We hebben 175 gasten online

Vragen en antwoorden bij SV Hfst 5 Romeinen

Gepost in Onderbouw 4e druk

Vragen en antwoorden bij hoofdstuk 5 Romeinen Sprekend Verleden

1) Welke 3 groepen waren er in Rome te onderscheiden:

a) In Rome was een groep rijke families de baas de Patriciërs. Zij hadden de belangrijkste ambten in het bestuur.

b) Plebejers dat waren alle andere vrije Romeinen.

c) De slaven vormden de derde groep en ze vormden de onderste laag van de bevolking.

2) Wat bepaalde in welke groep je terecht kwam?
Je kwam in een bepaalde groep terecht door je geboorte.

3) In welke periode veroverden de Romeinen het grondgebied van Italië?

De Romeinen veroverden het Italiaanse grondgebied tussen 500 en 275 voor Christus.

4) Wie was Hannibal, waar kwam hij vandaan en hoe heet dat land tegenwoordig?

Hannibal was de leider in de tweede Punische oorlog 218-201 voor Christus. Hij was afkomstig van Cartago dat ligt in het huidige Tunesië.

5) De Romeinen noemden hun land Imperium Romanum? Wat hield dat in?

Imperium Romanum hield in dat het rijk nu bestond uit de oorspronkelijke staat en de onderworpen staten.

6) Noem 3 van de 6 gevolgen van de veroveringen van de Romeinen.

1) Invoering van provincies,

2) Sterkere invloed van de Griekse cultuur,

3) Er ontstaat een nieuwe benedenlaag van proletariërs,

4) Beroepssoldaten nemen de plaats in van de dienstplichtige burgers,

5) Het aantal rijke mensen groeit,

6) Slaven nemen in aantal toe.

7) Na 150 voor Christus kwamen er burgeroorlogen in het Romeinse rijk voor. Wie zou daarna alleenheerser worden en welk land werd door hem onderworpen?

Alleenheerser werd Caesar; Frankrijk(Gallië) werd door hem onderworpen.

8) Noem 3 hervormingen die door Caesar werden doorgevoerd.

1) Hij maakte het voor arme mensen mogelijk om ergens anders in het rijk als boer te gaan werken. Zo'n 80.000 mensen deden dat.

2) Hij gaf de bewoners van de provincies de mogelijkheid om het Romeins burgerschap te verwerven.

3) Hij wijzigde de kalender van 355 naar 365 dagen per jaar. Om de vier jaar één schrikkeljaar met één dag meer. De maand Juli is naar Julius Caesar genoemd.

9) Waarom noemde Octavianus zich voortaan Augustus Caesar?

Octavianus noemde zich voortaan Augustus Caesar omdat de naam Octavianus te veel aan de burgeroorlog herinnerde.

10) Augustus ging, nadat hij keizer was geworden heel voorzichtig te werk. Geef daar eens voorbeelden van.

1) Hij liet de oude staatsinrichting in naam bestaan en bleef de Senaat om raad vragen.

2) Gaf zichzelf de titel 'princeps' wat betekent 'de eerste burger'.

11) Hoe zorgde Augustus ervoor dat de soldaten hem trouw bleven

1) Na 16 jaar dienst kregen de soldaten betere grond of meer geld dan vroeger.

2) Tot bevelhebbers van de troepen (legioenen genoemd) benoemde Augustus leden van de Romeinse families die hem trouw waren voor een beperkte tijd..

3) Hij liet een vloot bouwen die er twee eeuwen lang in slaagde zeeroverij onmogelijk te maken.

12)Hoe lang duurde de Pax Romana en wat verstaan we daaronder?

Tussen 30 voor Chr. en 192 na Chr. heerste er overal in het Romeinse rijk vrede. Die vrede noemen we de Pax Romana.

13) Wat betekent Romaniseren?

Romaniseren betekent het overnemen van de Romeinse cultuur.

14) De Romeinen vestigden zich ook in ons land. Hoe liep die grens in Nederland.

Van Nijmegen naar Utrecht en zo naar de Noordzee. De Rijn was de Noordgrens.

15) Noem drie belangrijke regels van de Romeinse rechtspraak.

1) Iemand is pas schuldig als zijn schuld bewezen is.

2) Alle rechten en plichten moeten in wetten zijn vastgelegd

3) Iedereen is voor de wet gelijk.

16) Het Romeinse Rijk werd in 476 na Christus in tweeën gedeeld. Leg dat eens uit.

In het Oost - en West Romeins rijk. Het Oost Romeins rijk zou veel langer blijven bestaan tot 1453.

17) Waarom werd het Rijk in Tweeën verdeeld door keizer Constantijn?

Keizer Constantijn deed dat omdat het Oosten welvarender was en beter verdedigbaar.

18) Noem vijf oorzaken voor het langzaam uiteenvallen van het West Romeinse Rijk.

1) Volken vielen het Romeinse rijk binnen.

2) Romeinse leger en vloot werden zwakker.

3) De Romeinen konden de steeds hogere belastingen niet meer betalen.

4) Er kwam steeds minder handel en nijverheid door toenemende onveiligheid.

5) Steeds meer mensen verloren het vertrouwen in het Romeinse rijk. Men ging zich alleen zorgen maken over de eigen omgeving.

19) Waarom werden veel armen en onderdrukten in de Romeinse samenleving Christen?

a) Jezus predikte dat alle mensen gelijk waren voor God

b) Jezus beloofde een beter leven na de dood.

20) Waarom waren alleen tegenover de christenen niet verdraagzaam?

a) De keizers merkten dat een christen in de eerste plaats christen was. Daarom vreesden zij dat de christenen de Romeinse regering niet zouden gehoorzamen.

b) De christenen gedroegen zich anders. Ze namen geen deel aan godsdienstige feesten ter ere van de Romeinse goden.

21) Waardoor kon het Christendom zich snel verspreiden?

a)Het bestaan van de Pax Romana waardoor de ideeën snel konden worden verbreid

b) Armen en onderdrukten voelden zich tot het christendom aangetrokken. Jezus predikte dat een ieder gelijk was voor God en hij beloofde een beter leven na de dood.

c) Veel rijke Romeinen raakten vooral onder de indruk dor de aansporingen tot goed gedrag en regels als de tien Geboden.

22)Waarom verboden de Romeinse keizers het Christendom?

De Romeinse keizers vreesden dat de christenen niet de Romeinse regering, maar hun eigen leiders zouden gehoorzamen.

22) Hielpen de vervolgingen tegen de christenen?

Nee, want hun aantal nam steeds meer toe.

23) Welke keizer stond het christendom naast andere godsdiensten toe?

Keizer Constantijn in 311 .

24) Welke keizer besloot dat het christendom de enige toegestane godsdienst zou zijn en wanneer.

Keizer Theodotius besloot aan het einde van de 4e eeuw na Christus dat het christendom de enige toegestane godsdienst zou zijn.

25) Waarom waren er 2 consuls in Rome?

Er waren 2 consuls in Rome om te voorkomen dat iemand alleenheerschappij zou krijgen.

26) Consuls hadden het recht van veto ten opzichte van elkaar? Wat hield dat in?

Zij konden door het recht van veto elk voorstel van de ander verbieden.

27) Waarom was de macht van de consuls minder groot dan het lijkt?

De macht van de consuls was minder groot dan het lijkt omdat zij maar voor één jaar gekozen werden.

28) Wat was de taak van de volkstribuun?

De taak van de volkstribuun was de belangen van de plebejers te verdedigen.

29) Wie waren er lid van de volksvergadering?

Lid van de volksvergadering waren alle Romeinse mannelijke burgers boven de 18 jaar.

30) Wat mocht de volksvergadering wel en niet?

De volksvergadering mocht wel stemmen en vragen stellen, maar niet discussiëren of voorstellen veranderen.

31) Uit hoeveel leden bestond de Senaat en wat deed de Senaat?

De senaat bestond uit honderden leden. De Senaat gaf raad aan alle ambtenaren en aan de volksvergadering. Ook bepaalde de Senaat of een voorstel aan de volksvergadering werd voorgelegd.

32) In de loop van de tijd kreeg de Senaat de meeste macht in Rome. Wat waren daar de oorzaken van?

De oorzaken daarvan waren:

a) De Senaat bestond uit zeer ervaren mensen. Alleen mensen die de hoogste ambten in Rome of in de provincies hadden vervuld, konden lid van de senaat worden.

b)De senatoren bleven hun leven lang lid van de Senaat

33) Welke twee groepen hadden helemaal geen invloed op het bestuur van Rome?

Twee groepen die helemaal geen invloed hadden op het bestuur van Rome waren de vrouwen en de slaven.

34) Er was door de groei van het Romeinse rijk een nieuwe invloedrijke bevolkingsgroep ontstaan? Hoe heet die groep en wie waren er lid van.

Die nieuwe invloedrijke bevolkingsgroep waren de nobiles; de nobiles bestond uit patriciërs en rijke plebejers.