We hebben 153 gasten online

MeMo Vwo mod 4 hfst 3 Van Confucius tot Mao Zedong

Gepost in Modules

Hoofdstuk 3: Het einde van het keizerrijk: moderne tijden breken aan

De Europese bewondering voor het China van de zeventiende en achttiende eeuw maakte in de negentiende eeuw plaats voor ongebreidelde bezitsdrang

Deelvraag: Hoe hield het confucianistische China in de moderne tijd stand?

3.1 De Opiumoorlog.

De laatste Chinese dynastie, de Qing, regeerde van 1644 tot 1912. de bevolking van China tussen 1644 en 1800 verdubbelde tot zo’n 300 miljoen. Die mensenmassa in combinatie met een beperkte oppervlakte aan te bebouwen land zorgde er voor dat veel mensen op de rand van het bestaansminimum kwamen te leven en er grote opstanden uitbraken. Die waren in de negentiende eeuw de voornaamste oorzaak voor de bedreiging van binnenuit. In dit hoofdstuk gaat het vooral over de bedreiging van buitenaf.

De Engelsen wilden af van de traditionele tribuutverplichtingen met het Chinese Keizerrijk en overgaan op vrije handel en internationale betrekkingen op basis van gelijkwaardigheid. In China was er nauwelijks belangstelling voor Europese producten. Het enige product waarin China voldoende vraag naar was, was opium. De Engelse East India Company(EIC) smokkelde vaten opium China binnen. Met de opbrengst van deze handel kocht de EIC voornamelijk Chinese thee voor de thuismarkt. Na 1820 steeg de illegale opiuminvoer enorm. Hierdoor werd de handelsbalans van China met het Westen voor het eerst negatief. De opium werd betaald met zilveren munten. Het zilver stroomde het land uit en vergrootte zo de druk op de boeren die ook hun belastingen in zilveren munten moesten betalen.

De Chinese overheid besloot om in te grijpen. In de stad Kanton werden de Engelsen gedwongen hun opiumvoorraad af te staan en ze moesten beloven nooit meer opium te smokkelen. Engeland nam dit niet en zo ontstond de OPIUMOORLOG, die van 1839 tot 1842 zou duren. Doordat de Engelsen superieure wapens en een veel betere gevechtstactiek hadden behaalden ze de overwinning en in het VERDRAG VAN NANJING werden alle eisen van de Engelsen ingewilligd. Vrije handel, openstelling havens en overdracht Hong Kong aan de Engelsen. Engeland werd ‘de meest begunstigde natie’ wat inhield dat Engeland elk recht zou krijgen dat een ander land in een verdrag met China zou verwerven.

3.2 Nog meer nederlagen, er klinken roepen om modernisering

Na de Opiumoorlog werd China nogmaals verslagen, dit keer door een gecombineerde Frans-Engelse troepenmacht. De afspraken werden echter door de Chinezen tegengewerkt. Ze bleven hardnekkig denken in termen van het tribuutsysteem. Dit leidde tot een confrontatie waarbij zelfs het ZOMERPALEIS in brand werd gestoken, nadat men bij de aanbieding van het VERDRAG VAN TIANJIN werd beschoten..

Binnen de confucianistische elite ontstond er een beweging die met westerse militaire en industriële technologie China wilde versterken, de ZELFVERSTERKINGSBEWEGING.

De projecten die werden opgezet kregen geen brede steun en winst uit die ondernemingen werden niet geïnvesteerd in het bedrijf zelf, maar in de zakken van de bazen. In het buurland Japan lukte de modernisering wel.Na 1860 begon daar een grootschalige industrialisatie. De opbouw van een moderne onderwijsinstelling, en een krachtig militair apparaat.

Ruzie over Korea leidde in 1894 tot de CHINEES - JAPANSE OORLOG. China werd verpletterend verslagen door het kleinere Japan. Door de schok werd duidelijk dat de Zelfversterkingsbeweging te oppervlakkig was geweest en dat er fundamentele hervormingen noodzakelijk waren.

3.3 Hoe moest China verder

De nederlaag tegen Japan was voor andere imperialistische mogendheden het startsein om over te gaan tot een openlijke jacht op CONCESSIEGEBIEDEN..

De Verenigde Staten waren voorstander van vrije competitie met behoud van de Chinese zelfstandigheid en eenheid.

De geleerden o.l.v. Kang Youwei boden op 2 mei 1895 een petitie de TIENDUIZEND-WOORDENMEMORIE aan de keizer aan waarin bepleit werd de vredesvoorwaarden van Japan te verwerpen en verregaande hervormingen door te voeren. Kang kreeg het vertrouwen van keizer Gunagxu. De daarna afgekondigde honderd dagen van hervormingen waren geen succes. Keizerin-weduwe Cixi herriep alle hervormingen en leiders van de hervormingsbeweging werden opgepakt en terechtgesteld. Kang Youwei en anderen vluchtten naar Japan.

3.4 De Bokseropstand, het keizerrijk komt ten einde

De conservatieven wilden China ontdoen van alle barbaarse invloeden. In 1899 brak in het oosten van China een opstand uit. De opstandelingen werden Boksers genoemd, door de taoïstische rituelen die ze uitvoerden. Deze opstand tegen de Qing-dynastie liep uit op een verzet tegen en moordpartijen op de westerse missionarissen en uiteindelijk tegen alle buitenlanders.

Ook deze vierde en grootste oorlog die China in de negentiende eeuw uitvocht ging verloren. De desastreuze afloop van de BOKSEROPSTAND bracht de conservatieven met keizerin Cixi tot de overtuiging dat hervormingen onontkoombaar waren. Het onderwijs en het leger werden gemoderniseerd. Na 1900 vertrokken duizenden studenten nar het buitenland, met name naar Japan. Buiten China ontstond zo een nieuwe vooruitstrevende elite van jonge intellectuelen. Het traditionele examensysteem was overbodig en werd in 1906 afgeschaft. Hiermee werd de basis van het keizerlijke systeem vernietigd.

De modernisering van de strijdkrachten voltrok zich op regionaal niveau. De soldaten waren trouw aan de bevelhebbers. De belangrijkste was YUAN SHIKAI, vertrouwenspersoon van weduwe Cixi. Na de geheimzinnige dood van de keizer werd deze opgevolgd door HENRY PU YI, maar de machtigste man werd YUAN SHIKAI. Op 10 oktober 1911 brak er in de stad Wuhan een muiterij uit welke uiteindelijk zou leiden tot afstand van de troon door de keizer op 12 februari 1912. Na 2133 jaar was er een einde gekomen aan het Chinese keizerrijk.

In de zuidelijke stad Nanjing liet de revolutionair SUN YAT-SEN zich uitroepen tot president van de Chinese Republiek. Hij moest echter snel plaatsmaken voor generaal Yaun Shikai.

3.5 Een tijd van verdeeldheid en intellectuele gisting.

In naam was China een republiek maar in de praktijk trok Yuan steeds meer macht naar zich toe en in 1915 probeerde hij zelfs het keizerschap weer in te voeren. Zijn dood in 1916 verhinderde dat. Plaatselijke militaire bevelhebbers regeerden als WARLORDS over hun eigen grondgebieden en bestreden elkaar is steeds wisselende coalities. Dat duurde tot 1928. Toen herstelde de nationalistische generaal TJIANG KAI – SJEK met een veldtocht naar het noorden de eenheid van China en begon de heerschappij van de Nationalistische Partij, de GUAMINDANG.

memo hfst 4 afb 7

Tjiang Kai - Sjek

Het confucianisme was als politiek instituut dan wel afgeschaft, maar de samenleving bleef doordrongen van confucianistische waarden en normen. Het familiesysteem was nog wijd verbreid in de stad en op het platteland aanwezig.

In 1915 richtte Chen Duxiu, die later de eerste secretaris van de communistische partij zou worden, in Shanghai het tijdschrift NIEUWE JEUGD op. Het tijdschrift werd een forum voor nieuwe ideeën over de inrichting van staat en maatschappij. Er werden vertalingen in opgenomen van westerse denkers en schrijvers als Schopenhauer, Nietsche, Bakoenin en Tolstoj. Men gebruikte een schrijftaal die dicht bij de spreektaal lag. Het moderniseringsprogramma raakte in een stroomversnelling. Aanleiding was dat Japan na de Eerste Wereldoorlog in Versailles de Duitse concessiegebieden opeiste. Maar China had zich ook aangesloten bij de overwinnaars en eiste de gebieden op. In HET VERDRAG VAN VERSAILLES werd bepaald dat Japan de Duitse rechten in China zou krijgen. Op 4 mei 1919 demonstreerde men tegen de behandeling van China in Versailles. Het protest van de vierde mei en de nasleep ervan wordt de BEWEGING VAN DE VIERDE MEI genoemd..

Hoewel de regering het verdrag van Versailles niet ondertekende, bloeide het imperialisme in China voort, maar nog nooit was er zo massaal verontwaardigd gereageerd op de als vernederend ervaren handelwijze van de imperialistische mogendheden. Een krachtig nationalisme was geboren en de aanval op de confucianistische orde werd definitief ingezet. Het nieuwe denken en de vele ideeën rond de Beweging van de Vierde Mei wordt ook wel de NIEUWE CULTUUR BEWEGING genoemd.

Na de Russische oktoberrevolutie van 1917 ging er van het marixistisch-leninisme een sterke aantrekkingskracht uit. Rusland was namelijk net als China een overwegend agrarische maatschappij. Ook het sterk anti-imperialistisch denken van de communisten werd gewaardeerd. In 1921 werd in Shanghai dan ook de CHINESE COMMUNISTISCHE PARTIJ opgericht. Het zou tot na de communistische machtsovername van 1949 duren voordat er van staatswege door het gehele land een frontale aanval op de oude tradities en het confucianisme werd ingezet.

Zie verder module 5 MeMO Vwo mod 5 hfst 1 Nederland en de V.S. vanaf 1870