We hebben 80 gasten online

SV Deel 1 Havo-Vwo Hoofdstuk 5 5e dr Walburg pers educatief

Gepost in Onderbouw 5e druk Walburg pers educatief

Samenvatting H5 SV

tijdvak 2

Het Romeinse Rijk

5.1 Van dorp tot Imperium

munt ceasar

Rome ontstond bij een doorwaadbare plaats in de Tiber, langs een belangrijke handelsweg naar het zuiden en groeide in de loop van de 7e eeuw voor Christus uit tot een grote stad.

Rome verovert het vasteland van Italië

Tussen 500 en 275 voor Christus veroverden de Romeinen het grondgebied van de andere volken die in Italië leefden, het laatste de Griekse koloniën in Italië. Deze hadden onder de leiding van Pyrrhus, de koning van Epirus, lang stand kunnen houden. Hij won steeds van de Romeinen maar leed uiteindelijk zoveel verliezen dat ze tot zijn eigen ondergang leiden. Daarom spreken we heden ten dage nog steeds over een Phyrrhusoverwinning.

Rome verovert het Middellandse Zeegebied

Na de verovering van Italië raakte Rome al spoedig in conflict met Cartago, een stad in Noord Afrika (ligt in het huidige Tunesië). De Cartagers ook wel Puniërs genoemd beheersten de handel in het westen van de Middellandse Zee.

De eerste Punische Oorlog ( 264-241 voor Chr.) werd gewonnen door de Romeinen. Hierdoor kregen ze Sicilië in handen. In de tweede Punische Oorlog (218- 201 voor Christus) kreeg Rome te maken met Hannibal. Deze voerde 14 jaar oorlog in Italië tegen Rome en hij won steeds. Rome werd door hem niet aangevallen en uiteindelijk werd Hannibal door Cartago teruggeroepen. De Romeinen versloegen de Cartagers in Afrika en sloten een gunstige vrede:

  • Cartago verloor al zijn gebieden buiten Afrika;
  • Cartago moest zijn oorlogsvloot vernietigen en mocht geen oorlog voeren zonder toestemming van Rome.

In de laatste twee eeuwen voor Christus breidden de Romeinen hun macht verder uit in het gebied rond de Middellandse Zee.

De Romeinen noemden hun rijk voortaan: Imperium Romanum. Een Imperium is een rijk dat bestaat uit de oorspronkelijke staat en een verzameling onderworpen staten.

rom emp 116 ad

2 De Romeinen en hun bestuurders

  • In Rome was een groep rijke families de baas de Patriciërs. Zij hadden de belangrijkste ambten in het bestuur.
  • Plebejers dat waren alle andere vrije Romeinen.
  • De slaven vormden de derde groep en ze vormden de onderste laag van de bevolking.

Het lag aan waar je geboren was of je tot de ene of de andere groep behoorde. Sommige plebejers speelden het klaar om ook Patriciër te worden.

Consuls en Volkstribunen

De Romeinen noemden hun regeringsvorm 'res publica' ('gemeenschappelijke zaak'). Dar komt ons woord republiek vandaan, een land zonder koning of keizer. De belangrijkste bestuurders waren de twee consuls en de twee volkstribunen.

De consuls:

# Voerden het leger aan.

# Hadden het recht van veto ten opzichte van elkaar, waardoor voorkomen kon worden dat één man alle macht zou kunnen krijgen.

De volkstribunen beschermden d emacht van de plebejers.

# Ze mochten een veto uitsprekentegen elk besluit van de volksvergadeing en de senaat en tegen elke ambtelijke maatregel, ook van de consuls.

# Ze konden door hun veto ook een maatregel van een andere volkstribuun verbieden.

# Ze mochten wetsvoorstellen doen.

Voor zowel de volkstribuneb als de consuls werden jaarlijks verkiezingen gehouden.

Volksvergadering en senaat

Door het grote aantal inwoners was de volksvergadering in verschillende afdelingen gesplitst. De volksvergaderig mocht wel stemmen en vragen stellen, maar niet discussiëren of voorstellen veranderen.

De senaat bestond uit honderden senatoren en gaf raad aan alle ambtenaren enaan de volksvergadering. De macht van de senaat nam steeds meer toe door:

# De senaat bestond uit zeer ervaren mensen die allen hoge ambten hadden bekleed in Rome of de provincies.

# De senatoren bleven hun leven lang lid van de senaat.

Twee groepen hadden helemaal geen invloed op het besturu: de vrouwen en de slaven.

3 De gevolgen van de veroveringen

Invoering van provincies

Het veroverde gebied buiten Italië werd in Provincies ingedeeld. Elk met eigen troepen en een Romeins bestuur.

Sterkere invloed van de Griekse cultuur

De Romeinen namen veel over van de Grieken en men ging spreken van de Grieks-Romeinse cultuur. de Griekse oppergod Zeus werd b.v. Jupiter, de god van de zee Poseidon werd Neptunes.

En de god van de liefde Aphrodite werd Venus. Ook zijn de Griekse invloeden te zien in Beeldhouwwerken, wandschilderingen, bouwkunst, literatuur, toneel en wetenschap.

Nieuwe bevolkingslaag: proletariërs

Het Romeinse leger bestaat uit dienstplichtige boeren. Door de vele veroveringsoorlogen bleven deze boeren langer dan vroeger van huis. Hun achtergebleven familieleden konden daardoor het werk niet meer aan en moesten hun land verkopen. Ze trokken naar de steden, vooral Rome.

In Rome ontstond een snel groeiende bevolkingslaag van zeer arme plebejers en vroegere boeren die alleen nog maar hun kinderen ('proles' in het Latijn) bezaten. Zij worden de proletariërs genoemd.

De proletariërs werkten b.v als bouwvakker en bij verkiezingen verkochten ze hun stem aan één van de nobiles.

Beroepssoldaten nemen de plaats in van dienstplichtige burgers

Het Romeinse leger bestond uit mannen die hun eigen wapenuitrusting konden betalen. Omdat de proletariërs toenamen bleek men niet meer in staat genoeg soldaten te werven. Men ging toen over tot het stichten van een beroepsleger.

Het aantal rijke mensen groeit

Doordat de Romeinen veel veroverden nam ook het aantal rijke Romeinen toe. Ook de belastingophalers dachten aan zichzelf.

Slaven nemen in aantal toe

Door de vele veroveringen nam ook het aantal slaven toe Schattingen spreken van een aantal van ongeveer 250.000 tussen 250 en 150 voor Christus die naar Italië zouden zijn gevoerd.

4 Caesar: vereerd, verguisd en vermoord

Rome werd na 130 voor Christus het strijdtoneel van burgeroorlogen tussen bevelhebbers. Een van hen zou alleenheerser worden, Julius Caesar. In 58 voor Christus werd hij aanvoerder van het Romeinse leger in Gallië en in negen jaar tijd slaagde hij erin heel Gallië onder Romeins bestuur te brengen(..)...

De soldaten waren als beroepssoldaten trouwer aan een succesvolle legeraanvoerder dan aan de bestuurders in Rome.

In 49 voor Christus trok Caesar met zijn leger naar Rome om zich tot consul (aanvoerder van het leger, er waren er altijd twee) te laten kiezen). Nadat Caesar de Rubicon was overgetrokken met zijn leger ontstond er een burgeroorlog die vier jaar duurde. Tijdens die oorlog bleef hij enkele maanden in Egypte en plaatste toen Cleopatra op de Egyptische troon.

Na terugkeer in Rome leefde hij echter nog maar zeven maanden waarin hij veel hervormingen doorvoerde.

  • Hij maakte het voor arme mensen mogelijk om ergens anders in het rijk als boer te gaan werken. Zo'n 80.000 mensen deden dat.
  • Hij gaf de bewoners van de provincies de mogelijkheid om het Romeins burgerschap te verwerven.
  • Hij wijzigde de kalender van 355 naar 365 dagen per jaar. Om de vier jaar één schrikkeljaar met één dag meer. De maand Juli is naar Julius Caesar genoemd.

Caesar had de leiding stevig in handen genomen maar liet de Senaat, de Volksvergadering en de ambten bestaan. Dat zou spoedig leiden tot zijn dood.

5 Augustus brengt het keizerrijk tot stand

Bevelhebbers gaan met elkaar strijden om de macht

Na de moord op Caesar kregen de moordenaars niet de steun die ze hadden verwacht. Er ontstond weer een burgeroorlog. Antonius en Octavianus streden om de macht. Nadat Octavianus ruzie had gekregen met de Senaat sloot hij zich aan bij Antonius en diens vriend Lepidus. Met steun van de Volksvergadering slaagden Octavianus, Antonius en Lepidus erin, na een bloedbad, de macht van de Senatoren te breken. Ze verdeelden nu het rijk onder elkaar. Antonius kreeg het oosten, Octavianus het Westen en Lepidus Noord-Afrika. Maar uiteindelijk slaagde Octavianus er in om hen te verslaan en werd alleenheerser.

Octavianus werd als Augustus de eerste Romeinse keizer

Omdat de naam Octavianus te veel aan de burgeroorlog herinnerde liet hij zich voortaan Augustus Caesar noemen. Augustus betekent 'de Verhevene'. Met de naam bedoelde hij dat hij boven alle partijen wilde staan. Met de naam Caesar eerde hij zijn stiefvader. De opvolgers van Augustus gingen de naam 'Caesar' als titel gebruiken. Ons woord keizer, het Duitse Kaiser en het Russische tsaar zijn er van af geleid.

Augustus wil geen alleenheerser lijken, maar het wel zijn

Augustus ging heel voorzichtig te werk.

# Hij liet de oude staatsinrichting in naam bestaan.

# Bleef de Senaat om raad vragen,

# Gaf zichzelf de titel 'princeps' wat betekent 'de eerste burger'.

Augustus organiseert het rijk goedwilde geen alleenheerser lijken, maar het wel zijn:

# Augustus bood de senaat in 27 v Christus aan al zijn macht uit handen te geven, hoewel hij wist dat ze dat niet zouden accepteren.

# Liet zich in het hele rijk met standbeelden vereren.

# Buiten Italië bevorderde hij zelfs dat hij als een God werd vereerd.

Augustus organiseerde het rijk goed

Hij lette erop Italië en de provincies goed werden bestuurd en zorgde ervoor dat de soldaten hem wel trouw bleven:

  • Na 16 jaar dienst kregen de soldaten betere grond of meer geld dan vroeger.
  • Tot bevelhebbers van de troepen (legioenen genoemd) benoemde Augustus leden van de Romeinse families die hem trouw waren voor een beperkte tijd..
  • Hij liet een vloot bouwen die er twee eeuwen lang in slaagde zeeroverij onmogelijk te maken.

6 De Pax Romana (30 voor Chr. tot 192 na Chr.)

Tussen 30 voor Chr. en 192 na Chr. heerste er overal in het Romeinse rijk vrede. Die vrede noemen we de Pax Romana.

Landbouw, handel en nijverheid bloeien, steden groeien

Het grootste deel van de bevolking werkte in de landbouw en de grond was in handen van grootgrondbezitters die het land door slaven en vrijpachters lieten bewerken.

Het merendeel van de bevolking op het platteland behoorde tot de vrije boeren, die kleine boerderijen hadden. De handel kwam tot bloei omdat men overal met dezelfde munt kon betalen.

De handel werd zelfs gevoerd met China, India en ook ten zuiden van de Sahara. Handswerklieden hadden voordeel van de handel en richtten bedrijfjes op. Het inwoneraantal van de steden nam toe en er ontstonden nieuwe steden. De grootste van al die steden was Rome en de andere steden werden naar het voorbeeld van Rome gebouwd en bestuurd. In elke stad was een Forum, een plein waarop handel werd gedreven en belangrijke bijeenkomsten werden gehouden en waarbij de belangrijkste gebouwen van de stad stonden.

Romanisering

`Met Romaniseren wordt bedoeld de Romeinse cultuur overnemen. Dit werd makkelijker doordat in de loop van de jaren men aan steeds meer inwoners het Romeinse burgerrecht verleende. Dat hield ook in dat men dan onder de Romeinse rechtspraak viel.

Ook de Romeinse legers droegen bij tot de romanisering. Niet-Romeinen konden in dienst gaan in het Romeinse leger en werden bij het verlaten van de dienst Romeins burger. Ook de legerkampen brachten Romeinse gewoonten, voorwerpen en ideeën in de provincies.

Godsdienst , opvoeding en onderwijs

Voor de Romeinse bestuurders behoorden de verering van de Romeinse goden en trouw aan Rome bij elkaar. De inwoners van het Romeinse rijk moesten deelnemen aan de officiële godsdienstige plechtigheden maar mochten daarnaast nog een andere godsdienst hebben.

De regering bemoeide zich niet met het onderwijs. Onderwijs voor jongens werd thuids gegeven. Pas later werden door burgers scholen gesticht. Op het platteland was er geen onderwijs.

Bouwwerken, beeldende kunsten

De Romeinen namen veel over van de Grieken maar ze brachten belangrijke vernieuwingen aan. Ze pasten op grote schaal de boog en de koepel in hun bouwwerken toe. Overal werden bruggen en aquaducten ( lange 'bruggen' waarover water werd geleid), theaters, badhuizen, tempels, paleizen en gerechtshoven gebouwd.

De Griekse beeldhouwers gaven het menselijk lichaam weer in een geïdealiseerde (mooiere) vorm. Veel Romeinse beeldhouwers echter probeerden de mensen er precies als in werkelijkheid uit te laten zien.

Taal en literatuur

Vergelius was de schrijver van het epos Aeneas dat gaat over de schepping van het Romeinse rijk. Van de geschiedschrijvers werden Livius(over de geschiedenis van Rome), Tacitus( over de Romeinen in Nederland), Plutarchus (schreef in het Grieks) en Suetonius (schreef over Caesar) veel gelezen. Latijn werd tot in de 19e eeuw op de universiteiten gesproken en geschreven en werd de taal van de christelijke Kerk. Op de gymnasia is Latijn nog steeds een verplicht vak.

Het recht

Onze rechtspraak draagt er nog steeds een aantal kenmerken van.

Wat was er zo bijzonder aan het Romeinse recht?

Belangrijke ideeën over de Romeinse rechtspraak zijn:

  • alle rechten en plichten van mensen moeten in wetten worden vastgelegd;
  • alle wetten moeten wel voor iedereen gelijk zijn.

Belangrijke Romeinse regels op het gebied van de rechtspraak zijn:

  • Een verdachte moet als onschuldig worden gezien tot zijn schuld is bewezen.
  • Een verdachte moet de kans krijgen zich tegen de aanklacht te verdedigen.
  • Als er twijfels bij de rechters moet de verdachte worden vrijgesproken.
  • De rechters moeten onafhankelijk van de regering zijn ( anders zou een burger in een conflict met de regering altijd verliezen).
  • Niemand mag gestraft worden voor wat hij denkt.
  • Niemand mag voor hetzelfde feit twee keer veroordeeld worden.
  • Als een daad niet door de wet wordt verboden, mag die daad niet worden bestraft.

7 De ondergang van het West-Romeinse Rijk

Herhaaldelijk vallen op verschilelnde plaatsen volken het Romeinse Rijk binnen. En vestigden zich ook volken binnen het Romeinse Rijk.

Romeinse leger en vloot worden steeds zwakker

Romeinse leger en vloot werden steeds zwakker omdat men de soldij van de soldaten niet wilde of kon verhogen. Zelfs krijgsgevangenen werden ingezet.

De belastingen werden voor de meesten ondraaglijk hoog

De Romeinen konden de steeds hogere belastingen niet meer betalen. De oorlogen kosten heel veel geld, maar ook d eburgeroorlogen

Er komt minder handel en nijverheid door grotere onveiligheid

Het lukte de vloot niet meer de Middellandse Zee vrij te maken van zeerovers. Ook het reizen over land was niet meer veilig en wegen werden onvoldoende onderhouden. Stijgende prijzen en afnemende handel en nijverheid droegen er ook aan bij.

Geen vertrouwen meer in Rome, alleen zorg over eigen omgeving

Men had geen vertrouwen meer in het West-Romeinse Rijk, alleen nog maar zorg voor de eigen omgeving. Men ging zich steeds minder Romein voelen.

Splitsing in een West- en een Oost-Romeinse rijk

Keizer Constantijn besloot in 330 de hoofdstad van het Romeinse rijk naar het oosten te verplaatsen, omdat het daar welvarender en beter verdedigbaar was. In 395 na Chr. werd het Romeinse rijk in tweeën gedeeld. Er kwam een Oost-Byzantijnse rijk dat tot 1453 zou blijven bestaan. Aan het West Romeinse rijk kwam in 476 een einde.

8 Het Christendom ontstaat in het Romeinse Rijk

Het Jodendom

Zij geloofden in één almachtige God. Zij geloofden bovendien dat hun God de enige ware was en dat zij het uitverkoren volk waren. De godsdienstige opvattingen van de Joden worden het Jodendom genoemd. Zij staan in het oude Testament. de Joden geloofden dat God hun een grote staat zou geven. Toen de Joden telkens door een ander volk werden overheerst, kwam het geloof in een verlosser op. Deze door God gezonden verlosser, zou hun staat bevrijden van vreemde overheersers.

Jezus van Nazareth

De volgelingen van Jezus zeiden dat hij een goddelijk wezen was, zoon van God. Hij kreeg ook de naam Christus. Dat is een Grieks woord dat gezalfde betekent. De aanhangers van Christus werden christenen genoemd.

Christenen geloven dat God zijn zoon Jezus als verlosser naar de aarde heeft gestuurd om de mensen van de zondeval te redden. Jezus zou na zijn dood verrijzen en terugkeren naar de aarde en alle aardse rijken verenigen en het Koninkrijk van God stichten. Het Joodse verlossingsideaal werd zo door de christenen uitgebreid tot alle mensen. De ideeën van Christus werden door zijn belangrijkste volgelingen (apostelen) verder onder de mensen verbreid.

Het Christendom vastgelegd in de bijbel

Met het christendom worden de godsdienstige opvattingen van de christenen bedoeld. De opvattingen staan in de bijbel. De bijbel bestaat uit twee delen: het Oude- en het Nieuwe Testament.

De verbreiding van het christendom

De verbreiding kwam vooral door:

  • Het bestaan van de Pax Romana waardoor de ideeën snel konden worden verbreid;
  • Armen en onderdrukten voelden zich tot het christendom aangetrokken. Jezus predikte dat een ieder gelijk was voor God en hij beloofde een beter leven na de dood;
  • Veel rijke Romeinen raakten vooral onder de indruk dor de aansporingen tot goed gedrag en regels als de tien Geboden.

Vervolgingen van het christendom

christendom

 

De Romeinse keizers vreesden dat de christenen niet de Romeinse regering, maar hun eigen leiders zouden gehoorzamen. Het christendom werd verboden en vervolgingen begonnen. De keizers merkten dat de vervolgingen niet hielpen en zagen de aanhang van de christenen groeien. In 313 na Christus bepaalde keizer Constantijn dat christenen goede burgers konden zijn. aan het einde van de 4e eeuw bepaalde keizer Theodosius zelfs dat het christendom de enig toegestane godsdienst was. Als wat met de oude godsdiensten te maken had werd afgeschaft.

De triomf van het christendom

De triomf van het christendom zou nieuwe problemen geven. Hoe moest men omgaan met aanhangers van andere godsdiensten? Op hun beurt gingen de christenen die mensen vervolgen. Ook ketters ( dat zijn mensen die over belangrijke geloofszaken anders dachten dan de christelijke leiders) werden vervolgd. En er ontstonden problemen omdat keizers en kerkelijke leiders met elkaar in botsing kwamen.

Zie voor hoofdstuk 6 SV Deel 1 Havo-Vwo Hoofdstuk 6 5e dr