We hebben 168 gasten online

Woordenlijst SV Deel 3 H 4

Gepost in Onderbouw 4e druk

Woordenlijst SV3 H4

democratie

ABW (Algemene Bijstandswet)

Wet met regelingen voor iedereen die niet zelf in de kosten van levensonderhoud kan voorzien.

Actiegroep

Belangengroep die tijdelijk voor een bepaald doel wordt gevormd.

Administratief beroep

Protest bij een hogere overheid tegen een beslissing van een lagere overheid.

AJC ( Arbeiders Jeugd Centrale)

Socialistische jongerenorganisatie (1918-1958).

Akkoord van Wassenaar

Overeenkomst tussen werkgevers en werknemers waarbij loonmatiging aanvaard werd in ruil voor arbeidsduurverkorting.

Algemeen kiesrecht

Kiesrecht voor alle mannen en vrouwen vanaf achttien jaar.

AOW ( Algemene Ouderdomswet)

Wet die een uitkering aan alle burgers van 65 jaar en ouder regelt.

ARP (Anti-Revolutionaire Partij)

Protestantse partij, opgericht in 1878, die zich inzette voor eigen scholen, betaald door de overheid. Ging in 1980 op in het CDA.

Arrest

Uitspraak van een Gerechtshof of de Hoge Raad

Arrondissementsrechtbank

Rechtbank voor burgerlijke rechtspraak en strafrechtspraak.

Atjeh

Gebied op het Indonesische eiland Sumatra, dat zich verzet tegen het centrale bestuur, in de 19e eeuw tegen het Nederlandse bestuur (Atjeh - oorlog 1873-1912), in onze tijd tegen de Indonesische regering.

Batavia

Vroegere Jakarta door de Nederlandse gestichte hoofdstad van Nederlands-Indië.

Belangengroep

Groep die veranderingen in de samenleving tot stand wil brengen, maar niet bereid is mee te doen aan het besturen van het land; komt meestal slechts voor één belang op.

Beroep in cassatie

Het voorleggen van een probleem aan het hoogste rechtscollege in Nederland, de Hoge Raad.

Binnenhof

Gebouwen in Den Haag waar sinds het ontstaan van de Republiek de bestuurders van Nederland vergaderen.

Burgerlijk Wetboek

Verzameling regels (wetten) over huwelijk, echtscheiding, adoptie, erfrecht, kopen huren en arbeidsovereenkomsten.

Calvinisme

Protestantse godsdienst volgens de ideeën van Calvijn.

CAO

Collectieve arbeidsovereenkomst, totstandgekomen na onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers.

CDA (Christen Democratisch Appèl)

Partij van katholieken en protestanten, ontstaan in 1980 doordat de KVP,ARP en CHU één partij gingen vormen.

Celibaat

Verbod voor katholieke geestelijken om te trouwen.

CNV ( Christelijk Nationaal Vakverbond)

Protestantse vakbond.

Christelijk-Orthodox

Behorend tot de Grieks- of Russisch-orthodoxe kerk die zich in de Middeleeuwen van de katholieke kerk heeft afgescheiden.

Christendemocraten

Aanhangers van de christendemocratie.

Christendemocratie

Stroming die de parlementaire democratie zo wil organiseren als volgens haar de wil van God is.

Christendom

Christelijke godsdienst, waarin het geloof in Jezus Christus centraal als Zoon van God centraal staat. De godsdienst staat beschreven in de Bijbel, bestaande uit het Oude en Nieuwe Testament.

Christenen

De volgelingen van Jezus Christus.

CHU ( Christelijk-Historische Unie)

Protestantse partij, eind 19e eeuw ontstaan, die zich inzette voor eigen scholen, betaald door de overheid. Ging in 1980 op in het CDA.

Confessionele partijen

Politieke partijen die een bepaalde godsdienst als uitgangspunt hebben.

Conflictmodel

Politiek van de vakbeweging waarbij ervan wordt uitgegaan dat het meest kan worden bereikt door gebruik te maken van stakingen als middel om druk uit te oefenen op de werkgevers.

Cultuurstelsel

Stelsel van overheidsmonopolie in Nederlands-Indië tussen 1830 en 1870 waarbij de Javanen verplicht waren op een vijfde van hun grond producten te verbouwen die de Nederlandse overheid in Europa met winst kon verkopen, zoals, koffie,thee,suikerriet, indigo en tabak.

D'66 (Democraten '66)

Sociaal-liberale partij, opgericht in 1966.

Dolle Mina

Groep vrouwen die met ludieke acties zich inzette voormeer gelijkheid voor vrouwen.

Eerste Kamer

Deel van het Nederlandse parlement(75 leden).

Elite

Mensen die belangrijke functies in de samenleving bekleden.

Ereschuld

Opvatting omstreeks 1900 dat Nederland niet alleen maar grondstoffen en producten uit Indonesië moet ha;en, maar er ook iets moet brengen.

Ethische politiek

(In Nederlands Indië) Maatregelen (1900)om het welzijn van het Indonesische volk te verbeteren, voortkomend uit de ere - schuld gedachte(gezondheidszorg, onderwijs, bestuursraden).

Feminisme

Beweging van mensen die gelijkheid wilden en willen tussen mannen en vrouwen.

Feministen

Aanhangers van het feminisme.

FNV

Federatie Nederlandse vakbeweging, vakbond.

Gastarbeiders

Arbeiders, vooral uit Turkije en Marokko, die in de jaren ' 60 van de twintigste eeuw tijdelijk in Nederland zouden verblijven.

Geestelijkheid

Groep mensen die tot een bepaald geloof behoort en op godsdienstig gebied leiding geeft aan de aanhangers van die godsdienst.

Geleide loonpolitiek

Overheidsbeleid dat de lonen niet of slechts langzaam stegen waardoor de Nederlandse industrie goedkoop kon produceren en veel winst kon maken.

Gerechtshoven

Rechtbank waar beroep mogelijk is tegen een uitspraak van een arrondissementsrechtbank.

Gereformeerden

Naam voor leden van de voormalige gereformeerde Kerk. Zij gingen in 2004 met de Nederlands hervormden en luthersen samen in de Protestantse Kerk van Nederland (PKN).

Geschillencommissie

Commissie die per bedrijfstak bindende beslissingen neemt in conflicten tussen consumenten en ondernemers.

Gevolg

Het resultaat van een handeling. We onderscheiden gevolgen op korte en lange termijn, bedoelde en onbedoelde, verwachte en niet verwachte gevolgen.

Godsdienst, traditionele

Godsdienst die gekenmerkt wordt door de verering van voorouders, geesten- en goden en waarbij magie wordt gebruikt tegen kwade geesten en hekserij.

Harmoniemodel

Politiek van de vakbeweging waarbij ervan wordt uitgegaan dat het meest kan worden bereikt door zoveel mogelijk gebruik te maken van onderhandelingen en zo weinig mogelijk van stakingen als middel om druk uit te oefenen op de werkgevers.

Heidenen

Naam van christenen en moslims voor mensen die niet in een God geloven.

Hervorming

De afscheiding van de Katholieke kerk door de protestanten in de 16e eeuw.

Herzuiling

Nieuwe tekenen van verzuiling van de Nederlandse samenleving vanaf de jaren ' 80 van de 20e eeuw.

Hindoe

Aanhanger van het Hindoeïsme.

Hindoeïsme

Godsdienst uit India waarbij men door een zuiver leven via reïncarnatie in een hogere kaste (bevolkingslaag waarin men geboren wordt) kan komen.

Hindoestanen

Contractarbeiders uit India, die rond 1900 naar Suriname waren gekomen, en hun afstammelingen.

Hoge Raad

Hoogste rechtscollege in Nederland waar beroep (cassatie) mogelijk is tegen uitspraak van een gerechtshof of een arrondissementsrechtbank.

Hoger beroep

Het voorleggen van een probleem aan een hogere rechter als iemand het niet eens is met de uitspraak van een rechter.

Hugenoten

Protestanten die eind 17e eeuw uit Frankrijk naar de Republiek vluchtten, omdat zij in het katholieke Frankrijk om hun geloofsovertuiging werden vervolgd.

Indo's (Indische Nederlanders

Nakomelingen uit huwelijken of relaties tussen Nederlandse vaders en Indonesische moeders.

Jurisprudentie

Uitspraken van rechters waarin uitleg wordt gegeven aan wetten.

Kantongerecht

Rechtbank waar overtredingen worden berecht en alle vorderingen tot 5000 euro, arbeidszaken en zaken rond huur, huurkoop en pachtzaken.

Kiesrecht (algemeen)

Recht van alle burgers vanaf 18 jaar om deel te nemen aan verkiezingen voor een volksvertegenwoordiging.

KVP (Katholieke Volkspartij)

Katholieke partij die in 1945 de RKSP opvolgde. Ging in 1980 op in het CDA

Lieverdje, het

Standbeeld van een straatjongen in het centrum van Amsterdam waar de provo's iedere zaterdagavond samenkwamen voor hun 'happenings'. Het Lieverdje , neergezet door een sigarettenfabrikant, gold als een symbool van 'de verslaafde consument van morgen'.

Machismo

Het haantje de voorste willen spelen van veel mannen.

ManVrouwMaatschappij (MVM)

Organisatie die streed voor gelijke rechten voor vrouwen.

'Max Havelaar'

Beroemd boek van Multatuli, gepubliceerd in 1860, waarin hij opkwam voor de Indonesische boeren die werden onderdrukt door hun eigen heersers en het Nederlandse koloniale gezag.

Michielsgestel, Sint

Een interneringskamp voor bekende Nederlanders tijdens de Duitse bezetting.

Minister

Lid van de regering en politiek hoofd van een ministerie.

Ministerraad

Vergadering van alle ministers.

Molukkers (Zuid-) Molukken

Indonesische militairen, hun gezinnen en nakomelingen, afkomstig van het eiland Ambon. De militairen hadden in Nederlandse dienst gevochten en werden in 1951 naar Nederland overgebracht.

Monarchie

Staat met een monarch(vorst) aan het hoofd.

Moslim

Aanhanger van de islam.

Nationale Ombudsman

Bemiddelaar in conflicten tussen burgers en ambtenaren van de rijksoverheid.

Nederlands Christelijk Werkgeversverbond

Samenwerkingsverbond van katholieke en protestantse werkgeversorganisaties, gefuseerd met het Verbond van Nederlandse Ondernemingen tot VNO-NCW.

Nederlands hervormden

Naam van de leden van de voormalige Nederlands hervormde kerk. Luthersen, gereformeerden en Nederlands hervormden gingen in 2004 samen in de Protestantse kerk van Nederland(PKN).

Neutrale zuil

De eigen organisatie van liberalen en mensen in Nederland die niet tot de katholieke, protestantse of socialistische zuil behoorden.

Nieuw Links

Groep vernieuwers binnen de PvdA die voor democratisering was.

NKV

Nederlandse Katholieke Vakbeweging.

NVV

Nederlandse Vak Vereniging (Socialistisch).

Ontzuiling

Het loslaten van de verzuiling. vanaf de jaren '60 in de 2oe eeuw werden veel mensen lid van organisaties die niet bij een bepaalde zuil hoorden.

Openbare werken

Alles wat door de staat wordt gebouwd, bijvoorbeeld bruggen, wegen en viaducten.

Orthodox

Streng in de leer.

Orthodox protestanten

Hielden anders dan de meerderheid onder de protestanten vast aan de letterlijke tekst van de bijbel.

Overheid

Alle mensen die zich bezighouden met het besturen van een staat.

Papiamentu/Papiaments

Op het Spaans lijkende taal die 0p de Benedenwindse eilanden wordt gesproken (Aruba, Bonaire en Curacao).

Parlement

Volksvertegenwoordiging. In het parlement zitten door de bevolking (met algemeen kiesrecht) gekozen volksvertegenwoordigers. In Nederland:de Eerste en de Tweede Kamer. Zij hebben in het land de macht.

Parlementaire democratie

Regeringsvorm waarbij de gehele bevolking in staat is via gekozen vertegenwoordigers het beleid van de regering te bepalen.

Parlementaire monarchie

Regeringsvorm met een vorst aan het hoofd maar waarin de ministers en het parlement de macht hebben.

Poldermodel

Nieuwe betrekkingen tussen werkgevers en werknemers waarbij door veel onderhandelingen gepoogd wordt overeenstemming te bereiken.

PPR(Politieke Partij Radicalen)

Nederlandse Politieke partij van vooruitstrevende katholieken, opgericht in 1968 en samen met CPN,PSP en EVP in 1989 opgegaan in Groen Links.

Premier

Voorzitter van de ministerraad (minister-president).

President

Staatshoofd van een republiek.

Priester

Geestelijke dient godsdienstige plechtigheden uitvoert of leidt.

Proces: burgerlijk(civiel)

Proces waarbij twee burgers tegenover elkaar komen te staan (of de overheid als burger tegenover een burger).

Proces: straf

Proces waarbij iemand die ervan verdacht wordt een strafbaar feit te hebben gepleegd tegenover de overheid staat.

Processie

Plechtige kerkelijke optocht, binnen of buiten de kerk.

Protestanten

(Orthodoxen, rechtzinnigen, vrijzinnigen) Aanhangers van de Hervorming.

Protestantisme

Christelijk geloof waarbij de Bijbel centraal staat, de gelovigen zichzelf besturen en direct contact met God zoeken.

Provo's

Jongeren in Nederland in de jaren '60 van de 20e eeuw, die door provocerend gedrag een ander beleid wilden afdwingen. Zij richtten zich tegen de consumptiemaatschappij en tegen de autoriteiten.

PvdA(Partij van de Arbeid)

Socialistische politieke partij, opgericht in 1946 als opvolger van de SDAP uit 1894.

Racisme

Het ongelijk behandelen van mensen omdat zij tot een andere etnische groep behoren.

Rechter

Voor het leven benoemde(tot de leeftijd van 70 jaar) ambtenaar die uitspraken doet over overtredingen en misdrijven. Iedereen moet zich aan die uitspraken houden.

Rechtelijke macht

Bevoegdheid om recht te spreken. Rechters hebben deze bevoegdheid.

Rechtsbron

Vindplaats van rechtsregel (wetten, uitspraken van rechters, verdragen en gewoonten).

Rechtsregels

Regels die schriftelijk vastgelegd zijn door de overheid. Bij overtreding kan de overheid optreden.

Rechtsstaat

Een staat waarin de mensenrechten zijn vastgelegd in een grondwet.

Referendum

De mogelijkheid voor burger om buiten de verkiezingen om vóór of tegen een wetsvoorstel te stemmen.

Regering

Het bestuur van een staat, in Nederland koningin en ministers samen.

Regeringsvorm

De organisatie van het bestuur van een staat.

Republiek

Staat met een president in plaats van een vorst aan het hoofd.

Republiek(De)

Benaming van Nederland eind 16e eeuw tot en met eind 18e eeuw.

Ridderzaal

Gebouw op het Binnenhof in den Haag, waarin de koningin ieder jaar op Prinsjesdag de Troonrede houdt.

RKSP(Rooms-Katholieke Staatspartij)

Katholieke partij die zich inzette voor eigen scholen, betaald door de overheid. heette vanaf 1945 KVP. Ging in 1980 op in het CDA.

Scheiding tussen Kerk en Staat

Verdeling van de macht in de staat: de geestelijken houden zich niet bezig met het bestuur van de staat en de regering niet met het beleid van de Kerk.

Scheiding van de machten

De verdeling van de macht in een staat tussen een wetgevende, uitvoerende en wetgevende macht.

School met de bijbel

School voor protestantse kinderen.

Schoolstrijd

Het streven van katholieken en protestanten om eigen scholen te krijgen, betaald door de overheid. Dat slaagde in 1917.

SER(Sociaal Economische Raad)

Het voornaamste adviesorgaan van de Nederlandse regering op sociaal-economisch gebied.

Sociale omstandigheden

De omstandigheden waaronder mensen in de samenleving leven(goede of slechte omstandigheden).

Sociale (on)gelijkheid

De verschillen(bijvoorbeeld arm en rijk) die er bestaan tussen bevolkingsgroepen in een land: gelijkheid: het ontbreken van de verschillen.

Sociale verzekeringen/--wetten/ - voorzieningen

Wetten en regelingen ten behoeve van zwakkeren in de samenleving, zoals zieken, gehandicapten, werkelozen, jongeren, bejaarden en migranten.

Staten-Generaal

Het hoogste gezag in de Republiek en ook in het tegenwoordige Nederland (Eerste en Tweede Kamer).

Torentje

Werkplaats van de minster-president op het Binnenhof.

Troonrede

Toespraak waarin de koningin de plannen van de regering voor het komende jaar bekendmaakt.

Tweede Kamer

Deel van het Nederlandse parlement.

Uitvoerende macht

Bevoegdheid om wetten uit te voeren. De ministers hebben deze bevoegdheid.

Vakvereniging(vakbond)

Vereniging van arbeiders met hetzelfde beroep die opkomt voor belangen van deze arbeiders.

Verbond van Nederlandse Ondernemingen(VNO)

Werkgeversorganisatie in Nederland, gefuseerd met het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond tot VNO-NCW.

Verordening

Regel van Provinciale Staten of gemeenteraden, waarin bepaalde zaken van wetten verder zijn uitgewerkt.

Verzorgingsstaat

Staat waarin de overheid door sociale wetten en verzekeringen zorgt voor alle bewoners van het land. Ook probeert de overheid de welvaart te vergroten en de kwaliteit van het leven te verhogen

Vrijzinnigen

De protestanten die vonden dat de Bijbel moest worden uitgelegd volgens de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek.

VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie)

Conservatief-liberale politieke partij, opgericht in 1948.

WAO (Wet-Arbeidsongeschiktheid)

Wet tussen 1976 en 2006 in Nederland , die recht gaf op 80% van het laatstverdiende inkomen voor wie langer dan één jaar ziek was(tot een maximum).

Werkgevers

Eigenaren van bedrijven.

Werknemers

Arbeiders.

Wet

Geschreven regeling van de overheid.

Wetboek van Strafrecht

Boek waarin strafbare feiten worden genoemd en de straffen die je kunt krijgen als je een strafbaar feit begaat.

Wetgevende macht

Bevoegdheid om wetten te maken. In Nederland hebben de Staten-Generaal (=parlement) en de ministers samen deze bevoegdheid.

WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen)

Wet sinds 2006 in Nederland, die recht geeft op 70% van het laatst verdiende loon aan degene die na twee jaar blijvend 80% van zijn loon verliest door ziekte(aan een maximum gebonden).

WOB(Wet Openbaarheid van Bestuur)

Wet in Nederland waarin de toegang voor burgers tot informatie bij bestuursorganen is geregeld.

WW(Werkeloosheidswet)

Wet uit 1952 in Nederland, die recht geeft op een half jaar uitkering bij werkeloosheid.

'Zo is het....'

Satirisch programma van de VARA in de jaren '60, dat veel ophef veroorzaakte in Nederland.

Zwevende kiezers

Groep kiezers die bij verkiezingen niet steeds op dezelfde politieke partij stemt.