We hebben 134 gasten online

MeMo Vwo mod 13 hfst 1 Historisch overzicht van de 20e eeuw

Gepost in Modules

HOOFDVRAAG: Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in deze eeuw en is er sprake van continuïteit of discontinuïteit ?

Hoofdstuk 1: Het gewelddadige begin van een nieuwe eeuw.

1.1 Vooruitgang en grote verwachtingen

- de komst van de auto

memo hfst 10 afb 1

- Telefoon

- Elektrische verlichting

- Metro

- Vliegtuig

Gevolgen van de tweede industriële revolutie in laatste kwart van de negentiende eeuw:

- Belangrijkste nieuwe industrieën die ontstonden waren de chemische en de elektrotechnische industrie

- Introductie kunstmest in de landbouw daardoor versnelde productie

- Ook de industrialisatie zorgde voor een hogere productie van goederen waardoor de levensstandaard voor veel mensen verbeterde

- Eind 19e eeuw ontdekte men de veroorzakers van gevaarlijke ziekten zoals pest, tetanus en difterie. Daardoor kon men die terugdringen waardoor sterftecijfer daalde.

- Vooral in West Europa groeide het inwonertal van de steden snel. Londen, Parijs en Berlijn werden miljoenensteden.

FIN DE SIÉCLE

De mogelijkheden van de mens leken onbegrensd. Toch waren er ook nadelen:

1) De natuurlijke omgeving werd vernield en vervuild

2) Men moest vaak urenlang simpele handelingen verrichten

3) Arbeider werd een makkelijk vervangbare schakel in het productieproces

4) Kloof tussen platteland en stad werd groter

5) Industriële revolutie gaf ook aanleiding tot onzekerheid en soms zelfs pessimisme

1.2 Een samenleving in beweging

De tweede Industriële revolutie had ingrijpende gevolgen voor de bevolking in de westerse landen.

1) Ontstaan nieuwe elite van rijke bankiers en industriëlen die grote invloed kreeg. De adel werd geleidelijk verdrongen

2) Ontstaan nieuwe middenklasse:

a) grote vraag naar administratief en toezichthoudend personeel het zogenaamde “witteboord proletariaat”de lager middenklasse.

b) Daarnaast ontstond ook een hogere middenklasse dat bestond uit beter opgeleid kantoorpersoneel, hoger technisch personeel en vrije beroepen

3) Een derde en nieuwe en laagste sociale groep was de grote massa van fabrieksarbeiders. Zij werkte onder slechte omstandigheden en zelfs kinderen maakten er deel van uit. Men woonde in één of tweekamerwoningen zonder sanitaire voorzieningen, met gebrek aan licht, lucht en water.

Arbeidsbeweging

Er werden vakbonden – verenigingen van arbeiders opgericht – om de arbeidsomstandigheden te verbeteren.

Doelen waren: betere lonen, werktijdverkorting, afschaffing kinderarbeid, invoering ouderdoms- en ziekteverzekeringen en algemeen kiesrecht.

Overheid beperkte de macht van de arbeidsbeweging. Schakelde zelfs politie en leger in om stakingen te breken.

Werkgevers konden makkelijk werknemers ontslaan door groot aanbod arbeiders die geen baan hadden.

Naast de onder 1,2 en 3 genoemde groepen ontstond er nog een andere sociale groep rond de eeuwwisseling: de vrouw met een beroep.

De sociale status van de vrouw in het beroepsleven zou echter lange tijd ondergeschikt blijven aan die van de man.

Vrouwen vochten voor een gelijkwaardige positie : de eerste feministische golf.

- zij baseerden zich op de negentiende eeuwse liberale leer van gelijkheid van rechten van het individu

- Eisten recht op onderwijs, werk en vrouwenkiesrecht.

1.3 Een tijd van ideologieën: liberalisme, socialisme en imperialisme

Grondgedachte van het liberalisme is dat in principe iedereen gelijk is en dat het beste uit de mens naar voren komt als hij zich vrij kan ontplooien, zowel in geestelijk, politiek als economisch gebied.

Het liberalisme zou dan uiteindelijk leiden tot een ideale, harmonieuze samenleving.

De staat moet zich daar zo weinig mogelijk mee bemoeien.

De parlementaire democratie vonden de liberalen de ideale bestuursvorm.

Sociale bewogenheid

Rond de eeuwwisseling bleek dat de ideeën van het liberalisme niet klopten want er waren sociale tegenstellingen ontstaan: een kleine groep ondernemrs werd steeds rijker terwijl de massa in bittere armoede leefde.

Uit medelijden en vrees voor een opstand pleitte een deel van de liberalen voor:

1) een grotere rol van de overheid

2) uitbreiding van het kiesrecht

Onder invloed van de ideeën van Karl Marx onstond de politieke beweging van het socialisme. Diens ideeën leidde tot een beweging die de maatschappij via revolutie wilde veranderen.

memo hfst 10 afb 2

Eind 19e eeuw begon men te twijfelen aan de voorspellingen van Marx.

Onder de socialisten ontstond en een splitsing o.l.v. Bernstein. Hij meende dat een revolutie niet nodig was maar een evolutie – via geleidelijke veranderingen via het parlement -. We noemen hen sociaal-democraten.

In Rusland ontstond o.l.v. Lenin een bolsjewistische opstand waarbij een politieke groep van beroepsrevolutionairen, omdat er geen proletariaat was, de macht overnam.

Hoewel Marx vond dat de arbeiders zich niet verbonden moesten voelen met de staat waren ze toch gevoelig voor het nationalisme.

Juist het nationalisme werd door regeringen gebruikt om een eenheidsgevoel te creëren.

Nationalisme en modern imperialisme

Nationalisme, imperialisme, militarisme en bondgenootschappen leidden uiteindelijk tot de 1e wereldoorlog.

1.4 Spanningen tussen de grote mogendheden

Op het Congres van Wenen (1815) probeerden de machthebbers het machtsevenwicht in Europa te handhaven.

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstonden er steeds meer spanningen.

Redenen daarvoor waren:

1) Concurrentie ten gevolge van de industrialisatie en het imperialisme

2) De veranderde machtsverhoudingen in Europa. Eenwording Duitsland in 1871. Een economisch sterk Duitsland wilde nu ook politieke macht.Uitbreiding vloot.

3) Engeland voelde zich bedreigd en breidde de vloot ook uit

4) Militarisme

5) Vorming bondgenootschappen: Triple Entente: Frankrijk, Engeland en Rusland en de Triple Alliantie: Duitsland, Ooostenrijk-Hongarije en Italië.

6) Nationalistische spanningen in het Turkse Rijke en in Oostenrijk-Hongarije.

1.5 De 1e Wereldoorlog: loopgraven en spanningen

De directe aanleiding was de moord op de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije.

Na een ultimatum van Oostenrijk-Hongarije ontstond er een kettingreactie van oorlogsverklaringen en de 1e Wereldoorlog was een feit.

Wat een ‘friesher und frölicher Krieg’ leek te zijn mondde uit in een jarenlange loopgravenoorlog.

memo hfst 10 afb 3

In 1917 trok rusland zich terug uit de oorlog ( 1918 verdrag van brest-Litowsk) in het Oosten.

In het westen gingen de Verenigde Staten deelnemen aan die oorlog.

Duitsland won begin 1918 de oorlog in het oosten maar zou de totale oorlog verliezen na de wapenstilstand in het Westen op 11-11-1918.

1.6 Europa herrijst uit de oorlogshel

28 juni 1919 Vredesverdrag van Versailles en Duitsland kreeg de ‘Álleinschuld’, dus dictaat van Versailles.

14 punten Wilson o.a.:

1) vredesovereenkomst rechtvaardig

2) Bewapening teruggebracht

3) Oprichting Volkenbond

4) Democratisch bestuur instellen

5) Zelfbeschikkingsrecht( maar niet overal consequent toegepast).

Grenzen Europa drastisch gewijzigd door o.a. vorming cordon sanitair.

Rol Volkenbond zou beperkt blijven omdat verliezers er geen lid van werden. Ook de V.S. werden geen lid en keerden terug naar het isolationisme.

Zie verder module 13 hoofdstuk 2 MeMO Vwo mod 13 hfst 2 Historisch overzicht van de 20e eeuw