We hebben 181 gasten online

Woordenlijst SV Deel 3 H 1

Gepost in Onderbouw 4e druk

Woordenlijst SV3 H1

democratie

Aanleiding

De laatste meest directe oorzaak van iets.

Agrarische samenleving

Een samenleving waarin de meeste mensen werken in de landbouw; deze is het belangrijkste middel van bestaan.

Amersfoort(kamp)

Concentratiekamp tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

Antisemitisme

Haat tegen de Joden.

Arische ras

Benaming van de Duitse nationaal-socialisten voor de etnische groep van de blanken, volgens hen de beste mensen.

Auschwitz

Een van de vernietigingskampen van de nazi's in Polen waar meer dan 1,5 miljoen mensen door middel van gaskamers werden omgebracht.

Berlijnse muur

Muur dwars door de stad Berlijn (1961-1989) om te voorkomen dat Oost-Duitsers via West-Berlijn naar West-Duitsland zouden vluchten.

Bewegingsoorlog

Oorlog waarin door de lucht, over land en over zee snel veel troepen worden verplaatst.

Bezettingszone

Gebieden waarin Duitsland na de Tweede Wereldoorlog door de Geallieerden werd verdeeld en die werden bezet door Engeland, de VS, Frankrijk en de Sovjet Unie.

Blitzkrieg

Oorlogvoering waarbij het doel was zeer snel en in enkele gerichte aanvallen de vijandelijke regering, de verbindingen en de vliegtuigen van de vijand uit te schakelen.

Bondgenootschap

Vriendschappelijke verhouding tussen twee of meer staten, waarbij elkaar steun is toegezegd, bijvoorbeeld bij conflicten met een of meer andere staten.

Bondsdag

Volksvertegenwoordiging van de BRD.

Bondskanselier

Minister-president van de BDR.

Bondspresident

Staatshoofd van de BRD.

Bondsregering

Regering van Duitsland, bestaande uit de Bondskanselier en de bondsministers.

Bondsrepubliek Duitsland (BRD)

Duitse staat, in 1949 gesticht op het grondgebied van de voormalige Engelse, Amerikaanse en Franse bezettingszones, waaraan in 1990 de DDR werd toegevoegd.

Bron

Alles waardoor je iets van het verleden te weten kunt komen.

Buchenwald

Een van de concentratiekampen van de nazi's.

Buitenbeentje

Iemand die in zijn tijd niet serieus wordt genomen, die vreemd of heel anders dan de anderen in zijn tijd werd gevonden.

Bund deutscher Mädel(BdM)

Meisjesafdeling van de Hitlerjugend.

Bijbel

De godsdienstige opvattingen van de christenen staan in de Bijbel. deze bestaat uit het Oude en het Nieuwe Testament.

Centrumpartij(in Duitsland)

Katholieke politieke partij tijdens de Republiek van Weimar.

Chauvinisme

Een overdreven vorm van nationalisme.

Chemische wapens

Wapens waarbij gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld chloor-, fosgeen- en mosterdgas.

Chloorgas

Zie chemische wapens.

Communisme

Stroming die vind dat het socialisme door middel van een revolutie moet worden ingevoerd.

Communisten

Mensen die het communisme door middel van een revolutie willen invoeren.

Communistische partij

Politieke organisatie die in communisme in een land wil invoeren.

Concentratiekampen

Gevangenkampen meestal bestaande uit houten barakken waarin een groot aantallen gevangenen worden opgesloten.

Conclusie

Eindoordeel. In een conclusie wordt een eindoordeel op een hoofdvraag gegeven.

Conservatieven

Aanhangers van het conservatisme.

Conservatisme

Stroming die de samenleving wil houden zoals deze is (dus geen veranderingen wil invoeren).

Conventionele bewapening

'Gewone' wapens zoals kanonnen, tanks, vliegtuigen, helikopters.

Cultuur

Het denken en doen van een bepaalde bevolkingsgroep; uitingen van een cultuur zijn: politiek, economie,wetenschap, kunst, techniek, godsdienst en gewoonten van een bepaalde samenleving.

Dachau

Een van de Duitse concentratiekampen.

DDR

Duitse Democratische Republiek , ook Oost-Duitsland genoemd opgericht in 1949. In 1990 samengevoegd met de BDR.

Dekolonisatie

Het onafhankelijk worden van de koloniën.

Deportatie

Het in Wereldoorlog II wegvoeren van Joden naar de vernietigingskampen.

Depressie

Een neergang in de economische bedrijvigheid (conjunctuur), ook wel baisse genoemd.

Derde Rijk

Benaming van de periode waarin in Duitsland een dictatuur was van nationaal-socialisten (1933-1945).

Dictator

Iemand (een burger of militair) die alle macht in een staat in handen heeft (alleenheerser).

Dictatuur

Een regeringsvorm waarbij één persoon (dictator) of een groep mensen (vaak militairen) alleen alle macht in handen hebben.

Duce

Titel van de fascistische leider Mussolini van Italië.

Duitse Arbeidsfront

Nationaal-Socialistische organisatie van de nazi's waarin werkgevers en werknemers tot samenwerking werden verplicht.

Duitse Democratische Republiek (DDR)

Met hulp van de Sovjet Unie na WO II gestichte communistische staat in Oost-Duitsland.

Dynastie

Serie heersers uit één familie.

Economie

Alles waarmee in een land geld verdiend wordt (landbouw, industrie, handel).

Economische crisis

Grote economische teruggang die begon in 1929 in de VS en zich daarna over grote delen van de wereld uitbreidde.

Edelweisspiraten

Groepen jongeren die in Duitsland in verzet kwamen tegen het drillen van de Hiltlerjugend.

Eerste Wereldoorlog

Wereldwijde oorlog in de periode 1914-1918.

Einsatzgroepen

Speciale eenheden van de SS die in de veroverde Russische gebieden tot taak hadden de Joden dood te schieten.

Fascisme

Politieke stroming die tegen de parlementaire democratie is.

Fascisten

Aanhangers van het fascisme.

Federatie

Een staat die bestaat uit een aantal deelstaten.

Feit

Geeft iets aan dat - naar wordt aangenomen - werkelijk is gebeurd of bestaat.

Führer

De benaming van de fascistische leider (Hitler) in Duitsland.

Geallieerden

Alle landen die tijdens de wereldoorlogen gezamenlijk tegen Duitsland en zijn bondgenoten vochten.

Gelaagde samenleving

Een samenleving waarbij de bevolking in verschillende lagen is verdeeld. De bevolkingslagen verschillen van elkaar in aanzien en macht.

Gelijkschakeling

Het opbouwen van een 'volksgemeenschap' in Duitsland onder leiding van de Führer door de mensen bijeen te brengen in nationaal-socialistische organisaties en door het beheersen van het onderwijs en de media.

Gestapo

Geheime (staats)politie in Nazi-Duitsland.

Getto

Stadswijk waarin Joden verplicht moesten wonen; in onze tijd ook een stadswijk waarin mensen in vaak zeer armoedige omstandigheden wonen.

Grondwet

Wet waarin de belangrijkste rechten en plichten van alle inwoners in een land zijn vastgelegd.

Hakenkruis

Symbool van de nazi's

Hitlergroet

Het met uitgestrekte rechterarm roepen van 'Heil Hitler' als eerbetoon aan de nationaal-socialistische leider van Duitsland.

Hitlerjugend (HI, Hitlerjeugd)

Nationaal-Socialistische jeugdorganisatie in Duitsland, waarvan alle jongeren verplicht lid worden.

Holocaust

Volkenmoord, meestal wordt er de moord op de Joden en zigeuners tijdens de Tweede Wereldoorlog mee bedoeld.

Humanitair oorlogsrecht

Internationaal overeengekomen rechtsregels over gedrag tijdens oorlogen.

Interpretatie

Het beeld dat iemand over een deel van het verleden heeft en/of laat zien.

Joden

Oorspronkelijk: inwoners van het bijbelse rijk Juda in het tegenwoordige Israël. vanaf de 6e eeuw voor Christus verspreidden de Joden zich over de hele wereld. vanwege het eigen geloof werden de Joden eeuwenlang door moslims en vooral christenen vervolgd (antisemitisme).

Jodendom

De godsdienstige opvatting van de Joden.

Jodenvervolging

In het algemeen vervolging van Joden in de loop der eeuwen in veel landen. In het bijzonder de vervolging van de Joden door de nazi's die uitliep op de moord op ongeveer zes miljoen Joden.

Kapitalisme

Economie waarbij de grond en bedrijven in handen zijn van ondernemers. De ondernemers willen een zo groot mogelijke winst maken.

Kapitalisten

Rijke mensen, aanhangers van het kapitalisme.

Katholicisme

Christelijk geloof waarbij de gelovigen geleid worden door geestelijken onder leiding van de paus in Rome. Naast de Bijbel zijn kerkelijke uitspraken belangrijk en wordt het geloof getoond door het doen van goede werken.

Katholiek

Behorend tot het katholicisme.

Kenmerk

Karakteristieke, typerende eigenschap.

Kerk

Christelijke geloofsgemeenschap.

Kittelbachpiraten

Zie Edelweisspiraten.

Kraft durch Freude

Nationaal-Socialistische organisatie waarvan kunstenaars in de Tweede Wereldoorlog lid moesten worden.

Landbouw

Akkerbouw en veeteelt samen.

Leefruimte(Lebensraum)

Recht dat de Duitse Nationaal-Socialisten meenden te hebben op het veroveren van nieuw grondgebied in Oost-Europa.

Leidersbeginsel

Opvatting van het fascisme dat op elk bestuursniveau, van plaatselijk tot landelijk, leiders nodig zijn. De leiders nemen de besluiten. de mensen die onder hen staan, gehoorzamen aan de leider. Aan het hoofd staat één leider.

Liberalen

Aanhangers van het liberalisme.

Liberalisme

Stroming die zoveel mogelijk vrijheid op alle gebieden van de samenleving wil.

Loopgravenoorlog

Oorlog die vooral in loopgraven wordt gevochten. Loopgraven zijn in de grond gegraven gangen waarin soldaten gedekt tegen vijandelijk vuur kunnen lopen. Vooral WO I wordt zo aangeduid.

Machtigingswet

Wet die Hitler toestond (machtigde) om te regeren zonder controle van het parlement (aangenomen op 23 maart 1933).

Mandaatgebied

Gebieden in de wereld die na de Eerste Wereldoorlog onder toezicht kwamen te staan van door de Volkenbond aangewezen landen.

Markteconomie

Economie waarin de bedrijven producten maken die klanten willen hebben.

Massaproductie

Het vervaardigen van grote aantallen precies dezelfde producten.

Massavernietigingswapens

Wapens als atoomwapens en raketten met gif die grote aantallen slachtoffers veroorzaken.

Mauthausen

Een concentratiekamp van de Duitsers in het huidige Oostenrijk.

Meerjarenplannen

Plannen voor de productie over een aantal jaren, opgesteld door de regering in een communistisch economisch systeem.

Mening

Een opvatting over mensen of zaken die meestal niet of moeilijk te bewijzen is.

Militarisme

Het overwaarderen van alles wat met militaire macht te maken heeft.

Ministerie van Volksvoorlichting en Propaganda (Duitsland)

Ministerie dat onder leiding van Goebbels een coördinerende rol speelde bij de gelijkschakeling in Duitsland in de periode 1933-1945.

Nationaal-Socialisme

De fascistische stroming in Duitsland.

Nationaal-Socialisten

Aanhangers van het nationaal-socialisme.

Nationaal-Socialistische Beweging (NSB)

Nederlandse fascistische partij onder leiding van Mussert.

Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP)

Fascistische partij in Duitsland onder leiding van Hitler.

Nationalisme

Het gevoel van saamhorigheid van mensen die een staat vormen of willen vormen. Ook: het belang van het eigen volk boven dat van andere volken.

Nationalisten

Aanhangers van het nationalisme.

Nazificeren / nazificatie

Het tot nazi maken van een bevolking

Nazi's

De aanhangers van het Duitse Nationaal-Socialisme.

Nederlands Arbeidsfront

Organisatie waarin tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Nederlandse vakverenigingen verplicht werden opgingen.

Neurenberg (proces van)

Oorlogstribunaal waar na afloop van de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste nazi-leiders berecht werden. Neurenberg was de stad van de partijdagen van de NSDAP.

Neurenburger Wetten

Wetten in het Derde Rijk uit 1935, waarin de Joden het staatsburgerschap ontnomen werd en huwelijken tussen Joden en niet-Joden verboden werden.

Neutraal

Niet aangesloten bij enig bondgenootschap.

Neutraliteit (neutraliteitspolitiek)

Het niet aangesloten zijn bij enig bondgenootschap.

Normen

Uit waarden afgeleide regels

Oorzaken

Verklaringen waarom er iets gebeurde. de meest directe oorzaak wordt ook 'aanleiding' genoemd.

Oostenrijk-Hongarije

Europees Keizerrijk (1967-1919) bestaande uit het keizerrijk Oostenrijk en het koninkrijk Hongarije. Ook wel aangeduid als 'de dubbel- of Donaumonarchie'.

Oostfront

Tijdens WO I en WO II werd in Rusland veel gevochten. Dit gebied werd het Oostfront genoemd.

Opstand

Bij een opstand (of staatsgreep) neemt een bepaalde bevolkingsgroep de macht over, maar verandert er weinig voor de mensen.

Orthodoxe Kerk

Christelijke kerk in Oost-Europa ook wel Grieks- en Russisch-Orthodox of Grieks-katholiek genoemd.

Pacifist

Aanhanger van het pacifisme. de stroming die streeft naar wereldvrede door middel van ontwapening en de afschaffing van legers.

Palestina

Tot 1948 de benaming van het grondgebied van de toen gestichte staat Israël. de Arabische inwoners heten Palestijnen.

Politiek

De manier waarop mensen de macht onder elkaar verdelen.

Politieke partij

Organisatie die door een programma en verkiezingen invloed wil uitoefenen op het bestuur van het land.

Propaganda

Het proberen de meningen en handelingen van een bepaald publiek te beïnvloeden.

Rassenleer

Opvattingen over ongelijkheid van etnische groepen in de wereld.

Representativiteit (van een bron)

De mate waarin de inhoud van een bron voor veel mensen geldt.

Republiek van Weimar

Aanduiding van de Duitse staat in de periode 1919-1933, waarin Duitsland een parlementaire democratie was.

Revolutie

Een grote verandering in de samenleving, die in korte tijd plaatsvindt, meestal met geweld.

Rijksarbeidsdienst

Regeling in het Derde Rijk waarin stond dat alle 18-jarigen in Duitsland een jaar árbeidsdienst' moesten vervullen.

Rijkscultuurkamer

Organisatie in het Derde Rijk waarvan ieder die werkzaam was bij de media of de kunst lid moest zijn.

Rijksdag (Duitsland)

(Gebouw van) het parlement tijdens het keizerrijk en de Republiek van Weimar.

Rijkskanselier

Tot aan de BRD de aanduiding voor de minster-president in Duitsland.

SA

Partijleger van de NSDAP in Duitsland.

Slaven, Slavische volken

Aan elkaar verwante volken in Oost-Europa, waartoe bijvoorbeeld de Russen, Polen en Servië behoren

Sobibor

Vernietigingskamp van de nazi's in Polen waar meer dan 33.000 Nederlanders zijn omgebracht.

Sociaaldemocraten

Socialisten voor wie zowel het socialisme als de democratie even belangrijk zijn.

Socialisme

Een stroming die op sociaal gebied gelijkheid belangrijk vindt. Op economisch gebied moeten grond en bedrijven eigendom zijn van de gemeenschap.

Socialisten

Aanhangers van het socialisme die hun ideaal door middel van een meerderheid in het parlement willen uitvoeren.

Somme (slag bij de)

Beruchte veldslag in de Eerste Wereldoorlog waarin een zeer groot aantal slachtoffers viel.

SS

Een partijleger van de NSDAP dan onder andere de leiding had over de concentratie- en vernietigingskampen.

Staat

Een land met duidelijke grenzen en een eigen regering.

Staatshoofd

Persoon die in een staat de hoogste macht uitoefent of vertegenwoordigt (koning, keizer, president).

Standrecht

Snelle berechting van zowel militairen als burgers door militaire rechters of politie in oorlogstijd of noodzituaties.

Strategie

Wat leiders met de oorlog willen bereiken en hoe die in grote lijnen moet worden gevoerd.

Stroming

Grote groep mensen met dezelfde ideeën, bijvoorbeeld op politiek gebied.

SU (Sovjet Unie)

Naam die de Russische communisten in 1922 aan Rusland gaven.

Swingjeugd (Derde Rijk)

Jongeren die zich niet aan wilden passen aan de nazi's en Amerikaanse jazz (muziek en dans) bleven bewonderen.

Tactiek

De manier waarop de grote lijnen die uitgezet zijn door de politieke leiders aan het front worden uitgevoerd.

Thuisfront

De burgerbevolking die een bijdrage levert aan de oorlogvoering.

Totale oorlog

Oorlog waarbij niet alleen de militairen maar ook de burgers doelwit zijn en waarbij de burgers in alle opzichten bij de oorlog zijn betrokken.

Totalitair

Het leven van ieder mens willen regelen en controleren.

'Triump des Willens'

Film van Leni Riefenstahl over de Rijkspartijdagen van de NSDAP in 1934 in Neurenberg.

Verdrag

Overeenkomst tussen landen.

Verdrag van Versailles

In 1919 gesloten vredesverdrag na afloop van de Eerste Wereldoorlog.

Verdun (slag bij)

Beruchte slag tijdens de Eerste Wereldoorlog die het leven kostte aan ruim 350.000 Fransen en ongeveer evenveel Duitsers.

Vernietigingskampen

Door de Duitsers in WO II opgerichte concentratiekampen met als doel zoveel mogelijk Joden en zigeuners te vermoorden, bijvoorbeeld Auschwitz en Sobibor.

Vooroordeel

Opvatting die niet klopt met de werkelijkheid of waarvan de juistheid nooit kan worden bewezen.

V-teken

In de vorm van een V (victory = overwinning) tijdens de Tweede Wereldoorlog op huizen geschilderd als symbool van de overwinning van de Geallieerden.

Vught (kamp)

Concentratiekamp tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

Waarden

Wat mensen goed of slecht, belangrijk of onbelangrijk, mooi of lelijk vinden.

Waffen SS

Eigen leger van de SS tijdens de Tweede Wereldoorlog dat vooral werd ingezet op belangrijke plaatsen aan het front.

Weisse Rose ( Die)

Verzetsgroep van studenten in Nazi_Duitsland onder leiding van Hans en Sophie Scholl.

Westblok

Het kapitalistische Westen onder leiding van de VS.

Westfront (WO I)

Delen van België en Frankrijk waar tijdens de Eerste Wereldoorlog veel gevochten werd.

Wirstschaftswunder

Periode van grote economische bloei in West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog..

Zelfbeschikkingsrecht

Het recht van een volk om een eigen staat te kunnen vormen.