We hebben 88 gasten online

SV Tweede Fase VWO Hoofdstuk 14 Deel D

Gepost in Tweede Fase 4e druk

6) Kolonisatie en dekolonisatie van Zwart-Afrika

De komst van de Europeanen

De eerste Europeanen aan de West-Afrikaanse kust waren Portugezen. Dat was rond 1450.

In de loop van de 17e eeuw werden zij ten dele verdrongen door Britten, Fransen en

Hollanders en Denen. De Europeanen kwamen om handel te drijven. In het begin

producten als goud, specerijen en ivoor. Maar de slavenhandel werd darna het belangrijkste.

Zo ontstond er een driehoekshandel.

In Afrika beperkten de Europeanen zich vierhonderd jaar lang tot factorijen.

De forten die men bouwde waren bedoeld tegen Europese concurrenten. De

Europeanen beperkten zich om twee redenen voornamelijk tot het stichten van

deze nederzettingen:

Afrika bleek bijzonder ongezond voor de blanken (ruim de helft stierf binnen een jaar).

Vanuit het binnenland werden voldoende slaven en andere producten aangevoerd

door Afrikaanse handelaars.

Maar enkele gebieden kregen al vroeg het karakter van een kolonie Angola in de

16e eeuw en Zuid-Afrika in de 17e eeuw.

Een schatting geeft aan dat er 11.479.000 miljoen slaven zijn verhandeld waarvan

er ongeveer 10 miljoen levend in Amerika aankwamen. De meeste kwamen uit

West-Afrika. In de 19e eeuw kwamen ook Oost-Afrikanen naar Amerika. Meer

dan de helft van de Afrikaanse slaven kwam niet in Amerika terecht maar in

het Midden-Oosten.

De gevolgen van de slavenhandel voor het verloop van de geschiedenis van

Afrika, daarover zijn onderzoekers het niet eens met elkaar. Een feit is in

ieder geval wel dat de slavenhandel een gevoel van superioriteit bij de

blanken bevestigde.

Ontdekkingsreizigers gaan het binnenland van Afrika verkennen

Tot de 19e eeuw beperkte men zich tot het kustgebied van Afrika. Daarna

gaan ontdekkingsreizigers het binnenland intrekken. Waarom deed men dat?

Een van de oorzaken was de invloed van de Wetenschappelijke Revolutie.

In Engeland werd de African Society opgericht en in Frankrijk de Societe de

Geographie met als doel het binnenland te ontdekken.

Een andere oorzaak was de invloed van het christendom. Men wilde de

'heidenen' bekeren.

Een derde oorzaak was economisch: het zoeken van andere

handelsmogelijkheden in plaats van de slavenhandel.

Voorlopig kwam er echter alleen in de kuststreken van West-Afrika een

nieuwe handel op gang: die in palmolie.

West-Europese staten verdelen en koloniseren bijna heel Afrika

In de tweede helft van de 19e eeuw werd bijna heel Afrika opgedeeld in koloniën

door West-Europese staten. Via kleine expedities naar het binnenland dwong

men heersers hun handtekening te zetten onder een verdrag dat een beplaald

gebied onder 'bescherming' plaatste van een Europese staat. Hiermee vergrootte

men hun invloed. De West-Europeanen gaven er de voorkeur aan in Afrika vreedzaam

te werk te gaan maar als dreigementen niet hielpen grepen de blanken met geweld in.

De vaak kleine legers die Afrika veroverden, bestonden voor het overgrote deel uit

Afrikanen geleid door Europese officieren: er waren genoeg mannen bereid als

beroepssoldaat in dienst van Euroese regeringen te treden.

Veel Afrikanen nemen uitingen van westerse cultuur over

Alle stadsbewoners pasten zich gedeeltelijk aan de westerse cultuur aan.

Allen spraken min of meer de taal van de koloniale machthebber. Sommige

Afrikanen probeerden een mengvorm tot stand te brengen tussen de

Euroepse en Afrikaanse cultuur terwijl andere de Afrikaanse cultuur benadrukten.

De Frans sprekende Afrikanen noemden deze stroming négritude. Een van de

belangrijkste voormannen werd de latere president van Senegal, Lèopold Senghor.

Rascisme leidt tot gewapenden onderdrukking en paternalisme

De meeste Europeanen vonden dat zij superieur waren aan de Afrikanen omdat

de blanke meer ontwikkeld was, 'beschaafd' en niet 'barbaars'. Het rascisme uitte

zich op vele manieren. In de 19e eeuw vond het zijn uitwerking in gewelddadige

onderdrukking. In de 20e eeuw kreeg het paternalisme de overhand.

Uit het koloniaal beleid op het gebied van het onderwijs blijkt, dat de Europeanen

geen risico wilden lopen hun superioriteit te verliezen. Het onderwijs was er vooral

om tolken en administratief personeel voor regering en bedrijfsleven op te leiden.

Men vreesde voor 'eigenwijze' Afrikanen' die meer wilden. In de meeste koloniën liet

men het onderwijs over aan missie en zending. Allen de Franse regering voerde een

duidelijke onderwijspolitiek.

Toch was een bijkomend gevolg dat goed opgeleide Afrikaners het bestuur ging

bekritiseren. Ondanks hun opleiding bleven de Afrikanen ongelijkwaardig aan de

Europeanen.

Verzet van de Afrikanen

Afrikanen bleken niet opgewassen tegen de organisatie en bewapening van de

Europeanen. Dat bleek b.v in West-Afrika. Ondanks een guerilla-strijd van 16 jaar

door Samouri Touré (1882-1898) viel het gebied in Franse handen. In Soedan lukte

het niet tegen de Engelsen en in Zuid-Afrika wonnen uiteindelijk de Britten de strijd

ten koste van duizenden Zulu-doden. Begin 20e eeuw brak er in Tanganjilka (Tanzania)

de Maji-Maji-opstand uit tegen de Duitsers, omdat die de bevolking dwong tot katoenbouw.

De opstand werd neergeslagen en leidde tot grote verleizen. In Zuid-West-Afrika leden de

Hetero's zware verliezen tegen de Duitsers. Men hield maar ongeveer 21 % over van de

bevolking.

Tot de Eerste Wereldoorlog kwamen opstanden regelmatig voor. Men zocht nu naar

andere soorten van verzet die meer kans van slagen hadden: de nationalistische bewegingen.

Veel staten verkrijgen onafhankelijkheid op vreedzame wijze.

De Britse kolonie Goudkust (Ghana) bracht de dekolonisatie in Afrika op gang.

De Britten waren eerder dan de andere bereid om hun koloniën de onafhankelijkheid

te verlenen. In de Britse koloniën waren meer goed opgeleide nationalisten

In Ghana werd de Convention People de belangrijkste politieke partij onder leiding

van Kwame Nkrumah. Deze behaalde een grote verkiezingsoverwinning. De Britten

gaven eerst zelfbestuur in 1954 en later volledige onafhankelijkheid. Van toen af

heet het land Ghana.

In 1960 verkeeg Nigeria de onafhankelijkheid maar het land bestond uit veel bevolkingen

en deze hadden ook verschillende godsdiensten. Een en ander leidde tot verdeeldheid

en Nigeria werd een federale staat. Nigeria zou het toneel worden van veel interne strijd.

In 1946 kwam er een einde aan gedwongen arbeid in het Franse koloniale rijk. De inwoners

van Afrika zouden burgers worden van groot-Frankrijk. De dekolonisatie van de Franse

koloniën kwam in 1958 in een stroomversnelling terecht. De Gaulle maakte een einde aan

de koloniale oorlog in Algerije en liet veertien gebieden zelf kiezen voor Groot-Frankrijk of

de onafhankelijkheid. In 1960 stemde de Gaulle er in toe om alle gebieden in Zwart-Afrika

de onafhankelijkheid te verlenen.

In sommige staten verliep de dekolonisatie gewelddadig

In Belgisch Congo was van een goede voorbereiding op de dekolonisatie geen sprake. In

de steden vormden Afrikanen politieke partijen die naar onafhankelijkheid streefden.

Sommige waren voor een federale structuur andere zoals Mouvement National Congolais,

in 1958 opgericht door Patrick Lumumba, wilden een sterke nationale regering . In 1959 liep een demonstratie uit de hand en politici in Brussel besloten Congo een jaar

later de onafhankelijkheid te verlenen. Lumumba werd de eerste minister-president van

een coalitiekabinet. Er ontstond chaos in het land en Katanga scheidde zich af

(rijk aan delfstoffen). Een burgeroorlog van vijf jaar volgde. Lumumba werd verdacht

van communistische sympathiën, werd door tegenstanders vermoord, en het land werd

32 jaar lang, vanaf 1965, bestuurd door Mobutu.

Een andere belangrijke oorzaak van gewelddadige dekolonisatie was het bestaan van

een aantal vestigingskolonies.

Tegenover vestigingskolonies stonden handelskolonies.

Een van de vestigingskolonies was Kenya. Om blanke boeren van voldoende grond te

voorzien werd grond van de Kikuju ontweigend. Deze kwamen daartegen in opstand.

Zij noemden zich de Legers voor Grond en Vrijheid, door de Britten Mau-Mau- beweging

genoemd. Militair gezien mislukte hun opzet, maar politiek gezien zou het een succes

worden. De Britse regering staakte haar steun aaan de blanke boeren en belegden

met de belangrijkste politieke leider, Jomo Kenyatta en andere Afrkanen een conferentie

waarop zij het eens werden over een grondwet. In 1963 werd het land onafhankelijk en

Kenyatta werd president. Met Britse financiële steun werd een deel van het land verdeeld

onder Afrikaanse boeren.

Een apart verloop had de dekolonisatie van de Portugeese koloniën Angola, Mozambique,

Guinee-Bissau en de Kaap Verdische eilanden. Portugal wilde zijn koloniën niet loslaten.

Toen de koloniën dat merkten ontstond er een guerillaoorlog. Vanaf begin jaren '60 tot

1974 werd er gevochten. Er kwam een einde aan de strijd door de 'Anjerrevolutie' in

Portugal zelf. Die leidde tot de onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.

Ook de strijd om de Britse vestigingskolonie Rhodesië verliep gewelddadig. Sinds 1963

hadden de blanken er zelfbestuur en in 1965 verklaarde men zich onafhankelijk. Engeland

greep niet in. Enkele Afrikaanse partijen begonnen een guerillaoorlog die uiteindelijk in 1980

leidde tot algemene verkiezingen waarbij de partij van Robert Mugabe won. Hij werd premier

en zou het land tot de rand van de afgrond brengen. Rhodesië wordt nu Zimbabwe genoemd.

7) Kolonisatie en dekolonisatie van India

Rond 1500 drongen de Portugezen als eerste door in de Aziatische wateren. Men wilde er de

missie brengen en specerijen verkrijgen. Ze stichtten Goa aan de West kust van India, maar

drongen niet door in het binnenland. Ook de Nederlanders, die de Portugezen in de loop van

de 17e eeuw verdrongen, deden dat niet. Uiteindelijk bleken de Britten het sterkste en in 1761

versloegen ze de Fransen. De Britten beperkten zich in het begin tot het drijven van handel en

het veroveren van enkele voor de handel belangrijke gebieden. Na het verlies van de

Amerikaanse koloniën legde men daar het zwaartepunt onder leiding van de

Britse-Oost-Indische-Compagnie. Maar na een grote opstand tegen het koloniale gezag

nam de Britse regering het gezag zelf in handen.

Er waren twee voordelen voor de boeren:

De Britten verbeterden de verbindingen;

Ook de gezondheidszorg werd beter waardoor het sterftecijfer terugliep.

Door de snelle toename van de bevolking werd dit weer teniet gedaan.

In handel en nijverheid gngen veel Indiërs erop achteruit, sommige erop vooruit

Voor de komst van de Britten verwerkten men zelf de grondstoffen. Na de

industrialisatie kwamen de meeste producten daar vandaan. Er ontwikkelden zich

echter ook industriën die de concurrentie wel aankonden met de Britten zoals

textielfabrieken in Bombay en ijzer-en staalproducenten zoals van de familie Tata.

Van de betere verbindingen profiteerden echter vooral de Britten.

Gebruiken die de Britten barbaars vonden, werden afgeschaft

  • Men vaardigde wetten uit tegen het vermoorden van meisjesbaby's

  • men vaardigde wetten uit tegen het brengen van mensenoffers;

  • Men verbood het gebruik om vrouwen levend mee te verbranden bij de

  • dood van hun echtgenoot(Sati).

Engelse taal en onderwijs werden ingevoerd voor de Indische bevolking

In India werden vele talen ghesproken. Engels werd de taal waarmee de bovenlaag

van Britten en Indiërs zich bedienden. Het onderwijs was sterk Europees gericht.

Een deel van in het Westen gevormde Indiërs zoals Ghandi en Nehru had aan Britse

universiteiten gestudeerd en hadden daarbij een grondige kennis opgedaan van

democratie en nationalisme. Deze gingen zich organiseren.

Nationalisten gaan ijveren voor onafhankelijkheid

In 1885 werd het Indian National Congress opgericht. Zij aanvaardden het Britse

bestuur maar vonden dat zij als Indiërs dezelfde rechten meosten hebben als de

inwoners van de blanke delen van het Britse wereldrijk. Het ging hun vooral om

meer verantwoordelijkheid bij het bestuur van het land en om verbetering van het

onderwijs.

Onder de hindoes, die in het Congress ver in de meerderheid waren, ontstond een

radicale stroming onder leiding van Tilak (1856-1920). Hij was zowel anti-westers

als anti-moslim. Hij beriep zich niet op het Britse recht maar op zijn geboorterecht

als Indiër. En dat betekende zelfbestuur.

Inmiddels hadden de meeste moslims zich uit het Congress teruggetrokken, bang

door de hindioes te worden overheerst. In 1906 werd de All Indian Moslim League

opgericht. Later werd Mohammed Ali Jinnah (1876-1948) er de leider van. Na de

Eerste Wereldoorlog werd Mahatma Ghandi de belangrijkste leider van het Congres.

Hij ijverde voor het samengaan van Hindoes en Moslims. Hij pleitte voor geweldloosheid

en burgerlijke ongehoorzaamheid als middelen om de onafhankelijkheid te bereiken.

Ook kwam hij op voor de lagere kasten en onaanraakbaren. Het kastenstelsel hoort

bij het hindoïsme.

Ghamdi deed dus een beroep zowel op het geboorterecht van elke Indiër als op de

rechtsregels van de Britse parlementaire democratie. Die twee waren voor hem niet

in tegenspraak. Ghandi werd door de Britten vaak gevangen gezet , maar ook vaak

voor gesprekken uitgenodigd. In 1935 kregen de provincies volledig zelfbestuur en

een eigen volksvertegenwoordiging. Achttien procent van de bevolking kreeg kiesrecht.

Het Congres werd een politieke partij.

Splitsing in de Congrespartij tussen hindoes en moslims

Ghandi kreeg onder de bevolking veel steun voor zijn streven naar eenheid onder de

nationalisten. Bij leiders als Nehru en Jinnah ontstonden er echter andere gedachten.

Ze gingen steeds meer ijveren voor een aparte moslimstaat. Tijdens de tweede

wereldoorlog werkten ze met de Britten samen. Ghandi en de Congrespartij begonnen

echter een anti-Britse 'Verlaat-Indié- Campangne. Ghandi werd door de Britten

gevangengezet. In 1944 werd hij vrijgelaten. Hij riep moslims en hindoes op zowel

trouw te zijn aan de eigen godsdienst als aan elkaar. Zijn poging was vergeefs.

Ontstaan van India en Pakistan

india en pakistan

In 1947 werd de poging om de eenheid te bewaren opgeheven. Er ontstonden

twee staten: India en pakistan. Pakistan bestond toen uit twee uiteenliggende

delen: West- en Oost-Pakistan. Tegelijkertijd kwam er en grote trek op gang van

ruim vijftien miljoen mensen omdat het niet goed mogelijk was de grenzen precies

volgens godsdienstige lijnen te trekken. Ghandi voerde vergeefs actie voor verzoening

en werd in januari 1948 vermoord door een radicale hindoe.

Dit is het einde van Hoofdstuk 14

Zie voor hoofdstuk 15 ASV Tweede Fase VWO Hoofdstuk 15 Deel A