We hebben 347 gasten online

MeMO Vwo mod 6 hfst 2 Eigen land en eigen volk Naties, Staten en nationalisme

Gepost in Modules

Hoofdstuk 2: De eeuw van het nationalisme.

Inleiding:

Het vroegere Heilige Roomse Rijk was uiteengevallen in een verzameling van 314 staten, staatjes en zelfstandige steden.

Waar naties de wereld leken te veroveren, konden de Duitsers in eigen huis niet eens orde op zaken stellen.

Het woord VOLK werd voortaan met heilig ontzag uitgesproken en men streefde naar een eenheidsstaat in Duitsland.

In andere landen gebeurde hetzelfde en aan het einde van de negentiende eeuw was er bijna geen Europese natie meer die niet bezig was (geweest) met het oprichten van een eigen staat.

Deelvraag: Waarom wilden naties een eigen staat, en hoe kon dit nationalisme een van de ideologieën van de negentiende eeuw worden?

2.1 De opbloei van het nationalisme

Van het begrip NATIONALISME is nauwelijks een definitie te geven. De Geschiedenis van het nationalisme bestaat niet en het nationalisme ook niet.

Uiteindelijk gaan de meeste mensen die zich met nationalisme bezighouden uit van de volgende globale omschrijving: Het streven van een natie naar een eigen staat en / of de overtuiging dat de eigen natie de beste is van allemaal.

Het onduidelijke karakter van het nationalisme wordt ook veroorzaakt doordat het eigenlijk geen ideologie is.

De man die wel als de bedenker van het nationalisme wordt gezien, Johann Gottfried Herder(1744-1803), had geen politiek programma, maar wel ideeën over natie en cultuur. De natie, zei hij, is een organisch geheel en zou als een grote familie moeten samenleven. Samenbindende krachten waren de taal en de klimatologische omstandigheden van het gebied waar de natie is gehuisvest..

Volgens Herder waren staten niet nodig: naties waren zulke natuurlijke gehelen, dat zij wel zonder konden. Het streven naar een eigen staat vond Herder totaal onbelangrijk.

Herders CULTURELE NATIONALISME leidde in Duitsland tot een zwelgen in de nationale kunst, geschiedenis en taal. Mensen gingen op pelgrimstocht naar Florence en dichters werden gezien als de bewakers van de NATIONALE IDENTITEIT. Literatuur en muziek speelden daarbij een grote rol.

In Duitsland kreeg het Nationalisme in de jaren na Herders dood een politiek tintje. De koerswijziging werd ingezet door het gemak waarmee Napoleon de Duitse staten innam. Hij, Napoleon, reorganiseerde Duitsland tot een land van ongeveer 30 staatjes en steden.

‘Turnvater’ Jahn richtte in 1811 op de Berlijnse Haserheide zijn TURNGESELLSCHAFT op, bedoeld om de jeugd fit te maken zodat ze nooit meer zulke verliezen als tegen Napoleon zouden hoeven meemaken.

De Duitse eenheid ontstond pas na jaren en jaren van gebakkelei en wapengekletter.

Keerpunt hiervoor, was het jaar 1848. Tijdens de revolutie die toen door Europa waaide, kwam in FRANKFURT een PARLEMENT, de Nationale Vergadering, bijeen om de Duitse staat te stichten.

Het stuitte op gigantische problemen b.v bleek het onmogelijk te zijn om te bepalen wie nu bij het nieuwe Duitsland zou horen en wie niet.. Ook was het onmogelijk de gewekte verwachtingen war te maken - het PROFESSORENPARLEMENT was veel behoudender dan het publiek verwachtte - en er was een immens gebrek aan daadkracht.

Het Parlement kon zich niet beschermen tegen relschoppers en moest zelfs de hulp inroepen van het Pruisische leger. Vanaf dat moment was de Duitse eenwording in handen van het sterke Pruisen.

De eenheid kwam dan ook met ‘ bloed en ijzer’ tot stand.

Tijdens de oorlog met Frankrijk werd het TWEEDE DUITSE KEIZERRIJK in Versailles uitgeroepen.

2.2 De Italiaanse eenwording

Overeenkomsten met de Duitse eenwording:

1 .Ook Italië werd in de negentiende eeuw een eenheidsstaat: het Italiaanse koninkrijk ontstond in

1861 een eenheidsstaat.

2 Net als in Duitsland kwam de eenheid er niet zonder bloed en geweld. Halverwege de eeuw

waren er in Italië zelfs twee eenheidsbewegingen. Een van uit het Noorden en een van uit

Zuiden. De eerste won door eenvoudig de tweede te veroveren.

3 Een andere overeenkomst was de koppeling aan idealen, zoals een liberale grondwet, en het uiteindelijke verlies daarvan.

memo vwo hfst 6 afb 4

De man uit het Zuiden, Giuseppe Garibaldi, vocht behalve voor de eenheidsstaat ook voor de vrijheid. Hij zette de ‘bevrijding’ van Sicilië op touw maar de leider van de noordelijke eenheidsbeweging, Camillo Benso di Cavour, minister-president van Piemont-Sardinie, stak er een stokje voor.

Cavour interesseerde zich eigenlijk helemaal niet voor het nationalisme, maar wilde van Italië een sterke eenheid maken om het te wapenen tegen de revolutie. Door zijn toedoen werd Italië in 1861 met behulp van geweld een eenheid.

Pas in 1870 gingen ook Venetië en de KERKELIJKE STAAT deel uitmaken van het nieuwe Italië.

Verschillen met de Duitse eenwording:

In Italië werd de aansluiting van de veroverde gebieden door de bevolking goedgekeurd, in Duitsland was dat een kwestie van door hogerhand bepaald beleid, waar absoluut niet aan viel te tornen.

Italië ontstond eerder als eenheidsstaat.

Drie oude, vermoeide rijken

Het rommelde vooral in Oost-Europa

En wel in drie keizerrijken: Het Russische, het Oostenrijks- Hongaarse en het Ottomaanse rijk. Het Europese Ottomaanse rijk viel uiteen en de andere rijken brokkelden af zodat er allerlei nieuwe staten ontstonden tussen 1815 en 1918. Het Turkse rijk werd de ‘de zieke man van Europa’ genoemd.

De eerste aanzet tot het nationalisme was het verzet in O-H tegen het beleid van Keizer Jozef II. Hij wilde meer eenheid en maakte het Duits tot de algemene voertaal. De anderstaligen namen dit niet. De Hongaarse nationalisten werden zich nu extra bewust van hun eigen taal.

Vanaf 1820 streefden de Hongaren naar onafhankelijkheid en in 1848 brak de Hongaarse opstand uit. De zwakte van O-H trad duidelijk aan het licht door acties van andere groepen.

Oostenrijk en Hongarije sloten uiteindelijk in 1867 een compromis, de AUSGLEICH. Er kwamen twee regeringen en parlementen, maar er bleef een vorst. De Hongaren behandelden de minderheden net zo slecht als de Oostenrijkers dat hadden gedaan.

Het duurde nog tot de Eerste Wereldoorlog, maar toen kwam er ook een einde aan alle keizerrijken en ontstonden nieuwe landen.

memo vwo hfst 6 afb 5

memo vwo hfst 6 afb 6

Voor het Ottomaanse rijk gold dat zowel de druk van de nationalistische bewegingen, als de eigen zwakheid veroorzaakten dat het uit Europa verdreven werd.

De afbrokkeling begon met de Griekse onafhankelijksstrijd van 1821 tot 1830 wat tot een zelfstandig Griekenland leidde. Roemenie, Servië , Montenegro, Bulgarije en Albanië zouden volgen. Al deze volken deden een beroep op een nationalistisch grijs verleden.

Rusland verloor vooral grondgebied door de verzwakking van de centrale macht o.a. Verloor het de Krimoorlog in 1856 en raakte daardoor de Donaudelta kwijt en de oorlog tegen Japan in 1904-1905. De februarirevolutie van 1917 maakte een einde aan het Tsarenrijk.

Bij de vrede van Brest-Litowsk verloor Rusland grote gebieden in het Westen en dit werd bij de vrede van Versailles grotendeels bevestigd. Zo ontstond Polen opnieuw na lange tijd opgedeeld te zijn geweest.

Zie verder module 6 hoofdstuk 3 MeMo Vwo mod 6 hfst 3 Eigen land en eigen volk Naties, Staten en nationalisme