We hebben 278 gasten online

MeMo Vwo mod 1 hfst 2 Het klassieke van de Oudheid Antieke werkelijkheid en moderne mythe

Gepost in Modules

MeMo Vwo mod 1 hfst 2 Het klassieke van de Oudheid Antieke werkelijkheid en moderne mythe

HOOFDSTUK 2 Het hellenisme een nieuwe wereld

Inleiding:

Alexander de Grote zou vanaf 334 v Chr. zijn veldtocht beginnen waardoor hij een rijk veroverde tot aan de Indus en diep in Midden-Azie. Honderdduizenden Grieken zochten hun geluk in de nieuwe wereld. Zij voelden zich ver verheven boven de inheemse bevolking. Alleen de bovenlaag van de inheemse bevolking kon zich ‘vergrieksen’, ‘hellenizein’’. In de negentiende eeuw werd hieruit het woord HELLENISME bedacht als naam van de Griekse wereldcultuur sinds Alexander de Grote.

Deelvraag: hoe en waarom werden onderdelen van de hellenistische cultuur doorgegeven?

memo vwo hfst 1 afb 3

2.1 Alexandrië als hellenistische metropool

memo vwo hfst 1 afb 4

De steden waarin de Griekse kolonisten zich vestigden kregen een Griekse inrichting.

Als Griek leven was ondenkbaar zonder de stad. De wereld waarin mensen beschaafd in steden leefden heette in het Grieks, de bewoonde wereld, de oikoumene, in de moderne talen: OECUMENE.

De steden waar men zich vestigden werden prompt gehelliniseerd. De nieuwe steden werden met Grieks rationalisme ontworpen: planmatig werden de straten en pleinen volgens een schaakbordpatroon aangelegd.

Alexandrië en de wetenschap

Alexandrië was de hoofdstad van een koloniale staat die Egypte en omliggende gebieden omvatte. De plattegrong lijkt op de huidige Amerikaanse steden. Vanaf zee zag men een vuurtoren van 120 m hoog. Tweehonderdvijftig jaar was Alexandrië de grootste stad van de oikoumene, met wel 500.000 inwoners. Ook door zijn gemengde bevolking was het een wereldstad. Zo was er in deze METROPOOL een omvangrijke joodse bevolkingsgroep. De vorsten die afstamden van een van Alexanders generaals, heetten allen Ptolemaios. Alexandrië kreeg de grootste bibliotheek ter wereld, waarin honderduizenden boekrollen werden bewaard. In dit museum, MOUSEION, verrichten geleerden wetenschappelijk onderzoek. De FILOLOGOI, taal-lievenden, bestudeerden de klassieke teksten.

De wis en natuurkundigen bedreven vooral theoretische wetenschap, maar toch leidde hun werk tot enkele praktische toepassingen.

Het verst gingen de medici in het gerichte onderzoek. Zij waren niet tevreden met de oude leer van Hippocrates, die alle ziekten toeschreef aan verstoringen van het evenwicht tussen de vier lichaamsvochten: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. De resultaten van hun onderzoek zijn deel gaan uitmaken van een omvangrijke medische literatuur, die langs diverse wegen in de late Middeleeuwen Europa heeft bereikt en toen heeft bijgedragen aan de vernieuwing van de geneeskunde.

2.2 Terug naar het land

Af en toe moet de stedeling uit zijn benauwende bestaan breken. Heimwee naar de natuur is niet alleen iets van deze tijd. Vaf het moment dat er grote steden bestonden, is dat verlangen er geweest. In Alexandrië gingen kunstenaars vorm geven aan dat gevoel. Er ontstond een herdersliteratuur. In hun PASTORALE gedichten, romans en beeldende kunst kon de stedeling zich verplaatsen in het eenvoudige even van herders en herderinnen. Hun levensritme werd bepaald door de seizoenen. Zij hebben geen ingewikkelde relatieproblemen maar beleven de liefde in natuurlijke eenvoud. Pastorale kunst is sinds het hellinisme deel van het klassieke erfgoed. Romenen putten eruit als de wedergeboorte, RENAISSANCE, van de klassieken plaatsvind.

2.3 Denken als wereldburger

Denkers van voor het hellinisme, zoals Socrates, Plato en Aristoteles, waren nog uitgegaan van de polis. Plato en Aristoteles filosofeerden over de ideale of in ieder geval betere polis. De denkers van de hellenistische tijd moesten zich wel afvragen wat de plaats van de (wijze) mens was in de enorme wereld. Sommigen keerden zich uitdagend van de beschaving af. Zij gingen eenvoudig leven. Diogenes makte een oud wijnvat tot zijn huis, deed zijn behoefte in het openbaar(dat was toch natuurlijk).

memo vwo hfst 1 afb 5

De richting van Diogenes werd de 'hondse' genoemd, kynikos in het Grieks. De filosofie van het CYNISME was meer een manier van leven dan een denkrichting. Andere filosofische 'scholen' van het hellenisme hadden wel een uitgewerkte leer, maar ook zij wilden hun aanhangers vooral de juiste levenshouding bijbrengen.

EPICURISTEN

De volgelingen van Epikouros (Latijn: Epicurus) zochten het goede leven in vriendschap en bevrediging van natuurlijke behoeften. 'Leef onopgemerkt was hun stelregel. Leef in harmonie met vrienden en vriendinnen, zoals Epikouros deed in zijn park.

De mens bereikt en evenwichtig bestaan als hij vrij is van iedere spanning. Daarom is het in beginsel goed toe te geven aan de lusten. Éet en drink en vrij, maar wel met mate', zo verkondigden de Epicurieërs in hun geschriften. Dan kun je het ware genot, de hedone, bereiken. Wat de mesn het meest verontrust, is de angst voor de dood. Als enig levend wezen weet hij nu eenmaal dat er een einde komt aan het bestaan. Voor de Epicurieërs is het levenseinde finaal. Ze moeten niets hebben van rëincarnatie of hiernamaals. Waarom zou hij er zich ook druk over maken? Als de dood er is, is hij er niet meer. En zolang hij er is, is de dood er niet. Ook de zielleeft niet voort.

Er is alleen maar materie en leegte, het vacuum, zoals Romeinse Epicureeërs dat noemen.

De natuurkundige opvattingen van het EPICURISME ondersteunen dus de levensleer: in het materialisme is geen plaats voor een voortbestaan na de dood. En eigenljk ook geen plaats voor goden.

De verstandige - dus epicurische mens - probeert hier en nu het beste van zijn bestaan te maken, want hij heeft maar één leven. Als het leven geen hedone meer is, mag hij 'zich uit het leven leiden', maar de epicurische wijsgeren waarschuwen wel tegen lichtzinnige, 'frivole' zelfdodingsmotieven. Wanneer ben je er zeker van dat je leven alle zin verloren heeft? Misschien ben je als kreupele en blinde nog van grote betekenis voor je vrienden.

STOÏCIJNEN

Tegenover het 'ja, zelfdoding mag, mits het leven zijn kwaliteit heeft verloren'van de Epicureeërs, stelde de STOICI het 'nee,tenzij'. In principe heeft de mens niet het recht over het leven te beschikken.

Pas als de mens zijn plaats weet, kan hij vrij worden van alle spanning. De school van de Stoa wil zijn aanhangers tot áandoeningsloosheid', APATHEIA, brengen. Door je niet neer te leggen bij de loop der dingen, bezorg je jezelf alleen maar lijden.

Kleianthes (331-231 v Chr. zei " de gewillige mens wordt door het lot geleid, de onwillige meegesleurd.

In het grote geheel van de KOSMOS zijn alle mensen gelijk. Er is geen wezenlijk verschil tussen een koning en een slaaf. Streefde de Stoïcus dus naar afschafffing van de slavernij? Nee, 'want' zo zegt hij, 'een slaaf kan in zijn situatie vrijer zijn dan de koning, die misschien de slaaf is van zijn machtshonger en andere driften'.

De wijze - stoïsche - mens legt zich dus neer bij de situatie waarin hij geplaatst is. Hij is er van overtuigd dat er een groot, goddelijk plan, een logos, achter de schijnbare chaos zit. Hij streeft ernaar met het 'logische', goddelijke element in zichzelf, namelijk zijn verstand, te begrijpen waarom de dingen zijn zoals ze zijn. De Stoïcus vervult de taak die de logos hem heeft toegewezen zo goed mogelijk.

De plichtsbetrachting die het Stoïcisme voorschrijft, was voor veel Romeinse leiders aantrekkelijk, zoals ook sinds de renaissance de stoïcijnse levensleer de westerse elite heeft aangesproken.

De Stoïci werden in de eerste en tweede eeuw van onze jaartelling de overheersende filosofische beweging. Het opkomende christendom kon zich goed vinden in de stoïstische opvattingen. Ook christenen vertrouwden immers op het plan dat God met de wereld had. Hij moest wel Zijn eigen ondoorgrondelijke bedoelingen hebben met het lijden dat Hij bepaalde mensen liet ondergaan.

2.4 Veel wegen leiden naar de klassieken

De Romeinen erfgenamen van het hellinisme. De Romeinse veroveraars keken hoog op tegen de Griekse cultuur. Veel Romeinen leerden Grieks – het omgekeerde, Grieken leerden Latijn, kwam haast niet voor.

In het Oosten bleef het Grieks de taal van de wetenschap en cultuur totdat de Arabieren het Oost-Romeinse rijk of Byzantijnse Rijk deden ineenschrompelen.

In het middeleeuwse Spanje werden Arabische vertalingen en bewerkingen van Griekse medische en filosofische werken in het Latijn omgezet: zo nam West Europa kennis van het Griekse denken. Pas later, sinds de val van Constantinopel in 1453 kreeg West Europa directe kennis van Griekse werken.

Zie voor module 1 hoofdstuk 3 MeMO Vwo mod 1 hfst 3 Het klassieke van de Oudheid Antieke werkelijkheid en moderne mythe