We hebben 227 gasten online

SV Tweede Fase Havo Hoofdstuk 14 Deel C

Gepost in Tweede Fase 4e druk

Kolonialisme en nationale staten in het Midden-Oosten

Arabieren vormen een imperium

Nog voor de dood van de profeet Mahammed was heel het Arabisch schiereiland door zijn vogelingen veroverd. In enkele jaren werden grote delen van het Perzische en Oost-Romeinse (Byzantijnse) rijk onder de voet gelopen, evenals de kuststrook van Noord-Afrika. In 711 stak een Arabisch leger onder leiding van Tarik de zeestraat tussen Afrika en Spanje over. Het grootste deel van het Ibrisch schiereiland werd vervolgens veroverd. De Arabieren trokken zelfs het Frankische rijk binen. Daar werd een Arabisch leger echter door een Frankisch leger verslagen. Pogingen van de Arabieren om via de Balkan Europa binnen te dringen mislukten.

christian mohammedan

Voor deze snelle verovering kunnen verschillende oorzaken worden aangewezen:

  • Het godsdienstig enthousiasme van de moslims. De koran beloofde degenen die bij de uitvoering van de djihad sneuvelden, toegang tot het paradijs.

  • De strijdlustige aard van de Arabische bedoeïnen. Met name door de ruiterij beschikten de Arabieren bovendien over een sterk leger.

  • In Arabië heerste overbevolking. Door het tekort aan voedsel in het eigen land werden de Arabieren aangetrokken door vruchtbare gebieden als Mesopotamië.

  • Het Perzische en het Oost-Romeinse rijk hadden elkaar lang bestreden en waren daardoor zeer verzwakt en eenvoudig te veroveren.

  • De verdraagzame houding van de islam stak gunstig af tegen de vervolging van godsdienstige minderheden in het Oost-Romeinse rijk. Grote groepen zagen de Arabieren als bevrijders. Werd men moslim dan was men niet langer tweederangs burger.

De ondergang van het Arabisch Imperium

In de 8e eeuw viel het rijk gedeeltelijk uiteen. Twee families streden om de functie van kalief: de Omajjaden en de Anbbassieden. De Abbassieden wonnen; ze richtten een bloedbad aan onder hun tegenstanders en namen het kalifaat over in 750. Eén lid van de Omajjaden-familie wist te ontkomen en vluchtte naar Spanje waar hij een eigen kalifaat stichtte met Cordoba als hoofdstad. Aan het eind van de 10e eeuw kwam het tot een tweede afscheiding: het kalifaat Egypte met als hoofdstad Caïro.

Later in de Middeleeuwen kregen de Arabieren veel aanvallen van buiten te verduren. De kruistochten vanuit West-Europa, vanaf 1096, hadden tijdelijk succes. Met de val van Cordoba in 1492 werden de moslims definitief uit Spanje verdreven. Vanuit Azië werden de Arabieren bedreigd door de Mongolen.

De Turken vormen een Imperium

Vanuit Centraal-Azië waren de Turken in de 13e eeuw Klein-Azië binnengetrokken en hadden daar een staat gesticht. Ze namen de islam over en veroverden de laatste resten van het Oost-Romeinse (Byzantijnse ) rijk. In 1453 viel de Oost-Romeinse hoofdstad Constantinopel, die zich altijd met succes tegen de Arabieren had weten te verdedigen. Constantinopel werd Istanboel. De Turken veroverden kort daarna de Balkan en het grootste deel van het Midden-Oosten.

ottomaans imperium

De Turken wisten hun rijk vijf eeuwen bijeen te houden. Hun heersers, sultans, regeerden met harde hand. Om hun leger te kunnen betalen legden ze de bevolking zware belastingen op. Regelmatig braken er daarom opstanden uit die echter werden neergeslagen.

Onder de Arabische overheersing had het Midden-Oosten een bloeiperiode meegemaakt, die de cultuur van West-Europa overtrof. Onder de Turkse heerschappij kwam daarin verandering.

Het Turkse Imperium komt in financiéle problemen

In de loop van de 17e eeuw kwam er een einde aan de Turkse veroveringen. Nu zijn geen nieuwe oorlogen voerden, behaalden zij ook geen oorlogsbuit meer; die oorlogsbuit was - naast de belastingen - een belangrijke bron van inkomsten waaruit zij hun legers betaalden. Om aan voldoende geld te komen ging de Turkse regering geld lenen in West-Europa. Maar omdat deze leningen niet konden worden terugbetaald, was de Turkse regering genoodzaakt steeds meer voorrechten aan West-Europese staten toe te staan.

Invloeden uit West-Europa verzwakken het bewind van de sultans

Het leger werd naar West-Europees voorbeeld gemoderniseerd. Aanvankelijk werd Frankrijk als leermeester beschouwd, later Duitsland. West-Europeese officieren werden als adviseurs en leraren op militiare scholen tewerkgesteld. Westerse missionarissen en zendelingen werd het toegestaan scholen op te richten. Het vertalen en drukken van westerse boeken werd aangemoedigd. Bibliotheken waar men deze boeken kon lezen werden opgericht. Voor het invoeren van een parlementaire democratie voelden de sultans echter niets.

De maatregelen van de sultans zouden andere gevolgen krijgen dan zij hadden bedoeld. De officieren maakten bijvoorbeeld niet alleen kennis met westerse strijdmethoden, maar ook met allerlei andere westerse denkbeelden zoals vrijheid, gelijkheid, democratie, nationalisme, scheiding tussen godsdienst en staat.

Arabisch en ander nationalisme

Missionarissen en zendelingen droegen bij tot het ontstaan van het Arabisch nationalisme onder een groot deel van de bovenlaag van de bevolking in de Arabische wereld. De Arabische nationalisten zouden zich eerst tegen de Turken keren en kort daarop tegen de Fransen en Britten. Ook in het Europese deel van het Turkse rijk kwamen nationalistische stromingen op. Dit zou in de loop van de 19e eeuw leiden tot de onafhankelijkheid van Griekenland, Bulgarije, Servië, Roemenië en Albanië.

West-Europees imperialisme krijgt greep op het Turkse imperium.

Door de industrialisatie nam de belangstelling voor het Midden Oosten toe:

  • Naast oude handelsproducten werden grondstoffen als katoen, ijzererts en olie uit het Midden-Oosten belangrijk voor de economie van West-Europa.

  • De fabrikanten zochten naar vergroting van hun afzetgebied.

  • Toen het Suez-kanaal was gegraven werd het Midden-Oosten ook belangrijk als verbindingsweg naar Azië.

De West-Europese staten wisten hun invloed in het Turkse Rijk te vergroten:

  • West-Europese kooplieden waren niet onderworpen aan de Tukse rechtsspraak.

  • Frankrijk en Groot-Brittannië bezettten delen van het Turkse rijk. Frankrijk bezette in 1830 Algerije, in 1881 Tunesië, en in 1912 Marokko. Linbanon en Syrië werden weliswaar niet doopr Frankrijk bezet, maar de Franse invloed was er groot, omdat Frankrijk zich opwierp als beschermer voor de daar wonende christelijke minderheden. Groot-Brittannië veroverde in 1878 Cyprus, Egypte in 1882 en Soedan in 1898. Ook bezette Groot Brittannië enkele steunpunten langs de handelsroute aan de Rode Zee en de Perzische Golf.

Het Duitse rijk onder leiding van keizer Wilhelm II bouwde goede betrekkingen met de Turken op. De Duitsers verwierven eind 19e eeuw de rechten om olie en andere delfstoffen te winnen in ruil voor leningen en hulp bij de modernisering van het leger en de aanleg van een spoorlijn van Istanboel naar de Perzische Golf. Dat leidde in de 1e wereldoorlog tot een bondgenootschap dat het einde zou betekenen van het Turkse rijk.

na de 1e wereldoorlog

legenda na 1e wo

Reacties op Europse overheersing

Eeuwenlang was de wereld van de islam superieur geweest aan die van Europa. Waaraan was nu het Europese overwicht toe te schrijven?

De moslims waren ervan overtuigd dat het niet aan de islam lag, maar aan de wijze waarop deze door de mensen werd uitgelegd. Als de islam werd gezuiverd van defaitisme en onderdrukking en als men enkele zaken zoals de technologie overnam, dan zou de Arabische wereld het Westen kunnen weerstaan. Deze groep moslims wordt wel met het woord reformisten aangeduid.

Een andere groep moslims, de fundamentalisten, zocht de oorzaken ook in het afwijken van de zuivere leer van de islam. Voor het terugdringen van de westerse invloed was volgens deze groep voldoende terug te keren naar de ware leer en zuivere islamitische staat zoals ten tijde van Mohammed.

De stichting van een nieuw Turkije

De Turkse officieren die in contact waren gekomen met westerse denkbeelden, de Jonge Turken genoemd, grepen in 1908 met steun van hun soldaten de macht in het rijk. Al gauw werden de liberalen onder deze officieren terzijde geschoven door radicale nationalisten die zowel de westerse als de islamitische cultuur ondergeschikt wilden maken aan de Turkse cultuur. De Turkse cultuur werd met harde hand aan de bevolking opgelegd. Het meest berucht werd de slachting onder de Armeniërs in 1915. Hierdoor werd echter ook het verzet tegen hun heerschappij opgewekt.

Na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog moest de Turkse regering een verdrag ondertekenen dat het einde betekende van het Turkse rijk. In Europa werd het Turkse grondgebied teruggebracht tot Istanboel en directe omgeving. In Het Midden-Oosten werd alleen Klein-Azië behouden.

Het 'nieuwe Turkije ' kreeg een nieuwe regering onder leiding van generaal Moestafa Kemal. Na een harde strijd met de langs de kust wonende Grieken kreeg Turkije weer zeggenschap over het kustgebied. Bij het vredesverdrag van 1923 werden 1.500.000 Grieken gedwongen Turkije te verlaten en 400.000 Turken werden Griekenland uit gezet. Nog steeds is er sprake van tegenstellingen tussen Grieken en Turken bijvoorbeeld rond Cyprus.

De regering van Moestafa Kemal wilde van Turkije een moderne staat maken naar Westers model. Men voerde daarvoor de volgende veranderingen door:

  • Het kalifaat werd opgeheven. Dus was er sprake van een scheiding tussen kerk en staat.

  • De rechtsopraak werd niet meer op de sharia gebaseerd, maar op wetboelen naar westers model.

  • Naast godsdienstig onderwijs kwam er ook openbaar onderwijs.

  • Vrouwen kregen dezelfde rechten als mannen. Polygamie werd verboden.

  • Mannen en vrouwen werd aangemoedigd zich westers te kleden.

  • De infrastructuur werd verbeterd.

  • Nieuwe industrién werden opgezet.

Een groot deel van de bevolking steunde het verwesteringsproces niet. De grootgrondbezitters moesten niets hebben van landhervormingen. De islamitische geestelijken waren tegen de hervormingen gekant, omdat die de invloed van de islam beperkten.

Bij de verkiezingen van 1950 bleek een partij van grootgrondbezitters en moslims veel aanhang te hebben. De partij werd verboden. dat overkwam in 1981 ook een partij die de vestiging van een islamitische staat nastreefde. In de Tweede Wereldoorlog bleef Turkije neutraal. Toen Rusland terriotoriale aanspraken maakte op bepaalde Turkse gebieden zocht Turkije steun bij de VS, waarvan het economische en militaire steun kreeg. In 1952 werd Turkije lid van de Navo.

Arabisch nationalisme door Frankrijk en Groot-Brittannië tegengewerkt.

brittan and the me 1917 1971

Na de Eerste wereldoorlog kwam er geen onafhankelijke Arabische staat in de 'vruchtbare maansikkel'. In plaats daarvan kregen Groot-Brittannié en Frankrijk mandaatgebieden uit naam van de Volkenbond. De Fransen onderdrukten het verzet in hun mandaatgbieden hardhandig. Damascus werd tweemaal door hen gebombardeerd. Pas in 1945 zou Frankrijk zich terugtrekken uit Syrië en Libanon. De Britten verleenden al voor de Tweede Wereldoorlog zelfstandigheid aan gebieden, behalve aan Palestina.

Maar er was niets terechtgekomen van één grote Arabische staat. Oorzaken daarvoor waren onder andere:

  • Arabische activisten waren tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Turken geexecuteerd.

  • De mandaatgebieden bevorderden niet de samenwerking en leidden tot het ontstaan van nationalistische bewegingen.

  • Ieder mandaatgebied had eigen problemen.

  • Het Arabische nationalisme was pas van recente datum.

Nationale staten worden gesticht

Groot Brittannië en Frankrijk droegen door hun verdeling van Noord-Afriika ook bij tot het ontstaan van lokaal nationalisme. Egypte was in 1882 door de Britten bezet. In 1922 werd het officieel een koninkrijk, maar de Britten hielden er een bezettingsleger.

arabische landen

De rest van West-Afrika bleef onder West-Europees gezag tot na de Tweede wereldoorlog. Marokko dat deels onder Frans, deels onder Spaans toezicht stond , kreeg in 1956 de onafhankelijkheid evenals Tunesië. Libië, werd in 1951 onafhankelijk, na eerst door Italië te zijn bezet. In Algerije trokken de Fransen zich pas terug in 1962, na een felle strijd.

Nasser maakt einde aan laatste resten van het kolonialisme in Egypte

In 1952 werd koning Faroek door het leger onder leiding van Gamal Abdel Nasser van de troon gestoten. In 1958 werd de koning van Irak en de eerste minister door revolutionairen omgebracht. Irak werd een republiek. In Libië werd de koning door een militaire staatsgreep onder leiding van Kaddafi afgezet in 1969..

In Egypte werd het Suezkanaal door Nasser genationaliseerd in 1956. Dit leidde tot een korte oorlog met Engeland, Frankrijk en Israël, tot grote woede van de SU en de VS. Nasser's succes in de Suezcrisis droeg ertoe bij dat hij in de Arabische wereld als een nieuwe leider werd gezien.

Zie verder deel D Hoofdstuk 14: SV Tweede Fase Havo Hoofdstuk 14 Deel D