We hebben 227 gasten online

MeMo Vwo mod 2 hfst 2 De weg naar de brandstapel; hekserij en heksenvervolging

Gepost in Modules

VWO Module 2 Hoofdstuk 2 Heksenwaan op het hoogtepunt

2.1 Oorzaken

In de periode rond 1500 ziet men in de cultuur van de elite de invloed van het HUMANISME.

Een klein deel van de humanisten b.v. Erasmus hadden kritische ideeën over magie en duivels.

Het andere deel bevestigde met kracht de oude opvatting dat de duivel en de heksen macht op aarde hadden.

Het humanisme kon de heksenvervolgingen wel afremmen maar niet tegenhouden.

memo h1 afb 2

Integendeel: in het midden van de zestiende eeuw namen de vervolgingen toe.

Daarvoor zijn verschillende oorzaken:

1. Godsdienstige conflicten; katholieken en protestanten beschuldigden elkaar over en weer van het vereren van de duivel. Katholieken noemden andersdenkenden ketters. Het verschil tussen ketters en duivelvereerders was voor de katholieke inquisitie niet zo groot. Tegenover de REFORMATIE stelde de katholieke kerk de CONTRAREFORMATIE. De grootste heksenvervolgingen vielen samen met de DERTIGJARIGE OORLOG. De gevestigde overtuigingen van het volk werden aan het wankelen gebracht.

2. Economische oorzaken; er vonden ingrijpende economische en sociale veranderingen plaats. De ontdekkingsreizen leverden goud en zilver op uit Amerika dat uiteindelijk leidde tot een grote INFLATIE. De inkomsten van de lagere klassen stegen langzamer dan de prijzen waardoor de lagere klassen armer werden.

3. Epidemieën en hongersnoden; hier werden mensen door getroffen en ze geloofden dat het een gevolg was van hekserij. De invloed van de duivel nam volgens de mensen toe.

Er ontstond SOCIALE ONRUST en vervolging van heksen was een manier om de woede van het volk op weerloze ZONDEBOKKEN ( personen op wie anderen hun schuld werpen) te richten.

Via de heksenprocessen kreeg het volk het vertrouwen dat ze een reële manier hadden om iets tegen de problemen van de tijd en tegen de invloed van de duivel te doen.

2.2 Hoeveel en waar?

Hoogste schatting 9 miljoen slachtoffers maar dat is niet reëel.

Waarschijnlijk zijn er in Europa 50 000 a 60 000 terechtstellingen geweest wegens hekserij.

In de Republiek der verenigde Nederlanden was het aantal heksenprocessen bijna te verwaarlozen omdat de Republiek door de handel welvarend was. Verder vroeg de 80-jarige oorlog met Spanje tussen 1568 en 1648 alle aandacht.

Het was vooral in kleine gemeenschappen waar men elkaar beschuldigde van hekserij.

2.3 Heksen: altijd vrouwen?

Het bekende beeld van de vrouwelijke heks is gebaseerd op het feit dat vrouwen driekwart van de beschuldigden vormden.

memo hfst 1 afb 3

Daarvoor waren 2 oorzaken:

1. Vrouwen waren vooral actief in verzorgende beroepen ( vroedvrouw of genezeres)

2. Vrouwen werden gezien als dommer en zwakker dan mannen. Ze zouden daardoor makkelijker slachtoffer worden van de duivel en sneller toegeven aan seksuele begeerte.

Mannen gingen uit van het STEREOTYPE gegeven dat vrouwen onverzadigbaar waren op seksueel gebied en het verband met de duivel was snel gelegd.

Vrouwen hadden ook minder maatschappelijke invloed en minder relaties.

Enkele gemeenschappelijke kenmerken van beklaagden:

1. Ze kwamen vaak uit de lagere klassen

2. De meeste waren niet jong meer. Een meerderheid was ouder dan vijftig, alleenstaand en soms geestelijk wat minder gezond of gedroegen zich eigenaardig en in zichzelf gekeerd. Ze waren soms lastig en kwamen in conflict met anderen.

2.4 De heksenjacht

- Voorwaarden heksenjacht:

- beeld van de heks(zwarte magie en duivelverering)

- Plaatselijke rechtbank heeft jurisdictie over hekserij.

Oorzaken heksenjacht:

- samenleving wentelt gemeenschappelijke angst en agressie af op de zondebokken

Aanleiding:

- (Persoonlijk) ongeluk wordt geïnterpreteerd als kwaadaardige praktijken van een heks(zwarte magie).

Verloop:

- Beschuldiging in behandeling door plaatselijke rechtbank;

- Verhoor en foltering leiden tot bekentenissen en nieuwe beschuldigingen. Soms werd met een heksenproef uitgevonden of iemand een heks was.

Folteren deed men b.v. door middel van: duimschroeven, pijnbank, volgieten met water, voorkomen dat de verdachte kon slapen enz.. Er mocht maar een keer worden gefolterd maar men hield zich hier vaak niet aan. Geen wonder dat mensen vaak bekenden.

Machthebbers gebruikten de processen om de maatschappelijke ontevredenheid te kanaliseren en men rekende zo ook af met politieke tegenstanders.

Werd iemand veroordeeld tot de brandstapel dan werd hij niet levend verbrand maar eerst gewurgd en daarna op de brandstapel geworpen als een soort reinigingsritueel.

Vragen naar aanleiding van de tekst:

Deelvraag: Waarom ontstonden er in de zestiende en zeventiende eeuw zoveel heksenprocessen?

Onderdeel 2.1:

1) Toon aan dat niet alle Humanisten kritische ideeeën hadden over magie en duivels?

2) Wie was Erasmus?

3) Noem 3 oorzaken waardoor in het midden van de zestiende eeuw de vervolgingen toenamen?

4) Waarvoor gebruikte men de Sociale onrust en vervolging van heksen?

5) Hoeveel slachtoofers zijn er gevallen?

6) Omschrijf de Republiek der Nederlanden?

7) waarom waren de heksenprocessen in de Republiek der Nederlanden bijna te verwaarlozen?

Onderdeel 2.3:

1) Noem 2 oorzaken waarom driekwart van de beschuldigden vrouwen waren?

2) van welk stereotype gingen mannen uit?

3) Noem enkele gemeenschappelijke kenmerken van beklaagden!

Onderdeel 2.4:

1) Noem de voorwaarden van de heksenjacht.

2) Noem de oorzaken van de heksenjacht.

3) Wat was vaak de aanleiding van de heksenjacht?

4) Schets het verloop van de heksenjacht.

5) Geef een aantal voorbeelden van foltering.

6) Welke rol speelden de machthebbers bij de processen?

7) Wat gebeurde er als iemand veroordeeld werd tot de brandstapel?

Zie verder module 2 hoofdstuk 3 MeMo Vwo mod 2 hfst 3 De weg naar de brandstapel; hekserij en heksenvervolging