We hebben 352 gasten online

Periodekatern MeMO VWO H 8 Ondernemers in Economie en Politiek

Gepost in Periodekaternen

Periodekatern MeMo VWO H 8 Ondernemers in economie en politiek

tijdvak 8

Tijd van burgers en stoommachines

MeMo Geschiedenis van de Tweede fase

Hoofdstuk 8 Ondernemers in economie en politiek

Kenmerkende aspecten

· De Industriële Revolutie, die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.

· Discussies over de ‘sociale kwestie’.

· De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.

· De opkomst van emancipatiebewegingen.

· Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.

· De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme

.8.1 Op weg naar een industriële samenleving

Intro

In de 19e eeuw verandert het aanzien van de wereld in hoog tempo. Symbolisch daarvoor is de aanleg van een

spoorwegnet door heel Europa. Werk aan de machine kwam in plaats van werk op het land of in de werkplaats. De keerzijde daarvan was dat de machine het werktempo en de arbeidsdag ging bepalen in donkere vuile en gevaarlijke fabrieken. Steeds meer stemmen gingen op om de positie van de werkende in de industrie te verbeteren.

Toch nam de bevolking in Europa snel toe en een deel van de inwoners van Europa emigreerden naar Noord- of Zuid-Amerika. Voor de afzet van de industrieproducten ontstond een strijd tussen de Europese landen om koloniën.

Arbeiders en vrouwen probeerden zich te organiseren om hun rechten te verwezenlijken. Het algemeen kiesrecht zou daarin een rol spelen. Door Nieuwe Media en vervoermiddelen veranderde de samenleving ingrijpend.

8.1.1 Industriële Revoluties

De invoering van de auto betekende het einde van het paard als vervoermiddel en werd toen gezien als de oplossing van milieuproblemen die het houden van paarden met zich mee bracht. In de 21 eeuw wordt de auto beschouwd als een milieuprobleem. Nu wordt er gepraat over de elektrische auto.

King Cotton

Al eeuwen was het gebruik van katoen bekend in China, India maar ook in Egypte en Peru. Vanaf de 16e eeuw

voerden Engelse Nederlandse en Franse schepen de lichte en makkelijke wasbare katoenen stoffen naar Europa. De aanleg van katoenplantages en de inzet van slaven waren zeer winstgevend. Boeren waren gewend om naast het werk op het land, geld te verdienen met spinnen en weven, eerst wol en later katoen. Deze huisnijverheid groeide en voorzag in een steeds groter deel van het inkomen. Het Engelse platteland had ook niet te maken met verwoestende oorlogen zoals op het platteland.

In de 18e eeuw kwam er een doorbraak door de uitvinding van de schietspoel, waardoor een weefgetouw door één man bediend kon worden. De vraag nam verder toe en men ontwikkelde aan het einde van de 18e eeuw al machine

die 80 draden tegelijk kond spinnen. De arbeidsproductiviteit ging omhoog.

De eerste spinmachines werkten op waterkracht, maar het aantal plekken waar een watermolen gebouwd kon worden, was beperkt. De eerste stoommachines waren traag en hadden veel kolen nodig. James Watt slaagde er echter in de stoomenergie veel efficiënter te benutten en zette de pompbeweging van de machine om in een gelijkmatig draaiende beweging. De verschillende onderdelen van de katoenfabricage werden in evenwicht gebracht en er werden grote investeringenin gedaan. De productie van katoen groeide daardoor fors en Engeland had genoeg arbeidskrachten en afzetgebieden. Men sprak terecht van King Cotton

Crystal Palace

In 1851 werd in Londen de wereldtentoonstelling geopend in het gloednieuwe Crystal Palace. Het gebouw liet goed zien wat allemaal mogelijk was met gietijzer. Iedereen kon kennis maken met wat er op dat moment mogelijk was op technisch, wetenschappelijk, militair en cultureel gebied. Engeland gebruikte ijzer niet alleen voor gebouwen maar ook voor bruggen, torens en machines. Door een gebrek aan hout stagneerde de ijzerproductie, maar doordat de ijzersmelterijen overstapten van houtskool naar steenkool werd dat probleem opgelost.Door uitvindingen nam de kwaliteit verder toe.

Vanaf de 19e eeuw is Groot-Brittannië de grootste ijzerproducent ter wereld. IJzer werd het belangrijksteconstructiemiddel van de 19e eeuw, net zoals kunststoffen dat zijn in de 20e en 21e eeuw.

kol gebied eng

Koloniale gebieden Engeland

De uitvindingen in de textiel- en ijzerindustrie maakten van Engeland de eerste Industriële samenleving, waarin niet meer de landbouw toonaangevend was, maar de industrie. De machinale productie van textiel en de onbeperkte afzetmarkt van de koloniën speelden daarbij een rol. Maar ook een goede infrastructuur van kanalen en spoorwegen. Daarnaast waren er voldoende arbeidskracht en grote hoeveelheden ijzer en kolen voorhanden.

Met het begrip industriële revolutie wordt in de eerste plaats de veranderingen in de Britse samenleving tussen 1750 en 1850 aangeduid. In het algemeen wordt er de snelle verandering mee bedoeld van een samenleving van landbouw en nijverheid naar industrie.

8.1.2 De sociale kwestie

Niet langer konden arbeiders hun eigen tijd indelen. Ze moesten onder streng toezicht, onder een werktempo dat de hele dag hoog bleef, vijftien uur per etmaal werken met enkele korte pauzes. Dat gold niet alleen voor mannen, maar ook voor vrouwen en kinderen. Er ontstonden daardoor allerlei gezondheidsklachten zoals stoflongen, tuberculose tot vergroeiingen van lijf en leden.

Langzaam begon het door te dringen dat de Industriële Revolutie ook een schaduwzijde had. De woonomstandigheden waren erbarmelijk. Er was geen riolering en geen waterleiding. De woonomstandigheden bevorderden het ontstaan van allerlei epidemieën zoals cholera en tyfus. In 1866 bijvoorbeeld stierven er in Amsterdam 21.000 mensen aan een epidemie. Om aan de ellende te ontsnappen greep men naar de alcohol.

Zo was er een sociale kwestie ontstaan waarbij ook de overheid zich niet meer afzijdig kon houden. Er kwamen langzamerhand wetten die het leven van de arbeiders steeds iets beter maakten.

Adam Smith

adam smith

Adam Smith was van mening dat de overheid zich zoveel mogelijk op de achtergrond moest houden en slechts een kader moest scheppen waarin de ondernemer kon floreren. Vraag en aanbod moesten worden vrijgelaten. De markt moest zijn werk kunnen doen. Daarmee werd Adam Smith de grondlegger van het economisch liberalisme.

In Europa nam in de negentiende eeuw de bevolking toe van 143 miljoen in 1750 tot 488 miljoen in 1990. Het grootste deel van de bevolking ging in de steden wonen(urbanisatie). Dat had gevolgen voor de mentaliteit van de bevolking:

· Het onpersoonlijke krijgt een veel sterkere nadruk.

· Familiebanden en kerkelijke banden zijn minder sterk.

· Eerbied voor de adel verdwijnt.

· Ontzag voor autoriteit is abstract geworden.

· De invloed van de gedrukte media neemt toe. In 1850 wordt de telegraaf uitgevonden en ontwikkeld zich de stedelijke pers.

· Tradities worden ondermijnd.

· Miljoenen emigreerden naar de Verenigde Staten ( 60 miljoen Europeanen, 15 miljoen keerden terug).

De Tweede Industriële revolutie

Hoe voorzag de toenemende bevolking in het levensonderhoud. Naast de bestaande industrieën, zoals de snelgroeiende metaal- en textielindustrie, kwamen er nieuwe die als aanjager van de economie gingen functioneren. De uitvinding van de explosiemotor en de dieselmotor leidde tot het begin van een nieuw tijdperk, waarin ook nieuwe grondstoffen van strategisch belang werden. Vliegtuigen, auto’s, maar ook onderzeeërs werden nieuwe transportmiddelen. Aardolie kreeg een strategische functie daarin, zowel in de vervoersindustrie maar ook in de landbouw waarvoor men kunstmeststoffen ontwikkelde. De infrastructuur werd verbeterd door de aanleg van tunnels, kanalen en autowegen. Verlichting door Elektriciteit verving de oude gasverlichting in de steden.

In de jaren 70 van de negentiende eeuw werd de telefoon uitgevonden, de geneeskunde deed een aantal uitvindingen waarmee epidemische ziekten konden worden teruggedrongen. En de aanleg van spoorwegen nam een hoge vlucht in West-Europa.De groei nam vooral toe in West-Europa en daarbuiten in de Verenigde Staten.

In de VS lag het tempo van de groei hoger onder andere door de lopende band die bijdroeg tot de standaardisatievan het productieproces.

Slot

Vanaf het midden van de 18e eeuw vond de overgang plaats van handarbeid naar fabrieksarbeid. Dat begon in de

textielindustrie doordat gebruik werd gemaakt van stoomkracht. De groei werd bevorderd door de mijnbouw en de metaalnijverheid. Aan het einde van de negentiende eeuw zorgden de ontwikkelingen van de kunststoffen, nieuwe motoren en transportmiddelen voor een tweede industriële revolutie.

Adam Smith was van mening dat overheden de wet van vraag en aanbod moesten laten werken, dan kwam alles goed. Toch bleken er voor de arbeiders schaduwzijden aan te zitten. Arbeid - en leefomstandigheden bedreigden de volksgezondheid. Verbetering van de positie van de arbeiders werd de inzet van de Sociale Kwestie. Veel Europeanen zochten in de VS een nieuwe toekomst.

8.2 Het spook waart door Europa

Intro

De strijd om politieke rechten zal leiden tot nieuwe politieke idealen en bewegingen. Waarbij deling van de macht centraal stond. Er ontstonden steeds opnieuw revoluties en opstanden.

8.2.1 Als Frankrijk niest, dan is heel Europa verkouden.

In Europa braken in 1830 overal opstanden en revoluties uit. In Parijs bracht de julirevolutie de burgerkoning Louis-Philippe aan de macht. Hij was een vertegenwoordiger van de gegoede burgerij of Bourgeoisie. Hun ideologie was het Liberalisme waarbij men de grondwet van de VS en de Verklaring van de rechten van de Mens en Burger als richtinggevend vond.

Iedereen zou vrij moeten zijn in godsdienst, economie en politiek. Vrede en veiligheid moesten gewaarborgd zijn door de overheid. Alleen mochten de ontwikkelden en vermogenden de staat besturen. Anderen werden uitgesloten. De bevolking bleef Louis-Philippe nog steunen.

Dat duurde tot 1848. Daar ging een twee jaar durende economische crisis aan vooraf. Toen de Nationale Garde weigerde om tegen opposanten op te treden was de februari-revolutie een feit. Louis-Philippe moest aftreden en vluchtte met zijn vrouw naar Engeland. Frankrijk werd voor de tweede keer een republiek, daarmee de toon zettend voor een voortschrijdende Democratisering.

Er kwam een nieuwe grondwet waarbij de president met algemeen mannenkiesrecht werd gekozen. De uitvoerende macht kreeg meer te vertellen dan de wetgevende macht.

De staatsgreep van Lodewijk Napoleon Bonaparte

Deze Lodewijk Napoleon had al twee keer geprobeerd de macht te grijpen. In 1848 lukte hem dat bij de verkiezingen wel. Drie jaar later laat hij zich door 8 miljoen Fransen bij referendum tot keizer Napoleon II uitroepen. De Tweede Republiek wordt het Tweede Keizerrijk waarbij er geen sprake meer is van vertegenwoordigende democratie. Dat was elders in Europa anders.

Thorbeckes liberalisme

De gevolgen van de revolutie in februari 1848 waren elders in Europa merkbaar. In Nederland stelde Thorbecke een liberale grondwetswijziging voor, maar omdat dat voorstel niet van de koning kwam werd het weggestemd.Toen echter de koning de revolutionaire ontwikkelingen in Europa dichterbij zag komen benoemde hij een staatscommissie met daarin ook Thorbecke. Deze staatscommissie kwam met een nieuwe grondwet. Daarin stond dat er voortaan rechtstreekse en geheime verkiezingen zouden worden gehouden. Geen algemeen kiesrecht maar Censuskiesrecht. Alleen diegenen met een bepaald inkomen mochten stemmen, typisch liberaal gedachtegoed. Verder werd de macht van de koning beperkt en de ministers werden verantwoordelijk voor de daden van de regering en de koning. De koning was ‘onschendbaar’. Er kwam vrijheid van drukpers, onderwijs en godsdienst. De rechten van de Tweede en Eerste kamer werden uitgebreid.Ook in andere landen van Europa kreeg het liberalisme als politiek doctrine steeds meer invloed.

8.2.2 Proletariërs alle landen!

Na 1848 ontstonden er nieuwe politiek stromingen zoals het socialisme, feminisme en het confessionalisme. Door de industriële revolutie bleek dat er ook nadelen aan verbonden waren voor de arbeiders. Het waren artsen en dominees die de funeste gevolgen van fabrieksarbeid het eerste onderkenden.

In de tweede helft van de 19e eeuw namen de arbeiders zelf het heft in handen. Ze gingen zich organiseren in vakbonden om hun eisen kracht bij te zetten.Overheid en ondernemers werkten uit alle macht de vakbeweging tegen. Vakverenigingen werden verboden. Toch groeiden de vakverenigingen naarmate de industrialisatie zich uitbreidde.

Het algemeen Nederlands Werklieden Verbond (1871) had een liberaal karakter. Voor de gelovige arbeiders kwamen er aparte verenigingen: het protestantse Patrimonium (1876) of de Rooms -Katholieke Volksbond. De meeste aanhang verwierf de socialistische vakbeweging. Een van de eerste vakbonden in Nederland die een vuist kon maken was de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond uit 1884. Ook in 1884 werd door Pieter Jelles Troelstra de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij (SDAP) opgericht. Het ontstaan van de SDAP en de vakbeweging zijn nauw verbonden met de opkomst van het Socialisme. Deze beweging trok zich het lot van de arbeiders aan en keerde zich tegen het liberalisme. De fabriekeigenaar was een kapitalist die enkel streefde naar winstmaximalisatie zonder zich te bekommeren om zijn werknemers. Het economisch stelsel dat hierop is gebaseerd noemen we Kapitalisme. Dat was in de plaats gekomen van de oude standenmaatschappij. De nieuwe maatschappij werd steeds meer opgedeeld in twee klassen: de bourgeoisie en de arbeidersklasse.

Karl Marx

marxisme

Karl Marx en Friederich Engels zijn de grondleggers van het socialisme. Engels , fabriekseigenaar, steunde Marx financieel. Ze publiceerden samen het Communistisch Manifest. Marx toonde via het historisch materialisme aan dat de hele geschiedenis door er een tegenstelling had bestaan tussen diegenen die het bezit hadden en diegenen die niets hadden. De enige manier om dat te doorbreken was en proletarische revolutie, welke uiteindelijk zou leiden tot een communistische samenleving waarin een ieder gelijk was aan elkaar en alles met elkaar deelde.

Aan het einde van de 18e eeuw raakte de arbeidersbeweging verdeeld over de vraag of revolutie niet beter

vervangen kon worden door evolutie, via parlementaire weg proberen de levensomstandigheden van de arbeidersklasse te verbeteren.De SDAP koos voor de parlementaire weg. Doel moest zijn algemeen vrouwen- en mannenkiesrecht. Kort na de 1e Wereldoorlog zou Nederland dat invoeren.

8.2.3 Suffragettes en kleine luyden

Vrouwen hadden op de barricaden gestaan tijdens de Franse revolutie, werkten als arbeiders in de fabrieken en zorgden thuis voor het gezin. Maar om te trouwen en te werken hadden ze toestemming nodig van hun vader. Vrouwen waren in aal opzichten ondergeschikt aan de man. In de loop van de 19e eeuw gingen steeds meer vrouwen

uit de burgerij werken op kantoor, in winkels en ook in het onderwijs. Steeds luider werd de roep om politieke rechten en voor economische onafhankelijkheid van de vrouw. Maar de vakbeweging en de socialistische partijen vonden vooral dat uitbreiding van de rechten van de vrouwen de rechten van de man niet mochten aantasten. Algemeen kiesrecht was mannenkiesrecht.

Feminisme

In de VS organiseert een klein groepje vrouwen, in reactie op de gebeurtenissen van 1848, de eerste Women ’s Rights Convention. Dit is het begin van het feminisme, de vrouwenbeweging die zich inzet tegen de ongelijkheid van de vrouw op alle terreinen. Zij streven allereerst naar vrouwenkiesrecht. Tweede Engelse vrouwen besloten met harde actie aandacht voor hun zaak te vragen. Deze militante Engelse groep vrouwen worden de Suffragettes genoemd.

In Engeland kregen de vrouwen pas in 1928 kiesrecht, in Nederland gebeurde dat in 1919. De meest bekende voorvechtster in Nederland werd Aletta Jacobs. Ze was de eerste vrouwelijke arts en was ook een van de eersten die pleitte voor het recht op voorbehoedmiddelen. Maar vrouwen zouden nog tot diep in de 20e eeuw moeten strijdenvoor hun rechten.

Antirevolutionair

Het wegvallen van traditionele banden van geloof, familie en dorpsgemeenschap maakte mensen onzeker. Ze wezen de socialistische en liberale partijen af en kozen voor partijen die het geloof als richtsnoer voor het handelen zagen. Zo keeg het Confessionalisme in Nederland veel aanhang onder de protestants-christelijke middenstanders, boeren en ambachtslui, arbeiders en lagere ambtenaren. Abraham Kuyper richtte voor de ‘kleine luyden’ in 1879 daarom de Antirevolutionaire Partij op, waarvan de naam al uitdrukte dat men tegen de liberalen en idealen van de Franse revolutie was.

Slot

De burgerij streefde naar uitbreiding van de politieke rechten ten koste van de adel. Centraal stond daarbij het verkrijgen van kiesrecht, recht op vergadering en vrijheid van drukpers. Frankrijk nam hierbij het voortouw. Thorbecke, als liberaal, deed dat in Nederland. Arbeiders en vrouwen wilden verbetering van hun posities in de samenleving. Marx en Engels wilden dat via revolutie maar de meeste socialistische partijen deden dat liever via evolutie, parlementaire weg. Vrouwen deden dat via feministische bewegingen.

In het confessionalisme vonden de ‘kleine luyden’ in de AR, een beweging van Abraham Kuyper, die aan hun belangen en ideeën op christelijke basis inhoud gaven.

8.3 Spanningen tussen de grootmachten

Intro

De zoektocht naar voldoende grondstoffen en afzetmarkten, opgewekt door de Industriële revolutie, zorgden tussen de Europese landen voor grote spanningen. Militaire en politieke overwegingen speelden daarbij ook een rol, naast avontuur, zendingsdrang en wetenschap.Door het nieuwe machtsevenwicht in Europa werden de volken in Europa zich bewust van hun eigen nationale identiteit.

8.3.1 Pax Brittannica

Na de overwinning in oktober 1805 van viceadmiraal Nelson bij Trafalgar was de Engelse vloot op de zee oppermachtig. Dat kwam goed uit, nu de Industriële Revolutie een groeiende vraag naar grondstoffen van overzee en nieuwe markten met zich bracht. Het was de tijd van de Pax Brittannica. De Britten hielden zich ver van bondgenootschappen en allianties op het continent, hun ‘splendid isolation’ koesterend. Ook na het verlies van de Amerikaanse koloniën beschikten ze over een kolossaal rijk.

De belangrijkste kolonie was Brits-indië. Al in de 17e eeuw arriveerden de Engelsen op het Indische subcontinenten

breidden in de 19e eeuw hun macht verder uit. Na een opstand in 1857 viel het rijk direct onder de Engelse regering:

Direct Rule. In 1877 werd Queen Victoria keizerin van India. De uitbreiding van het Britse rijk was gebaseerd op bevolkingsgroei, een dynamische economie, maatschappelijke harmonie en een politiek stabiel systeem.In de loop van de 19e eeuw legden Frankrijk en Duitsland zich niet langer neer bij de Pax Brittannica. Ook zij hadden door de

industriële revolutie behoefte aan grondstoffen en afzetgebieden. Dit streven naar een groot koloniaal rijk noemen we modern imperialisme.

Spanningen bleven dus niet uit. De Engelsen telden de ‘ two-power standard’ op. De Britse marine moest twee keer zo groot zijn als die van twee andere willekeurige Europese vloten te samen.In de tweede helft van de 19e

eeuwrichtten de grote West-Europese landen hun aandacht op een groot onverdeeld gebied: Afrika.

Op weg naar Fasjoda

afrika 1914

De imperialistische mogendheden maakten gebruik van de stammentegenstellingen en gaven stamhoofden bevoegdheden die ze in de traditionele samenleving niet bezaten. Via het stamhoofd hielden de Europeanen indirect invloed op de plaatselijke bevolking: de Indirect Rule.

De belangrijkste concurrenten waren Frankrijk en Engeland en ook Duitsland maar dit was toch van een andere orde. In 1898 raakten de Engelsen en Fransen bijna met elkaar in oorlog te Fasjoda gelegen in het huidige Soedan. Het kwam gelukkig niet tot een confrontatie en de beide invloedssferen waren bepaald: grofweg gezegd: de horizontale landen zouden Frans georiënteerd zijn en de verticale landen Engels.

8.3.2 Traktaatgebieden en cultuurstelsel

In China had zich een van de oudste beschavingen van de wereld ontwikkeld. China koloniseren op Afrikaanse wijze was niet mogelijk. Na de opiumoorlog waren aan de imperialistische machten zogenaamde Traktaatgebieden toegewezen waar de Europese wetgeving gold. Een conflict tussen twee Europese mogendheden werd opgelost door de Open Deurpolitiek. Er ontstond dan in dat gebied een Europese vrijhandelszone. In reactie daarop ontstond de anti-Europese en anti –christelijke Bokseropstand (1900). De opstand werd neergeslagen. De Imperialistische avonturen in Afrika en Azië vergrootten de macht van de Europese mogendheden.

Nederlands-Indië en het cultuurstelsel

In de Franse Tijd namen de Engelsen de soevereiniteit van Ned-Indië over. Na het Congres van Wenen kreeg Nederland de soevereiniteit weer terug. Nederland voerde in 1930 het Cultuurstelsel in waarmee men de bevolking verplichte om voortaan koffie, thee , suiker en indigo voor de wereldmarkt te produceren. 20% van de grond moest voor het gouvernement in cultuur worden gebracht, in ruil voor plantloon en maximaal 66 dagen per jaar arbeid op de plantages. Vooral rietsuiker bleek winstgevend.

Tot 1870 bracht het Cultuurstelsel 823 miljoen gulden op . Daarmee leverde Indië een kwart van de staatsinkomsten waarmee in Nederland wegen en spoorlijnen werden aangelegd en de staatsschuld afgelost. Het cultuurstelsel leidde zelfs in 1849-1850 tot hongersnood.

Positief was dat de aanleg van wegen voor betere verbindingen zorgde en de gezondheidszorg werd verbeterd.

Kritiek

Vooral de liberalen betoogden dat het Cultuurstelsel de Javanen uitbuitte. De felste aanklacht kwam van Multatuli in zijn boek Max Havelaar (1859) tegen de grove winsten en tegen het in stand houden van corrupte inlandse heersers. Volgens hem moesten de Nederlandse belangen ondergeschikt worden gemaakt aan die van de Indonesiërs. Die moesten juist meedelen in de westerse welvaart en ontwikkeling.

Dat ging de liberalen weer te ver. Zij waren voor vrijheid van arbeid en ondernemen in Indië. Inde jaren zestig van de 19e eeuw eindigden de cultures van thee, peper, indigo en tabak. Die van suiker en koffie bleven voortbestaan.

8.3.3 De Duitse eenwording

In 1815 vormden de Duitse staatjes samen met Pruisen en Oostenrijk een losse federatie.

Burschenschaft

Nu Napoleon verdreven was zouden de Duitse vorsten over de brug meoten komen met volksvrijheid en een volksvertegenwoordiging. Niets van dat alles. Een kleine groep hield de idealen levendig en richtte de Duitse Burschenschaft (’Duitse Knapenvereninging’) op onder de leuze ‘Eer, Vrijheid en Vaderland'. Binnen twee jaar waren er zo’n vijftien Burschenschaften actief. Metternich zag er een bedreiging van de bestaande orde in. Door middel van censuur en streng toezicht op universiteiten en professoren werd de bedreigde orde hersteld. Het Nationalisme had afgedaan.

Otto van Bismarck

Liberalen en socialisten waren het oneens hoe de praktisch haalbare doelstellingen en de eenheid moest worden bevorderd. Met de komst van Bismark in 1862 in Pruisen deed de Realpolitiek zijn intrede. Bismark had geen hoge achting voor het parlement en betoogde dat de problemen moesten worden opgelost door Blut und Eisen. In een reeks van oorlogen, met als hoogtepunt die tegen Frankrijk van Napoleon III in 1870, speelde Bismarck het klaar een Duits keizerrijk te laten ontstaan.

spiegelzaal versailles 1871

Koning Willem I van Pruisen werd in 1871 in de Spiegelzaal van het paleis in Versailles tot Duitse keizer uitgeroepen. De Duitse eenheid was van bovenaf opgelegd en werd gedragen door Pruisen. Het nationalisme had een conservatief en militaristisch karakter gekregen, dat na 1870 de Europese politiek zou gaan domineren.

Slot

Door het moderne imperialisme werd Azië en Afrika onder de West-Europese landen verdeeld. In Afrika leidde dit bijna tot een militaire confrontatie. In China werd een opendeurpolitiek gevolgd. Ons eigen land behaalde door de invoering van het cultuurstelsel grote winsten. Nationalisme, imperialisme en toenemende bewapening leidde tot toenemende spanningen. In Duitsland werd het nationalisme eerst gecombineerd met het liberalisme, maar kreeg het nationalisme uiteindelijk een conservatief en militaristisch karakter. Bismarck slaagde erin de Duitse staten tot een keizerrijk samen te voegen.

Zie voor de ontwikkeling van de spoorwegen in Duitsland

Klik daarna op driehoekje boven map 064 rechtsboven . Er verschijnt dan een nieuwe kaart. enzovoort. Dan krijg je een goed overzicht van de ontwikkeling van de spoorwegen in de negentiende eeuw in de Duitse landen.

Epiloog

Door de veroveringen van Napoleon begonnen steeds meer volken zich bewust te worden van hun eigen identiteit. Door de taal, geschiedenis en cultuur waren er belangrijke elementen die meehielpen om politieke eenheid en zelfstandigheid te verwerven. Was die eenheid er nog niet, dan werd die gezocht.Tegelijkertijd werd daarmee ook de aandacht gelegd op wat de verschillen waren met andere volken. Dat leidde in verschillende landen van Europa tot toenemende spanningen.

In 1870 ontstonden in zowel Groot-Brittannië als Italië, Frankrijk en Duitsland politieke partijen die het nationalisme aanhingen. Zij wilden uitbreiding van het kiesrecht en democratie maar daarnaast wilden ze de immigratie tegengaan en de eigen markt beschermen.

De ideeën van Charles Darwin werden misbruikt en leidde tot een opleving van vreemdelingenhaat en antisemitisme. Dit nationalisme in de late 19e eeuw is voor velen die zich slachtoffer voelen van industrialisatie, urbanisatie en emigratie, een laatste toevluchtsoord en tot versterking van het denken in termen van ‘wij’ tegenover ‘zij.

Zie voor Hoofdstuk 9 In Flanders Fields Periodekatern MeMo VWO H 9 In Flanders Fields