We hebben 392 gasten online

Periodekatern MeMo VWO H 2 De Klassieken

Gepost in Periodekaternen

Periodekatern MeMo VWO H 2 De Oudheid

tijdvak 2MeMo Geschiedenis voor de Tweede FaseHoofdstuk 2 De 

Kenmerkende aspecten:·

De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat·De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur·De groei van het Romeins Imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde·

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa·De ontwikkeling van het Jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

2.1 De polis Athene, voorbeeld voor altijd

Intro

In het oude Griekenland ontstonden kleine stadstaten waarvan Athene de grootste en machtigste was. Athene voerde rond 2500 jaar geleden een nieuwe bestuursvorm, de democratie in. Daarvan is onze indirecte democratie afgeleid.

2.1.1 De Griekse polis

In Griekenland waren zo’n 800 poleis ontstaan meestal rond versterkte burchten. Een polis (Stadstaatje), werd versterkt door middel van een muur en had een marktplaats of agora en tempels. In de polis en daaromheen woonden mensen die hun polis verdedigdendoor middel van zwaarbewapende soldaten, Hoplieten genoemd. Deze Hoplieten betaalden hun eigen bronzen uitrustingen dat konden alleen de rijke boeren. Oorlogen werden ook pas uitgevochten als de oogsten binnen waren. Geen wonder dat ze ook invloed wilden uitoefenen op het bestuur van de poleis.PolitiekIn het oude Griekenland maakte elke polis zijn eigen wetten en bewaakte deze zijn eigen vrijheid. In de volksvergadering kwamen de Hoplieten bijeen en namen beslissingen over oorlog en vrede, verovering van nieuwe gebieden, handel en contacten met andere poleis. De Grieken leefden in hun honderden poleis van veeteelt en landbouw. Door de overbevolking ging men handel drijven met andere gebieden rond de Middellandse Zeeen ging men over tot het stichtten van handelskolonies en voerden het muntgeld in.In die tijd werd de koning (Autocratie) vervangen door een regering van de besten: de Aristocratie. Deze kozen een aantal leiders (onbetaald)die onderling de taken verdeelden.

ancient greece

De polis Athene

De Griekse godin Athene schonk de stad de olijfboom. De olijfboom was het symbool voor de bloeiperiode van Athene. De stad werd rijk door de handel in wijn en olijfolie, nadat graan voortaan werd ingevoerd. De nieuwe handel in wijn, olijfolie en graan betekende de opkomst van een nieuwe groep rijken: de kooplieden en de handwerkslieden die vazen maakten om de exportproducten te verpakken. Zowel de nieuwe armen als de nieuwe rijken wilden meer invloed hebben in de polis. De meeste poleis kozen toen één man die alleen regeerde: de Tiran. Maar na verloop van tijd werden de tirannen verdreven en kwam er een regering van weinigen: de Oligarchie.

De polis Sparta

Sparta maakte in vergelijking met andere polis een totaal andere ontwikkeling door. Het lag niet aan de kust maar in het vruchtbare Messenië. Sparta veroverde rond 725 v. C. Messenië en maakte de bevolking tot slaven. Deze kwamen in opstand. Nadat de Spartanen wonnen pasten ze wel hun bestuurssysteem en levenswijze aan. Men besloot voortaan alle Spartaanse jongens vanaf hun zevende verplicht op te leiden tot beroepsmilitair. De slaven bewerkten voortaan het land.Het bestuur van Sparta veranderde praktisch eeuwenlang bijna niet of weinig. Sparta was een militaire dictatuur. De stadstaat werd bestuurd door twee koningen (die ook de legeraanvoerders waren), een aristocratie en een volksvergadering. De koningen werden bijgestaan door een Raad van Ouden en vijf toezieners of eforen. In de volksvergadering konden de Spartaanse soldaten alleen stemmen over de voorstellen van de eforen.

2.1.2 De Atheense democratie

In Athene zocht mende oplossing voor de sociale onrust niet in de oligarchie, zoals in andere poleis. Pisistratus liet in 560 v. C. de grond verdelen onder de arme boeren. Maar toen de onrust bleef steldede tiran Cleisthenes rond 500 v. C. voor om alle mannelijke vrije burgers gelijke rechten te geven. Het volk moest dan in de Volksvergadering de belangrijkste beslissingen nemen. De burgers kozen jaarlijks hun leiders en wezen door loting de rechters aan. Zo ontstond de Democratie. Maar… eigenlijk niet echt want vrouwen mochten niet meestemmen. Om te voorkomen dat een tiran de macht zou kunnen krijgen werd door Cleisthenes het schervengericht (ostracisme) ingevoerd. Burgers konden door het opschrijven van een naam op een scherf aangeven wie verbannen werd. Het was echter Pericles in 460 v. C. die ervoor zorgde dat burgers betaald kregen voor het bijwonen van de Volksvergadering en voor de rechtspraak. Arme burgers konden nu altijd gebruik maken van hun rechten. Niet altijdmet volle instemming van de aristocratische Atheners.

Het Athene van Pericles

Pericles liet boven op de Akropolis het Pantheon bouwen. Athene beheerste rond 500 v. C. de hele Egeïsche Zee. Het telde vele eilanden en stadstaten onder zijn bondgenoten en bezat kolonies op de kusten van Ionië. Athene en andere poleis kwamen in conflict met de Perzische koning. Deze had eerst het Babylonische Rijkveroverd en probeerde toen het gebied rond de Egeïsche zee te veroveren waarbij uiteindelijk ook Athene gedeeltelijk werd verwoest. Het was Pericles die de stad weer helemaal opbouwde. Pericles zou bijna 30 jaar de leider van Athene zijn.

athene sparta en bondgenoten

In 431 v. C. kwam het tot een conflict tussen Athene en Sparta en hun bondgenoten. Dankzij de steun van de Perzen won Sparta en werd Athene in 404 v. C. ingenomen waardoor een einde kwam aan de bloeiperiode van Athene.SlotDe Grieken ontwikkelden hun kleine Poleis tot machtige stadstaten, die heersten over een groot deel van het Middellandse Zeegebied. In de poleis werden verschillende bestuursvormen gebruikt.Twee poleis maakten een andere ontwikkeling door. Sparta koos voor een militaire dictatuur en Athene koos voor de directe democratie met gelijke rechten voor arm en rijk.Echter alleen voor de mannen. Onze indirecte democratie is er van af geleid waarbij vrouwen ook een stem hebben. Dus een echte regering door het volk.

2.2 Athene, moeder der kunsten en wetenschap

Intro

De Grieken dachten over alles na en probeerden ook voor natuurverschijnselen een verklaring te vinden.

2.2.1 Nadenken over de natuur

Grieken geloofden in vele goden waardoor ze natuurverschijnselen konden verklaren. Maar ze gingen al vroeg op zoek naar oplossingen voor bepaalde vraagstukken. Griekse onderzoekers probeerden natuurverschijnselen te verklaren. Maar dat niet alleen. Ze werden Filosofen genoemd. Voorbeelden van filosofen is de natuurfilosoof Heraclitus van Ephese en Pythagoras. De laatste ging er van uit dat ook natuurverschijnselen onderhevig waren aan een algemene ‘theorie’ of wetenschap.

Tempels

De Grieken hadden een voorkeur voor meetkunde. Ze rekenden de tempels die ze bouwden nauwkeurig uit en maakten heel preciezebouwtekeningen en plattegronden. Zuilen werden van marmer gemaakt en bovenop verbonden met een fries. Daarboven bouwde men een kleine driehoek, die het dak moest dragen. Deze bouwstijl hebben we in het recente verleden vaak overgenomen en noemen we neoclassicisme.TheatersGriekse toneelstukken worden ook in onze tijd nog steeds opgevoerd. Grieken stelden namelijk in hun komedies en tragedies elementaire vragen over het leven van de mens. En die vragen zijn van alle tijden.

De Grieken vonden dat mensen moesten leren van hun fouten en daar niet de goden de schuld van moesten geven. De theaterstukken werden in Griekenland in de openlucht opgevoerd in theaters die halfrond waren. Het bekendste is wel het amfitheater van Epidaurus op de Peleponnesus. De voorstellingen in de theaters zetten de mensen aan het denken of het lachen. Vrouwenrollen werden echter door mannen gespeeld. In de tragedies stonden menselijke grenzen of overmoed centraal en speelden in het verleden. In komedies werd de draak gestoken met politici en andere publieke figuren.

2.2.2 Nadenken over de menssocrates

Socrates is een filosoof die behoorde tot de Sofisten. Sofisten dachten na over de mens zelf en zetten zich af tegen de godenwereld. De Socratische methode bestond eruit dat hij zijn toehoorders steeds met kritische vragen bleef bestoken. Met deze indringende vragen probeerde hij tot de kern door te dringen en dat vormt de basis van het huidige wetenschappelijke denken. De Sofisten praatten erover hoe je het beste je leven kon inrichten. Ze waren voor de vrijheid van meningsuiting en gebruikten discussietechnieken om tot de kern van het menselijk functioneren door te dringen. Ze leerden burgers om hun standpunten te verwoorden. Dat leidde ertoe dat Socrates ter dood werd veroordeeld. Maar men constateerde dat mensen niet ziek werden omdat ze gestraft werden door een god, maar omdat het lichaam niet goed functioneerde. Zo werd de basis gelegd van de moderne geneeskunst (Hippocrates).Socrates was van mening dat kennis de sleutel was tot de goede mens. Niemand handelt volgens hem bewust verkeerd, maar mensen moeten wel weten wat bewust verkeerd is. Door zijn leerling Plato kennen we de opvattingen van Socrates. Het was Plato die de Socratische filosofie verder uitbouwde met zijn ideeënleer. Alles was te herleiden tot de idee. Kennis bestaat uit de herinnering van deze ideeën en alleen filosofen konden zich daarin trainen. Aristoteles was een leerling van Plato. Hij baseerde kennis op waarneming en onderzoek. Die gegevens moesten dan geclassificeerd en gesystematiseerd worden. Hij wordt terecht gezien als de grondlegger van de moderne wetenschap.

De eerste geschiedschrijver

Herodotus schreef het boek de Historiën, naar het Griekse woord historia voor onderzoek. Herodotus (484-425 v. C.) was een vriend van Pericles en probeerde vooral verschijnselen die hij waarnamte verklaringen. Hij beschreef gewoontes, tradities en bestuursvormen die hij waarnam op al zijn reizen. Zo beschreef hij de strijd van de Grieken tegen de Perzen. Hij baseerde zich hierbij op verhalen van oudere mensen uit verschillende landen. Die controleerde hij met de weinig schriftelijke bronnen die er toen waren. Vandaar dat hij de vader van de geschiedschrijving wordt genoemd.

Beeldhouwkunst

De Grieken gebruikten hun kennis van de mens om hun beelden zo natuurgetrouw mogelijk te maken. Ze waren meestal gemaakt van marmer en toonden de ideale menselijke vormen. Phidias was de beeldhouwer die van Pericles de opdracht had gekregen tot de herbouw van de Akropolis. Zijn beeldhouwwerk is te zien in het British Museum in Londen.Slot De Grieken waren mensen die vragen stelden en de antwoorden gebruikten in hun manier van leven en de kunst. Deze ideeën schreven ze op. Zo legden de Grieken de grondslag van onze hedendaagse wetenschap en begonnen met het vak geschiedenis. Vooral Athene speelde een rol in de kunst en de wetenschap. De Romeinen namen later veel van de Griekse cultuur over en tijdens de Renaissance volgde de rest van Europa.

2.3 Rome, van boerendorp tot Imperium

Intro

Rome zou uitgroeien tot de hoofdstad van een machtig rijk en zou de cultuur van de Grieken verder verspreiden.

2.3.1 Centrum van Italië

Rome was vijf eeuwen lang een republiek (tot 27 v. C.) en daarna vijf eeuwen een keizerrijk. Maar het begon rond 750 v. C. als een klein herdersdorpje. Het dorpje groeide uit tot een grote stad. De Romeinen waren praktisch en hielden van orde. Ze bouwden tempels en beschermden de stad met een muur. Daarnaast waren ze uitmuntende soldaten en gehoorzaamheid, dapperheid en doorzettingsvermogen werden gestimuleerd. Ze hadden goede contacten met hun buren en met de Grieken, die in Zuid-Italië een kolonie hadden gesticht. Van hen namen ze goden over.De godin van de liefde Aphrodite werd Venus. Oppergod Zeus werd Jupiter en de oorlogsgod Ares werd Mars.Het symbool van Rome is de wolvin, die de tweeling Romulus en Remus voedt.

Republiek Rome

De Romeinen hadden eerst een koning. Hij werd geadviseerd door de leiders van de belangrijkste families. Deze Patriciërs kwamen bijeen in een raad van ouden, de Senaat. De koning kon geen besluit nemen zonder zijn goedkeuring. Patriciërs waren de edelen van Rome en ook de priesters behoorden daartoe. Alle anderen waren gewone mensen Plebejers genoemd.

In 509 v. C. verdreven de Romeinen hun laatste koning en Rome werd een republiek. Aan het hoofd stonden twee consuls die een jaar de macht uitoefenden. Twee om tirannie te voorkomen. De Senaat bleef bestaan maar de Plebejers kregen hun eigen leiders de Volkstribunen die maatregelen van de consuls en de Senaat tegen konden houden door hun Veto uit te spreken. Er was dus sprake van een blijvende tweedeling in de Romeinse samenleving op basis van afstamming.

Militaire macht

Vechten voor Rome was een eer maar ook een verplichting. Rome had het eerste beroepsleger in de geschiedenis. De soldaten werden door de stad betaald en kregen als pensioen een stuk land van de veroverde gebieden. Rome onderwierp eerst Latium daarna waren andere gebieden aan de buurt. Rome groeide uit tot een militaire macht die met haar leger vrijwel alle gebieden rond de Middellandse Zee veroverde. We noemen het Romeinse Rijk daarom ook wel Imperium. Naast gebruik van het leger speelde ook diplomatie een rol. Rome maakte ook veel gebruik van Bondgenootschappen om het Imperium te vergroten. Niet goedschiks dan kwaadschiks. Maar als de volken eenmaal overwonnen waren, werden ze edelmoedig behandeld en opgenomen in het Romeinse Rijk.

2.3.2 Het Romeins Imperium

rome cartago 265 v chr

De eerste Punische oorlog tussen Cartago en Rome begon in 264 v. C. en ging om het graan van Sicilië. Alleen goedkoop graan kon de inwoners van Rome rustig houden. Maar Sicilië behoorde tot het bezet van de Carthagers. Rome won de strijd. Rome slaagde er ook in de vloot van Cartago te verslaan. Na het verlies zocht Cartago compensatie in het zilverrijke Spanje, tot ongenoegen van Spanje. Carthago stuurde daarop de veldheer Hannibal richting Rome. Uiteindelijk werd Hannibal teruggeroepen naar Cartago en slaagde Rome erin in 146 v C. Cartago te verslaan. Rome heerste toen in het hele Middellandse Zeegebied.

hannibal 218 v chr

Door de vele oorlogen verloren boeren hun grond en trokken daarom naar de stad. De tweedeling tussen patriciërs en plebejers nam daarmee toe.

rome caesar

caesar

Caesar kreeg in 60 v C. het commando over Gallië. Hij was een tegenstander van de macht van de patriciërs en wilde kwijtschelding van de schulden van de plebejers. Door zijn militair vakmanschap onderwierp Caesar in korte tijd Gallië, maar toen hij opdracht kreeg zijn commando terug te geven trok hij op naar de rivier Rubicon, stak deze rivier over en veroverde Rom

Caesar  werd dictator.

Hij verminderde de schuldenlast van de plebejers en gaf hun land. Maar in 44 v. C. werd hij door middel van een samenzwering,in de Senaat vermoord door Brutus.

Keizerrijk Rome

Na een burgeroorlog werd Caesars aangenomen zoon Octavianus alleenheerser met als titel Caesar (keizer). Octavianus Augustus‘ de verhevene’ was de eerste Romeinse keizer( 27 v C. tot 14 n. C.)

Slot

Rome werd van dorp tot de hoofdstad van een Imperium. De militaire strategieën werden een voorbeeld voorlatere veldheren. De Romeinen namen veel cultuuruitingen over van de Grieken maar in het Romeinse Rijk speelde afstamming een grotere rol. Het Romeinse rijk hield lang stand doordat de overwonnen volken het burgerrecht konden krijgen. In 27 v. C. werd Rome een keizerrijk.

2.4 Ondergang van het Romeinse Rijk

Intro

Het Romeinse Rijk zou ten onder gaan en de christenen werden de dragers van een nieuwe cultuur.

2.4.1 De Romeinse vrede (pax romana)

rome

De keizer was opperbevelhebber van alle troepen en die moesten trouw zweren aan de keizer. Na ontslag uit dienst kregen soldaten een stuk land. Met Augustus begon de Pax Romana. De Pax Romana maakte dat men vrijuit binnen het Rijk kon reizen en de infrastructuur werd verbeterd. Augustus organiseerde ‘brood en spelen’ voor iedereen. Daarnaast bevorderde Augustus kunst en cultuur. Veel gebieden in het rijk werden geromaniseerd. Niet elke opvolger van Augustus was een goede keizer. Nero was een slechte keizer. Hij gaf de christenen de schuld van de brand die grote delen van Rome in de as legde (64 n. C.) en velen stierven in de arena de marteldood.

2.4.2 Het Christendom

Romeinen leefden, net als de Grieken, op straat, in zuilengalerijen en op grote pleinen. Daar werden zaken gedaan. Kerken waren drie eeuwen lang nog de enige openbare ontmoetingsplaatsen. Het was Augustus die begon met de vergoddelijking van Caesar. Hij zou ook als een god vereerd worden. Polytheïsme was normaal. Men zag Christenen als Joden omdat beide monotheïstisch waren . Joden geloven dat eens een nieuwe Messias zou opstaan. In Jezus van Nazareth zag men de Messias. Romeinen en Joden zagen in Jezus een gevaarlijke onruststoker en brachten hem in 33 ter dood. Een van zijn volgelingen Paulus van Tarsus was van mening dat alle christenen net als Jezus uit de dood zouden opstaan en eeuwig zouden leven. Deze uitleg van Jezus leven en dood maakte het christendom los van het Jodendom.Toen christenen weigerden andere goden en keizers te vereren ging men de christenen vervolgen. In 70 kwamen de Joden in Palestina in opstand tegen de Romeinen en werden ze als strafmaatregel over het hele Romeinse Rijk verstrooid, de Diaspora. Toch verspreidde het christendom zich steeds meer. Rond 300 was 10% van de Romeinen christen.

Christendom als staatsgodsdienst

verbreiding christendom

Het Romeinse Rijk had in de 3e eeuw grote politiek en militaire problemen. Daarnaast worstelde men met het christendom. Keizer Constantijn zag in het christendom een mogelijke bindende kracht waarmee hij zijn eigen macht kon vestigen. Pas op zijn sterfbed liet hij zich dopen tot christen. De vervolgingen tegen de christenen kwamen ten einde en hwet christendom verspreidde zich nu ook over het platteland. Het christendom werd een Staatsgodsdienst, de zondag een rustdag, en geestelijken hoefden geen belasting te betalen en niet te dienen in het leger.

Constantijn liet de grenzen bewaken door Germaanse hulptroepen en de Romeinse soldaten beschermden de steden.

Constantinopel

Byzantium (Constantinopel) werd de nieuwe hoofdstad van het rijk. Constantijn wilde de stad mooier maken dan Rome. Hij liet overal kerken bouwen waaronder de Haya Sophia. Constantinopel werd een cultuurcentrum, waarbij de klassieke cultuur zich vermengde met de symbolen van het christelijke geloof. De stad bleef door een driedubbele linie van vestingmuren eeuwenlang een onneembare vesting.

2.4.3 Romeinen versus Germanen

rom emp 400 ad

 

In 395 werd het Romeinse Rijk gesplitst in een oostelijk en westelijk deel. Het Oost-Romeinse Rijkmet als centrum Constantinopelzou blijven bestaan tot 1453. Het West-Romeinse Rijk was corrupt ende West-Romeinse keizers konden hun autoriteit niet handhaven. Veel grenzen stonden onder druk door aanvallen van volken van buitenaf. In Centraal Europa woonden Kelten en Germanen. De Romeinen sloten met de verschillende Germaanse volken verdragen en handelden met elkaar.

 

wce 476

Het volk van de Hunnen, een steppevolk uit Centraal-Azië, trokken pluderend door Europa en dreven de Germaanse volken voor zich uit. Dat zorgde voor grote Volksverhoudingen, waarna het West-Romeinse Rijk uiteen viel in verschillende Germaanse koninkrijken.De vluchtende Germaanse volken, de Ostrogoten, Vandalen en Visgoten vielen het rijk binnen. Rome werd in 410 in brand gestoken en geplunderd. De Visigoten vestigden zich uiteindelijk in Spanje, terwijl de Vandalen in Noord-Afrika terecht kwamen. De Franken onder leiding van koning Clovis, vestigden het belangrijkste Germaanse Rijk in West-Europa. In dit Frankische Rijk zou het christendom een belangrijke pijler worden van bestuur en cultuur.In 476 kwam er definitief een einde aan het West-Romeinse Rijk.

Slot

Het Romeinse rijk bloeide op onder keizer Augustus en viel uiteindelijk in twee delen uiteen. Het Oost- en het West-Romeinse Rijk. Het Oost-Romeinse Rijk bleef tot 1453 bestaan. Het West -Romeinse Rijk ging ten onder aan de volksverhuizingen en viel uiteen in vijf Germaanse koninkrijken. Het christendom werd door de Franken de drager van kennis en cultuur.

Epiloog

Herodotus begon met het schrijven van geschiedenis (Perzische Oorlogen) en gebruikte daarbij mondelinge informatie, die hij controleerde met schriftelijke bronnen. Hij probeerde zo objectief mogelijk te schrijven. Maar door zijn bewondering voor Athene keek hij toch met een ‘gekleurde’ bril. De Romeinse geschiedschrijver Livius wilde de geschiedenis schrijven van Rome als wereldmacht. Hij gebruikte zijn plannen om een soort propagandaverhaal te schrijven. Dat is dus een andere benadering dan die van Herodotus. Je kunt bronnen dus op verschillende manieren gebruiken. In de Renaissance werden de klassieke geschiedschrijvers opnieuw gelezen en becommentarieerd. Maar in de tijd van de Verlichting en de Romantiek ging men pas echt op zoek naar een wetenschappelijke methode. De Duitse historicus Leopold van Ranke (1795-1886) legde de basis van de wetenschappelijke geschiedbeoefening. Historici moeten zoveel mogelijk de oorspronkelijke bronnen gebruiken, de bronnen controleren en vergelijken met andere informatie van die periode. Op basis van die bronnen moet een historicus een zo objectief mogelijk beeld geven.

Zie voor Inleiding Middeleeuwen Periodekatern MeMo VWO Inleiding Middeleeuwen