niet gemakkelijk. Door honger een armoede werd men gedwongen naar de stad te gaan. Daar leefden echter ook de meeste armen.

Het sterftegetal in de stad overtrof het geboortetal. Steun was een gunst en geen recht. Een gemiddelde ambachtsman verdiende 300 gulden per jaar, een losse arbeider of sjouwer verdiende 200 gulden per jaar. Armen hadden dus veel minder te besteden. De rijkdom van de kooplui en bankiers stak daar sterk bij af. Men liet buitenhuizen bouwen in Franse stijl en konden opdrachten geven aan kunstenaars. De tegenstellingen in de Gouden Eeuw waren dus erg groot.

Gepasseerd door Engeland en Frankrijk

Er ontstond een wedijver om koloniën en grondstoffen die werd gewonen door Frankrijk en Engeland. Daarbij kwam dat rijk geworden kooplui zich terugtrokken om te rentenieren, het zo goed mogelijk beleggen van het vergaarde kapitaal. Dat werd niet meer geïnvesteerd in risicodragende ondernemingen.Desondanks groeide de economie nog in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Maar de Republiek verloor steeds meer terrein op Engeland en Frankrijk. We spreken daarom van een relatieve achteruitgang.

Slot

De Republiek kende in de 17e eeuw grote voorspoed. Amsterdam werd de stapelmarkt van Europa. De verstelijking

garandeerde de boeren een interne afzetmarkt. Door specialisatie en immigratie werd de voorspoed nog bevorderd.Door het overschot aan arbeiders bleven de lonen laag, gecombineerd met een enorme afzetmarkt maakte dit de Republiek geschikt voor het handelskapitalisme. De VOC en WIC maakte van de Republiek een centrum van de wereldhandel. Na opkomst van Engeland en Frankrijk was er sprake van een relatieve achteruitgang.

6.3 Gouden eeuw van de wetenschap en de kunst

In de zeventiende eeuw vond er een ware wetenschappelijke revolutie plaats. Ook de Hollandse schilderkunst van de Gouden eeuw werd toonaangevend in Europa.

6.2.1 Nieuw onderzoek

In de 17e eeuw borduurde men voort op de ontwikkelingen in de Renaissance. Was wat de kerk als waarheid bracht wel juist?

Het empirisme

Er werd door middel van observeren, experimenteren en redeneren onderzoek gedaan, het Empirisme. Daarvoor had men instrumenten nodig. Antoni van Leeuwenhoek ontwierp de microscoop.

anton van leeuwenhoek

 

Het empirisme werd ook toegepast op de krijgskunst. Maurits en Fredrik Hendrik bestuurden daarvoor tactieken en strategieën van grote veldheren als Alexander de Grote en Caesar. Die zagen een leger als een instrument in handen van een krijgsheer. Zo werden nu technici en wetenschappers aangetrokken die hielpen bij de oorlogvoering.

Newton vond het antwoord op Galilei ’ s vraag hoe blijven planeten en sterren op hun plek? Daarnaast hield hij zich bezig met alchemie, astrologie, kabbalistiek en theologie. Bekend werd ook de Nederlander Christiaan Huygens . Deze vond het slingeruurwerk uit, lenzen voor microscopen en telescopen. Wetenschappers werkten meer samen dan vroeger en overal ontstonden wetenschappelijke verenigingen.

6.3.2 Het Rationalisme

Onderzoek werd door wetenschappers gedaan door het gebruiken van hun verstand, nadenken, het Rationalisme. Een belangrijke vertegenwoordiger ervan was René Descartes. Descartes twijfelde aan de kennis van zijn tijd en wilde erachter komen wat nu de echte waarheid was. Uiteindelijk kwam hij tot: ‘Ik denk dus ik besta’. God en zijn eigen bestaan waren absolute zekerheden voor hem. Door wiskunde en meetkunde probeerde de mens de diepste geheimen van de natuur te ontrafelen en de wetmatigheid van alles te doorgronden.

Engels voorbeeld

Ook in het denken over politiek werd het rationalisme toegepast.

John Locke was van mening dat het volk een koning af mocht zetten als deze niet goed regeerde.

Thomas Hobbes vroeg zich af of een volk een vorst wel mocht afzetten. De mens had een overheid nodig en dus moest men de zelfstandigheid opgeven en de macht overdragen aan een vorst. Deze zou wetten maken, uitvoeren en ook rechtspreken, waardoor er rust zou ontstaan. Hij ondersteunde dus het absolutisme.

In de Republiek filosofeerde Hugo de Groot over macht en politiek.

hugo de groot

Mensen konden volgens hem zelf een onderscheid maken tussen goed en kwaad door hun verstand te gebruiken. Uit deze natuurrechten kwamen als een vanzelfsprekendheid natuurwetten voort. Omdat deze universeel waren konden ze de basis vormen van het internationaal recht. Hij legde zijn ideeën vast in: “Over het recht van oorlog en vrede”. In zijn andere standaardwerk “Mare Liberium” gaf hij aan dat de wereldzeeën niet het bezit moesten zijn van enig land. Omdat hij de kant van de Remonstranten koos werd hij veroordeeld en ontvluchtte ons land.

6.3.3 Kunst en cultuur

Omdat in de protestantse kerken geen religieuze afbeeldingen mochten hangen, moesten de schilders van de Gouden Eeuw zich ook gaan toeleggen op andere taferelen.De rijke patriciërs hadden geld genoeg en zo kennen we nu de namen van een aantal grote schilders: Rembrandt, Johannes Vermeer, Frans Hals en tientallen anderen. Ze bleken in staat emoties op het doek uit te drukken. Niet elke meester werd er echter rijk door.

nicolaas tulp De beroemdste schilder is wel Rembrandt van Rijn met zijn beroemde Nachtwacht als bekendste werk bij het grote publiek. Zie rechts : De anatomisch les van professor Tulp. Toch werd ook hij uiteindelijk failliet verklaard.

schama overvloed en onbehagen

Slot

Op wetenschappelijk gebied werden er baanbrekende uitvindingen gedaan. Aan wetenschappers werd nu alle ruimte gegeven. Niet langer was de Kerk of de Bijbel de enige bron van kennis en waarheid. Observeren experimenteren en redeneren stonden nu centraal.

Hollandse schilders als Rembrandt, Vermeer en Hals werden bekend over de hele wereld.

Epiloog

Na de ontdekkingsreizen en de Reformatie begon de wereld er heel anders uit te zien in de 17e eeuw. Er vonden in Europa verschillende politieke experimenten plaats. De absolute vorst beriep zich op het feit dat hij de macht van God had gekregen(Frankrijk).De Engelse koning probeerde dat ook maar het parlement ging hier niet in mee. Uiteindelijk zouden er toch weer koningen aan de macht komen waaronder de Oranje Willem III.

De Republiek nam politiek gesproken een bijzondere positie in tussen al die koninkrijken. Maar ook economisch. Want er was in de 17e eeuw geen land dat zo rijk was dan de Republiek.

Vanuit ieders standplaatsgebondenheid kan men aan de hand van bronnen de Gouden Eeuw bestuderen. Dan zal ook weer blijken dat een ieder zo zijn eigen accenten hierbij kiest.

Zie voor Hoofdstuk 7 Dansen om de vrijheidsboom Periodekatern MeMo VWO H 7 Dansen om de vrijheidsboom