We hebben 107 gasten online

Woordenlijst SV Deel 2 H 1

Gepost in Onderbouw 4e druk

Woordenlijst SV2 H1

schama

Absolutisme

Regeringsvorm waarbij de vorst alle macht in handen heeft. Volgens de vorst was hij door God aangesteld om zijn onderdanen te besturen. de onderdanen waren verplicht de vorst te gehoorzamen.

Aflaat

Iets waarmee je straf in het hiernamaals afkoopt voor zonden die je hebt begaan. Bijvoorbeeld een gebed of het schenken van geld aan de Kerk.

Agrarische samenleving

Een samenleving, waar de meeste mensen werken in de landbouw; deze is het belangrijkste middel van bestaan.

Anglicaanse Kerk

De Kerk van Engeland, met de koning(in) aan het hoofd.

Autocratie

Een regering door één persoon.

Barok

Kunstijl die een voortzetting was van de Renaissance, maar in een uitbundiger vorm.

Bartholomeusnacht,St

Ook bloedbruiloft genoemd. Protestantse leiders waren uitgenodigd voor een koninklijke bruiloft. Maar 's nachts werden zij eAn veel andere protestanten vermoord.

Beeld

Het woord beeld heeft meer betekenissen. het kan een door een kunstenaar gemaakt voorwerp zijn. Maar het kan ook een verhaal zijn over iets of iemand uit het verleden.

Beeldvorming

Het ontstaan van bepaalde beelden of voorstellingen over iets of iemand uit het verleden.

Bevolkingslaag

Zie gelaagde samenleving.

Bewering

Uitspraak zonder voldoende bewijsmateriaal.

Bewijs

Iets dat de juistheid van een bewering aantoont.

Bloedbruiloft

Zie St. Bartholomeusnacht.

Bron

Alles waardoor je iets over het verleden te weten kan komen.

Buitenbeentje

Iemand die in zijn tijd niet serieus wordt genomen, die vreemd of heel anders dan de anderen in zijn tijd wordt gevonden.

Bijbel

Het boek van de Christenen. Bestaat uit het Oude en Nieuwe Testament.

Calvinisme

De leer van de Protestantse leider Calvijn.

CDA(Christen Democratisch Appèl)

Partij van Katholieken en Protestanten, ontstaan in 1980 doordat de KVP, ARP en CHU een partij ging vormen.

Celibaat

Katholieke geestelijken mogen niet trouwen.

Censuur

Keuring(van de media) door de overheid.

Christendom

Christelijke godsdienst, waarin het geloof van Jezus Christus als Zoon van God centraal staat.

Christelijk-Orthodox

Behorend tot de Grieks- of Russische-Orthodoxe Kerk die zich in de Middeleeuwen van de Katholieke Kerk heeft afgescheiden.

Conclusie

Eindoordeel. In een conclusie wordt een antwoord op een hoofdvraag gegeven.

Contra-Reformatie

Acties van de Katholieke Kerk om de Hervorming ongedaan te maken.

Dogma

Rooms Katholieke Kerkelijke uitspraak waarin een opvatting over het geloof aan anderen wordt voorgeschreven.

Economie

Alles waarmee in een land geld verdiend wordt (landbouw,industrie,handel).

Factorij

Handelspost in de niet westerse wereld, bestaande uit een haven, enkele pakhuizen en woningen voor Europese kooplieden.

Feit

Geeft iets aan dat - naar wordt aangenomen - werkelijkis gebeurd of bestaat.

Gelaagde samenleving

Een samenleving waarbij de bevolking in verschillende lagen is verdeeld. De bevolkingslagen verschillen van elkaar in aanzien en macht.

Gevolg

Het resultaat van een handeling. We onderscheiden gevolgen op korte en lange termijn, en verwachte en niet verwachte gevolgen.

Hervorming

De afscheiding van de Katholieke Kerk door de Protestanten in de 16de eeuw.

Indianen

Oorspronkelijke bewoners van Amerika.

Interpretatie

Het beeld dat iemand over een deel van het verleden heeft en/of laat zien.

Islam

Godsdienst uit het Midden-Oosten, gesticht door Mohammed. Letterlijk:ónderwerping aan de wil van God'.

Jezuïeten

Kloosterorde in de Katholieke Kerk.

Jodendom

de godsdienstige opvatting van de Joden.

Kansel

Preekstoel in een Protestantse Kerk.

Kardinaal

Hoogste bisschoppelijk orgaan van de Katholieke Kerk bestaande uit 200 bisschoppen, gekozen door de Paus. Zij kiezen ook na de dood van en Paus een nieuwe Paus.

Katholicisme

Christelijk geloof waarbij de gelovigen gelid wordt door de Paus in Rome.

Katholiek

Behorend tot het Katholicisme.

Kenmerk

Karakteristieke, kenmerkende eigenschap.

Kerk

Kerkelijke geloofsgemeenschap.

Ketters

Christenen die over belangrijke geloofszaken anders dachten dan de christelijke leiders.

Kolonie

Een groot veroverd gebied waarin landgenoten van de veroveraars zich konden of kunnen vestigen

Kolonisatie

Het door een westerse staat in bezit nemen van gebieden in de niet-westerse wereld om landgenoten daar een nieuw bestaan te laten opbouwen.

Landbouw

Akkerbouw en veeteelt samen.

Leek

Iemand die niet tot de geestelijkheid behoort.

Lutheranisme

De leer van de Protestantse leider Luther.

Mening

Hierin geeft iemand zijn opvatting weer over bepaalde personen of zaken.

Missie, Missionarissen

Bekering tot het christendom door Katholieke geestelijken.

Nieuwe Tijd

De periode in de geschiedenis van West - Europa die volgt op de Middeleeuwen.

Nieuwste Tijd

De periode die volgt op de Nieuwe Tijd en duurt tot onze tijd.

Normen

Uit waarden afgeleide regels.

Omstandigheden

Zaken die geen oorzaak van iets zijn, maar wel op de achtergrond van invloed zijn..

Oorzaken

Verklaringen waarom iets gebeurde. De meest directe oorzaak noem je aanleiding.

Orthodoxe Kerk

Christelijke Kerk in Oost - Europa, ook wel Grieks- en Russisch - Orthodox of Grieks -Katholiek genoemd.

Parlement

Volksvertegenwoordiging. In het parlement zitten door de bevolking met algemene kiesrecht gekozen vertegenwoordigers. In Nederland in de Eerste en de Tweede Kamer. Zij hebben in het land de macht.

Paus

Het hoofd van de Katholieke Kerk, met als zetel Rome.

Plantage

Groot landbouwbedrijf waarop suiker, tabak of koffie wordt verbouwd.

Propaganda

Het proberen de meningen en handelingen van een bepaald publiek te beïnvloeden.

Protestantisme

Christelijk geloof waarbij de bijbel centraal staat, de gelovigen zichzelf besturen en direct contact met God zoeken.

Rechtbank van Inquisitie

Rechtbanken van de Katholieke Kerk die tijdens de Contra - Reformatie ketters vervolgden en veroordeelden.

Reformatie

Zie Hervorming.

Regeringsvorm

De organisatie van het bestuur van een staat.

Renaissance

Periode waarin nieuwe belangstelling voor de Grieks - Romeinse cultuur ontstond; begon na de Middeleeuwen.

Republiek

Staat met een president in plaats van een vorst aan het hoofd.

Rubriceren

Het kunnen ordenen van gegevens in rubrieken.

Scheiding tussen Kerk en Staat

Verdeling van de macht in de Staat: de geestelijken houden zich niet bezig met het bestuur van de Staat en de regering niet met het beleid van de Kerk.

Slaven

Mensen die het bezit zijn van andere mensen.

Slavenhandel

Met dit begrip wordt meestal de handel van Afrikaanse slaven naar Amerika van de 17de tot de 19de eeuw bedoeld. In die tijd, ook eerder en later, bestond slavenhandel ook elders.

Slavernij

Toestand waarin mensen het bezit zijn van anderen

Staat

Een land met duidelijke grenzen en een eigen regering.

Staatshoofd

Persoon die in een staat de hoogste macht uitoefent of vertegenwoordigt (koning, keizer, president).

Standplaatsgebondenheid

Alle ervaringen van een mens die van invloed zijn op zijn denken en handelen.

Synode

Vergadering van vertegenwoordigers van kerkelijke gemeenten (protestant).

Versailles , paleis van

Op bevel van de Franse koning Lodewijk de XIV gebouwd paleis. In het paleis werd niet alleen de hofhouding gehuisvest, maar ook de regering van Frankrijk en een groot aantal edelen.

Vooroordeel

Opvatting die niet klopt met de werkelijkheid of waarvan de juistheid nooit kan worden bewezen.

Wereldeconomie

Handel tussen de werelddelen.